Uitspraak van 29 november 2021 BBZ nrs. CUR202000974 en CUR202000975 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO UITSPRAAK Na vereenvoudigde behandeling in de zin van artikel 7a van de Landsverordening op het beroep in Belastingzaken van het verzoek om vergoeding van proceskosten in het geding tussen: [Belanghebbende], gevestigd te Curaçao, belanghebbende, gericht tegen: DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao, de Inspecteur. 1PROCESVERLOOP 1.1 Aan belanghebbende is op 29 juni 2018 een naheffingsaanslag winstbelasting (hierna: WB) voor het jaar 2016 opgelegd van NAf 18.000. Tevens is er een verzuimboete van NAf 2.700 opgelegd. 1.2 Aan belanghebbende is op 26 juni 2019 een naheffingsaanslag WB voor het jaar 2017 opgelegd van NAf 18.000. Tevens is er een verzuimboete van NAf 2.700 opgelegd. 1.3 Belanghebbende heeft op 13 juli 2018 bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslag WB 2016 en op 29 juli 2019 tegen de naheffingsaanslag WB 2017. 1.4 Belanghebbende heeft op 6 april 2020 tegen het niet tijdig doen van uitspraken op bezwaar beroep ingesteld bij het Gerecht. Daarvoor is een bedrag aan griffierecht betaald van NAf 150. 1.5 De Inspecteur heeft toegezegd dat de naheffingsaanslagen en verzuimboetes zijn of worden vernietigd. 1.6 Partijen zijn op 15 juli 2021 uitgenodigd voor de zitting van 26 augustus 2021. 1.7 Belanghebbende heeft bij e-mailbericht van 26 augustus 2021 het beroep ingetrokken. Tegelijk met deze intrekking is verzocht om een vergoeding van de proceskosten. 1.8 De griffier heeft op 1 september 2021 de Inspecteur in de gelegenheid gesteld om binnen twee maanden te reageren op het verzoek van belanghebbende om vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De Inspecteur heeft niet gereageerd. 2OVERWEGINGEN 2.1 Belanghebbende heeft het beroep ingetrokken omdat de Inspecteur aan het bezwaar is tegemoetgekomen. Tegelijk met de intrekking heeft belanghebbende verzocht om vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht. 2.2 Ingevolge artikel 7a, letter d, Landsverordening op het beroep in belastingzaken (hierna: LBB) kan het Gerecht, totdat partijen zijn uitgenodigd voor de behandeling van de zaak, onmiddellijk uitspraak doen indien het beroep kennelijk gegrond is. Naar het oordeel van het Gerecht kan deze bepaling op overeenkomstige wijze worden toegepast op een bij intrekking van het beroep gedaan verzoek om vergoeding van proceskosten en/of griffierecht. Het Gerecht ziet in dit geval daartoe aanleiding. 2.3 In artikel 15, lid 3, LBB is bepaald dat in geval van intrekking van het beroep, omdat de Inspecteur geheel of gedeeltelijk aan de belanghebbende is tegemoetgekomen, de Inspecteur op verzoek van de belanghebbende bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 15, lid 1, LBB in de kosten kan worden veroordeeld. Dit betreft de proceskosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar en beroep redelijkerwijs heeft moeten maken (vgl. GEA Curaçao 17 maart 2020, ECLI:NL:OGEAC:2020:53). Kosten bezwaarfase 2.4 Ingevolge artikel 32a, lid 1 van de Algemene landsverordening Landsbelastingen (ALL) worden, op verzoek van de belastingplichtige, de kosten die de belastingplichtige in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, vergoed voor zover de belastingaanslag of de voor bezwaar vatbare beschikking door ernstige onzorgvuldigheid in strijd met het recht is opgelegd. Het verzoek moet worden gedaan voordat de Inspecteur op het bezwaar heeft beslist. De regels over de (hoogte van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.