GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Afdeling Civiel Zaaknummer: CUR202200978 Vonnis van 27 juni 2022 inzake [EISER], wonend in Curaçao, eiser, in persoon, tegen de nevenvestiging met hoofdvestiging buiten Curaçao SAGICOR LIFE INC., gevestigd in Curaçao, gedaagde, gemachtigde: mr. M.R. Hammoud. Partijen zullen hierna [eiser] en Sagicor worden genoemd. 1Het procesverloop 1.
- Het procesverloop blijkt uit: - het inleidend verzoekschrift met producties, ingediend op 3 maart 2022; - de conclusie van antwoord met producties, ingediend op 6 juni 2022; 1.
- Vonnis is bepaald op heden. 2Het geschil 3.1 [ eiser] vordert: “
- Dat Sagicor de boven aangehaald aan [eiser] uitreikt
- het exacte bedrag onder 5 en 6 met de bijbehorende volle berekening bekend maakt
- Opname van 50% van het bedrag vermeld onder 5 met de wettelijke rente mogelijk wordt.
- Opname van het bedrag vermeld onder 6 met de wettelijke rente mogelijk wordt
- De gemaakte kosten van [eiser] wordt terug betaald inclusief kopie kosten
- Bij niet voldoening aan het bevel van de rechter een dwangsom wordt opgelegd”. 3.3 Sagicor voert gemotiveerd verweer en concludeert “tot niet-ontvankelijkheid dan wel tot afwijzing van de vorderingen van eiser met zijn veroordeling, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten en de nakosten en met de bepaling dat hij wettelijke rente over deze kosten verschuldigd zal zijn indien deze kosten niet binnen 15 dagen na het vonnis worden voldaan”. 4De beoordeling 4.1 [ Eiser] heeft bij zijn inleidend verzoekschrift een groot aantal producties in het geding gebracht (geletterd A tot en met R) en daarop zijn vorderingen gebaseerd. [eiser] heeft in zijn inleidend verzoekschrift geen (rechts)feiten gesteld en evenmin toegelicht in hoeverre die producties steun bieden aan zijn vorderingen. 4.2 Daarmee heeft [eiser] naar het voorlopig oordeel van het gerecht niet aan zijn stelplicht voldaan. Die stelplicht houdt in dat [eiser] – volledig en naar waarheid – stellingen en feiten dient aan te voeren ter onderbouwing van zijn vorderingen, dus met andere woorden stellingen en feiten waarop hij zijn vorderingen baseert. De enkele verwijzing naar producties is daartoe onvoldoende. 4.3 Het gerecht ziet aanleiding [eiser] in de gelegenheid te stellen alsnog aan zijn stelplicht te voldoen door zijn inleidend verzoekschrift bij akte aan te vullen. Dit is overeenkomstig het verzoek van Sagicor om [eiser] zijn verzoek te doen aanvullen. Tevens zal hij in die akte zijn vorderingen kunnen verduidelijken en/of zijn eis kunnen veranderen. In dit verband wijst het gerecht erop dat Sagicor de vorderingen van [eiser] in meerdere opzichten als onduidelijk kwalificeert. 4.
- [ Eiser] zal zijn akte kunnen indienen op de hierna te noemen roldatum. [Eiser] zal Dadelijk peremptoir met de aanduiding P1 worden gesteld, zodat alsdan in beginsel geen uitstel zal worden verleend. 4.5 Indien die akte voor Sagicor aanleiding vormt haar conclusie van antwoord aan te vullen, zal zij zulks kunnen doen bij antwoordakte. Deze zal zij alsdan kunnen indienen op de na te noemen datum van de comparitie van partijen. Sagicor wordt erop gewezen dat zij volgens artikel 12 van het procesreglement daarvan uiterlijk op de derde werkdag voor de dag van de zitting aan de rechter en [eiser] bericht dient te sturen, onder bijvoeging van die akte. (NB volgens de opgave van [eiser] is diens mailadres: pipel@live.com). 4.6 Het gerecht zal een comparitie van partijen bepalen op de hierna te noemen datum. 4.7 Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. 5De beslissing Het gerecht: verwijst de zaak naar de rolzitting van 22 augustus 2022 om 9.00 uur voor akte aan de zijde van [eiser] als bedoeld in r.ov. 4.3, peremptoir met P1; gelast een verschijning van partijen in persoon, desgewenst vergezeld van hun gemachtigden, voor het geven van inlichtingen en/of ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van donderdag 15 september 2022 om 10.30 uur in een nader aan te duiden zaal van het gerechtsgebouw aan de Emancipatie Boulevard Dominico F. Don Martina 18, Curaçao; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. O. Nijhuis, rechter, en op 27 juni 2022 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.