GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Zaaknummer: CUR202103917 Beschikking d.d. 20 april 2023 Inzake [VERZOEKSTER], wonende in Curaçao, verzoekster, gemachtigde: mr. R.S.M. Moeniralam, tegen [VERWEERDER], ingeschreven in het bevolkingsregister van Curaçao, verweerder, niet verschenen, en [BELANGHEBBENDE 1], (kennelijk) wonende in België, belanghebbende, gemachtigde: mr. R.S.M. Moeniralam, en de naamloze vennootschap RBTT BANK N.V., gevestigd in Curaçao, belanghebbende., gemachtigde: mr. H.W. Braam, alsmede aanvankelijk [BELANGHEBBENDE 2], wonende in Curaçao, belanghebbende, verschenen in persoon, Partijen zullen hierna met hun hun achternamen respectievelijk met hun bedrijfsnaam worden aangeduid. 1Het procesverloop 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de beschikking van 19 januari 2023 (hierna: de tussenbeschikking); - de akte nadere onderbouwing met producties van [verzoekster], overgelegd op 9 maart
- 1.
- De uitspraak is nader bepaald op heden. 2De verdere beoordeling 2.1 Het gerecht volhardt bij de tussenbeschikking. 2.2 Daarbij heeft het gerecht de zaak verwezen naar de rol van 2 februari 2023 voor uitlating door [verzoekster] omtrent hetgeen is overwogen in r.o. 2.13 van die tussenbeschikking. Die rechtsoverweging luidt als volgt: “2.13 Alvorens daartoe over te gaan, wenst het gerecht van [verzoekster] te vernemen of haar bekend is waar [verweerder] zijn woonstede, als bedoeld in artikel 1:10 BW, heeft en zo ja wat deze is.” Het woord ‘daartoe’ in deze rechtsoverweging heeft betrekking op het (alsnog) oproepen van [verweerder] door de griffier. 2.3 In haar genoemde akte nadere onderbouwing stelt [verzoekster] dat haar niet bekend is waar [verweerder] zijn woonstede - als bedoeld in artikel 1:10 Burgerlijk Wetboek – heeft. In het bevolkingsregister staat [verweerder] ingeschreven op het [adres 1], aldus [verzoekster]; volgens het uittreksel uit de basisadministratie persoonsgegevens staat dat adres overigens als volgt vermeld: ‘[adres 2]’. Volgens [verzoekster] heeft zij vernomen dat [verweerder] zou zijn gesignaleerd in België alsook op Curaçao. 2.4 Eerder in deze procedure is reeds voldoende komen vast te staan dat [verweerder] feitelijk niet woonachtig is op voornoemd adres, maar waarschijnlijk op een onbekend adres in België. Hij moet daarom worden geacht geen bekende woon- of verblijfplaats te hebben. 2.5 Dat alles in aanmerking genomen, ziet het gerecht aanleiding de griffier op te dragen [verweerder] door een deurwaarder conform artikel 5 onder 7 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (met publicatie in het Antilliaans Dagblad en de Landscourant) te doen oproepen tegen de zitting van dinsdag 2 mei 2023 om 15.30 uur en in die oproeping te vermelden dat [verweerder] desgewenst de processtukken zal kunnen verkrijgen bij de griffier. 2.6 Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. 3De beslissing Het gerecht: draagt de griffier op [verweerder] door een deurwaarder te doen oproepen tegen de zitting van dinsdag 2 mei 2023 om 15.30 uur met inachtneming van en op de wijze als is overwogen in rechtsoverweging 2.5, houdt iedere verdere beslissing aan. Deze beschikking is gegeven door mr. O. Nijhuis, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en op 20 april 2023 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.