GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Zaaknummer: CUR201904015 Vonnis van 22 april 2024 in de zaak van [Eiseres], wonend in [woonplaats], eiseres, procederend in persoon, tegen 1de besloten vennootschap INTERNATIONAL HEALTHCARE HOLDING B.V.,
- [Gedaagde 2],
- [Gedaagde 3], gevestigd, onderscheidenlijk wonend, in [woonplaats], gedaagden, gemachtigden: mr. A.C. van Hoof en mr. E.G.I. van der Plank. Partijen worden hierna ook genoemd: [eiseres], IHH, [gedaagde 2] en [gedaagde 3]. 1Het procesverloop 1.
- Het procesverloop blijkt uit: het verzoekschrift van 25 oktober 2019 met producties, de conclusie van antwoord met producties, de nadere producties van [eiseres] van 4 januari 2024, de mondelinge behandeling van 9 januari 2024, de pleitnotities van gedaagden; het proces-verbaal van de zitting van 9 januari
- 1.
- Vonnis is, na een afgewezen wrakingsverzoek, nader bepaald op vandaag. 2De feiten 2.
- [ eiseres] is in het verleden de advocaat geweest van gedaagden. 2.
- In een akte van 16 november 2014 staat het volgende: “International Healthcare Holding B.V., [gedaagde 3] and [gedaagde 2], (hereinafter to be called IHH/[gedaagden]) And [eiseres], (herafter to be called Consultant) Agree as follows:
- The amount of US$ 72,000 will be paid in monthly installments of US$ 5,000 by IHH/[gedaagden] to Consultant commencing December 1,
- For each new court case a down payment of US$ 10,000 will be paid and the balance will be paid in monthly installments. As soon as the financial position of SMU is better the retainer and payments will be arranged.
- Any important decisions with regard to Curaçao will be discussed and agreed upon with Consultant prior to taking any decision.
- In case of the sale of SMU NV shares by IHH/[gedaagden], the Consultant will be paid a commission of 30% of the purchase price to be paid by the buyer (minus purchase price paid by IHH/[gedaagden]) This commission is based on the fact that consultant has been extremely loyal to IHH/[gedaagden]/SMU and has sacrificed her consultancy in St Maarten working tirelessly for SMU/IHH/[gedaagden] seven days a week for 15 to 20 hours or more a day even when sick, travelling form St Maarten and the U.S.A. to Curacao, even getting of a flight when necessary, thus saving SMU/IHH/[gedaagden] on numerous occasions form the attacks of [belanghebbende 1]/the other SMU shareholders/[shareholder 1]/[shareholder 2] /[shareholder 3]. IHH/[gedaagden] realize that without the sacrifices of consultant, they would have been ousted from SMU by the bad faith collusion of [belanghebbende 1] and his accomplices and that SMU would be in ruins. The commission is well deserved and justified and IHH/[gedaagden] are grateful to consultant and from their side will also be loyal to consultant both in business and personally.
- An amount of US$ 26,500 will be adjusted by IHH/[gedaagden] for rotations of Patrick Scannell in addition to US$ 25,000 that has already been adjusted in the form of Consultant’s fee in
- [gedaagden] will keep Consultant informed about Patrick’s rotations and will ensure the best possible rotations for Patrick.” De akte is ondertekend door dan wel namens IHH, [gedaagde 3], [gedaagde 2] en [eiseres]. 3De vordering en de standpunten van partijen 3.
- [ eiseres] vordert – samengevat – dat het gerecht gedaagden bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad hoofdelijk veroordeelt “de onderhavige overeenkomst aangegaan tussen partijen op 16 november 2014 en al hetgeen resulterende uit deze overeenkomst, met uitzondering van het onder punt 5 van deze overeenkomst overeengekomene onmiddellijk of zoals door U.E.A te bepalen na zal komen, voor zover toepasselijk vermeerderd met de wettelijke interest vanaf 16 november 2014 tot aan de dag van algehele voldoening”, onder verbeurte van een dwangsom van US$ 10,000 per dag dat gedaagden nalaten aan enig in deze gegeven bevel te voldoen, met veroordeling van gedaagden in de kosten van deze procedure. 3.
- [ eiseres] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Partijen hebben op 16 november 2014 een overeenkomst gesloten. Gedaagden hebben niet voldaan aan de voor hen uit die overeenkomst voortvloeiende verplichtingen, zoals vermeld onder 1 tot en met
- 3.
