← Nederland

ECLI:NL:OGEAC:2018:365

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Vonnis in kort geding in de zaak van: de vennootschap naar het recht van Venezuela CONTRA INCENDIO C.A., gevestigd te Venezuela, gedaagde, gemachtigde: mr. H.W. Braam, tegen de naamloze vennootschap BANCO DEL ORINOCO, gevestigd te Curaçao, gedaagde, gemachtigden: mr. T.E. Matroos. Partijen zullen hierna Contra Incendio en BdO genoemd worden. 1Verloop van de procedure 1.

  1. Contra Incendio heeft op 29 maart 2018 een kort geding verzoekschrift met producties ingediend. De mondelinge behandeling van 20 april 2018 is op verzoek van partijen aangehouden teneinde een minnelijke regeling te beproeven. Partijen hebben na verschillende aanhoudingen een regeling bereikt. Nadien is de zaak nogmaals een aantal keer aangehouden ter uitvoering van de regeling. Bij e-mailbericht van 24 november 2018 heeft mr. Braam om vonnis gevraagd. 1.
  2. De uitspraak is bepaald op heden. 2De beoordeling 2.
  3. Bij e-mail van haar gemachtigde van 24 november 2018 heeft Contra Incendio laten weten dat BdO haar inmiddels overeenkomstig de regeling heeft betaald, met dien verstande dat daarvan een bedrag van US$ 44.236,30 onbetaald is gebleven. Contra Incendio heeft haar eis verminderd tot dit bedrag en heeft verzocht BdO te veroordelen tot betaling van dit bedrag vermeerderd met rente en kosten. 2.
  4. BdO heeft deze verminderde hoofdsom niet betwist. Het Gerecht acht de gewijzigde vordering dan ook als voldoende onderbouwd en niet weersproken toewijsbaar. 2.
  5. Nu BdO in het ongelijk wordt gesteld, bestaat in beginsel grond voor haar veroordeling in de proceskosten. BdO heeft bij e-mail van 26 november 2018 aangegeven dat partijen in de vaststellingsovereenkomst reeds hebben voorzien in een vergoeding van rente en kosten, zodat geen aanleiding bestaat voor een restantvordering met rente en een afzonderlijke proceskostenveroordeling. Contra Incendio heeft daar niet (meer) op gereageerd. Het Gerecht volgt BdO in haar betoog dat de rente en de gemaakte proceskosten redelijkerwijs geacht moeten worden te zijn verdisconteerd in de tussen partijen overeengekomen regeling. Gesteld noch is gebleken dat er nadien nog (proces)kosten zijn gemaakt die voor rekening van BdO zouden moeten komen. Nu niet bekend is wanneer de regeling tussen partijen tot stand is gekomen, kan evenmin worden vastgesteld of Contra Incendio rente toekomt, en zo ja vanaf wanneer. 3De beslissing Het Gerecht: rechtdoende in kort geding: - veroordeelt BdO om een bedrag van US$ 44.236,30 aan Contra Incendio te betalen; - verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; - wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis in kort geding is gewezen door mr. S.M. Christiaan, rechter in voormeld Gerecht, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 19 december 2018.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.