← Nederland

ECLI:NL:OGEAC:2024:236

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Zaaknummer: CUR202301065 Vonnis van 25 november 2024 in de zaak van de besloten vennootschap FERLIBERTY B.V., gevestigd in Curaçao, eiseres, gemachtigde: mr. A.C. Small, tegen [Gedaagde], wonend in [woonplaats], gedaagde, gemachtigde: mr. A.K.E. Henriquez. 1Het verdere procesverloop 1.

  1. Het verdere procesverloop in conventie blijkt uit: het tussenvonnis van 25 maart 2024, de akte uitlating bewijslevering van Ferliberty van 29 april 2024, de aanvullende productie van Ferliberty, binnengekomen op 29 mei 2024, het proces-verbaal van het getuigenverhoor van 3 juni 2024, de conclusie na enquête van [gedaagde] van 16 september 2024, de conclusie na enquête en akte uitlating contra-enquête van Ferliberty van 14 oktober
  2. 1.
  3. Vonnis is bepaald op vandaag. 2De verdere beoordeling in conventie 2.
  4. Bij voormeld tussenvonnis van 25 maart 2024 is Ferliberty in de gelegenheid om bewijs bij te brengen van haar stelling dat V&V Venture en [gedaagde] hadden afgesproken dat de kwitantie van 24 oktober 2017 alleen maar is opgesteld ten behoeve van een door [gedaagde] gewenste financiering bij de bank, en zonder dat hij daadwerkelijk het daarop vermelde bedrag heeft betaald. 2.
  5. Ferliberty heeft bewijs aangeboden door het horen van getuigen. [belanghebbende 2] is als getuige gehoord op 4 juni
  6. Hij heeft verklaard, voor zover relevant: ‘V&V had een vordering op [gedaagde]. [gedaagde] was bezig met de bank, maar hij kon het niet redden. Ook via [belanghebbende 1] was geprobeerd de vordering te innen om het project af te kunnen maken. [gedaagde] kon niet aan [belanghebbende 1] betalen. Hij heeft mij vervolgens opgebeld met de vraag of ik hem kon helpen met het afgeven van een kwitantie voor de bank. Daarna zouden partijen een schuldbekentenis tekenen. Naar aanleiding van het verzoek van [gedaagde] heeft een persoonlijk gesprek tussen ons plaatsgevonden. Daar hebben we afspraken gemaakt en vervolgens heeft een tweede en ik meen nog een derde gesprek plaatsgevonden. Bij die gelegenheid hebben we de overeenkomst ondertekend. Met overeenkomst bedoel ik de kwitantie waar wij beiden onze handtekening onder hebben gezet. Bij die gesprekken hebben wij ook gesproken over de wijze waarop [gedaagde] zou gaan betalen. Dat heeft [gedaagde] vervolgens op papier gezet. Het betalingsvoorstel kwam van [gedaagde], wat dat betreft was ik heel soepel. Hij werkte destijds bij Fatum en had voor een of ander reden geld nodig. Ik was ermee akkoord en zei hem om mij voor te stellen wat en hoe hij ging betalen. Het voorstel om een bedrag NAf 6500,- te betalen kwam dan ook van [gedaagde]. Zoals ik al eerder verklaarde, hebben we alle afspraken gedurende die twee of drie gesprekken gemaakt. Zo ook de afspraak dat [gedaagde] een korting van NAf 5000,- zou krijgen, omdat er rond zijn perceel geen picket fence was geplaatst. (…)’. 2.
  7. Naast deze onder ede afgelegde verklaring, heeft Ferliberty een schriftelijke verklaring van [belanghebbende 2] overgelegd. Hierin verklaart [belanghebbende 2]: ‘In mei 2017 heeft [gedaagde] mij persoonlijk benaderd om hem te helpen. Ik was toen directeur van Ventra Trading N.V., de beherend vennoot van Venture. De heer [gedaagde] verzocht mij om hem te helpen om voor dit laatste stuk van de koopsom een financiering aan te vragen bij een bank. In dat kader vroeg hij mij of hij een kwitantie kon krijgen voor het openstaande bedrag omdat, zoals [gedaagde] aangaf “de bank had aangegeven dat dat zijn verzoek tot financiering zou bespoedigen”. Ik heb toen een en ander besproken met mijn adviseur, de heer [adviseur 1], en we zijn samen tot de conclusie gekomen dat we de heer [gedaagde] zouden helpen, want zo zou Venture ook betaald worden. Dus op 24 oktober 2017 heb ik een kwitantie getekend, enkel en alleen voor dit doel en niets anders. Venture had een financieel belang bij dat [gedaagde] een extra financiering kreeg want zo zou ook Venture haar centjes eerder krijgen. Niets was echter minder waar. Of de heer [gedaagde] de financiering heeft gekregen of niet, dat is mij niet bekend, wat mij wel bekend is, is dat Venture NIET betaald is en dat eind 2017 de koopsom van NAf 21.820, -- dus nog openstond. Begin 2018 heb ik [gedaagde] opnieuw hierover aangesproken en hem aangemaand om tot betaling over te gaan. Dit heeft uiteindelijk in een betalingsregeling op 16 maart 2018, waarin betaling van het restant koopsom ad NAf 21.820,-- is overeengekomen (dit, minus een korting van NAf 5.320,--, onder de voorwaarde dat [gedaagde] de koopsom voor 31 december 2018 zou voldoen). Ook deze stukken heeft de advocaat ingediend.Deze betalingsregeling is ondertekend door de heer [gedaagde] en, aangezien de datum later is dan de vermeende kwitantie van 24 oktober 2017, is dit het bewijs dat de heer [gedaagde] op de hoogte was van het feit dat er nog een openstaand saldo van de koopsom was bij venture!’ 2.
