GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Zaaknummer: CUR201904507 Vonnis d.d. 10 mei 2021 inzake 1(... executeur testamentair ...), optredend in haar hoedanigheid van bewindvoerder over hetgeen uit de nalatenschap van (... erflater ...) is verkregen door de minderjarigen: a. (... dochter 3 ...), b. (... dochter 4 ...), en 2. (... zus TE ...) , optredend in haar hoedanigheid van plaatsvervangend bewindvoerder, eiseressen in conventie, verweersters in reconventie, en 3. (... dochter 2 ...), gevoegde partij, allen wonende in Curaçao, gemachtigde: mr. L.L.A. Davelaar-Franklin, tegen (... DE WEDUWE ...) , gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, wonende in Curaçao, gemachtigde: mr. N.V.R. Doekhie. Partijen worden hierna ook aangeduid als (... TE ...) c.s. en (... weduwe ...) . 1Het procesverloop 1.1. (... TE ...) en (... zus TE ...) hebben op 4 december 2019 een inleidend verzoekschrift met producties ter griffie ingediend. (... weduwe ...) heeft op 18 mei 2020 een conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met producties genomen. 1.2. De mondelinge behandeling heeft op 14 juli 2020 plaatsgevonden. (... TE ...) en (... zus TE ...) waren daarbij in persoon aanwezig, tezamen met hun gemachtigde. (... weduwe ...) was eveneens in persoon aanwezig, tezamen met haar gemachtigde. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben (de gemachtigden van) partijen hun wederzijdse standpunten nader uiteengezet, mede aan de hand van door hen overgelegde pleitaantekeningen. De gemachtigde van (... TE ...) en (... zus TE ...) heeft een op voorhand aangekondigde akte vermeerdering van eis met producties genomen. 1.3. Op 2 november 2020 is namens (... TE ...) en (... zus TE ...) een akte uitlating genomen, met bijgevoegd een e-mailbericht waarin (... dochter 2 ...) mr. Davelaar-Franklin machtigt ook haar te vertegenwoordigen. 1.4. Op 18 januari 2021 heeft mr. Doekhie een akte uitlating tevens eiswijziging genomen. Mr. Davelaar-Franklin heeft daarop bij akte uitlating van 1 maart 2021 gereageerd. 1.5. Vonnis is nader bepaald op heden. 2De feiten 2.1. De volgende feiten zullen in dit geding als tussen partijen vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten blijken uit overgelegde stukken en/of volgen uit stellingen van partijen voor zover deze door de ene partij zijn aangevoerd en door de andere partij zijn erkend of niet dan wel onvoldoende gemotiveerd zijn betwist. a. (... erflater ...) (geboren op ….., hierna: ‘de erflater’), is op 12 december 2016 in Curaçao overleden. De erflater heeft (... zoon ...) (geboren …., hierna: ‘(… zoon …’) als zijn zoon erkend. De erflater is op 31 juli 1992 in gemeenschap van goederen gehuwd met (... eerste echtgenote ...), hierna ‘(... eerste echtgenote ...)’. Uit dit huwelijk zijn twee kinderen geboren, te weten (... dochter 1 ...) (geboren …, hierna ‘(... dochter 1 ...) ’) en (... dochter 2 ...) (geboren …., hierna: (... dochter 2 ...) ). Het huwelijk is op 29 december 2010 door echtscheiding ontbonden. Verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap heeft niet plaatsgevonden. Tot de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap behoort de onroerende zaak aan de Kaya M 514. Op 4 november 2011 is erflater in gemeenschap van goederen gehuwd met (... weduwe ...) . Uit dit huwelijk zijn ook twee kinderen geboren, te weten (... dochter 3 ...) (geboren 19 mei 2012, hierna ‘(… dochter 3 …)’ en (... dochter 4 ...) (geboren 3 april 2014, hierna: ‘(… dochter 4 …)’). Het huwelijk is op 12 december 2016 door het overlijden van erflater ontbonden. De erflater heeft bij uiterste wil over zijn nalatenschap beschikt. Bij zijn testament van 8 december 2016 heeft hij aan (... weduwe ...) een vijftal auto’s gelegateerd, en aan zijn drie oudste kinderen (… zoon …), (... dochter 1 ...) en (... dochter 2 ...) ieder de waarde van een van die vijf auto’s. Aan laatstgenoemden legateerde de erflater tevens “tezamen en voor gelijke delen, mijn één/vierde (1/4e) onverdeeld aandeel in het registergoed plaatselijk bekend als Kaya M nummer 514”. Onder last van die legaten heeft de erflater tot zijn enige erfgenamen