← Nederland

ECLI:NL:OGEAC:2022:284

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Afdeling Civiel Zaaknummer: CUR202201001 Vonnis van 17 oktober 2022 inzake 1[EISER sub 1],

  1. [EISERES sub 2],
  2. [EISER sub 3], allen woonplaats gekozen hebbende in Curaçao, eisers, gemachtigde: mr. A.I. Martis, tegen de naamloze vennootschap FATUM GENERAL INSURANCE N.V., gevestigd in Curaçao, gedaagde, vertegenwoordigd door: mr. R. Spinhoven. Partijen zullen hierna (in manlijk enkelvoud) [eisers] en Fatum worden genoemd. 1Het procesverloop 1.
  3. Voor het procesverloop wordt verwezen naar de volgende stukken: - het inleidend verzoekschrift met producties ingediend op 4 maart 2022; - de conclusie van antwoord met producties, ingediend op 5 mei 2022; - de comparitie van partijen, gehouden op 15 september 2022, waar zijn verschenen namens eiser sub 1 [eiser sub 3], eiseres sub 2 en eiser sub 3, bijgestaan door hun gemachtigde, en namens Fatum [naam 1] en [naam 2], bijgestaan door haar vertegenwoordiger. 1.
  4. Vonnis is bepaald op 31 oktober 2022, maar het wordt heden bij vervroeging uitgesproken. 2Het geschil 2.1 [ Eisers] vordert dat het gerecht onderhavige zaak en de zaak met rolnummer CUR202200999 met [eisers] als eisers en [naam 3] en [naam 4] als gedaagden zal voegen. 2.2 Fatum heeft zich aan het oordeel van het gerecht gerefereerd. 2.3 Op de stellingen van partijen, voor zover van belang, zal hierna worden ingegaan. 3De beoordeling 3.1 In zijn inleidend verzoekschrift heeft [eisers] het volgende gesteld: “[…] In augustus 2012 sloot wijlen de moeder van eisers een zogeheten PERFECT POLIS WOONHUIS verzekering, met speciale voorwaarden, voor het pand [productie 8] Op grond van deze overeenkomst is gedaagde mede aansprakelijk, des dat de één betaalt de ander zal zijn bevrijd, voor de door eisers geleden en nog te lijden financiële schade tengevolge van de onrechtmatige daad begaan door mevrouw [naam 4] en de wanprestatie gepleegd door [naam 3] [kopie van een bodemprocedure tegen de heer [naam 3] wordt hierbij gevoegd als productie 9, met verzoek tot voeging] […]” 3.2 Het gerecht heeft deze opmerking “met verzoek tot voeging” niet opgevat als een incidenteel verzoek tot voeging als bedoeld in artikel 127 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. 3.3 Ter comparitie heeft [eisers] een verzoek tot voeging gedaan, door hem “incidenteel verzoek tot voeging” genoemd. Mede gezien de toelichting van de gemachtigde van [eisers] ter comparitie, vat het gerecht dit verzoek op als een herhaling en bevestiging van zijn eerder in het inleidend verzoekschrift gedane verzoek tot voeging. 3.4 Dat verzoek strekt kennelijk tot een zogenoemde rolvoeging, die erin resulteert dat beide zaken gelijktijdig zullen worden behandeld. 3.5 De onderhavige zaak en die met rolnummer CUR202200999 zijn beide bij dit gerecht aanhangig en met elkaar verknocht in die zin dat zij betrekking hebben op hetzelfde feitencomplex en dat de vorderingen in beide procedures strekken tot vergoeding van door [eisers] gestelde schade ten gevolge van dezelfde gebeurtenis. Daarmee is voldaan aan de voorwaarden voor rolvoeging. 3.6 Daarom zal het verzoek worden toegewezen en de voeging van meergenoemde procedures worden bevolen. 3.7 Nu Fatum zich aan het oordeel van het gerecht heeft gerefereerd, bestaat geen aanleiding voor het uitspreken van een kostenveroordeling. 3.8 Deze zaak zal voor vonnis in de hoofdzaak worden verwezen naar de rol van 7 november
  5. 3.9 Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. 4De beslissing Het gerecht: wijst het verzoek tot rolvoeging toe en beveelt dat de onderhavige zaak in die zin wordt gevoegd met de zaak met rolnummer CUR202200999; verwijst de zaak naar de rol van 7 november 2022 voor vonnis in de hoofdzaak; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. O. Nijhuis, rechter, en op 17 oktober 2022 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.