  8. Deze verklaringen komen niet met elkaar overeen. De noodzaak voor de kwitantie blijft in de onder ede afgelegde verklaring onduidelijk (‘hij had voor een of andere reden geld nodig’) en uit de schriftelijke verklaring, zo begrijpt het gerecht, volgt dat [gedaagde] voor het laatste deel van de koopprijs van de woning een financiering moest aanvragen bij een bank. Wat een valse kwitantie voor dit laatste deel van de koopsom kan bijdragen aan het verkrijgen van financiering voor diezelfde koopsom is niet volgen. Een verdere toelichting is niet gegeven. 2.
  9. Ook de verklaringen over de (totstandkoming van de) schuldbekentenis lopen uiteen. In de verklaring onder ede zegt [belanghebbende 2] dat in de gesprekken over de kwitantie ook (meteen) is gesproken over het terugbetalen (‘hebben we alle afspraken gedurende die twee of drie gesprekken gemaakt (…) ook gesproken over de wijze waarop [gedaagde] zou gaan betalen’). Maar welke afspraak dan zou zijn gemaakt, wordt niet duidelijk en gesteld noch gebleken is dat op 24 oktober 2017 ook een schuldbekentenis is opgesteld, terwijl dat wel in de rede ligt als de kwitantie werd gegeven zonder dat daadwerkelijk werd betaald. In zijn schriftelijke verklaring schrijft [belanghebbende 2] bovendien iets anders, namelijk dat zijn aanmaningen aan [gedaagde] om te betalen in 2018 erin resulteerden dat er een betalingsregeling tot stand is gekomen. Ook over de korting van NAf 5.320,- verklaart [belanghebbende 2] verschillend: in de schriftelijke verklaring is het een prikkel het hele bedrag voor 31 december 2018 af te betalen; in de verklaring onder ede is het een korting omdat er geen picket fence rond het perceel van [gedaagde] was geplaatst. 2.
  10. [ adviseur 1] (hierna: [adviseur 1]), tijdens de mondelinge behandeling ook aan de zijde van Ferliberty aanwezig, heeft aldaar verklaard dat hij met [belanghebbende 2] over het afgeven van de kwitantie had gesproken en dat hij dat [belanghebbende 2] had afgeraden. Maar onder ede heeft [adviseur 1] als getuige op 4 juni 2024 hierover verklaard: ‘Ik ben niet direct betrokken geweest bij de afspraken tussen [belanghebbende 2] en [gedaagde]. (…) Ik was destijds zijn financieel adviseur, althans van V&V. Ik heb tegen [belanghebbende 2] gezegd als je de man vertrouwt dan moet je het doen. (…)’. 2.
  11. Gelet op het voorgaande is Ferliberty er niet in geslaagd te bewijzen dat de kwitantie ten behoeve van een financiering bij een bank is opgesteld, zonder dat [gedaagde] het bedrag daadwerkelijk heeft betaald. Een kwitantie is een wettig bewijsmiddel dat een schuld is voldaan. De verklaringen van [belanghebbende 2] (en van [adviseur 1]) die erop zijn gericht te bewijzen dat partijen daarover iets anders zijn overeengekomen, zijn innerlijk tegenstrijdig en daarmee is in rechte onvoldoende komen vast te staan dat Ferliberty, tegen haar zakelijke belangen in, die kwitantie heeft gegeven zonder dat de betaling had plaatsgevonden. 2.
  12. De vordering wordt afgewezen. Ferliberty wordt als de in het ongelijk te stellen partij veroordeeld in de proceskosten die tot op heden voor [gedaagde] op NAf 3.000 aan salaris gemachtigde worden begroot. 3De beoordeling in reconventie 3.
  13. [ gedaagde] vordert opheffing van het conservatoir beslag. Tegen deze vordering is geen verweer gevoerd en deze zal worden toegewezen. De gevorderde kosten zijn toewijsbaar als na te melden. 3.
  14. De proceskosten in reconventie komen voor rekening van Ferliberty, als de in het ongelijk te stellen partij en worden voor [gedaagde] op nihil begroot. 4De beslissing Het gerecht: in conventie 5.
  15. wijst de vordering af; 5.
  16. veroordeelt Ferliberty in de proceskosten van [gedaagde] van NAf 3.000,-; in reconventie 5.
  17. heft het door Ferliberty gelegde beslag op de woning van [gedaagde] aan de [adres] te Curaçao op en veroordeelt Ferliberty in de kosten van de inschrijving van de opheffing in de openbare registers door de deurwaarder, op eerste vertoon van schriftelijk bewijs dat deze kosten door [gedaagde] zijn gemaakt en zijn voldaan; 5.
  18. veroordeelt Ferliberty in de proceskosten, die voor [gedaagde] tot op heden op nihil worden begroot; in conventie en in reconventie 5.
  19. verklaart dit vonnis in zoverre uitvoerbaar bij voorraad; 5.
  20. wijst af wat verder is gevorderd. Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, bijgestaan door mr. M.M.M. van Leest, griffier, en in het openbaar uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.