GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Zaaknummer: CUR202200338 Beschikking van 19 april 2022 in de zaak van: [VERZOEKER], wonende in Curaçao, verzoeker, hierna: de man, gemachtigde: mr. S.S.J. Vierbergen, tegen [VERWEERSTER], wonende in Curaçao, verweerster, hierna: de vrouw, gemachtigde: mr. S.C. Larmonie. 1Het procesverloop 1.
- Namens de man is o[p 1 maart 2022 een verzoekschrift met stukken ingediend. 1.
- De mondelinge behandeling is gehouden op 29 maart
- Verschenen zijn de man, bijgestaan door mr. E. Kleist occuperende voor zijn gemachtigde voornoemd, en de vrouw, bijgestaan door haar gemachtigde voornoemd. De neef van de man en de zoon van de vrouw waren ook aanwezig en hebben een en ander toegelicht. Nadat zij op verzoek van de rechter de zaal hebben verlaten is de behandeling met uitsluitend partijen en hun gemachtigden voortgezet. 1.
- Bij e-mailbericht van 4 april 2022 heeft mr. Vierbergen de rechter en wederpartij bericht, zoals door de rechter ter zitting aan mr. Kleist verzocht, over de totstandkoming van het verzoek. 1.
- De beschikking is bepaald op vandaag. 2De vaststaande feiten Partijen zijn op […] 1980 in Curaçao binnen gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd. Uit dit huwelijk zijn geen kinderen geboren. De man is geboren in 1944, de vrouw in
- 3Het verzoek en de beoordeling 3.
- Het verzoek van de man strekt tot het uitspreken van de echtscheiding de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap, met benoeming van een notaris. De man heeft daartoe in zijn verzoekschrift gesteld dat het huwelijk tussen partijen duurzaam is ontwricht. De man heeft ter onderbouwing van zijn stelling dat het huwelijk duurzaam ontwricht is in het bijzonder aangevoerd dat partijen niet meer samenwonen. 3.
- De vrouw betwist niet dat partijen niet meer samenwonen, maar heeft aangevoerd de man na een val in februari van dit jaar hulpbehoevend is geworden en daardoor nu in een verpleeghuis verblijft. De vrouw heeft gesteld dat in de veertig jaren huwelijk nooit over scheiding is gesproken. Zij stelt dat de man door familieleden wordt aangezet tot het echtscheidingsverzoek, en dat men uit is op het aandeel van de man in de huwelijksgoederengemeenschap. Volgens de vrouw beseft de man zelf niet waarmee hij bezig is. 3.
- De man kon desgevraagd ter zitting de gang van zaken rond zijn vertrek uit de woning niet uitleggen. Evenmin heeft hij duidelijk kunnen maken welke problemen tussen hem en de vrouw zouden zijn gerezen. Bovendien was hij ter zitting niet in staat te zeggen hoe het echtscheidingsverzoek tot stand is gekomen, anders dan dat een mannelijke advocaat (niet mr. Kleist) bij hem thuis was geweest. 3.
- Artikel 1:151 BW bepaalt dat het huwelijk op verzoek van één van de echtgenoten wordt uitgesproken, indien het huwelijk duurzaam is ontwricht. Gelet op het verhandelde ter zitting en gelet op het oordeel van de vrouw dat van ontwrichting geen sprake is, is voor het gerecht niet voldoende aannemelijk geworden dat er sprake is van duurzame ontwrichting. Het is niet voldoende vast komen te staan dat de samenwoning van partijen anders dat door de opname van de man in het verpleeghuis is verbroken, en evenmin dat de man (ook thans nog) van mening is dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. Het verzoek van de man zal dan ook worden afgewezen. 3.
- De proceskosten zullen worden gecompenseerd. Aan de man en aan de vrouw zal toestemming worden verleend om kosteloos te procederen, omdat uit de overgelegde bewijzen van onvermogen genoegzaam blijkt van hun onvermogen. 4De beslissing Het gerecht: 4.
- verleent de man en de vrouw toestemming om kosteloos te procederen; 4.
- wijst af het verzoek; 4.
- compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Deze beschikking is gegeven door mr. P.E. de Kort, rechter, en op 19 april 2022 in het openbaar uitgesproken, in aanwezigheid van de griffier. ami