ECLI:NL:OGEAC:2022:173
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO zaaknummer: CUR202201015 Beschikking van 30 juni 2022 op het verzoek van: [verzoekster], wonende in Nederland, verzoekster, hierna: de dochter, gemachtigde: mr. V.S. La Fleur, tegen [verweerder sub 1], en [verweerster sub 2], beiden wonende in Curaçao,verweerders, hierna: de vader respectievelijk de echtgenote, gemachtigden: mrs. C. Van der Slikke en D. Doornbos, De procedure 1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoekschrift met producties, op 8 maart 2022 ingediend; het verweerschrift met een zelfstandig verzoek, op 25 mei 2022 ingediend; de akte wijziging verzoek namens de verzoekster, ingediend op 2 juni 2022; de mondelinge behandeling op 2 juni 2022, waarbij zijn verschenen de verzoekster bij gemachtigde, de man en de vrouw, bijgestaan door mr. Doornbos en mr. Van der Slikke, en waarbij namens de verzoekster een pleitnotitie is overgelegd.
De feiten 3. De dochter is het enige kind van de vader.
De verzoeken 5. Aanvankelijk verzocht de dochter het tussen de vader en de echtgenote gesloten huwelijk nietig te verklaren en te bepalen dat de nietigverklaring terug zal werken tot op het tijdstip van de huwelijksvoltrekking. Zij voerde in dat verband aan dat de vader bij het sluiten van het huwelijk niet wilsbekwaam was en dus niet in staat was de gevolgen van het sluiten van het huwelijk te overzien.
De beoordeling 9. Gelet op het voorwaardelijk karakter van het verzoek van de dochter zal het gerecht eerst het verzoek van de vader en de echtgenote beoordelen.
Het verzoek van de vader en de echtgenote valt niet binnen dit kader. In de eerste plaats niet omdat er geen sprake is van een rechtsverhouding in geschil. Zo wenste de dochter haar verzoek al in te trekken. Ter zitting is namens de vader en de echtgenote aangevoerd dat het tegenverzoek een uitgebreidere strekking heeft, en zich ook tegen derden (bijvoorbeeld de tante) richt. Die derden zijn echter niet in de procedure betrokken, waardoor er ook in zoverre geen sprake is van een rechtsverhouding in geschil.
In de tweede plaats kan terzake geen verklaring voor recht worden gegeven omdat er geen wetsbepaling is op grond waarvan de rechter de rechtsgeldigheid van een huwelijk kan (en mag) vaststellen. Zo’n verklaring zou ook in strijd zijn met het systeem van de wet (afdeling 1:5 BW), dat immers uitgaat van rechtsgeldigheid van het huwelijk totdat het nietig is verklaard.
Uit het voorgaande volgt dat de vader en de echtgenote niet-ontvankelijk in hun verzoek zijn.
12.Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal het gerecht de proceskosten compenseren.
De beslissing Het gerecht: a. verklaart de vader en de echtgenote niet-ontvankelijk in hun verzoek, compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. F.J.F. Gerard, rechter, en op 30 juni 2022 in het openbaar uitgesproken, in aanwezigheid van de griffier.
Hoge Raad 31 maart 2000, NJ 2000,497ECLI:NL:PHR:2000:AA5319 Afdeling 1:5 BW kent verscheidene gronden voor nietigverklaring, te weten in: art. 1:69 lid 1 BW (ontbreken vereisten om samen een huwelijk aan te gaan), art. 1:70 lid 1 BW (onbevoegde ambtenaar burgerlijke stand; onvoldoende getuigen), art. 1:71 lid 1 BW (sluiting huwelijk onder invloed van onrechtmatige bedreiging), art. 1:171 lid 2 BW (dwaling in de persoon of omtrent betekenis verklaring), art. 1:71a BW (schijnhuwelijk ten behoeve van toelating tot Curacao), en art. 1:75 lid 1 BW (ontbreken vereiste toestemming derde). waarop bovendien in de desbetreffende artikelen weer uitzonderingen zijn opgenomen, en waarbij de kring van personen die om nietigverklaring kunnen verzoeken, per bepaling verschilt.