benoemd: 1. zijn dochter (... dochter 2 ...) voor 11% van zijn nalatenschap; 2. zijn dochter (… dochter 3 …) voor 43% van zijn nalatenschap; 3. zijn dochter (… dochter 4 …) voor 46% van zijn nalatenschap. Bij het testament heeft erflater verder bepaald dat hetgeen (... dochters 3 en 4 ...) uit de nalatenschap verkrijgen onder bewind zal worden gesteld totdat zij de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt. Hij heeft zijn zus (... TE ...) , en bij haar overlijden, belet of ontstentenis zijn zus (... zus TE ...), tot bewindvoerder aangewezen. (... TE ...) heeft deze benoeming aanvaard. Erflater heeft zijn zus (... TE ...), en bij haar overlijden, belet of ontstentenis zijn zus (... zus TE ...) , benoemd tot executeur afwikkelingsbewindvoerder met het recht van bezit van zijn nalatenschap gedurende de afwikkeling daarvan. 3Het geschil 3.1. (... TE ...) c.s. vorderen na eiswijziging, naar het Gerecht begrijpt, dat het Gerecht zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. de verdeling van de nalatenschap van de erflater vaststelt conform de boedelbeschrijving van 28 november 2019; II. voor recht verklaart dat de Fiscaal Pensioenpolis Ouderdomspensioen ad NAf. 104.700,55 bij Fatum aan de erfgenamen toekomt; III. voor recht verklaart dat het saldo van de verzekering van MRI Risk Insurance aan de erfgenamen toekomt; IV. afspraken vastlegt ten aanzien van het mede-verzorgen en mede-opvoeden van de minderjarigen (... dochters 3 en 4 ...) . 3.2. (... weduwe ...) vordert, naar het Gerecht begrijpt, (ook na akte van eiswijziging) dat het Gerecht, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. bepaalt dat (... TE ...) en (... zus TE ...) en/of de erfgenamen aan voor de begrafeniskosten zijnde het bedrag van NAf 13.305,30,-- voldoen. II. het verzoek om kosteloos te procederen honoreert. 3.3. Partijen hebben gemotiveerd verweer gevoerd tegen elkaars vorderingen. Op hun stellingen en verweren zal hierna, voor zover voor de beoordeling van belang, worden ingegaan. 4De beoordeling de vorderingen met betrekking tot de verdeling 4.1. Volgens (... TE ...) c.s. is met (... weduwe ...) al eerder overeenstemming bereikt over de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap van de erflater en (... weduwe ...) en van de nalatenschap van de erflater. Daarin kunnen zij niet worden gevolgd. In de eerste plaats is gesteld noch gebleken dat bij de gestelde afspraken alle deelgenoten betrokken waren. Een verdeling waaraan niet alle deelgenoten hebben deelgenomen is nietig (artikel 3:195 BW). Bovendien is van een aantal in dit geding aan de orde gestelde aspecten van de gemeenschappen niet gebleken dat die in de eerdere gedachtewisseling zijn betrokken, zodat daarvan sowieso geldt dat ingevolge artikel 3:179 lid 2 een nadere verdeling gevorderd kan worden. Ten slotte zijn geen voldoende concrete voor bewijs vatbare stellingen aangevoerd die, indien bewezen, zouden kunnen leiden tot het oordeel dat de gemeenschappen op grond van bindende afspraken tussen de deelgenoten moeten worden afgewikkeld conform de boedelbeschrijving van 28 november 2019. 4.2. Uit de vorderingen en stellingen van partijen volgt dat zij (subsidiair) wensen dat het Gerecht de verdeling zelf vaststelt als bedoeld in artikel 3:185 lid 1 BW. De verdere beoordeling zal daarop zijn gericht. 4.3. Zoals hierna zal blijken, zal een comparitie van partijen worden gelast. Daaraan voorafgaand zullen partijen gelijktijdig een akte kunnen nemen. de partijen in dit geding 4.4. Aanvankelijk leken alleen (... TE ...) en (... zus TE ...) en (... weduwe ...) partij in dit geding. Zij zijn echter geen van allen gerechtigd in de nalatenschap van de erflater. Krachtens het testament zijn de erfgenamen (... dochter 2 ...), (... dochters 3 en 4 ...). Zij zijn de (enige) deelgenoten in de nalatenschap van de erflater. 4.5. Gelet op de tot verdeling van de nalatenschap strekkende vorderingen, gelet op de hiervoor genoemde regel van artikel 3:195 BW, gelet op de door (... dochter 2 ...) aan mr. Davelaar-Franklin gegeven machtiging, heeft het Gerecht gemeend als partijen in dit geding te moeten aanmerken de in de kop van dit vonnis opgenomen personen. de positie van mevrouw (... eerste echtgenote ...) 