GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Uitspraak in het geding tussen: [eiseres], wonend in Nederland, domicilie kiezend in Curaçao, eiseres, en de Sociale Verzekeringsbank, verweerster, gemachtigde: mr. M. Bonafasia, werkzaam bij verweerster. Procesverloop Bij beschikking van 26 juli 2017 (het primaire besluit) heeft verweerster op de aan eiseres toegekende pensioenuitkering met ingang van 1 januari 2017 een korting van 10% toegepast en die nader vastgesteld op NAf 683,80. Voorts heeft verweerster daarbij bepaald dat eiseres vanaf 2016 niet in aanmerking komt voor een kerstgratificatie. Bij beschikking van 6 november 2017, aangetekend verzonden op 9 november 2017, (het bestreden besluit), heeft verweerster het daartegen door eiseres gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. Verweerster heeft een verweerschrift en een nader stuk ingediend. De openbare behandeling ter zitting van het Gerecht heeft plaatsgevonden op 26 juni 2019. Verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Overwegingen 1. Op grond van artikel 16, eerste lid, van de Lar bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken. Deze termijn vangt aan op de dag na die waarop de beschikking is gegeven. Op grond van het tweede lid geldt als de dag waarop de beschikking is verzonden of uitgereikt, de dag waarop deze is gegeven. Op grond van het vierde lid blijft, wanneer het beroepschrift na afloop van de daarvoor gestelde termijn is ingediend, niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege, indien de indiener aantoont dat de termijnoverschrijding het gevolg is van niet aan hem toe te rekenen bijzondere omstandigheden en dat hij het beroep heeft ingesteld zo spoedig als dit redelijkerwijs verlangd kan worden. 1.1 Op grond van artikel 14 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) moet het genot van de rechten en vrijheden die in dit Verdrag zijn vermeld, worden verzekerd zonder enig onderscheid op welke grond ook, zoals geslacht, ras, kleur, taal, godsdienst, politieke of andere mening, nationale of maatschappelijke afkomst, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte of andere status. 1.2 Op grond van artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM (het EP) heeft iedere natuurlijke persoon recht op het ongestoord genot van zijn eigendom. Aan niemand zal zijn eigendom worden ontnomen behalve in het algemeen belang en onder de voorwaarden voorzien in de wet en in de algemene beginselen van internationaal recht. 1.3 Op grond van artikel 7, eerste lid, tweede volzin, van de Landsverordening Algemene Ouderdomspensioen (LvAOV) (zoals gewijzigd bij P.B. 2016, no. 39 met ingang van 1 januari 2017 (de Wijzigingswet)) bedraagt het ouderdomspensioen voor een niet-ingezetene NAf 775,80 per maand. Op grond van artikel 22a, eerste lid, (zoals gewijzigd met ingang van 30 juli 2016) heeft degene, die in enig jaar in de maand september recht heeft op ouderdomspensioen en ingezetene is, in dat jaar recht op kerstuitkering. 2. Eiseres is op [geboortedatum] geboren. Met inachtneming van de door haar in de Nederlandse Antillen/Curaçao gewoonde jaren, heeft verweerster aan eiseres een ouderdomspensioen toegekend ten bedrage van NAf 759,- per maand. Deze pensioenuitkering is bij het bestreden besluit met 10% verlaagd. Daarbij is aangegeven dat op grond van de wijziging van onder meer de LvAOV niet-ingezetenen van Curaçao het recht verkrijgen op een ouderdomspensioen dat 10% lager is dan dat van ingezetenen. Voorts is bepaald dat niet-ingezetenen, waaronder eiseres, vanaf 2016 niet meer in aanmerking komen voor een kerstuitkering. 3. Ambtshalve dient het Gerecht de ontvankelijkheid van het beroep te beoordelen. Het bestreden besluit is per aangetekende post verzonden naar het postadres ‘[adres 1]’. Het primaire besluit is verzonden naar het postadres ‘[adres 2]’. Relevant in dit verband is dat eiseres het postadres ‘[adres 2]’ heeft opgegeven. Het op het bestreden besluit vermelde postadres komt niet overeen met het postadres van eiseres en is dus onjuist. Gelet hierop kan niet worden aangenomen dat de termijn voor het instellen van beroep een dag na 9 november 2017 is aangevangen. Nu eiseres bij mailbericht van 5 januari 2018 kennis heeft genomen van het bestreden besluit van 6 november 2017, moet het ervoor worden gehouden dat zij tijdig beroep heeft ingesteld tegen het bestreden besluit. Het beroep is derhalve ontvankelijk. 4. Het betoog van eiseres dat wat betreft het recht op het AOV-pensioen en de kerstuitkering in strijd met artikel 14 van het EVRM een onrechtvaardig onderscheid wordt gemaakt tussen ingezetenen en niet-ingezetenen, faalt. Blijkens de Memorie van Toelichting (zitting 2015-2016-074) heeft de wetswijziging tot doel de continuïteit in de betalingen van AOV-pensioen, zijnde een algemene oudedagsvoorziening, te waarborgen. Het middel hiertoe is om voor niet-ingezetenen:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.