GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Zaaknummer: CUR202203373 Vonnis van 29 mei 2023 in de zaak van [EISER IN CONVENTIE], wonende in Curaçao, eiser in conventie, gedaagde in voorwaardelijke reconventie, gemachtigde: mr. J.C. Meulen, tegen [GEDAAGDE IN CONVENTIE], wonende in Curaçao, gedaagde in conventie, eiseres in voorwaardelijke reconventie, gemachtigde: mr. E.B. Wilsoe, Partijen zullen hierna [eiser in conventie] en [gedaagde in conventie] worden genoemd. 1Het procesverloop 1.
- Het procesverloop blijkt uit: het inleidend verzoekschrift met producties, op 2 september 2022 ter griffie ingediend; de conclusie van antwoord, tevens voorwaardelijke eis in reconventie; de producties die zijdens beide partijen ter voorbereiding op de mondelinge behandeling ter griffie zijn ingediend; de mondelinge behandeling op 13 april 2023; het schrijven van [eiser in conventie] van 9 mei 2023, ingediend ter griffie, waarin hij aangeeft zijn vordering in te trekken, de schriftelijke reactie hierop zijdens [gedaagde in conventie] van 9 mei 2023 dat zij een proceskostenveroordeling verzoekt en tenslotte de schriftelijke reactie van [eiser in conventie] van 11 mei 2023 dat hij zich tegen een proceskostenveroordeling verzet. 1.
- Vonnis is bepaald op vandaag. 2De beoordeling 2.
- Namens [gedaagde in conventie] is verzocht om een bevelschrift, uitvoerbaar bij voorraad, uit te vaardigen met betrekking tot de proceskosten, naar aanleiding van het feit dat [eiser in conventie] heeft aangegeven zijn vordering te willen intrekken. Dit verzoek lijkt gegrond op artikel 208 Rechtsvordering (hierna: Rv) dat geldt in het geval sprake is van het door eiser bij akte afstand doen van instantie na antwoord. Hiervan is echter in het onderhavige geval geen sprake, immers eiser heeft niet bij akte, maar bij brief aan de griffie aangegeven zijn vordering te willen intrekken. Reeds hierom geldt niet het regime van artikel 208, maar dat van artikel 206 Rv dat handelt over het doorhalen (royement) van een zaak op de rol. 2.
- Royement van een procedure is ingevolge artikel 206 Rv slechts mogelijk met instemming van beide partijen. [gedaagde in conventie] heeft aangegeven slechts in te stemmen met een royement indien een proceskostenveroordeling van [eiser in conventie] wordt uitgesproken. [eiser in conventie] heeft hierop aangegeven zich tegen een proceskostenveroordeling te verzetten, omdat [gedaagde in conventie] kosteloos procedeert en gebruik maakt van pro deo rechtsbijstand gefinancierd door het Land. Het gerecht oordeelt in dit verband als volgt. 2.
- Nu [eiser in conventie] zijn vordering na antwoord en comparitie wegens het komen te ontbreken van zijn belang daarbij heeft ingetrokken, terwijl de zaak op de rol stond in afwachting van de uitkomst van schikkingsonderhandelingen en partijen niet tot een schikking zijn gekomen, ziet het gerecht aanleiding [eiser in conventie] op de voet van artikel 60 Rv te veroordelen in de proceskosten van [gedaagde in conventie]. Daaraan staat niet in de weg dat laatstgenoemde toestemming heeft verkregen kosteloos te procederen. Immers er bestaat geen wet- of regelgeving die in dat geval een proceskostenveroordeling blokkeert. Wel geldt, evident, dat niet de bedoeling is dat [gedaagde in conventie] haar proceskosten dubbel vergoed ziet. 2.
- [ Eiser in conventie] zal dus in de proceskosten van [gedaagde in conventie] worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van [gedaagde in conventie] tot op heden begroot op NAf 2.500 (2 punten x tarief 5) aan gemachtigdensalaris. 3De beslissing Het gerecht: 3.
- veroordeelt [eiser in conventie] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde in conventie] tot op heden begroot op NAf 2.500; 3.
- verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad; 3.
- wijst af wat verder is gevorderd. Dit vonnis is gewezen door mr. M.C.B. Hubben, rechter, bijgestaan door mr. C.L. Navarro, griffier, en in hete openbaar uitgesproken op 29 mei 2023.