GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURACAO BESCHIKKING in de zaak van: [VERZOEKSTER], wonende in Curaçao, verzoekster, gemachtigde: mr. S.P. Osepa, tegen de naamloze vennootschap BETTINA N.V., gevestigd in Curaçao, verweerster, gemachtigde: mr. N.V.R. Doekhie. 1Het procesverloop 1.
- Het verloop van de procedure is als volgt: het verzoekschrift van 12 september 2019, met producties; de producties zijdens verweerster; de akte wijziging van eis, met producties; de behandeling ter zitting van 15 oktober 2019 en 10 december
- 1.
- [ verzoekster] is aanvankelijk bijgestaan door mr. E.J. Maduro. Omdat hij op grond van artikel 28a Procesreglement niet als gemachtigde is toegelaten, is [verzoekster] in de gelegenheid gesteld een nieuwe gemachtigde te zoeken en is de zaak aangehouden tot de tweede zitting. 1.
- De uitspraak is bepaald op vandaag. 2Het verzoek en de beoordeling 2.
- Na wijziging van eis verzoekt [verzoekster], samengevat, het volgende: toestemming om kosteloos te procederen; primair: verklaring voor recht dat het ontslag op staande voet nietig is en veroordeling van Bettina tot doorbetaling van loon; subsidiair: verklaring voor recht dat het ontslag kennelijk onredelijk is en veroordeling van Bettina tot betaling van een schadevergoeding; meer subsidiair: veroordeling van Bettina tot betaling van een vergoeding overeenkomstig de kantonrechtersformule en de cessantia. 2.
- Het verzoek om kosteloos te procederen is voldoende onderbouwd en zal worden toegewezen. 2.
- Voor het overige kan geen van de verzoeken worden toegewezen. 2.
- [ verzoekster] is op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam geweest voor Bettina. Zij is op 22 januari 2019 op staande voet ontslagen wegens, kort gezegd, werkweigering. 2.
- Op grond van artikel 7 Landsverordening Beëindiging Arbeidsovereenkomsten moet binnen zes maanden op de nietigheid van de opzegging zonder opzegvergunning een beroep worden gedaan. Het verzoekschrift dateert van 12 september
- Niet gebleken is dat [verzoekster], althans haar toenmalige gemachtigde, binnen zes maanden na het ontslag de nietigheid heeft ingeroepen. De mogelijkheid om de nietigheid in te roepen is dus komen te vervallen. Hierop stuit het primaire verzoek af. 2.
- Het subsidiaire verzoek is gebaseerd op kennelijk onredelijk ontslag. Een vordering uit kennelijk onredelijk ontslag verjaart na zes maanden (artikel 7A:1615u BW). Van een stuitingshandeling binnen zes maanden na het ontslag is niet gebleken. Dit verzoek is dus verjaard. 2.
- Het meer subsidiaire verzoek strekt tot verkrijging van een vergoeding overeenkomstig de kantonrechtersformule en van de cessantia. Voor toewijzing van het eerste deel van dit verzoek bestaat geen grondslag. Voor wat betreft de cessantia geldt dat, nu in rechte moet worden aangenomen dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is geweest en dit ontslag verband hield met werkweigering door [verzoekster], de arbeidsovereenkomst door haar schuld tot een einde is gekomen. Dit staat aan toekenning van de cessantia in de weg (artikel 3 lid 1 Landsverordening Cessantia). 2.
- [ verzoekster] zal worden veroordeeld in de proceskosten. 3De beslissing Het Gerecht: 3.
- verleent [verzoekster] toestemming om kosteloos te procederen; 3.
- wijst de verzoeken af; 3.
- veroordeelt [verzoekster] in de proceskosten van Bettina, begroot op NAf 1.
- Deze beschikking is gegeven door mr. Th. Veling, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 17 december 2019.