4.6. De erflater was eerder gehuwd met (... eerste echtgenote ...). In het dossier bevinden zich e-mails van de advocaat van (... eerste echtgenote ...), mr. Palm-Meyer, waaruit blijkt dat (... eerste echtgenote ...) het voornemen had zich in dit geding te voegen of daarin tussen te komen. Een dergelijk verzoek is niet gedaan. (... eerste echtgenote ...) is dan ook geen partij in dit geding. 4.7. Door partijen is niet verzocht (... eerste echtgenote ...) op de voet van artikel 680 lid 5 Rv als derde in het geding te betrekken. 4.8. In deze zaak zal tot uitgangspunt worden genomen dat de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap van de erflater en (... eerste echtgenote ...) is afgewikkeld conform het door (... TE ...) c.s. overgelegde echtscheidingsconvenant en dat de erflater en (... eerste echtgenote ...), zoals volgt uit dat convenant, alleen hun voormalige echtelijke woning Kaya M 514 onverdeeld hebben gelaten. Van belang daarbij is dat de partijen in dit geding het eens zijn over de vraag waaruit het (resterende) aandeel van de erflater in diens ontbonden huwelijksgoederengemeenschap met (... eerste echtgenote ...) bestond: het halve onverdeeld aandeel in de onroerende zaak Kaya M 514, aan welke helft volgens hen een waarde van (NAf 95.000 : 2 =) NAf 47.500 moet worden toegekend. Dit zal tot uitgangspunt worden genomen bij de verdelingen tussen de partijen in dit geding (de verdelingen van de nalatenschap van de erflater en diens huwelijksboedel met (... weduwe ...)). Partijen moeten er echter wel rekening mee houden dat (... eerste echtgenote ...) - die naar het Gerecht begrijpt sinds de echtscheiding in 2010 in het huis is blijven wonen - niet aan hun uitgangspunten is gebonden en zich op het standpunt kan stellen dat haar (resterende) gemeenschap met (de rechtsopvolgers van) de erflater op een andere wijze verdeeld moet worden. de huwelijksgoederengemeenschap van de erflater en (... weduwe ...) 4.9. De partijen in dit geding zijn het er zoals gezegd over eens dat de tot de huwelijksgoederengemeenschap van de erflater met (... weduwe ...) behoorde erflaters aandeel in de (resterende) ontbonden huwelijksgoederengemeenschap met (... eerste echtgenote ...), dat wil zeggen zijn aandeel (de helft) van Kaya M 514. 4.10. De huwelijksboedel van de erflater en (... weduwe ...) bestaat volgens partijen uit het volgende. Het Gerecht zal daarbij steeds een voorlopig oordeel vermelden. Partijen kunnen daarop in de door hen nog te nemen aktes desgewenst reageren. Bedragen worden naar beneden afgerond op hele guldens. ontbonden huwelijksgoederengemeenschap van de erflater + (... weduwe ...) volgens: bestanddeel: waarde volgens (... TE ...) c.s. waarde volgens (... weduwe ...) voorlopig oordeel Gerecht voorlopig toe te kennen waarde beide partijen het onverdeelde ½ aandeel van de erflater in Kaya M 47.500 47.500 Met inachtneming van overweging 4.8 kan van dit boedelbestanddeel tegen dit bedrag worden uitgegaan 47.500 (... TE ...) c.s. het huis in Barranquilla, Colombia 35.634 35.634 Uit de notariële akte blijkt dat (... weduwe ...) dit huis heeft gekocht. Gelet daarop en gelet op de betwisting door (... TE ...) c.s. heeft (... weduwe ...) onvoldoende gesteld en onderbouwd dat zij dit huis uit een erfenis heeft verkregen (waardoor het buiten de huwelijksgoederengemeenschap zou blijven) en dat haar broer medegerechtigd zou zijn terzake dit huis. 35.634 beide partijen Timeshare ? ? Over het hoe, wat en waar van een timeshare zeggen beide partijen in het duister te tasten. Niet aannemelijk is geworden dat dit een (nog) tot de boedel behorend bestanddeel is. De timeshare zal dan ook niet in de verdeling worden betrokken. N.v.t. beide partijen Inboedel laatste echtelijke woning Kaya V 6.800 2.800 Taxatierapporten ontbreken. De door partijen genoemde waardes zijn nauwelijks onderbouwd. Van praktisch belang lijkt de waarde niet: beide partijen gaan er stilzwijgend van uit dat de inboedel bij (... weduwe ...) (die voor helft gerechtigd
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.