ECLI:NL:OGEAC:2022:274
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Zaaknummer: CUR202201223 Vonnis d.d. 3 oktober 2022 inzake de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid naar Nederlands recht BERGSON BEHEER B.V., gevestigd te Rotterdam, Nederland, eiseres, gemachtigden: mrs. M.Th. Aanstoot en J. Eichhorn, tegen [GEDAAGDEN SUB 1 TOT EN MET 11], [wonend/gevestigd in Canada, Verenigde Staten, Nederland en Zwitserland], 12. De gezamenlijke andere houders van aandelen op naam in het kapitaal van HUNTER DOUGLAS N.V., van wie de naam niet bekend is en zonder bekende woon- of verblijfplaats in Curaçao of in het buitenland, gedaagden, geen van allen verschenen, behoudens gedaagde sub 11 […], bijgestaan door zijn gemachtigden mrs. M.Th. Aanstoot, J. Eichhorn en G. Maria.
1Het procesverloop 1.1.
Eiseres heeft op 25 maart 2022 een verzoekschrift ter griffie ingediend, strekkende tot uitkoop van de andere aandeelhouders in Hunter Douglas N.V. (hierna: Hunter Douglas), gevestigd in Willemstad, Curaçao, als bedoeld in artikel 2:250 van het Burgerlijk Wetboek (BW). [Gedaagde sub 11] heeft een ‘conclusie van antwoord/akte van referte’ genomen.
1.2.
De overige gedaagden, zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
1.3.
Vonnis is bepaald op heden.
2De beoordeling 2.1.
Artikel 2:250 BW bepaalt dat hij die voor eigen rekening aandelen houdt die ten minste 95% van het eigen vermogen van een naamloze vennootschap vertegenwoordigen, tegen de gezamenlijke andere aandeelhouders een vordering kan instellen tot overdracht van hun aandelen aan de eiser. In het geval van Hunter Douglas is dit percentage in artikel 12 van de statuten verlaagd tot 90%, hetgeen is toegestaan ingevolge artikel 2:250 lid 2 BW.
2.2.
Het gerecht acht op grond van de overgelegde bescheiden genoegzaam aangetoond dat eiseres op de dag van indiening van het verzoekschrift voor eigen rekening ten minste 90% van het geplaatste kapitaal in de vennootschap vertegenwoordigt.
2.3.
Ten aanzien van de door eiseres te betalen prijs voor de over te dragen aandelen geldt dat voor een aandeel dat ter beurze is genoteerd, die waarde in het economische verkeer in beginsel dient te worden gesteld op de prijs die op die beurs voor dat aandeel wordt betaald.
2.4.
Uit algemeen toegankelijke bronnen valt te kennen dat de prijs van een regulier aandeel in Hunter Douglas op de Nederlandse beurs Euronext en op de Duitse beurs Xetra Frankfurt in lijn is met het bedrag dat eiseres als prijs heeft voorgesteld.
2.5.
Ten aanzien van de door eiseres voorgestelde prijs voor de preferente aandelen, heeft eiseres voorts aangevoerd dat deze prijs billijk en aanvaardbaar is in de zin van artikel 2:250BW, daar deze prijs, samengevat, aansluit bij de laatste beurskoers van de preferente aandelen voor aankondiging van de transactie, de minderheidsaandeelhouders hiermee niet een lagere prijs ontvangen dan de prijs die de middellijk meerderheidsaandeelhouder voor dezelfde soort aandelen heeft betaald (namelijk €0,24 per aandeel), de prijs 79,17% hoger ligt dan de nominale waarde van de preferente aandelen en ook aanmerkelijk hoger is dan de waarde van het in de preferente aandelen belichaamde winstrecht.
2.6.
Het gerecht acht op grond van het voorgaande en de overgelegde bescheiden genoegzaam aangetoond dat de voorgestelde prijzen voor de reguliere en preferente aandelen billijk en aanvaardbaar zijn. Het gerecht betrekt daarin mede de omstandigheid dat de enige verschenen gedaagde, als houder van 16.667 reguliere aandelen, heeft verklaard geen bezwaar te hebben tegen de vordering van eiseres en de door eiseres voorgestelde prijs.
2.7.
De slotsom is dat de vordering van eiseres voor toewijzing vatbaar is op de wijze zoals hierna omschreven. Gelet op het bepaalde in artikel 2:250 lid 6 BW, laatste zin, zal een beslissing over de proceskosten achterwege worden gelaten.
3Beslissing Het gerecht:
Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 3 oktober 2022.