GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO zaaknummer: CUR202003622 Bevelschrift ex art. 485 Rv van 14 december 2021 inzake de opbrengst van de scheepsveiling van de RCGS RESOLUTE welke veiling geschiedde ten laste van: de rechtspersoon naar het recht van de Bahamas BUNNYS ADVENTURE AND CRUISE SHIPPING COMPANY LIMITED (‘hierna: Bunnys), gevestigd te Nassau, Bahamas, gemachtigde: mr. W. Princée. en ten verzoeke van: de rechtspersoon naar het recht van de Bahamas ARCTICA ADVENTURE AND CRUISE SHIPPING LIMITED (hierna: ‘Arctica’), gevestigd te Nassau, Bahamas, gemachtigde: mr. E.M. Pennings, met als belanghebbende: DE BOLIVARIAANSE REPUBLIEK VENEZUELA (hierna: ‘Venezuela’), gezeteld te Caracas, Venezuela, gemachtigde: mr. R. Gonet. 1Procesverloop Het procesverloop blijkt uit: - het proces-verbaal houdende de staat van verdeling van 7 oktober 2020; - de beschikking tot renvooi van 17 november 2020, ECLI:NL:OGEAC:2020:274; - de akte van Arctica van 25 augustus 2021, met bijgevoegd het vonnis van dit gerecht van 23 augustus 2021, CUR202005070 [ECLI:NL:OGEAC:2021:233]; - de griffiersverklaring van non-appel van 29 november 2021, waarin wordt verklaard dat geen appel is ingesteld tegen het vonnis van 23 augustus
- 2Overwegingen 2.
- Bij inmiddels in kracht van gewijsde gegaan vonnis van 23 augustus 2021 is in de renvooiprocedure tussen Arctica en Venezuela onder meer het volgende overwogen en beslist: “4.
- Samenvattend wordt geoordeeld dat niet is gebleken van een opzet tussen Arctica en Bunnys met het doel om Venezuela ongerechtvaardigd te benadelen. Er bestaat evenmin aanleiding om te veronderstellen dat de mortgage (het recht van hypotheek) niet rechtsgeldig is gevestigd. De mortgage naar het recht van de Bahamas is wat betreft functie en strekking gelijkwaardig aan het Curaçaose recht van hypotheek. De vordering van Arctica heeft daardoor voorrang boven de vordering van Venezuela. De vordering van Arctica wordt daarom toegewezen. (…) (…) De beslissing Het Gerecht: 1.
- erkent de vordering en de rang van de hypothecaire vordering van Arctica met voorrang tot een bedrag van EUR 6.887.645,88; (…) ” 2.
- Gelet op deze in kracht van gewijsde gegane uitspraak en gelet op het bepaalde in artikel 8:204 BW, gaat de vordering van Arctica op Bunnys in rang voor op de door Venezuela gestelde vordering op Bunnys. De uitkomst van de procedure (CUR202001378) tussen onder meer Venezuela, Bunnys en Arctica over die laatste vordering behoeft dan ook niet te worden afgewacht: de veilingopbrengst gaat ongeacht de uitkomst van die procedure geheel naar Arctica, in mindering op haar vordering op Bunnys van EUR 6.887.645,
- 2.
- De veilingopbrengst van USD 634.796,23 is gestort onder het Gemeenschappelijk Hof van Justitie. Bij de beschikking van 17 november 2020 is de griffier bevolen een bedrag van USD 34.287,23 aan Arctica over te maken terzake executiekosten (artikel 8:210 lid 1 BW). Thans komt Arctica ook het restant toe. Dienovereenkomstig zal worden beslist. 3Beslissing De rechter-commissaris: 3.
- sluit het proces-verbaal van verdeling; 3.
- gelast de griffier als houder van de veilingopbrengst van de ‘RCGS RESOLUTE’ om al hetgeen resteert van die veilingopbrengst, vermeerderd met eventuele bijgeschreven rente en verminderd met eventuele (bank)kosten, over te boeken op de rekening van Stichting Derdengelden EMP bij MCB, rekeningnummer 32805501, SWIFT MCBKCWCU; 3.
- verklaart dit bevelschrift uitvoerbaar bij voorraad. Dit bevelschrift is gegeven door mr. P.E. de Kort, rechter-commissaris, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 14 december 2021.