Uitspraak van 26 juni 2018 BBZ nrs. CUR201600113 t/m CUR20160016, CUR201600330 t/m CUR201600332, CUR201600336 t/m CUR201600343, BBZ nrs. CUR201600563 t/m CUR201600568, CUR201600850 t/m CUR201600854, BBZ nrs. CUR201700104 t/m CUR201700113, CUR201700254, CUR201700255, CUR201700259, CUR201700260, BBZ nrs. CUR201700262 t/m CUR201700264, CUR201700955, CUR201700956, CUR201700958 t/m CUR201700964, CUR201701584, CUR201702366 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURACAO UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken van: [ X ] B.V., gevestigd te Curaçao, belanghebbende, gericht tegen: DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend te Curaçao, de Inspecteur. 1PROCESVERLOOP 1.1 Aan belanghebbende zijn over de periode juli 2014 tot en met december 2016 naheffingsaanslagen in de loonbelasting (LB), algemene verzekering bijzondere ziektekosten (AVBZ), basisverzekering ziektekosten (BVZ), algemene ouderdomsverzekering (AOV) en Algemene Weduwen- en wezenverzekering (AWW) opgelegd. Daarbij zijn verzuimboetes opgelegd vanwege niet tijdige betaling. 1.2 Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de verzuimboetes. De Inspecteur heeft bij uitspraken op bezwaar de verzuimboetes gehandhaafd. 1.3 Belanghebbende heeft beroepen ingesteld tegen de uitspraken op bezwaar. Daarbij is in totaal Naf. 1.500 aan griffierechten betaald. 1.4 De zitting heeft plaatsgevonden op 1 december 2017. Namens belanghebbende is verschenen directeur [ A ], bijgestaan door [ B ], werkzaam bij [ Q ] te Aruba. Namens de Inspecteur zijn verschenen [ C ], [ D ] en [ E ]. Beide partijen hebben een pleitnota voorgedragen en overgelegd. Het onderzoek ter zitting is geschorst. 1.5 De Inspecteur heeft op 14 december 2017 ambtshalve alle voornoemde verzuimboetes vernietigd. 1.6 Belanghebbende heeft op 14 december 2017 een nader stuk ingebracht. 1.7 Een nadere zitting heeft plaatsgevonden op 22 juni 2018. Namens belanghebbende is verschenen directeur [ A ], bijgestaan door [ B ] en [ S ], beiden werkzaam bij BDO-WTS te Aruba. Namens de Inspecteur zijn verschenen [ C ], [ D ], [ F ] en [ G ]. Beide partijen hebben een pleitnota voorgedragen en overgelegd. 2FEITEN 2.1 Blijkens een uitspraak van de Raad van Beroep voor Belastingzaken van 11 juli 2014 is de levering door belanghebbende van het geneesmiddel [ Z ] vrijgesteld van omzetbelasting, nu vaststaat dat dit geneesmiddel niet anders dan op recept wordt afgegeven. 2.2 Belanghebbendes gemachtigde heeft in een brief van 22 oktober 2014 het volgende aan de Inspecteur geschreven: “Namens [belanghebbende] en met verwijzing naar ons persoonlijk gesprek van 22 augustus 2014, 3 oktober 2014, ons telefonisch gesprek van 21 oktober 2014 en het rulingverzoek van 22 oktober 2014, vragen wij uw aandacht voor het volgende. Zoals reeds met u is afgesproken heeft [belanghebbende] recht op een substantieel tegoed vanwege de ten onrechte afgedragen omzetbelasting over UR-geneesmiddelen in de jaren 2001, 2002, 2003 en 2009 tot en met mei 2013. Op basis van de informatie zoals opgenomen in het rulingverzoek heeft [belanghebbende] recht op een teruggave van Naf. 7.152.365. Aangezien de formalisatie van de teruggaafbeschikkingen nog enige tijd zal vergen, verzoeken wij uw goedkeuring waarbij u [belanghebbende] toestaat, om met ingang van 11 juli 2014 (datum uitspraak RvBB) aangiften [voetnoot: Aangiften voor elke belasting, zoals opgenomen in artikel 1 van de ALL] te mogen indienen waarbij de betaling achterwege zal blijven. Ten tijde van de formalisatie van de teruggaafbeschikkingen zullen de “achterwege gebleven betalingen” alsnog in mindering worden gebracht op het tegoedbedrag. Indien u akkoord gaat met ons verzoek, vragen wij u vriendelijk om deze brief getekend te retourneren.” De Inspecteur heeft deze brief niet voor akkoord ondertekend en geretourneerd. 