ECLI:NL:OGEAC:2024:182
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Vonnis in kort geding van 23 oktober 2024 Zaaknummer: CUR202400767 in de zaak van BUURTVERENIGING MAHAAI, gevestigd in Curaçao, eiseres, gemachtigde: mr. S.J.C. Anthonio, tegen 1[…] LLC, gevestigd in de VS 2. […], wonend in Curaçao, 3. […], wonend in Curaçao, gedaagden, gemachtigde: mr. S. Da Costa Gomez.
1Het procesverloop 1.1.
Het procesverloop blijkt uit: het verzoekschrift met producties van 1 maart 2024, de (nadere) producties partijen, de mondelinge behandeling van 12 april 2024 en de pleitnota’s van de gemachtigden; de e-mail van de rechter aan de gemachtigden van 12 april 2024 de e-mail van de rechter aan de gemachtigden van 9 september 2024 met de vraag of het kort geding als afgedaan kan worden beschouwd; de e-mail van mr. Anthonio met het antwoord dat geen regeling is bereikt en geen bezichtiging heeft plaatsgevonden en dat vonnis wordt gevraagd.
1.2.
Vonnis is bepaald op vandaag.
2De beoordeling 2.1.
Dit kort geding gaat over het voor bewoners en bezoekers van de buurt Mahaai bekende periodieke probleem van de wateroverlast in de Angloweg. Het gaat om grondwater afkomstig van het perceel van gedaagden, dat vanaf de Angloweg over straat stroomt via de Mahaaiweg en de Rozenstraat richting de rooi langs Hòfi Rooi Catootje.
2.2.
De Buurtvereniging vordert een bevel aan gedaagden om het lozen van water te staken, op straffe van dwangsommen.
2.3.
Gedaagden hebben, samengevat, gesteld dat zij het niet in hun macht hebben het op hun perceel naar boven komend grondwater te stoppen en dat zij met een watertruck al dagelijks zorgen voor het opvangen en afvoeren van water. Ook zeggen zij uit overleg met de overheid begrepen te hebben dat de overheid het probleem zal aanpakken door de aanleg van een ondergrondse waterafvoer.
2.4.
Bij de behandeling van het kort geding ter zitting waren de advocaten aanwezig, Buurtverenigingsbestuursleden […] en […], en aan de zijde van gedaagden […], […] en […]. Op de zitting is besproken dat onderzoek naar de oorzaak van het waterprobleem en naar de mogelijke oplossingen gewenst is. Dit is samengevat in de e-mail van de rechter aan de advocaten van 12 april 2024, die luidt als volgt:
Hierbij bevestig ik kort de ter zitting van vanmorgen gemaakte afspraken om de mogelijkheden te bezien om tot een regeling te komen.
Uitgangspunten:
Afspraken:
2.5.
Uit het bericht van mr. Anthonio van 9 september 2024 volgt dat geen bezichtiging heeft plaatsgevonden en dat geen regeling is bereikt. De achtergrond daarvan is het gerecht niet bekend, maar wel dat het inmiddels weer geregend heeft, dat het grondwaterpeil daardoor zal zijn gestegen en dat soms weer sprake is (ook bij droog weer) van water dat over straat stroomt vanaf de Angloweg.
2.6.
Het gerecht zal het Land, meer in het bijzonder de Minister van VVRP, op de voet van artikel 142 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering vragen als informant op te treden bij een te houden bezichtiging op het perceel van gedaagden. Door partijen zijn onder meer de namen genoemd van directeur […] van Uitvoeringsorganisatie OW en van de heren […], […] en […]. Het Land is geen partij in dit kort geding en hoeft zich dus ook niet te verweren. Het gaat het gerecht primair om een deskundig antwoord op de vraag wat de oorzaak is van de wateroverlast en of deze verholpen kan worden door bouwkundige aanpassingen op het perceel van gedaagden.
2.7.
Beslist zal worden als hierna omschreven. In afwachting van de reactie van het Land zal iedere verdere beslissing worden aangehouden.
3De beslissing in kort geding Het gerecht:
3.1. verzoekt partijen dit vonnis (per e-mail) te sturen naar het Land, ten aanzien van dhr. […] van Uitvoeringsorganisatie OW;
3.2. verzoekt het Land (dhr. […]) uiterlijk 31 oktober 2024 aan de griffier ([e-mail]) te berichten of bij de Uitvoeringsorganisatie OW de bereidheid bestaat als informant aanwezig te zijn bij een bezichtiging als hiervoor onder 2.6 bedoeld en, zo ja, om opgave te doen van de dagen in december 2024 en januari 2025 dat het Land (dhr. […] of een medewerker van Uitvoeringsorganisatie OW) verhinderd is om de bezichtiging bij te wonen;
3.3. houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter, en in het openbaar uitgesproken.