GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Uitspraak in het geding tussen: CARIN CARES HOLDING B.V., verzoekster, gemachtigde: mr. A.C. van Hoof, advocaat, en de Minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning verweerder, gemachtigden: mrs. G.N. Hollander en L.J. Reenis, Procesverloop Bij email van 26 maart 2024 heeft verzoekster verweerder verzocht om openbaarmaking op grond van de Landsverordening openbaarheid van bestuur (Lob) van kort gezegd het bouwdossier dat ziet op het perceel Lyraweg
- Verzoekster heeft op 10 juli 2024 beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beschikking op haar Lob-verzoek. Op 12 augustus 2024 is alsnog uitvoering gegeven aan het verzoek door verzoekster inzage te verlenen in de stukken waarop het Lob-verzoek betrekking heeft. Verzoekster heeft naar aanleiding van de inzage haar beroep ingetrokken tijdens de zitting van 21 augustus 2024, waarbij ook twee andere beroepen van verzoekster (CUR202401358 en CUR202400457) zijn behandeld. Verzoekster heeft het Gerecht verzocht om verweerder te veroordelen in de door haar gemaakte proceskosten. Verweerder heeft tijdens de zitting verklaard het griffierecht en de door het Gerecht vast te stellen proceskosten te zullen vergoeden. Overwegingen
- Het Gerecht sluit het onderzoek en zal op grond van artikel 50, elfde lid, in samenhang met artikel 79 van de Lar, uitspraak doen buiten zitting.
- Op grond van artikel 50, tiende lid, van de Lar kan in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de betreffende partij is tegemoet gekomen, het betrokken overheidslichaam op verzoek van die partij bij afzonderlijke uitspraak in de proceskosten worden veroordeeld.
- Op 12 augustus 2024 heeft verweerder alsnog uitvoering gegeven aan het Lob-verzoek door verzoekster inzage te verlenen in de stukken waarop het verzoek betrekking heeft. Daarmee is verweerder tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster. Het Gerecht zal het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten daarom toewijzen.
- Het Gerecht begroot de proceskosten op NAf 175,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, waarde per punt NAf 700,-, wegingsfactor 0,25 in verband met de relatieve eenvoud van de zaak). Verder zal het Gerecht bepalen dat verweerder het door verzoekster betaalde griffierecht ter hoogte van NAf 150,- aan haar moet vergoeden. Beslissing Het Gerecht: veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van NAf 175,- (zegge: honderdvijfenzeventig Nederlands Antilliaanse guldens), te betalen aan verzoekster; draagt de minister op het betaalde griffierecht van NAf 150,- (zegge: honderdvijftig Nederlands-Antilliaanse guldens) aan verzoekster te vergoeden. Aldus gegeven door mr. drs. S. Lanshage, rechter in het Gerecht, en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2024 te Curaçao, in tegenwoordigheid van mr. M.F.G. Maes, griffier. Informatie als u het niet eens bent met deze uitspraak Tegen deze uitspraak kunnen alle partijen verzet instellen bij het Gerecht. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen twee weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Het verzet moet worden ingediend bij het Gerecht dat de uitspraak heeft gedaan. De indiener van het verzet moet in ieder geval: het verzetschrift indienen in tweevoud; een afschrift van deze uitspraak bijvoegen; vermelden waarom hij het niet eens is met de uitspraak (gronden van verzet). Partijen kunnen gebruik maken van de mogelijkheid om binnen de verzettermijn te volstaan met een pro-forma verzetschrift. Dit betekent dat de gronden van verzet op een later moment worden ingediend. Voor het instellen van verzet is geen griffierecht verschuldigd.