← Nederland

ECLI:NL:OGEAC:2024:135

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Zaaknummer: CUR202303037 Vonnis van 22 april 2024 in de zaak van [EISER], wonend in Curaçao, eisende partij, procederend in persoon, tegen de besloten vennootschap GROWIN’UP LEARNING CENTER B.V., gevestigd in Curaçao, gedaagde, vertegenwoordigd door C. Zimmerman. Partijen worden hierna [eiser] en Growin’Up genoemd. 1Het procesverloop in conventie en in reconventie 1.

  1. Het procesverloop blijkt uit: het verzoekschrift van 26 september 2023, de conclusie van antwoord, houdende een eis in reconventie, de mondelinge behandeling van 19 maart
  2. 1.
  3. Vonnis is bepaald op vandaag. 2De feiten in conventie en in reconventie 2.
  4. Growin’Up exploiteert een kinderdagverblijf/naschoolse opvang. 2.
  5. [ eiser] is per 1 augustus 2022 op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van één jaar in dienst getreden van Growin’Up als lerares en interim-directeur, tegen een bruto maandsalaris van laatstelijk NAf 3.
  6. 2.
  7. Het salaris over de maand juni 2023 is niet aan [eiser] betaald. 2.
  8. Op 25 augustus 2023 heeft [eiser] ten laste van Growin’Up conservatoir derdenbeslag gelegd onder Maduro & Curiel’s Bank N.V. (‘MCB’), Banco di Caribe N.V. (‘BDC’) en First Caribbean International Bank N.V. (‘FCIB’). 3De vordering en de standpunten van partijen in conventie 3.
  9. [ eiser] vordert, samengevat, veroordeling van Growin’Up tot betaling van NAf 2.583,28, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten, waaronder begrepen de beslagkosten. 3.
  10. [ eiser] legt aan haar vordering ten grondslag dat Growin’Up – ondanks diverse aanmaningen – tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst. 3.
  11. Growin’Up erkent dat zij een bedrag van NAf 2.583,28 aan [eiser] verschuldigd is. Growin’Up voert het verweer dat de gelegde beslagen onnodig en in strijd met de wet zijn. [eiser] was op de hoogte van de financiële belemmeringen van Growin’Up en aan [eiser] is toegezegd dat zij haar salaris zal ontvangen. Desondanks is beslag gelegd, waarbij bovendien de wettelijke vereisten niet in acht zijn genomen. Om die reden moeten de beslagkosten voor rekening van [eiser] blijven, aldus Growin’Up. in reconventie 3.
  12. Growin’Up vordert in reconventie – naar het gerecht begrijpt – dat het gerecht vaststelt dat de gelegde beslagen onnodig en in strijd met de wet zijn. Growin’Up legt aan haar vordering ten grondslag dat [eiser] niet aan de door artikel 700 Rv voorgeschreven formaliteiten voor het leggen van beslag heeft voldaan, nu het beslag zonder verlof van de rechter is gelegd en de eis in de hoofdzaak niet binnen de gestelde termijn bij het gerecht is ingediend. 3.
  13. [ eiser] heeft bij gebrek aan wetenschap daartegenover ter zitting verklaard dat de zaak in handen was van de deurwaarder en dat deze de juridische aspecten van het beslag voor haar heeft afgehandeld. 3.
  14. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling in conventie en reconventie salaris juni 2023 4.
  15. Tussen partijen is niet in geschil dat Growin’Up een bedrag van NAf 2.583,28 aan salaris onbetaald heeft gelaten. De vordering van [eiser] zal daarom worden toegewezen. 4.
  16. De gevorderde buitengerechtelijke kosten zullen conform het toepasselijke liquidatietarief van het Procesreglement voor Civiele Zaken 2023 worden toegewezen. conservatoir derdenbeslag 4.
  17. Ingevolge artikel 700 lid 1 Rv is voor het leggen van conservatoir beslag verlof vereist van de rechter. Het derde lid van dit artikel bepaalt dat het verlof wordt verleend onder voorwaarde dat het instellen van een eis in de hoofdzaak geschiedt binnen een door de rechter daartoe te bepalen termijn, tenzij deze op het tijdstip van verlof reeds is ingesteld. Overschrijding van de termijn voor het instellen van een eis in de hoofdzaak doet het beslag vervallen. 4.
  18. Bij beschikking van 23 augustus 2023 heeft het gerecht op haar verzoek aan [eiser] verlof verleend om ten laste van Growin’Up conservatoir derdenbeslag te doen leggen onder MCB, BDC en FCIB. Daarbij heeft het gerecht de termijn voor het indienen van de eis in hoofdzaak bepaald op vier weken. Een afschrift van deze beschikking heeft [eiser] als productie bij het verzoekschrift overgelegd. Het gerecht kan Growin’Up dan ook niet volgen in haar stelling dat het beslag zonder rechterlijk verlof is gelegd. 4.
  19. Op 25 augustus 2023 zijn de beslagen onder MCB en BDC gelegd en op 29 augustus 2023 het beslag onder FCIB. De termijn waarbinnen de eis in de hoofdzaak moet worden ingediend begint te lopen op de dag na beslaglegging. [eiser] had dus tot en met 23 september 2023 om de eis in de hoofdzaak in te dienen. Aangezien die datum op een zaterdag viel, geldt de eerstvolgende maandag, 25 september 2023, als laatste dag van de termijn. De eis in de hoofdzaak op 26 september 2023, derhalve één dag te laat, ter griffie van het gerecht is ingediend. Dit betekent dat op grond van artikel 700 lid 3 Rv het beslag van rechtswege is komen te vervallen. proceskosten 4.
  20. Growin’Up wordt als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in conventie in de proceskosten veroordeeld, maar gelet op het hetgeen hiervoor onder r.o. 4.
  21. is overwogen, met uitzondering van de beslagkosten, die bestaan uit het griffierecht voor het indienen van het beslagrekest en de explootkosten met betrekking tot de beslagen. De proceskosten van [eiser] worden tot aan deze uitspraak dan ook begroot op NAf 331,45 aan oproepingskosten. [eiser] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in reconventie in de proceskosten veroordeeld. De proceskosten van Growin’Up worden tot aan deze uitspraak begroot op nihil. 5De beslissing Het gerecht: in conventie 5.
  22. veroordeelt Growin’Up tot betaling aan [eiser] van NAf 2.583,28, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 september 2023 tot aan de dag van betaling; 5.
  23. veroordeelt Growin’Up tot betaling aan [eiser] van NAf 375 ter zake van buitengerechtelijke incassokosten; 5.
  24. veroordeelt Growin’Up in de proceskosten van [eiser] van NAf 331,45; in reconventie 5.
  25. verstaat dat de door [eiser] ten laste van Growin’Up onder MCB, BDC en FCIB gelegde conservatoire derdenbeslagen van rechtswege zijn vervallen; 5.
  26. veroordeelt [eiser] in de proceskosten van Growin’Up tot op heden begroot op nihil; in conventie en reconventie 5.
  27. verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.
  28. wijst af wat verder is gevorderd. Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, bijgestaan door mr. C.L. Navarro, griffier, en in het openbaar uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.