(10)days term, shall incur in favor of that other party a fine, immediately due and payable, fixed at half percent (0,5%) of the purchase price for each day since elapsed until the day of performance, […] PHV stelt dat [eiser 1] c.s. de boete per 31 juli 2016 verschuldigd zijn, te weten tien dagen na de dag waarop [eiser 1] c.s. de restantkoopsom hadden moeten betalen. Subsidiair meent PHV dat [eiser 1] c.s. de boete moeten betalen vanaf 3 maart 2017, te weten tien dagen na de ingebrekestelling van 20 februari
- De boete bedraagt volgens PHV NAf 19.130,71 per dag (dat is 0,5% van de totale koopsom voor de appartementen). De kwestie van de boete is ter zitting door de rechter aan de orde gesteld, maar [eiser 1] c.s. hebben geen verweer gevoerd. 4.
- Het gerecht is van oordeel dat [eiser 1] c.s. de boete zijn verschuldigd. Zij zijn immers in gebreke gebleven met de betaling van een verschuldigd deel van de koopsom. De boete is, gelet op het bepaalde in het boetebeding, verschuldigd vanaf de elfde dag na het verstrijken van de in een ingebrekestelling bepaalde termijn, dat wil zeggen vanaf 3 maart
- 4.
- Naar het oordeel van het gerecht brengt een redelijke uitleg van het boetebeding echter mee dat de boete is verschuldigd over het deel van de koopsom ten aanzien waarvan [eiser 1] c.s. in verzuim zijn. Zou dat anders zijn, en zou de boete moeten worden berekend over de totale koopsom ongeacht het feit dat de koopsom al grotendeels is betaald, dan leidt dat ertoe dat al spoedig een boete verschuldigd wordt die het bedrag met betaling waarvan de [eiser 1] c.s. in gebreke zijn vele malen overstijgt. De onderhavige zaak vormt hiervan een illustratie. Deze uitleg van het boetebeding ligt niet in de rede en het had daarom op de weg van PHV gelegen om feiten te stellen die deze uitleg ondersteunen. Dat heeft zij niet gedaan. Desgevraagd ter zitting heeft PHV zich slechts beroepen op de tekst van het boetebeding. Dat is onvoldoende. 4.
- Nu [eiser 1] c.s., gelet op het overwogene in 4.13, in gebreke zijn met de betaling van NAf 290.742,54, zijn zij met ingang van 3 maart 2017 een boete verschuldigd van (0,5% hiervan is) NAf 1.453,71 per dag. Tot betaling hiervan zullen [eiser 1] c.s. worden veroordeeld. 4.
- [ eiser 1] c.s. zullen worden veroordeeld in de proceskosten van PHV. 5De beslissing Het gerecht: in conventie 5.
- wijst de vorderingen af; 5.
- veroordeelt [eiser 1] c.s. in de proceskosten van gedaagde, begroot op NAf 12.000; 5.
- verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad; in reconventie 5.
- veroordeelt [eiser 1] c.s. tot betaling aan PHV van NAf 290.742,54, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van 20 juli 2016 tot aan de dag van voldoening; 5.
- veroordeelt [eiser 1] c.s. tot betaling aan PHV van NAf 1.723.827, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van 1 maart 2017 tot aan de dag van voldoening; 5.
- veroordeelt [eiser 1] c.s. tot betaling aan PHV van NAf 1.453,71 per dag met ingang van 3 maart 2017; 5.
- veroordeelt [eiser 1] c.s. in de proceskosten van PHV, begroot op NAf 6.000; 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.
- wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 2 maart 2020.