← Nederland

ECLI:NL:OGEAC:2018:351

Parketnummer: 500.000084/18 Uitspraak: 29 juni 2018 Tegenspraak Vonnis van dit Gerecht in de strafzaak tegen de verdachte: [VERDACHTE], geboren op [geboortedatum] 1989 te [geboorteplaats], wonende in [woonplaats]. Onderzoek van de zaak Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 8 juni 2018. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. O.A. Lodowica, advocaat in Curaçao. De officier van justitie, mr. R.A. Koert, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van voorarrest. De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd: 1. dat hij op of omstreeks 20 juni 2017, althans op een tijdstip in of omstreeks de maand juni 2017 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 1], in elk geval een of meer anderen behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot Venezuela en/of Colombia en/of doorreis via Venezuela naar Colombia en/of vertrek uit Curacao en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, en/of die ander(

  1. en)daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(
  2. s)wist(
  3. en)of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat de aanwezigheid van die ander(
  4. en)daar wederrechtelijk was, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), (tegen betaling) die [slachtoffer 1] aangegeven waar en/of wanneer en/of op welke boot hij naar Venezuela kon vertrekken en hem met een boot naar Venezuela getransporteerd; (artikel 2:154 lid 1 sub a jo artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht) 2. dat hij op of omstreeks 20 juni 2017, althans op een tijdstip in of omstreeks de maand juni 2017 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] en/of een of meer anderen behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot en/of doorreis door/via en/of vertrek uit Curacao en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, en/of die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(
  5. s)wist(
  6. en)of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat de aanwezigheid van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] daar wederrechtelijk was, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), (tegen betaling) die personen met een boot van Venezuela naar Curacao getransporteerd en/of alhier opgevangen, althans geprobeerd op te vangen en/of van de kust naar een (andere) bestemming op Curacao te transporteren; (artikel 2:154 lid 1 sub a jo artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht) Formele voorvragen Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. Vrijspraak van feit 1 en 2. Het Gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan en zal de verdachte daarvan vrijspreken. Het Gerecht overweegt dienaangaande het volgende. Vast staat dat verdachte zich in de nacht van 19 op 20 juni 2017 heeft bevonden in mondi van de Fuikbaai. Hij heeft daar vrij intensief telefonisch contact met medeverdachte [medeverdachte] (“[bijnaam medeverdachte]”). Laatstgenoemde is naar het oordeel van het Gerecht bezig om van afstand de aanlanding van een lancha met een groep Venezolanen in de Fuikbaai te coördineren. Blijkens tapgesprekken vraagt [bijnaam medeverdachte] aan verdachte om de personen die aan land zijn gekomen op te vangen en in veiligheid te brengen. Verdachte weigert dat en zegt: “ ik ben geen redder”. De activiteiten van [bijnaam medeverdachte] moeten als mensensmokkel worden beoordeeld. De vraag is echter of verdachte als medepleger daarvan kan worden gezien. De officier van justitie heeft aangevoerd dat uit de aanwezigheid van verdachte, in combinatie met zijn contacten met [bijnaam medeverdachte], moet worden afgeleid dat verdachte ter plaatse was om de gesmokkelden op te vangen en aldus behulpzaam te zijn bij hun illegale toegang tot Curaçao. Aldus werkte hij bewust en nauw samen met [bijnaam medeverdachte], aldus de officier. Verdachte stelt dat hij ter plaatse was om zelf op een lancha te stappen en naar Venezuela te varen. Hij had voor deze reis geld betaald aan [bijnaam medeverdachte], wat ook zijn telefonische contacten met [bijnaam medeverdachte] verklaart. Hij was niet betrokken bij de smokkel van anderen, aldus verdachte. Naar het oordeel van het Gerecht kan niet worden uitgesloten dat de verklaring van verdachte op waarheid berust. De kustwacht heeft kort na het tapgesprek daadwerkelijk een lancha onderschept met personen die op weg waren naar Venezuela. Een van die personen, de in de tenlastelegging van feit 1 genoemde [slachtoffer 1], heeft, net als verdachte, verklaard dat hij aan [medeverdachte] een geldbedrag heeft betaald om naar Venezuela gesmokkeld te worden. Van een significante bijdrage van verdachte aan de opvang van de onder feit 2 genoemde personen, laat staan van een bijdrage aan de smokkel van [slachtoffer 1] naar Venezuela, is niet gebleken. Het tapgesprek waarin verdachte expliciet weigert om [bijnaam medeverdachte] te helpen spreekt wat dat betreft boekdelen. Het Gerecht concludeert tot vrijspraak. BESLISSING Het Gerecht: verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 en 2 ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. D. Gruijters, bijgestaan door S.M. La Croes-Virginia, (zittingsgriffier), en op 29 juni 2018 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao. uitspraakgriffier:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.