Uitspraak van 11 maart 2022 BBZ nrs. CUR202100305 en CUR202100306 en CUR202102740 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO UITSPRAAK Na vereenvoudigde behandeling in de zin van artikel 7a van de Landsverordening op het beroep in Belastingzaken van het verzoek om vergoeding van proceskosten in het geding tussen: [Belanghebbende], wonende te Curaçao, belanghebbende, gericht tegen: DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, wonende in Curaçao, de Inspecteur. 1PROCESVERLOOP 1.1 Aan belanghebbende is op 8 februari 2019 een aanslag premies AOV/AWW voor het jaar 2017 opgelegd naar een premie-inkomen van NAf 40.308 en een te betalen bedrag aan premies van NAf 6.449. 1.2 Aan belanghebbende is op 8 februari 2019 een aanslag premie AVBZ voor het jaar 2017 opgelegd naar een premie-inkomen van NAf 40.308 en een te betalen bedrag aan premie van NAf 806. 1.3 Belanghebbende heeft op 8 april 2019 tegen bovengenoemde aanslagen bezwaar gemaakt. 1.4 Belanghebbende is op 4 januari 2021 in beroep gekomen tegen het niet tijdig doen van uitspraken op bezwaar. Daarvoor is een bedrag aan griffierecht betaald van NAf 50. 1.5 De Inspecteur heeft op 9 juli 2021 uitspraak op bezwaar gedaan en de aanslag premies AOV/AWW 2017 gehandhaafd en de aanslag premie AVBZ verminderd. 1.6 Belanghebbende is op 7 september 2021 in beroep gekomen tegen de uitspraak op bezwaar van 9 juli 2021 met betrekking tot de premies AOV/AWW 2017. Daarvoor is een bedrag aan griffierecht betaald van NAf 50. 1.7 Partijen zijn op 28 december 2021 uitgenodigd voor de zitting van 27 januari 2022. 1.8 De Inspecteur heeft belanghebbende op 25 januari 2022 bericht dat de aanslag premies AOV/AWW voor het jaar 2017 is verminderd. 1.9 Belanghebbende heeft bij e-mailbericht van 26 januari 2022 de beroepen ingetrokken. Tegelijk met deze intrekking is verzocht om een vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. 1.10 De griffier heeft op 26 januari 2022 de Inspecteur in de gelegenheid gesteld om binnen twee maanden te reageren op het verzoek van belanghebbende om vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De Inspecteur heeft per e- mail op 17 februari 2022 gereageerd. 2OVERWEGINGEN 2.1 Belanghebbende heeft de beroepen ingetrokken omdat de Inspecteur aan de bezwaren is tegemoetgekomen. Tegelijk met de intrekking heeft belanghebbende verzocht om vergoeding van de in bezwaar en beroep gemaakte proceskosten en het griffierecht. 2.2 Ingevolge artikel 7a, letter d, Landsverordening op het beroep in belastingzaken (hierna: LBB) kan het Gerecht, totdat partijen zijn uitgenodigd voor de behandeling van de zaak, onmiddellijk uitspraak doen indien het beroep kennelijk gegrond is. Naar het oordeel van het Gerecht kan deze bepaling op overeenkomstige wijze worden toegepast op een bij intrekking van het beroep gedaan verzoek om vergoeding van proceskosten en/of griffierecht. Het Gerecht ziet in dit geval daartoe aanleiding. 2.3 In artikel 15, lid 3, LBB is bepaald dat in geval van intrekking van het beroep, omdat de Inspecteur geheel of gedeeltelijk aan de belanghebbende is tegemoetgekomen, de Inspecteur op verzoek van de belanghebbende bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 15, lid 1, LBB in de kosten kan worden veroordeeld. Dit betreft de proceskosten die belanghebbende in verband met de behandeling van beroep redelijkerwijs heeft moeten maken (vgl. GEA Curaçao 17 maart 2020, ECLI:NL:OGEAC:2020:53). Kosten bezwaarfase 2.4 Ingevolge artikel 32a, lid 1 van de Algemene landsverordening Landsbelastingen (ALL) worden, op verzoek van de belastingplichtige, de kosten die de belastingplichtige in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, vergoed voor zover de belastingaanslag of de voor bezwaar vatbare beschikking door ernstige onzorgvuldigheid in strijd met het recht is opgelegd. Het verzoek moet ingevolge artikel 32a, lid 2 ALL worden gedaan voordat de Inspecteur op het bezwaar heeft beslist. De regels over de (hoogte van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.