GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Zaaknummers: CUR202101807 en CUR202102226 Vonnis d.d. 4 juli 2022 in de gevoegde zaken inzake CUR202101807 de besloten vennootschap AUTOCITY B.V., gevestigd in Curaçao, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, gemachtigde: mr. T. Aardenburg, tegen 1de besloten vennootschapPRUDENTIAL SECURITIES B.V., gevestigd in Curaçao, gedaagde in conventie, niet verschenen, 2de naamloze vennootschapEXOR MANAGAMENT N.V., gevestigd in Curaçao, en 3. de naamloze vennootschap WORLD TRADE CENTER CURACAO N.V., gevestigd in Curaçao, gedaagden in conventie, eisers in reconventie, gemachtigde: mr. H.W. Braam, 4[GEDAAGDE IN CONVENTIE SUB 4], onbekende woon- en verblijfplaats, gedaagde in conventie, niet verschenen, en van inzake CUR202102226 de besloten vennootschap AUTOCITY B.V., gevestigd in Curaçao, eiseres in conventie, verweerster in voorwaardelijke reconventie, gemachtigde: mr. T. Aardenburg, tegen de besloten vennootschap CJAY'S CAR RENTAL CURAÇAO B.V., gevestigd in Curaçao, gedaagde in conventie, eiseres in voorwaardelijke reconventie, gemachtigde: mr. M.N. Meyer. Partijen worden hierna AutoCity, Prudential, Exor, WTC, [gedaagde in conventie sub 4] en CJay’s genoemd. Exor en WTC worden hierna tezamen WTC c.s. genoemd. Prudential en [gedaagde in conventie sub 4] worden hierna tezamen Prudential c.s. genoemd. 1Het procesverloop inzake CUR202101807 1.1. Het procesverloop blijkt uit: het inleidend verzoekschrift met producties, op 30 juni 2021 ter griffie ingediend, met daarin als gedaagde mede de naamloze vennootschap Economic Used Car Sales Parts & Rentals N.V. (hierna: Economic Auto Center), de conclusie van antwoord in conventie van WTC c.s., tevens houdende eis in reconventie, met producties, de nadere productie zijdens AutoCity. inzake CUR202102226 1.2. Het procesverloop blijkt uit: het inleidend verzoekschrift met producties, tevens houdende een incidenteel verzoek tot voeging ex artikel 127 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), op 13 augustus 2021 ter griffie ingediend, conclusie van antwoord in het incident, met productie, het vonnis van 14 februari 2022 waarin het gerecht de voeging van de zaak met de zaak met zaaknummer CUR202101807 heeft bevolen, de conclusie van antwoord in conventie, tevens houdende voorwaardelijke eis in reconventie, de producties zijdens CJay’s, de nadere productie zijdens AutoCity. in beide zaken 1.3. De mondelinge behandeling heeft op 9 juni 2022 plaatsgevonden. Namens AutoCity is haar directeur de heer [naam 1] verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. WTC c.s. zijn vertegenwoordigd door hun gemachtigde. CJay’s is verschenen bij haar directeuren de heer [naam 2] en mevrouw [naam 3], bijgestaan haar gemachtigde. Prudential c.s. zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Tegen hen is verstek verleend. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben de verschenen partijen hun standpunten (nader) uiteengezet, mr. H.W. Braam mede aan de hand van de door hem overgelegde pleitaantekeningen. voorts inzake CUR202101807 1.4. Na de mondelinge behandeling is van mr. T. Aardenburg bericht ontvangen dat de vordering tegen Economic Auto Center als ingetrokken moet worden beschouwd. 1.5. Vonnis is bepaald op heden. 2De feiten in beide zaken 2.1. AutoCity is een autoverkoop- en onderhoudsbedrijf en op Curaçao de officiële dealer van onder meer de merken Chevrolet, Honda en Isuzu. 2.2. WTC exploiteert het World Trade Center in Curaçao. Exor is een conferentie- en hotelmanagementbedrijf, gevestigd en actief in het World Trade Center. WTC c.s. hebben dezelfde bestuurder, te weten de heer [naam 4]. 