Uitspraak van 7 augustus 2019 BBZ nr. CUR201801441 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO TUSSENUITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken van: X B.V., gevestigd te Curaçao, belanghebbende, gericht tegen: DE INSPECTEUR DER INVOERRECHTEN EN ACCIJNZEN, zetelend in Curaçao, de Inspecteur. 1PROCESVERLOOP 1.1 Belanghebbende heeft op 26 september 2017 voor een partij ringbanden en tabbladen een verzoek om vrijstelling van rechten bij invoer ingediend. Dit verzoek is door de Inspecteur afgewezen. 1.2 Belanghebbende heeft op 28 september 2017 bezwaar gemaakt tegen de afwijzing. Daarbij is aangifte gedaan voor de goederen en is een bedrag van NAf 2.761,70 betaald. De Inspecteur heeft op 6 maart 2018 uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar afgewezen. 1.3 Belanghebbende is op 16 maart 2018 bij de Inspecteur in beroep gekomen tegen de uitspraak op bezwaar. De Inspecteur heeft dat beroepschrift op 14 mei 2018 doorgezonden naar het Gerecht. Op 28 juni 2018 heeft belanghebbende wederom een beroepschrift ingediend. Dit beroepschrift is aangemerkt als aanvulling van de eerder ingediende beroepschrift. 1.4 Op 15 februari 2019 heeft belanghebbende een nader stuk ingediend. Een afschrift hiervan is naar de Inspecteur verzonden. 1.5 Belanghebbende heeft een bedrag aan griffierecht betaald van NAf 50. 1.6 De zitting heeft plaatsgevonden op 27 februari 2019 te Willemstad. Aldaar is namens belanghebbende Ing. A verschenen en namens de Inspecteur mr. B en C. 1.7 De behandeling ter zitting is geschorst om de Inspecteur de gelegenheid te geven om zijn zienswijze te geven over de tariefindeling van de door belanghebbende naar de zitting meegebrachte ringband en tabbladen. De Inspecteur heeft op 7 maart 2019 zijn reactie gestuurd. Een afschrift van de reactie van de Inspecteur is naar belanghebbende gestuurd. 1.8 Belanghebbende heeft op 21 maart 2019 een stuk ingediend. De Inspecteur heeft op 11 april 2019 een stuk ingediend. De stukken zijn telkens naar de wederpartij gestuurd. 1.9 De mondelinge behandeling is hervat op de zitting van 27 juni 2019. Aldaar zijn verschenen namens belanghebbende Ing. A en namens de Inspecteur mr. B, D en mr. E. De Inspecteur heeft een pleitnota overgelegd en voorgedragen. 1.10. Na sluiting van de zitting heeft belanghebbende op verzoek van het Gerecht per e-mail een kopie van de ringband en van de tabbladen gestuurd. Een exemplaar hiervan is als bijlage bij deze uitspraak gevoegd. 2FEITEN 2.1 Belanghebbende verzorgt trainingen waaronder de training ‘Y’. In verband daarmee heeft belanghebbende kartonnen ringbanden en tabbladen tezamen ingevoerd met de bedoeling om deze gezamenlijk als lesmateriaal te gebruiken bij voormelde training. In het beroepschrift is vermeld dat de goederen niet zijn geprijsd en niet voor de losse verkoop zijn bestemd. 2.2 Belanghebbende heeft vrijstelling van rechten verzocht op de voet van artikel 51 van de Landsverordening tarief van invoerrechten (LVTI). Ingevolge artikel 51 LVTI wordt vrijstelling van invoerrechten verleend voor de invoer van publicaties en documenten van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard. Aan belanghebbende is geen vrijstelling toegekend. 2.3 Vervolgens zijn de goederen ten invoer aangegeven. Ter zake van de invoer heeft belanghebbende een bedrag aan borg gesteld van NAf 2.761,70 aan invoerrechten (10,5%) en omzetbelasting (6%). De goederenomschrijving op het invoerdocument is “Andere artikelen van kunststof Ring Banden/Tabbladen”. Daarbij is de goederencode 39269090 vermeld. 2.4 In het nader stuk van 15 februari 2019 heeft belanghebbende het standpunt ingenomen dat de goederen onder een onjuiste goederenomschrijving en goederencode zijn ingevoerd. In het nader stuk is hierover – voor zover van belang – het volgende vermeld: “De aangegeven goederen zijn artikelen waarvan het belang ligt in de gedrukte teksten of illustraties, die daarop voorkomen en moesten aangegeven worden als drie kartons ‘Artikelen van de uitgeverij, van de pers of van een andere grafische industrie; geschreven of getypte teksten en plannen’ en vallen derhalve onder Hoofdstuk 49 van de ‘Toelichting op tarief van Invoerrechten’, goederencode 4901.9900, waarbij een heffing hoort van 0% invoerrechten en 0% omzetbelasting. (…)” Volgens de informatie over de zending (zie productie 3 bij dit nader stuk) is de goederenomschrijving van de zending: 525 ringbanden van karton en 1053 sets tabbladen van karton/papier. 