GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Vonnis in kort geding In de zaak van: de rechtspersoon naar Venezolaans recht Constructora Conkor C.A. (Conkor), gevestigd te Venezuela, eiseres, gemachtigde: mr. H.W. Braam, tegen de naamloze vennootschap Banco del Orinoco N.V., gevestigd te Curaçao, gedaagde, gemachtigde: mrs. T.E. Matroos en R.U.A. Helberg-Proctor, Partijen zullen hierna Conkor en BdO genoemd worden. 1Verloop van de procedure 1.1. Conkor heeft op 29 maart 2018 een kort geding verzoekschrift met producties ingediend. De aanvankelijk op 20 april 2018 geplande mondelinge behandeling is op verzoek van partijen aangehouden teneinde een minnelijke regeling te beproeven. De mondelinge behandeling heeft op 15 juni 2018 alsnog plaatsgevonden. Beide partijen zijn verschenen bij gemachtigde en hebben het woord gevoerd, BdO aan de hand van pleitaantekeningen, die in het dossier zijn gevoegd. 1.2. Uitspraak is bepaald op heden. 2De feiten 2.1. Conkor houdt bij de BdO een lopende rekening-courant (nummer [nummer A]) met een saldo van USD 27.070,81 per 8 maart 2018, alsmede twee CD’s (genummerd [nummer B] en [nummer C]) van ieder USD 100.000,-. 2.2. Voorts heeft Conkor een bedrag van USD 200.000,- afkomstig van Banco Santander overgemaakt naar haar rekening bij BdO, welke overboeking door BdO is bevroren en daardoor niet is bijgeschreven op de rekening van Conkor. 2.3. Sedert medio 2017 c.q. begin 2018 probeert Conkor haar relatie met BdO te beëindigen. In dat kader heeft Conkor verzocht haar tegoeden middels bankiers cheque aan haar betaalbaar te stellen. 2.4. Tot op heden heeft BdO geen uitvoering gegeven van het verzoek van Conkor. 3Het Geschil 3.1. Conkor vordert, samengevat, om BdO bij vonnis in kort geding, zoveel als mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot betaling aan haar van een bedrag van USD 471.070,81, althans de tegenwaarde hiervan in Curaçaose Courant, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 februari 2017 tot en met de dag der algehele voldoening, met veroordeling van BdO in de proceskosten. 3.2. Conkor stelt zich op het standpunt dat tussen partijen niet in geschil is dat BdO haar het gevorderde dient uit te betalen. BdO probeert ten onrechte compliance vragen te stellen c.q. compliance kwesties op te werpen die ongefundeerd zijn en die geen redelijk doel dienen, om op die manier uitbetaling van de tegoeden uit te stellen c.q. tegen te houden. Dat leidt tot wanprestatie c.q. onrechtmatige daad zijdens BdO. 3.3. BdO voert ten verwere aan dat Conkor niet voldoet aan de wettelijke compliance eisen hetgeen aan het overboeken van de gelden in de weg staat, dan wel voor verhindering zorgen. Aldus heeft BdO niet onrechtmatig heeft gehandeld, dan wel kan dat haar niet worden toegerekend. 4De beoordeling 4.1. BdO heeft betwist dat Conkor aan BdO heeft opgedragen om een schuld bij Banco Occidental de Descuento ad USD 44.000,- te betalen. Het had vervolgens op de weg van Conkor gelegen te onderbouwen, zoals zij stelt, dat dit bedrag op haar rekening bij BdO is gedebiteerd, maar nimmer op haar schuld bij Banco Occidental de Descuento is afgeschreven. Conkor heeft dat nagelaten, zodat dit deel van de vordering als onvoldoende gemotiveerd gesteld zal worden afgewezen. 4.2. Voor het overige zijn partijen het eens over het bedrag dat BdO namens Conkor onder zich heeft, al dan niet in bevroren staat. Tussen partijen is niet in geschil dat BdO in beginsel gehouden is tot betaling c.q. het overboeken van de overige gevorderde gelden, mede nu de gegunde termijn niet heeft geresulteerd in de overboeking van de gevorderde gelden. In het kader van de in dit kort geding te nemen beslissing ligt de vraag voor of voorshands voldoende aannemelijk is geworden dat de bodemrechter zal oordelen dat, gelet op alle omstandigheden van het geval, in redelijkheid niet van BdO gevergd kan worden dat zij deze verplichting nakomt. In het kader van de daarbij te maken afweging dient te worden beoordeeld of er in de verhouding tussen BdO en Conkor gewicht dient toe te komen aan de verplichtingen van BdO jegens haar toezichthouders, alsmede haar verplichtingen die ertoe strekken dat geen misbruik van haar diensten wordt gemaakt. 4.3. De door BdO aangehaalde compliance-onderdelen (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.