← Nederland

ECLI:NL:OGEAC:2018:217

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURACAO BESCHIKKING [VERZOEKER], wonende in Curaçao, verzoeker, gemachtigde: mr. J.S. Francisca, tegen de besloten vennootschap WASSERIJ KORSOW B.V., gevestigd in Curaçao, verweerster, gemachtigden: mr. A. Bach Kolling en mr. P.A. van den Hout. Partijen zullen hierna [verzoeker] en Wasserij Korsow genoemd worden. 1Het procesverloop 1.

  1. Het verloop van de procedure is als volgt: het verzoekschrift met producties van 8 juni 2018; het verweerschrift met producties; de behandeling ter zitting van 3 juli 2018; de bij die gelegenheid door mr. Francisca overgelegde pleitaantekeningen. 1.
  2. De uitspraak is bepaald op heden. 2De feiten 2.
  3. [ verzoeker] is in 2007 of 2008 op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst getreden bij Wasserij Korsow. Laatstelijk was hij werkzaam in de functie van wasbaas tegen een bruto maandsalaris van NAf 1.873,
  4. 2.
  5. [ verzoeker] heeft Wasserij Korsow verzocht om hem in de maand maart 2018 niet alleen zijn maandsalaris maar ook zijn vakantiegeld uit te betalen. 2.
  6. Zoals gebruikelijk binnen het bedrijf van Wasserij Korsow, zijn op de laatste donderdag van de maand, in dit geval 29 maart 2018, de salarisstroken aan de werknemers uitgereikt. De salarisstrook van [verzoeker] vermeldt dat over die maand, inclusief het hem toekomende vakantiegeld, een netto bedrag van NAf 2.516,03 zal worden uitbetaald. 2.
  7. De salarisbetalingen hebben op 29 maart 2018 plaatsgevonden. Door een fout van de bank zijn zes werknemers van Wasserij Korsow twee keer uitbetaald. [verzoeker] behoorde tot die groep van zes medewerkers. Dat betekent dat [verzoeker] een bedrag van in totaal NAf 5.032,06 op zijn bankrekening bijgeschreven heeft gekregen. 2.
  8. Na ontdekking van de fout heeft het management van Wasserij Korsow op de eerstvolgende werkdag, dinsdag 3 april 2018, de betrokken medewerkers geïnformeerd en hen verzocht het te veel betaalde de volgende dag terug te brengen. 2.
  9. Op 4 april 2018 hebben vijf van de zes medewerkers het teveel ontvangen bedrag aan Wasserij Korsow teruggegeven. [verzoeker] heeft het betrokken bedrag niet teruggegeven. Wel heeft hij op 5 of 6 april 2018 een bedrag van NAf 1.000 aan Wasserij Korsow terugbetaald. 2.
  10. Bij brief van 6 april 2018 heeft Wasserij Korsow [verzoeker] op staande voet ontslagen. De brief luidt, voor zover van belang, als volgt: Op donderdag 29 maart jl. had u recht op een nettosalaris van NAf 2.516,03 wat inclusief uw vakantiegeld is. Door toedoen van online bankieren is er per misverstand een netto bedrag van NAf 5.032,06 bijgeschreven op uw rekening. Hierop heeft de administratie van [Wasserij Korsow] direct contact met u opgenomen en is met u besproken dat er een fout was gemaakt in een bedrag van NAf 2.516,03 teveel was overgemaakt. Daarbij is benadrukt dat het teveel betaalde bedrag niet van u is en dat dit zo snel mogelijk dient te retourneren naar [Wasserij Korsow]. Op dinsdag 3 april jl. heeft u aan de administratie verteld dat u in strijd met onze expliciete instructies, het gehele bedrag had opgenomen en inmiddels ook had uitgegeven. Hierop volgend heeft u een gesprek met ondergetekende gehad. In dat gesprek heb ik aangegeven dat u in feite diefstal pleegt omdat u geld uitgeeft niet van u is. U begrijpt de ernst van de situatie en kon uw gedrag niet goedpraten. Afgesproken is dat u op donderdag 5 april jl. het volledige bedrag en eigendom van [Wasserij Korsow] zou retourneren. Ook is aangegeven dat [Wasserij Korsow] een beslissing zou nemen over de arbeidsrechtelijke gevolgen van uw handelswijze. Op donderdag 5 april jl. heeft u echter geweigerd om het teveel betaalde bedrag van NAf 2.516,03 te retourneren. U kwam aanzetten met een bedrag van NAf 1.000,