2.3. Prudential is een autoverhuurbedrijf met [gedaagde in conventie sub 4] als haar bestuurder. [gedaagde in conventie sub 4] is tevens de bestuurder van de naamloze vennootschap BigFood N.V. (hierna: BigFood), die ruimtes van WTC heeft gehuurd. 2.4. CJay’s exploiteert een autoverhuurbedrijf met op dit moment twaalf auto’s. 2.5. Bij huurkoopovereenkomst van 12 november 2019 heeft AutoCity tien nieuwe auto’s van het merk Chevrolet, model Spark in huurkoop aan Prudential gegeven. Prudential heeft een aanbetaling van NAf 65.419,38 gedaan. In de overeenkomst is bepaald dat Prudential het resterende bedrag van NAf 196.248,12 binnen twaalf maandelijkse termijnen dient te voldoen en dat AutoCity de onbetwiste en onbeperkte eigenaar van het verkochte blijft totdat de overeengekomen huurkoopprijs in zijn geheel door Prudential is voldaan. 2.6. Bij huurkoopovereenkomsten van 15 januari 2020 heeft AutoCity drie nieuwe auto’s van de merken Chevrolet model Trax LT, Honda model Pilot en een Isuzu pick-up aan Prudential gegeven. Omdat Prudential niet de totale huurkoopprijs heeft voldaan, maar een aanbetaling heeft gedaan, is in deze overeenkomst hetzelfde eigendomsvoorbehoud opgenomen als in de huurkoopovereenkomst van 12 november 2019. Op 17 maart 2021 heeft AutoCity nog één auto van het merk Chevrolet model Trax Premier aan Prudential verkocht, met voorbehoud van haar eigendom. 2.7. Prudential heeft niet volledig aan haar betalingsverplichtingen onder voornoemde huurkoopovereenkomsten voldaan. 2.8. Op 22 juni 2020 heeft Prudential, ter voldoening van een huurschuld van NAf 198.000,00 van BigFood aan WTC, tenminste negen Chevrolets Spark die zij in huurkoop van AutoCity heeft verkregen, aan WTC overgedragen. WTC heeft deze auto’s, evenals de Isuzu pick-up, op naam van Exor gezet. 2.9. Exor heeft de Isuzu pick-up verkocht en geleverd aan Economic Auto Center. 2.10. Begin mei 2021 is een Chevrolet Spark (met kenteken 65-32A, hierna: de Auto), met schade die inmiddels was hersteld, te koop aangeboden bij de besloten vennootschap Momentum Car Rental B.V. (hierna: Momentum), een tweedehands-autohandelaar. 2.11. Op 6 mei 2021 heeft CJay’s, na bezichtiging van de Auto, de overeengekomen koopprijs van NAf 15.250,00 aan Momentum overgemaakt. Momentum heeft de Auto vervolgens namens Exor aan CJay’s verkocht en geleverd. 2.12. Op 16 juli 2021 heeft AutoCity, na een daartoe verkregen verlof van het gerecht, conservatoir beslag tot afgifte ten laste van CJay’s op de Auto gelegd. 2.13. Bij in kracht van gewijsde gegaan vonnis in kort geding van 12 augustus 2021 (hierna: het Vonnis) in de gevoegde zaken van WTC c.s. tegen AutoCity en van AutoCity tegen Prudential, WTC c.s. en Economic Auto Center is – voor zover relevant – Exor veroordeeld om de zes op 2 juni 2021 in beslag genomen Chevrolets Spark met toebehoren aan AutoCity af te geven en is het op 4 juni 2021 ten laste van Economic Auto Center gelegde beslag op de Isuzu pick-up opgeheven en AutoCity verboden daarop opnieuw beslag te leggen. 2.14. AutoCity heeft inmiddels elf van de veertien aan Prudential in huurkoop verkochte en geleverde auto’s gerevindiceerd en doorverkocht. 3Het geschil inzake CUR202101807 in conventie 3.1. Na vermindering van eis vordert AutoCity dat het gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, samengevat: I. de overeenkomsten waarbij auto’s aan WTC c.s. zijn overgedragen vernietigt, II. voor recht verklaart dat Prudential c.s. en WTC c.s. jegens AutoCity onrechtmatig hebben gehandeld en uit dien hoofde aansprakelijk zijn voor de door AutoCity geleden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, III. Prudential c.s. en WTC c.s. veroordeelt in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. in reconventie 3.2. WTC c.s. vorderen dat het gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis AutoCity veroordeelt tot betaling aan WTC c.s. van NAf 198.