Uitspraak van 14 december 2018 BBZ nrs. CUR201500278 t/m CU201500280 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken van: [ X ], gevestigd te Curaçao, belanghebbende, gericht tegen: DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao, de Inspecteur, 1PROCESVERLOOP 1.1 Aan belanghebbende is op 23 december 2014 een naheffingsaanslag winstbelasting over het jaar 2008 opgelegd van NAf 5.254.653. Tevens is een vergrijpboete (25%) opgelegd van NAf 1.313.663. 1.2 Aan belanghebbende is op 23 december 2014 een naheffingsaanslag winstbelasting over het jaar 2009 opgelegd van NAf 8.157.939. Tevens is een vergrijpboete (25%) opgelegd van NAf 2.039.484. 1.3 Aan belanghebbende is op 5 juni 2015 een naheffingsaanslag winstbelasting over het jaar 2010 opgelegd van NAf 7.109.070. Tevens is een vergrijpboete (25%) opgelegd van NAf 1.777.267. 1.4 Belanghebbende heeft op 23 januari 2015 bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslagen en de boetes over de jaren 2008 en 2009. Belanghebbende heeft op 13 juli 2015 bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslag en de boete over het jaar 2010. 1.5 De Inspecteur heeft bij uitspraken op bezwaar van 22 oktober 2015 de naheffingsaanslagen en de boetes gehandhaafd. 1.6 Belanghebbende heeft op 18 december 2015 beroepen ingesteld tegen de uitspraken op bezwaar. 1.7 Belanghebbende heeft 29 april 2016 een motivering van de beroepschriften ingediend. 1.8 De Inspecteur heeft op 3 april 2017 verweerschriften ingediend. 1.9 Belanghebbende heeft op 20 april 2017 een nader stuk ingediend. 1.10 De zaak is ten overstaan van een meervoudige kamer behandeld ter zitting van 26 april 2017 te Willemstad. Belanghebbende is vertegenwoordigd door [ A ] en [ B ], beiden verbonden aan [ Q ]. Namens de Inspecteur is verschenen [ C ]. Belanghebbende heeft ter zitting een pleitnotitie voorgedragen en ingebracht. 1.11 Door het defungeren van rechters heeft belanghebbende aangegeven te hechten aan een nadere mondeling behandeling. 1.12 Partijen zijn op 2 november 2018 uitgenodigd voor een comparitiezitting. 1.13 Belanghebbende heeft op 26 november 2018 een pleitnotitie ingebracht. 1.14 De comparitiezitting heeft plaatsgevonden op 6 december 2018 te Willemstad. Belanghebbende is vertegenwoordigd door [ A ] en [ B ], voornoemd, alsmede [ D ], allen verbonden aan [ Q ]. Namens de Inspecteur is met voorafgaande kennisgeving niemand verschenen. Belanghebbende heeft ter zitting een pleitnotitie – die nagenoeg overeenkomt met de op 26 november 2018 ingediende pleitnotitie - voorgedragen en ingebracht. 1.15 Beide partijen hebben toestemming verleend zonder nadere mondelinge behandeling uitspraak te doen. Het Gerecht heeft daarop op de voet van artikel 8b van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken (LBB) bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten. 2FEITEN 2.1 Belanghebbende is in 2004 opgericht door [Bank] (hierna: Bank). Blijkens de oprichtingsakte is het doel van belanghebbende het verrichten van kredietuitzettingen en het beleggen van haar vermogen in effecten en deposito’s. [Bank] heeft de aandelen in belanghebbende volgestort door inbreng van een beleggingsportefeuille met een waarde van NAf 297.834.327. [Bank] houdt alle aandelen in belanghebbende. 2.2 [ Bank] is een bankinstelling die in de onderhavige jaren is onderworpen aan het toezicht van de Bank van de Nederlandse Antillen (thans: Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten; hierna: de Centrale Bank). Belanghebbende heeft geen bankvergunning en is daarom niet onderworpen aan een dergelijk toezicht. 2.3 De Centrale Bank heeft belanghebbende vrijstelling verleend van artikel 3 van de Landsverordening Toezicht Beleggingsinstelling en Administrateurs (PB 2002, nr. 137), waardoor belanghebbende evenmin als een beleggingsinstelling is onderworpen aan toezicht van de Centrale Bank. 2.4 Het vermogen van belanghebbende is belegd in staatsobligaties, bedrijfsobligaties en aandelen. Het vermogen en het resultaat van belanghebbende worden volledig geconsolideerd in de jaarrekening van [ Bank ]. 