  11. Ik heb wel aangegeven dat in strijd is met de gemaakte afspraken. 2.
  12. Bij brief van zijn gemachtigde van 23 april 2018 heeft [verzoeker] de nietigheid van het hem gegeven ontslag op staande voet ingeroepen. 3Het geschil 3.
  13. [ verzoeker] verzoekt, samengevat, dat het gerecht bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, Primair: het aan eiser op 6 april 2018 gegeven ontslag als nietig aan te merken en gedaagde te veroordelen om met ingang van voormelde datum het brutoloon van eiser aan hem uit te betalen en te blijven uitbetalen totdat het dienstverband van partijen op rechtsgeldige wijze zal zijn geëindigd, zulks verhoogd met de vertragingsrente alsmede de wettelijke rente; Subsidiair: het aan eiser gegeven ontslag als kennelijk onredelijk dan wel als onregelmatig aan te merken en gedaagde te veroordelen om aan eiser te betalen een zodanig vergoeding door uw gerecht, alle omstandigheden van dit geval in acht nemende, naar redelijkheid en billijkheid vast te stellen, zulks verhoogd met de wettelijke rente; een en ander met veroordeling van Wasserij Korsow in de proceskosten. 3.
  14. Wasserij Korsow voert verweer. Zij concludeert tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van [verzoeker] in de proceskosten. Tevens heeft Wasserij Korsow een voorwaardelijk ontbindingsverzoek ingediend. 4De beoordeling 4.
  15. Volgens vaste rechtspraak moet de rechter bij de beoordeling van de gerechtvaardigdheid van een ontslag op staande voet de omstandigheden van het geval, in onderlinge samenhang beschouwd, in aanmerking nemen. Het gaat daarbij om de aard en ernst van de dringende reden die de werkgever aanleiding tot het ontslag gaf en om de persoonlijke omstandigheden van de werknemer. Daarnaast is vereist dat de reden voor het ontslag onverwijld aan de werknemer wordt meegedeeld. Stelplicht en bewijslast rusten bij de werkgever. 4.
  16. Het gerecht leidt uit de vaststaande feiten en uit het betoog van [verzoeker] af dat hij zich al direct na de salarisbetaling van maart 2018 bewust moet zijn geweest van het feit dat hij meer geld had ontvangen dan waarop hij recht had. In de eerste plaats leidt het gerecht dit af uit de omvang van het teveel betaalde bedrag. Het gaat hier immers niet om een bedrag van enkele honderden guldens, maar om een te veel betaald bedrag van ruim tweeënhalf duizend gulden. Gelet op het reguliere netto-inkomen van [verzoeker], zelfs als rekening wordt gehouden met het feit dat hij in de maand maart 2018 ook zijn vakantiegeld ontving, moet er in beginsel vanuit worden gegaan dat [verzoeker] dit is opgevallen. Dit wordt bevestigd door het door [verzoeker] zelf gestelde feit dat hij in het weekend na de salarisbetaling tot tweemaal toe het maximale bedrag van zijn rekening heeft gepind. Volgens zijn stellingen ging het hier om een bedrag van tweemaal NAf 1.800, dat wil zeggen in totaal een aanzienlijk hoger bedrag dan waarop hij, inclusief zijn vakantiegeld, redelijkerwijs heeft kunnen rekenen. Het gerecht wijst erop dat [verzoeker], gelet op de lengte van zijn dienstverband, niet voor het eerst meemaakte dat hij vakantiegeld kreeg uitbetaald. Bovendien is van belang dat [verzoeker], blijkens zijn herhaalde verzoeken aan Wasserij Korsow om een voorschot op het salaris, steeds bezig was met de vraag of hij wel rond kwam. Ook daarom ligt het niet voor de hand dat hij zich niet heeft gerealiseerd dat hij plotseling substantieel veel meer geld beschikbaar had. [verzoeker] heeft geen feiten gesteld, ook niet desgevraagd ter zitting, die zouden kunnen leiden tot de conclusie dat hij zich een en ander niet heeft gerealiseerd. 4.