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente, met veroordeling van AutoCity in de proceskosten. inzake CUR202102226 in conventie 3.3. AutoCity vordert dat het gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, samengevat: I. CJay’s beveelt om de Auto met alle toebehoren aan AutoCity af te (doen) geven, op straffe van verbeurte van een dwangsom, II. voor recht verklaart dat CJay’s jegens AutoCity onrechtmatig heeft gehandeld en uit dien hoofde aansprakelijk is voor de door AutoCity geleden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, III. CJay’s veroordeelt in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. in voorwaardelijke reconventie 3.4. Voor zover CJay’s wordt bevolen de Auto aan AutoCity af te (doen) geven, vordert CJay’s dat het gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis AutoCity veroordeelt tot betaling aan CJay’s van NAf 15.220,00, met veroordeling van AutoCity in de proceskosten. in beide zaken 3.5. Prudential c.s. zijn niet verschenen. WTC c.s., CJay’s en AutoCity voeren gemotiveerd verweer. 3.6. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan. 4De beoordeling inzake CUR202101807 in conventie en in reconventie 4.1. Aan de door AutoCity gevorderde verklaring voor recht dat onder meer WTC c.s. onrechtmatig hebben gehandeld en uit dien hoofde aansprakelijk zijn voor de door haar geleden schade, legt zij ten grondslag dat WTC de auto’s in geding van een beschikkingsonbevoegde Prudential overgedragen heeft gekregen waarvan het WTC bekend was, althans had moeten zijn, dat zij gelet op de hoge huurschuld van BigFood aan WTC van NAf 329.165,01 in financiële problemen verkeerde. Prudential heeft deze auto’s bovendien overgedragen voor een huurschuld die BigFood aan WTC had en die WTC kennelijk niet op andere wijze door BigFood betaald kon krijgen. Prudential heeft door middel van een paulianeuze handeling getracht de auto’s aan de eigendom en het verhaal van AutoCity te onttrekken en WTC heeft daaraan meegewerkt. WTC had bedacht moeten zijn op de mogelijke beschikkingsonbevoegdheid van Prudential en had daar onderzoek naar moeten doen. Er was immers sprake van een hoogst ongebruikelijke en verdachte transactie op grond waarvan WTC geacht wordt alles behalve te goeder trouw te zijn geweest. Temeer daar WTC het World Trade Center exploiteert en niet actief is als verhuurder, ingebruikgever dan wel aan- of verkoper van auto’s. WTC was op haar beurt daarom niet bevoegd de auto’s aan Exor over te dragen. Exor is net als WTC in het World Trade Center gevestigd en heeft dezelfde bestuurder. Wetenschap van WTC kan daarmee aan Exor, die nooit actief is geweest in de autoverhuur of autoverkoop, worden toegerekend, aldus steeds AutoCity. 4.2. WTC c.s. voeren daartegen aan Prudential de huurschuld van BigFood aan WTC heeft betaald door de overdracht van negen auto’s met een totale waarde van NAf 198.000,00. WTC heeft Prudential toegezegd 60 dagen geen incassomaatregelen te zullen nemen voor het resterende huurschuld. De overdracht van de auto’s was dus niet om niet, maar ter aanzuivering van een substantiële huurschuld aan WTC. Dat het geen huurschuld was van Prudential, maar van BigFood, legt geen gewicht in de schaal nu zij met elkaar gelieerde bedrijven zijn en de huurschuld van BigFood meerdere keren door een ander met BigFood gelieerd bedrijf is betaald. Ook Prudential heeft in het verleden de huur ten behoeve van BigFood betaald. Dat