2.5 Het Assets & Liability Committee (hierna: Alco) van [ X ] ziet toe op de voorgenomen beleggingsactiviteiten van belanghebbende. Het Alco bestaat uit de algemene directeur, de operationele directeur, de commerciële directeur, de senior finance manager, de senior investment manager en de risk manager van [ X ]. 2.6 Bij brief van 11 januari 2005 is aan de Inspecteur verzocht belanghebbende aan te wijzen als een Vrijgestelde Vennootschap voor de winstbelasting. 2.7 De Inspecteur heeft nadien aan belanghebbendes gemachtigde mondeling medegedeeld dat naar zijn mening belanghebbende niet aan de voorwaarden voor het regime van een Vrijgestelde Vennootschap voldoet omdat het een bank betreft. Verder heeft de Inspecteur toegezegd dat hij hierover contact zou opnemen met de Directie Fiscale Zaken. 2.8 Belanghebbende heeft bij brief van 16 september 2005 aan de Inspecteur geschreven dat de tweemaandstermijn van artikel 1A, lid 5, van de Landsverordening op de winstbelasting 1940 (WB) is verstreken en dat ervan wordt uitgegaan dat de Inspecteur ook van mening is dat aan de voorwaarde is voldaan dat belanghebbende niet is onderworpen aan toezicht van de Centrale Bank. 2.9 De Centrale Bank heeft op 27 mei 2014 het volgende verklaard: “De Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten, gevestigd te Willemstad, Curaçao, hierbij vertegenwoordigd door de heer (…), Adjunct Directeur Toezicht en de heer (…), Onderdirecteur Toezicht Banken; verklaart bij deze dat [belanghebbende] (…) niet als een bank of andere financiële instelling is onderworpen aan het toezicht van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten. Deze verklaring wordt afgegeven ten behoeve van de Stichting Belastingaccountants-bureau en wordt beheerst door het recht van Curaçao.” 2.10 Bij het vaststellen van de naheffingsaanslagen winstbelasting over de jaren 2008, 2009 en 2010 heeft de Inspecteur het standpunt ingenomen dat moedermaatschappij [ X ] geconsolideerde jaarrekeningen rapporteert aan de Centrale Bank, dat daardoor belanghebbende ook onder toezicht van de Centrale Bank staat, dat derhalve niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor het regime van de Vrijgestelde Vennootschap en dat belanghebbende daarom over die jaren aan winstbelasting is onderworpen. 3GESCHIL 3.1 In geschil is of belanghebbende kan worden aangemerkt als een Vrijgestelde Vennootschap in de zin van de winstbelasting. Belanghebbende beantwoordt deze vraag bevestigend, de Inspecteur ontkennend. 3.2 Belanghebbende betoogt dat zij voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 1A, lid 1, letter f, WB, zodat zij kan worden aangemerkt als Vrijgestelde Vennootschap. Het feit dat haar moedermaatschappij onder toezicht staat van de Centrale Bank, staat niet in de weg aan de status van Vrijgestelde Vennootschap, aldus belanghebbende. En als al zou worden aangenomen dat belanghebbende wel onder (indirect) toezicht van de Centrale Bank zou staan, dan beroept belanghebbende zich op de ‘Aanschrijving Beleggingsinstelling en Vrijgestelde Vennootschap’ van de Directeur Fiscale Zaken. 3.3 Verder betoogt belanghebbende dat de Inspecteur heeft verzuimd belanghebbende schriftelijk in kennis te stellen van zijn beslissing op het verzoek van 11 januari 2005, zodat ingevolge artikel 1A, lid 5, WB het verzoek wordt geacht te zijn ingewilligd. Voorts beroept belanghebbende zich op het vertrouwensbeginsel. 3.4 Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de naheffingsaanslagen winstbelastingen over de jaren 2008 tot en met 2010. De Inspecteur concludeert tot handhaving van deze naheffingsaanslagen. 3.5 De Inspecteur heeft in zijn verweerschrift het standpunt ingenomen dat de vergrijpboetes ten onrechte zijn opgelegd en daarom dienen te vervallen. Reeds daarom is het beroep gegrond. 4OVERWEGINGEN 4.1 Op grond van artikel 1A, lid 1, letter f, WB wordt onder een Vrijgestelde Vennootschap verstaan
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.