2.5 Belanghebbende heeft op de zitting van 27 februari 2019 een exemplaar gebracht van de ingevoerde ringbanden en tabbladen. Deze bleken niet van kunststof maar van karton te zijn. Belanghebbende heeft op zitting te kennen gegeven geen beroep meer te doen op de vrijstelling van artikel 51 LVTI. Op de kaft van de ringband is het bedrijfslogo van belanghebbende te zien. Op elk tabblad is tekst gedrukt. Er is een onderwerp vermeld met daarbij een illustratie die op het onderwerp betrekking heeft. Op de tabbladen zijn onder andere de volgende onderwerpen vermeld. ‘Tin cu paga ainda’, ‘Salario òf ònderstant’, ‘Otro Entrada’, ‘Bibienda’, ‘Koriente i awa’, ‘Belasting pa sushi’, ‘Telefon, kabel i internet’, ‘Kuido’, ‘Seguro’. Op de tabbladen is ook uitleg te zien over het onderwerp. Op het tabblad ‘Tin cu paga ainda’ is bijvoorbeeld de volgende tekst opgenomen: ‘Warda patras di e tap aki e kuentanan ku tin ku wòrdu paga ainda. Pone nan na fecha di vensimentu. Esaki ta e fecha cu e kuenta mester wòrdu paga. Wak kada bes ku bo tin ku hasi bo atministrashon, si bo tin kuenta di paga. (…). 2.6 De Inspecteur heeft bij schrijven van 7 maart 2019 zijn standpunt gegeven over de tariefindeling van de goederen. Voor de tariefindeling heeft de Inspecteur gebruik gemaakt van het door belanghebbende naar de zitting meegenomen exemplaar van de goederen (ringband met tabbladen). Volgens de Inspecteur moeten de ringbanden en tabbladen met toepassing van indelingsregels 3a en 3b worden ingedeeld in goederencode 48203000. Afzonderlijk ingevoerde tabbladen dienen in goederencode 48239090 te worden ingedeeld. 3GESCHIL EN STANDPUNTEN PARTIJEN 3.1 In geschil is of belanghebbende voor de invoer van de goederen rechten bij invoer is verschuldigd. Belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend en de Inspecteur bevestigend. 3.2 Belanghebbende stelt dat de ringbanden en de tabbladen door haar zijn ontwikkeld, en – als een set - tezamen zijn ingevoerd. Het belang van de goederen ligt – aldus belanghebbende – in de gedrukte teksten en illustraties, die daarop voorkomen. Volgens haar hadden de goederen ingedeeld moeten worden in de goederencode 49019900 waarbij, aldus belanghebbende, een heffing hoort van 0% invoerrechten en 0% omzetbelasting. 3.3 Volgens de Inspecteur moeten de goederen ingedeeld worden in goederencode 48203000. Daarbij hoort een heffing van 5.5% invoerrechten en 6% omzetbelasting. 4BEOORDELING VAN HET BEROEP Vooraf 4.1 Het Gerecht stelt voorop dat geen rechtsregel verbiedt dat de gronden van het beroep, ook na indiening van een beroepschrift kunnen worden aangevuld. Daarbij geldt wel dat de wederpartij hierdoor niet in zijn procesbelang mag worden geschaad. De tariefindeling van de goederen was in de bezwaarfase niet in geschil en was niet het onderwerp van de uitspraak op bezwaar. Dit brengt echter niet mee, zoals de Inspecteur voorstaat, dat de tariefindeling in de beroepsfase niet het onderwerp van het geschil kan zijn. Door belanghebbende is bij haar nader stuk van 15 februari 2019 de tariefindeling als geschilpunt ingebracht. Niet is gebleken dat de Inspecteur hierdoor in zijn procesbelang is geschaad. Hij heeft immers voldoende gelegenheid gehad om zijn zienswijze over de tariefindeling te kunnen geven. Er is daarom geen reden om de tariefindeling in deze zaak buiten beschouwing te laten. 4.2 Bij de berekening van rechten bij invoer is de Inspecteur uitgegaan van een tarief van invoerrechten van 10,5% en een tarief van omzetbelasting van 6%. In beroepsfase is het standpunt ingenomen dat op basis van de nieuwe indeling van de goederen het tarief van invoerrechten 5,5% bedraagt met een gelijkblijvend tarief van omzetbelasting. Het beroep is reeds om deze reden gegrond. Wettelijk kader 4.3 De tariefindeling van goederen is geregeld in ‘Het Tarief van Invoerrechten’ (hierna: TvI). Het TvI is opgenomen als bijlage bij de Landsverordening tarief van invoerrechten (LTI) en omvat een naamlijst van goederen en de algemene regels voor de interpretatie daarvan, onder vermelding van bedragen en percentages (artikel 1, lid 2, onder c van de LTI). Het TvI is gebaseerd op het ‘Geharmoniseerd systeem voor de omschrijving en codering van goederen’, (hierna GS). De systematiek voor het indelen van goederen is vervat in de zes algemene regels voor de interpretatie van de nomenclatuur (hierna: indelingsregels). 4.4 In het TvI zijn de volgende indelingsregels opgenomen: “Regel 1. De tekst van de opschriften van de afdelingen, van de hoofdstukken en van de onderdelen van hoofdstukken wordt geacht slechts als aanwijzing te gelden; voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken en – voor zover dit niet in strijd is met de bewoordingen van bedoelde posten en aantekeningen – de navolgende regels. Regel 2. (…)
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.