2.3 Belanghebbende heeft de verschuldigde LB en premies AVBZ, BVZ, AOV en AWW over de periode juli 2014 tot en met november 2016 wel aangegeven, maar niet betaald. 2.4 De Inspecteur heeft ter zake van de niet-betaalde loonbelasting en premies de onderhavige naheffingsaanslagen en verzuimboetes opgelegd. De verzuimboetes zijn opgelegd op de voet van artikel 19 Algemene landsverordening Landsbelastingen (hierna: ALL) vanwege het niet tijdig betalen van belastingen die op aangifte moet worden betaald. 2.5 Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslagen en verzuimboetes. Zij heeft daarbij niet verzocht om een vergoeding van de kosten in de bezwaarfase. 2.6 Tegen de uitspraken op bezwaar heeft belanghebbende beroep ingesteld. Hangende de beroepsprocedure heeft de Inspecteur alle verzuimboetes vernietigd. 3GESCHIL EN STANDPUNTEN PARTIJEN 3.1 Tussen partijen is uitsluitend nog de hoogte van de toe te kennen proceskostenvergoeding in geschil. 3.2 Belanghebbende heeft verzocht om een integrale vergoeding van de proceskosten van Naf. 65.790, te weten Naf. 42.300 voor de bezwaarfase en Naf. 23.490 voor de beroepsfase. 3.3 De Inspecteur concludeert tot het toekennen van een forfaitaire proceskostenvergoeding. 4BEOORDELING VAN HET BEROEP Ontvankelijkheid beroep 4.1 De beroepschriften die op 4, 6 en 9 juni 2016 zijn ingediend tegen de uitspraken op bezwaar van 18 februari 2016, zijn buiten de tweemaandstermijn ingediend. Belanghebbende stelt dat niet-ontvankelijkheid achterwege moet blijven omdat de uitspraken op bezwaar ten onrechte niet aan de gemachtigde zijn toegezonden. 4.2 De gemachtigde van belanghebbende heeft bezwaarschriften tegen de verzuimboetes ingediend. In dat geval dient de Inspecteur de uitspraken op bezwaar aan de gemachtigde toe te zenden (vgl. Raad van Beroep voor Belastingzaken 18 maart 2002, nr. 2001/143, ECLI:NL:ORBBNAA:2002:BU4428). Is een uitspraak op bezwaar, zoals in het onderhavige geval, niet aan de gemachtigde bekendgemaakt, dan vangt de beroepstermijn van twee maanden pas aan op de dag waarop de gemachtigde een afschrift van de uitspraak onder ogen heeft gekregen (vgl. HR 17 april 2015, nr. 14/05377, ECLI:NL:HR:2015:960; HR 15 april 2005, nr. 40.279, ECLI:NL:HR:2005:AT3985). Belanghebbende heeft gesteld, hetgeen niet is weersproken, dat de uitspraken op bezwaar op 25 april 2016 onder ogen van de gemachtigde zijn gekomen. De beroepschriften die op 4, 6 en 9 juni 2016 zijn ingediend, zijn derhalve binnen de beroepstermijn van twee maanden ingediend. Verzuimboetes vernietigd 4.3 De Inspecteur is in de beroepsfase volledig aan belanghebbende tegemoetgekomen door alle verzuimboetes alsnog te vernietigen. Dit beroep kan dus niet tot een voor belanghebbende gunstiger resultaat leiden. Dit beroep moet derhalve wegens het ontbreken van een belang niet-ontvankelijk worden verklaard (vgl. HR 15 januari 2016, nr. 15/00460, ECLI:NL:HR:2016:43). Het Gerecht vindt daarin wel aanleiding de Inspecteur te veroordelen in de proceskosten die belanghebbende redelijkerwijs heeft moeten maken. Kosten bezwaarfase 4.4 Ingevolge artikel 32a, lid 1 ALL worden de kosten die de belastingplichtige in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, op verzoek van de belastingplichtige vergoed voor zover de voor bezwaar vatbare beschikking door ernstige onzorgvuldigheid in strijd met het recht is opgelegd. Het verzoek moet worden gedaan voordat de Inspecteur op het bezwaar heeft beslist. De regels over de (hoogte van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.