Uitspraak van 6 maart 2018 BBZ nr. CUR201600760 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURACAO UITSPRAAK Na vereenvoudigde behandeling van het beroep in de zin van artikel 7a van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken (LBB) in het geding tussen: [ X ] BVHH, gevestigd in Curaçao, belanghebbende, en, DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN VAN CURACAO, zetelend in Curaçao, de Inspecteur, 1HET PROCESVERLOOP 1.1 Aan belanghebbende is op 14 maart 2012 over het jaar 2010 een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd. Belanghebbende is op 12 februari 2016 tegen de aanslag in bezwaar gekomen. De Inspecteur heeft op 18 augustus 2016 uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar niet- ontvankelijk verklaard. Belanghebbende is op 7 oktober 2016 in beroep gekomen tegen de uitspraak op bezwaar. 1.2 Het Gerecht heeft aan belanghebbende, met dagtekening 15 december 2016 een brief verstuurd met de mededeling dat griffierecht is verschuldigd van Naf. 150,- en dat het bedrag binnen zes weken na dagtekening van de brief moet zijn betaald. De brief is voorzien van de juiste adressering en naar het juiste adres verzonden. In de brief is vermeld dat, indien het griffierecht niet tijdig wordt betaald, het beroep niet- ontvankelijk kan worden verklaard. 1.3 Nadien heeft het Gerecht aan belanghebbende ter herinnering een brief doen toekomen met dagtekening 27 maart 2017 met de mededeling dat uit de administratie van het Gerecht blijkt dat nog niet is voldaan aan de uitnodiging om het griffierecht te betalen en dat het griffierecht binnen twee weken na dagtekening van de brief betaald dient te worden. Deze brief is op 27 maart 2017 per e-mail verstuurd. Ook in deze brief is belanghebbende erop gewezen dat bij niet tijdige betaling niet- ontvankelijk verklaring kan volgen. 2OVERWEGINGEN OMTRENT HET BEROEP 2.1 Ingevolge artikel 7a, letter b Landsverordening op het beroep in belastingzaken (LBB) kan het Gerecht, totdat partijen zijn uitgenodigd voor de behandeling van de zaak, onmiddellijk uitspraak doen indien het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. 2.2 Belanghebbende heeft het griffierecht niet betaald. De bestuurder van belanghebbende, [ Q ], heeft aangevoerd dat zowel hij als belanghebbende over onvoldoende middelen beschikken om Naf. 150 aan griffierecht te betalen, noch in staat zijn dergelijke middelen te verwerven. Het Gerecht overweegt als volgt. 2.3 Ingevolge artikel 18, lid 1 van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken (LBB) wordt ten behoeve van de indiener van een beroepschrift een griffierecht geheven. In artikel 1 sub b van het Landsbesluit griffierechten beroep in belastingzaken is het griffierecht voor personenvennootschappen en rechtspersonen vastgesteld op Naf.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.