GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Zaaknummer: CUR202400220 Vonnis van 28 oktober 2024 in de zaak van [Eiseres], wonend in [woonplaats], eiseres, gemachtigde: mr. S.I. da Costa Gomez, tegen [Gedaagde], wonend in [woonplaats], gedaagde, procederend in persoon. Partijen worden hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd. 1Het verdere procesverloop 1.
- Het verdere procesverloop blijkt uit: - het vonnis van 24 juni 2024; de akte uitlating zijdens [eiseres]; de aan [gedaagde] verleende akte niet-dienen. 1.
- Vonnis is bepaald op vandaag. 2De verdere beoordeling 2.
- Bij het tussenvonnis heeft het gerecht overwogen dat tussen partijen niet in geschil is dat het bedrag van NAf 10.006,76 ziet op het openstaande bedrag bij Island Finance per 5 september 2023 van de lening die [belanghebbende 1] op eigen naam ten behoeve van [gedaagde] heeft afgesloten. Verder heeft het gerecht [eiseres] desverzocht in de gelegenheid gesteld om een en ander te verifiëren naar aanleiding van de stelling van [gedaagde] dat de schuld van [belanghebbende 1] bij Island Finance vanwege de levensverzekering is afgelost, en zich daarna uit te laten over de vraag of er een openstaande schuld is op naam van [belanghebbende 1] bij Island Finance. 2.
- Bij voormelde akte heeft [eiseres] overgelegd een afschrift van het vonnis van het gerecht van 19 december 2022 in zaak nummer CUR202101308 inzake Island Finance tegen [belanghebbende 1]. Bij dat vonnis heeft het gerecht [belanghebbende 1] onder meer veroordeeld om aan Island Finance te betalen een bedrag van NAf 17.581,
- [eiseres] stelt dat deze veroordeling de geldlening betreft die [belanghebbende 1] op eigen naam ten behoeve van [gedaagde] heeft afgesloten. Tussen het vonnis en het overlijden van [belanghebbende 1] heeft [gedaagde] aan [belanghebbende 1] nog betalingen verricht, waarna het bedrag van NAf 10.006,76 resteerde. Er staat dus nog een schuld open op naam van [belanghebbende 1] bij Island Finance, aldus [eiseres], en deze is niet vanwege de levensverzekering van [belanghebbende 1] afgelost, zoals [gedaagde] heeft gesteld. 2.
- [ gedaagde] heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een antwoordakte te dienen. [gedaagde] heeft voormelde stellingen van [eiseres] dan ook niet betwist, zodat deze tussen partijen vast zijn komen te staan. 2.
- Dit leidt tot de slotsom dat ook het gevorderde deelbedrag van NAf 10.006,76 voor toewijzing in aanmerking komt. Ook de gevorderde wettelijke rente wordt toegewezen. 2.
- Omdat [gedaagde] in het ongelijk wordt gesteld, wordt hij veroordeeld in de proceskosten. De kosten van [eiseres] worden tot aan deze uitspraak begroot op NAf 750 aan griffierecht, NAf 360,93 aan oproepingskosten en NAf 2.500 aan gemachtigdensalaris (2,5 punten in tarief 4). 2.
- Onvoldoende gesteld en gebleken is dat daadwerkelijk en in redelijkheid buitengerechtelijke incassokosten zijn gemaakt, zodat de verzochte vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen. 2.
- De veroordelingen in deze uitspraak gaan meteen in en kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van de partijen deze beslissing voorlegt aan het Hof. 2.
- Gelet op het overgelegde bewijs van onvermogen, wordt aan [eiseres] verlof verleend om kosteloos te procederen. 3De beslissing Het gerecht: 5.
- verleent [eiseres] toestemming om kosteloos te procederen; 5.
- veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van NAf 21.281,76, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van 26 jaunari 2024 tot de dag dat volledig is betaald; 5.
- veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van [eiseres] van NAf 3.610,93; 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.
- wijst af wat verder is gevorderd. Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth rechter, en in het openbaar uitgesproken.