BigFood of Prudential in financiële problemen verkeerde, was niet bij WTC bekend. Ook als dat anders zou zijn geweest, maakt dat niet dat WTC te kwader trouw was en wist, dan wel moest weten, met een beschikkingsonbevoegde Prudential te handelen. Het is daarbij niet relevant of de auto’s door WTC c.s. al dan niet werden gebruikt nu die wel een waarde vertegenwoordigden. De huurkoopovereenkomsten die Prudential met AutoCity kennelijk had gesloten, zijn nimmer door Prudential aan WTC getoond. Prudential heeft evenmin kenbaar gemaakt dat op de auto’s een eigendomsvoorbehoud rustte of dat zij de huurkooptermijnen niet volledig had betaald. Niet alleen stonden de auto’s op naam van Prudential, de auto’s waren ook op haar naam verzekerd. Aldus was WTC, maar ook de opvolgende verkrijger Exor, volgens WTC c.s. te goeder trouw. WTC c.s. hebben dan ook niet onrechtmatig gehandeld, dan wel geprofiteerd van een onrechtmatig handelen van Prudential. 4.3. Het gerecht merkt allereerst op dat WTC c.s. op de mondelinge behandeling van 9 juni 2022 slechts bij hun gemachtigde zijn verschenen, in weerwil van artikel 177 Rv en artikel 41 van het Procesreglement 2018. Ingevolge die bepalingen dient een partij in persoon of – bij rechtspersonen – vertegenwoordigd door een persoon die van de zaak op de hoogte is, ter comparitie te verschijnen. Door hun niet-verschijnen, heeft het gerecht geen nadere inlichtingen kunnen inwinnen over hun feitelijke stellingen en over hetgeen door AutoCity, die op de mondelinge behandeling van 9 juni 2022 wel door haar directeur was vertegenwoordigd, daartegenin is gebracht. Dit niet-verschijnen draagt bij aan het oordeel dat WTC c.s. hun feitelijke stellingen, voor zover door AutoCity betwist, onvoldoende hebben onderbouwd en de feitelijke stellingen van AutoCity onvoldoende gemotiveerd hebben weersproken, en leidt het gerecht voorts tot de gevolgtrekking dat voor (tegen)bewijslevering door WTC c.s. geen plaats is. 4.4. Het gerecht heeft in het Vonnis voorlopig het volgende geoordeeld, voor zover van belang: “ (…) 25. Exor beroept zich op de uitzondering in art. 3:86 lid 1 BW, op grond waarvan een overdracht ondanks die onbevoegdheid toch geldig is, indien de overdracht anders dan om niet geschiedt en de verkrijger te goeder trouw is. 26. Dit beroep wordt verworpen. In de eerste plaats omdat niet gebleken is dat de overdracht door Prudential aan WTC en vervolgens de overdracht door WTC aan Exor anders dan om niet is geschied. De tegenprestatie voor de overdracht door Prudential was alleen een vermindering van de huurschuld van BigFood (en de toezegging van WTC jegens BigFood om gedurende 60 dagen geen juridische maatregelen terzake de rest van de huurschuld te nemen). Gesteld noch gebleken is dat Prudential van WTC een wederprestatie heeft ontvangen of dat later WTC van Exor een wederprestatie heeft ontvangen. Er moet daarom van worden uitgegaan dat sprake was van overdrachten om niet. 27. In de tweede plaats heeft Exor niet aannemelijk gemaakt dat zij te goeder trouw heeft gehandeld, waarbij het gerecht aantekent dat hetgeen op dit punt voor Exor (als vierde-verkrijger) geldt, evenzeer voor WTC (als derde-verkrijger) geldt omdat Exor en WTC dezelfde bestuurder hebben. (…) 28. Exor heeft geen feiten en omstandigheden gesteld die een beroep op goede trouw kunnen dragen, en bovendien geen overtuigend verweer gevoerd tegen de door AutoCity genoemde omstandigheden die, zeker in onderling verband bezien, voor WTC/Exor reden hadden behoren te vormen voor het verrichten van (nader) onderzoek naar de beschikkingsbevoegdheid van Prudential, te weten (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.