← Nederland

ECLI:NL:OGEAC:2018:151

Uitspraak van 6 juli 2018 BBZ nrs. CUR201700447 en CUR201700449 t/m CUR201700458 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken van: [ X ], wonende te Curaçao, belanghebbende, gericht tegen: DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend te Curaçao, de Inspecteur. 1PROCESVERLOOP 1.1 Aan belanghebbende zijn voor de jaren 2009 tot en met 2014 aanslagen inkomstenbelasting, premies AOV/AWW, AVBZ, BVZ en boetes opgelegd. Hierna volgt een overzicht van de data van de aanslagen. Jaren 2009 2010 2011 2012 2013 2014 Definitieve aanslagen IB 22-7-2011 17-8-2012 31-1-2014 17-9-2014 8-4-2016 - Aanslag AVBZ 22-7-2011 17-8-2012 31-1-2014 12-9-2014 8-4-2016 8-4-2016 Aanslag AOV/AWW 22-7-2011 17-8-2012 31-1-2014 - 8-4-2016 8-4-2016 Aanslag BVZ - - - - 27-9-2013 8-4-2016 1.2 Belanghebbende is op 23 juni 2016 tegen de aanslagen in bezwaar gekomen. 1.3 De Inspecteur heeft op 7 april 2017 uitspraken op bezwaar gedaan en de bezwaren niet- ontvankelijk verklaard. 1.4 Belanghebbende is op 24 mei 2017 in beroep gekomen tegen de uitspraken op bezwaar. Ter zake van de indiening van het beroep heeft belanghebbende een bedrag van Naf. 50,- aan griffierecht voldaan. 1.5 Partijen zijn opgeroepen tot het bijwonen van een zitting op 21 juni 2018 te Willemstad. Daar zijn verschenen belanghebbende en namens de Inspecteur [ A ]. 2BEOORDELING VAN HET BEROEP Ontvankelijkheid bezwaar 2.1 In artikel 29, lid 1, van de Algemene landsverordening Landsbelastingen (verder: ALL) is geregeld dat degene die bezwaar heeft tegen een hem opgelegde belastingaanslag binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet een gemotiveerd bezwaarschrift kan indienen bij de Inspecteur. 2.2 Het bezwaar tegen de aanslagen en de boetes zijn buiten de wettelijke termijn van twee maanden als bedoeld in artikel 29, lid 1, van de ALL ingediend. In dat geval blijft niet-ontvankelijkverklaring slechts achterwege indien belanghebbende kan aantonen dat het niet tijdig indienen het gevolg is van een bijzondere omstandigheid die tijdige indiening verhinderde. 2.3 Belanghebbende heeft in dat verband te kennen gegeven dat hij nooit een aanmaning of dwangschriften ontvangen heeft waarop hij binnen een bepaalde termijn moest reageren. Hiermee heeft belanghebbende niet aangetoond dat sprake is van een bijzondere omstandigheid in vorenbedoelde zin. Aanmaningen (tot betaling) en dwangschriften worden verstuurd door de Ontvanger en het niet ontvangen van deze geschriften heeft geen invloed op het antwoord op de vraag of bezwaren tegen de aanslagen en boetebeschikkingen ontvankelijk zijn. Belanghebbende heeft niet ontkend de aanslagen en boetebeschikkingen tijdig te hebben ontvangen. In het onderschrift bij die aanslagen en beschikkingen staat standaard vermeld dat binnen twee maanden na dagtekening bezwaar kan worden ingediend bij de Inspecteur. Het Gerecht acht de overschrijding dan ook niet verschoonbaar, zodat de Inspecteur de bezwaren terecht niet-ontvankelijk heeft geacht. Het beroep is ongegrond. Nu de bezwaren niet-ontvankelijk zijn, komt het Gerecht niet toe aan een inhoudelijke behandeling. Ten overvloede 2.4 Het Gerecht overweegt ten overvloede het volgende. Belanghebbende is buschauffeur en ter zitting heeft hij verklaard dat hij in de in het geding zijnde jaren zes dagen per week werkte, dat hij niet beschikt over jaarstukken of andere financiële gegevens over de betreffende jaren en dat hij een eigen huis heeft. De Inspecteur heeft onbetwist gesteld dat zijn echtgenote niet werkt en dat zijn echtgenote twee kinderen heeft. Gelet daarop heeft de Inspecteur de belastbare en premie-inkomens in redelijkheid vastgesteld op bedragen tussen Naf. 16.700 en Naf. 26.000. 3DE BESLISSING Het Gerecht: - verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. M.M. de Werd, rechter in dit Gerecht en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 juli 2018, in tegenwoordigheid van de griffier, N.N. Noël- van der Biezen BSc. De griffier, De rechter, Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………….. aan partijen verzonden. HOGER BEROEP Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen twee maanden na de verzenddatum hoger beroep instellen bij: Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer) Wilhelminaplein 4 Willemstad Curaçao U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen: 1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak; 2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende: a. de naam en het adres van de indiener, b. de dagtekening, c. waartegen u in beroep komt, d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep). Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd: -natuurlijke personen: NAf. 200 -personenvennootschappen en rechtspersonen: NAf. 500

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.