Uitspraak van 17 maart 2020 BBZ nr. CUR201903207 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken van: [Belanghebbende], wonende te Curaçao, belanghebbende, gericht tegen: DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao, de Inspecteur. 1PROCESVERLOOP 1.1 Aan belanghebbende is met dagtekening 21 november 2018 een aanslag in de onroerendezaakbelasting over het jaar 2014 opgelegd van NAf 6.100. 1.2 Belanghebbende heeft op 3 december 2018 bezwaar gemaakt tegen de aanslag. 1.3 Belanghebbende heeft op 6 september 2019 beroep ingesteld tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar. Belanghebbende heeft daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van NAf 50. 1.4 De Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar van 30 december 2019 de aanslag verminderd tot NAf 3.275. 1.5 Belanghebbende heeft bij e-mailbericht van 10 januari 2020 het beroep ingetrokken. Tegelijk met deze intrekking is verzocht om een vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht. 1.6 De griffier heeft op 10 januari 2020 de Inspecteur in de gelegenheid gesteld om binnen twee maanden te reageren op het verzoek van belanghebbende om vergoeding van het griffierecht. De Inspecteur heeft niet gereageerd. 2OVERWEGINGEN 2.1 Ingevolge artikel 7a, letter d, Landsverordening beroep in belastingzaken (hierna: LBB) kan het Gerecht, totdat partijen zijn uitgenodigd voor de behandeling van de zaak, onmiddellijk uitspraak doen indien het beroep kennelijk gegrond is. Het Gerecht ziet in dit geval daartoe aanleiding. Reële uitspraak hangende beroep 2.2 Hangende de beroepsprocedure tegen het niet-tijdig beslissen heeft de inspecteur op 30 december 2019 alsnog een reële uitspraak op bezwaar gedaan. Het door belanghebbende ingestelde beroep wordt ook geacht te zijn gericht tegen de reële uitspraak op bezwaar (vgl. GEA Curaçao 17 april 2018, ECLI:NL:OGEAC:2018:57) Daarvan uitgaande is ook de reële uitspraak van 30 december 2019 onderwerp van de beroepsprocedure. Intrekking met verzoek proceskosten 2.3 Belanghebbende heeft het beroep tegen het niet tijdig beslissen ingetrokken omdat de Inspecteur alsnog een reële beslissing op het bezwaar heeft genomen. Belanghebbende heeft het beroep tegen de reële uitspraak op bezwaar van 30 december 2019 ingetrokken omdat de Inspecteur in deze beslissing deels is tegemoetgekomen aan de inhoudelijke bezwaren van belanghebbende. Tegelijk met de intrekking heeft belanghebbende op de voet van artikel 15, lid 3 LBB verzocht om vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Kosten bezwaarfase 2.4 Het Gerecht stelt voorop dat een verzoek om vergoeding van proceskosten volgens artikel 15, lid 1 en artikel 15, lid 3 LBB zowel betrekking kan hebben op de bezwaar- als beroepsfase. Om vergoeding van de in de bezwaarfase gemaakte kosten hoeft niet uitdrukkelijk te worden gevraagd. Uit de omstandigheid dat belanghebbende in bezwaar, bij het instellen van beroep en bij het intrekken van dat beroep telkens heeft verzocht om vergoeding van de proceskosten, kan worden afgeleid dat het verzoek om een proceskostenvergoeding mede betrekking heeft op de in bezwaar gemaakte kosten (vgl. HR 1 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:144). 2.5 Ingevolge artikel 32a, lid 1 van de Algemene landsverordening Landsbelastingen (ALL) worden, op verzoek van de belastingplichtige, de kosten die de belastingplichtige in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, vergoed voor zover de aanslag door ernstige onzorgvuldigheid in strijd met het recht is opgelegd. Het verzoek moet worden gedaan voordat de Inspecteur op het bezwaar heeft beslist. De regels over de (hoogte van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.