- Gedaagden hebben het volgende tot verweer gevoerd. Het in artikel 4 van de overeenkomst bepaalde is nietig, wegens strijd met de goede zeden, dan wel vernietigbaar wegens misbruik van omstandigheden. Overigens is het ter zake gevorderde zinledig, omdat de aandelen inmiddels met verlies zijn verkocht. Verder stellen gedaagden dat de uit de overeenkomst voortvloeiende bedragen inmiddels zijn betaald en dat er geen nieuwe zaken meer aanhangig zijn gemaakt, waarbij [eiseres] hen als gemachtigde bijstond. Gedaagden houden zich ter zake het recht voor om te veel betaalde bedragen terug te vorderen. Zij hebben een bedrag van in totaal US$ 159.781,- aan [eiseres] betaald, waarvoor zij nimmer enige factuur hebben ontvangen. Nu zij sinds 2016 een andere advocaat hebben, komt aan het bepaalde in artikel 3 ten slotte geen betekenis meer toe, aldus gedaagden. 3.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, zo nodig, ingegaan. 4De beoordeling 4.
- Het gerecht heeft ambtshalve kennis gekregen van de op www.rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van 13 maart 2024, ECLI:NL:OGHACMB:2024:
- In die uitspraak wordt melding gemaakt van de volgende uitspraken van het Hof: GHvJ 26 maart 2021, ECLI:NL:OGHACMB:2021:91, GHvJ 10 maart 2023, ECLI:NL:OGHACMB:2023:267 en GHvJ 15 november 2023, ECLI:NL:OGHACMB:2023:
- In al deze uitspraken heeft het Hof overwegingen en oordelen gegeven, die voor de beoordeling van het geschil in deze zaak relevant zijn. Partijen worden in de gelegenheid gesteld om bij hun akte te reageren op het hierna – in navolging van voormelde Hof-uitspraken – voorshands overwogene ter zake van de (ver)nietig(baar)heid van het bepaalde in artikel 4 van de overeenkomst en de taakverdeling tussen de civiele rechter enerzijds en de Raad van Toezicht en de Raad van Appel anderzijds. 4.
- Het bepaalde in artikel 4 van de overeenkomst kan worden aangemerkt als een ‘no cure, no pay-overeenkomst’. Een zodanige overeenkomst met een advocaat behoeft naar maatschappelijke opvattingen hier te lande op zichzelf niet in strijd met de openbare orde of de goede zeden te zijn en behoeft op zichzelf ook niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar te zijn, ook niet als daarbij bijvoorbeeld een commissie is bedongen, zoals hier het geval is. Dit kan anders zijn indien er een wanverhouding bestaat tussen de overeengekomen of verrichte werkzaamheden enerzijds en de waarde van de bedongen commissie anderzijds. Indien die wanverhouding oorspronkelijk niet bestond, maar inmiddels wel, kan die wanverhouding niettemin een rol spelen. 4.
- Gelet op het hiervoor onder 4.2 overwogene, dient ter beoordeling van het verweer dat het bepaalde in artikel 4 van de overeenkomst nietig dan wel vernietigbaar is, de verhouding tussen de overeengekomen of verrichtte werkzaamheden en de in die bepaling bedongen commissie te worden vastgesteld. Uitgaande van de overigens ter zitting door gedaagden ingenomen stelling dat de aandelen inmiddels met verlies zijn verkocht, rijst de vraag hoe dit kan leiden tot het oordeel dat van een wanverhouding in vorenbedoelde zin sprake is. 4.
- Tussen partijen is niet in geschil dat [eiseres] als advocaat van gedaagden voor hen werkzaamheden heeft verricht, en dat de overeenkomst ziet op de daartegenover staande betalingsverplichtingen van gedaagden. Ongeacht of in deze procedure tussen partijen uiteindelijk komt vast te staan dat het bepaalde in artikel 4 geldig is, en zo ja, welk te betalen bedrag uit dat artikel zou voortvloeien, ziet de vordering tot nakoming van de overeenkomst op een vergoeding voor werkzaamheden van [eiseres] als advocaat. De Raad van Toezicht en de Raad van Appel zijn bevoegd de daarvoor toe te wijzen vergoeding te begroten (artikel 34, lid 1, Advocatenlandsverordening 1959). Er bestaat dus een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang bij een bijzondere rechter. Gelet op de taakverdeling tussen die bijzondere rechter en de burgerlijke rechter als restrechter rijst hier voorts de vraag naar de ontvankelijkheid van [eiseres] in haar vorderingen in deze civiele zaak. 4.
- Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 5De beslissing Het gerecht: 5.
- verwijst de zaak naar de rolzitting van 20 mei 2024 voor gelijktijdige akten zijdens partijen over hetgeen hiervoor onder 4.2 tot en met 4.
- is overwogen; 5.
- bepaalt dat partijen op een door de rolrechter te bepalen datum vervolgens ieder een antwoordakte zullen kunnen nemen; 5.
- houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, en in het openbaar uitgesproken.