  17. Hieruit leidt het gerecht af dat [verzoeker] een groot deel van het teveel ontvangen bedrag heeft opgenomen en ten eigen bate heeft uitgegeven, terwijl hij wist dat het geld niet aan hem toekwam maar van Wasserij Korsow was en dus terugbetaald moest worden. Wasserij Korsow heeft deze handelwijze in redelijkheid gelijk kunnen stellen met “diefstal”, zoals in de ontslagbrief opgemerkt, ook al is strikt genomen wellicht niet voldaan aan de strafrechtelijke definitie van diefstal. 4.
  18. Gelet hierop heeft Wasserij Korsow naar het oordeel van het gerecht in redelijkheid zwaar kunnen tillen aan de weigering van [verzoeker] om het teveel ontvangen bedrag direct terug te betalen. Daarbij speelt een rol dat [verzoeker] op geen enkel moment, noch in zijn contacten met Wasserij Korsow, noch in het kader van deze procedure, feiten heeft gesteld die zouden kunnen leiden tot de conclusie dat hij zich, gelet op zijn financiële perikelen, in een noodsituatie bevond, zodat het uitgeven van het teveel ontvangen geld hem wellicht minder of helemaal niet verweten zou kunnen worden. Het is ook niet zo dat het geld buiten [verzoeker] om is verdwenen, bijvoorbeeld via automatische incasso’s, hetgeen ook van betekenis zou kunnen zijn voor de mate van verwijtbaarheid van het handelen van [verzoeker]. Van belang is ook dat [verzoeker] niet direct open kaart heeft gespeeld toen hem werd gevraagd het geld terug te geven, maar pas een dag later heeft verklaard dat het geld al was uitgegeven. 4.
  19. Het gerecht is al met al van oordeel dat Wasserij Korsow in redelijkheid tot de conclusie heeft kunnen komen dat sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet. Het betreft hier immers een ernstig voorval dat in hoge mate afbreuk heeft gedaan aan de betrouwbaarheid van [verzoeker] als werknemer. Hierbij heeft Wasserij Korsow ook in haar afwegingen mogen betrekken, zoals zij ter zitting uiteen heeft gezet, dat zij rekening moet houden met haar overige medewerkers, meer concreet ook de vijf medewerkers die eveneens dubbel salaris hadden ontvangen en het teveel ontvangen bedrag wel direct hebben teruggegeven. Ten slotte heeft Wasserij Korsow voldoende rekening gehouden met de belangen van [verzoeker] door geen aanspraak te maken op terugbetaling van het nog niet door [verzoeker] teruggegeven bedrag. 4.
  20. Op dit oordeel stuiten alle vorderingen van [verzoeker] af. 4.
  21. Omdat niet kan worden uitgesloten dat in een eventueel hoger beroep in andere zin wordt geoordeeld over het ontslag op staande voet, heeft Wasserij Korsow belang bij haar verzoek tot voorwaardelijke ontbinding. Gelet op het hiervoor overwogene zal dat verzoek worden toegewezen. Sprake is van een gewichtige reden bestaande uit een dringende reden, zodat geen plaats is voor het toekennen van enigerlei vergoeding. 4.
  22. In de aard van de rechtsverhouding ziet het gerecht aanleiding om de proceskosten te compenseren. 5De beslissing Het gerecht: 5.
  23. wijst de vorderingen van [verzoeker] af; 5.
  24. ontbindt de arbeidsovereenkomst met ingang van heden, voor het geval in rechte komt vast te staan dat de arbeidsovereenkomst niet reeds eerder rechtsgeldig is geëindigd; 5.
  25. compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Deze beschikking is gegeven door mr. Th. Veling, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2018.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.