← Nederland

ECLI:NL:OGEAC:2024:270

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Zaaknummer: CUR202402427 Beschikking van 29 augustus 2024 op het verzoek van: [de man], verblijvend in [verblijfplaats], verzoeker, hierna te noemen: de man, gemachtigde: mr. A.S.M. Blonk, tegen [de vrouw], wonend in [woonplaats], verweerster, hierna te noemen: de vrouw, gemachtigde: mr. S.C. Larmonie. 1Het procesverloop 1.

  1. Het procesverloop blijkt uit: het verzoekschrift met producties, op 26 juni 2024 bij de griffie ingediend; het verweerschrift van 30 juli 2024; de voortgezette mondelinge behandeling op 15 augustus 2024, nadat deze op verzoek van partijen op 30 juli 2024 was aangehouden, waarbij aanwezig waren partijen, bijgestaan door hun gemachtigden. 1.
  2. De uitspraak is bepaald op heden. 2De feiten 2.
  3. Partijen zijn op 7 juli 2017 in Curaçao buiten gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd. 2.
  4. Uit dit huwelijk zijn geen kinderen geboren. 2.
  5. De vrouw heeft op 17 juni 2024 een verzoek tot echtscheiding ingediend ter griffie van het gerecht. De echtscheidingszaak staat op de rol van 10 september 2024 voor het indienen van een verweerschrift door de man. 2.
  6. De huur van de voormalige gezamenlijke woning is per 1 juli 2024 opgezegd. Eerder al is de vrouw uit deze woning vertrokken; zij verblijft thans in een andere huurwoning. De man heeft zijn intrek genomen bij zijn moeder. 3Het verzoek en de standpunten van partijen 3.
  7. De man heeft het gerecht verzocht om bij wijze van voorlopige voorziening in de zin van artikel 821, gelezen in verbinding met artikel 822, eerste lid, onder e, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), uitvoerbaar bij voorraad te bepalen dat de vrouw NAf 1.500,- per maand dient te betalen als bijdrage in de kosten van zijn levensonderhoud. 3.
  8. De man legt aan het verzoek ten grondslag dat de vrouw op grond van de wet gehouden is een bijdrage te leveren in het levensonderhoud van de man. Afgelopen mei is de relatie tussen partijen definitief geëindigd, waarna de man uit de gezamenlijke woning is vertrokken en zijn intrek heeft genomen bij zijn moeder. Gelet op zijn financiële situatie en nu de vrouw sindsdien geen bijdrage levert in het levensonderhoud van de man in de zin van de wet, heeft hij een spoedeisend belang bij de door hem verzochte voorlopige voorziening. De vrouw heeft voldoende draagkracht, nu zij goed verdient. Daarnaast geniet de vrouw inkomsten uit de verhuur van woningen op Bonaire. De man daarentegen is de afgelopen zes jaar huisman geweest en verdiende en verdient nog steeds geen inkomen uit werk. Hij ontvangt enkel een bijstandsuitkering uit Nederland, aldus nog steeds de man. 3.
  9. De vrouw voert verweer, strekkende tot afwijzing van het verzoek. In dit verband stelt de vrouw dat de man niet behoeftig is. De man geniet voldoende inkomsten om, gelet op zijn kosten, in zijn levensonderhoud te voorzien. Bovendien heeft hij verdiencapaciteit; de man is in staat om als elektricien, autohandelaar of beveiligingsmedewerker inkomen te verdienen. Van de man kan en mag worden verwacht dat hij zijn verdiencapaciteit maximaal benut. Verder stelt de vrouw, onder betwisting van bepaalde door de man gestelde inkomsten, dat zij geen draagkracht heeft om te kunnen bijdragen, zoals door de man verzocht. 3.
  10. Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover nodig, nader worden ingegaan. 4De beoordeling 4.
  11. Het gerecht stelt voorop dat dit een voorlopige voorziening betreft, hangende de echtscheidingsprocedure. Zoals hiervoor vermeld, is de stand in die procedure dat de man een verweerschrift kan indienen. Daarbij kan hij desgewenst een zelfstandig verzoek doen tot vaststelling van een bedrag aan partneralimentatie. Vastelling van een bedrag aan partneralimentatie in deze procedure, heeft dan ook het karakter van een voorlopige maatregel, voor de duur van de echtscheidingsprocedure. Het gerecht sluit daarom zoveel mogelijk aan bij de gestelde huidige feitelijke situatie van partijen, en laat de discussie over onder meer de verdiencapaciteit van de man en de (forfaitaire) woonlasten voor de bodemprocedure, die zich daar beter voor leent, althans als deze discussie uit de verzoeken en daaraan ten grondslag gelegde stellingen mocht volgen. 4.
  12. Zoals hiervoor is vermeld, heeft de man verzocht om partneralimentatie ten bedrage van NAf 1.500, en heeft de vrouw betwist dat de man behoeftig is. De onderhoudsplicht van de vrouw jegens de man bestaat slechts voor zover de man niet in zijn eigen kosten van levensonderhoud kan voorzien. Het ligt dus op de weg van de man om aannemelijk te maken dat hij thans in een omstandigheid verkeert, waarin hij niet, totdat in de bodemprocedure op het eventuele alimentatieverzoek is beslist, geacht kan worden in zijn eigen levensonderhoud te voorzien. Naar het oordeel van het gerecht heeft de man zijn behoeftigheid niet aangetoond. Ter toelichting dient het volgende. 4.
  13. De vrouw heeft met stukken onderbouwd weersproken dat de man behoeftig is. Zo heeft zij, met stukken onderbouwd, gesteld dat de man nog altijd een bijstandsuitkering uit Nederland ontvangt, inclusief vakantie- en zorgtoeslag, tot een bedrag van omgerekend NAf 2.715,41 per maand. Deze stelling heeft de man niet betwist. Verder heeft de vrouw gesteld dat de man vaste inkomsten heeft uit de verhuur van een auto. Deze stelling heeft zij onderbouwd met het overleggen van een lijst van namen van huurders van de auto, met daarbij het huurbedrag per dag, het aantal dagen en de totaalprijs. Op die lijst is de zien dat de auto vrijwel steeds verhuurd is, en vanaf 13 april 2024 bovendien volledig verhuurd wordt aan een persoon, voor een bedrag van NAf 1.450,- per maand. De man heeft niet weersproken dat hij inkomsten heeft uit verhuur van de auto, maar wel dat deze inkomsten structureel zijn. Deze stelling heeft hij niet onderbouwd, en dat mocht van hem, gelet op door de vrouw overgelegde gespecifieerde lijst, worden verwacht, zodat het gerecht van de door de vrouw gestelde huurinkomsten uitgaat. Al met al geniet de man een inkomen van NAf 4.165,41 per maand. De man heeft gesteld dat zijn maandelijkse kosten NAf 3.200,- bedragen, waaronder NAf 1.400,- aan huurkosten. De maandelijkse kosten van de man zijn dus bijna NAf 1.000,- lager dan zijn inkomsten. Aldus heeft de man niet aannemelijk gemaakt dat hij behoeftig is, nog daargelaten dat de vrouw ter zitting onweersproken heeft gesteld dat de man geen huur aan zijn moeder betaalt, en dat zijn moeder de huur van die woning bovendien volledig kan voldoen uit het bedrag dat zij van een onderhuurder ontvangt. Het verzoek komt dan ook reeds hierom voor afwijzing in aanmerking. De overige stellingen en weren behoeven geen bespreking. 4.
  14. De proceskosten zullen vanwege het familierechtelijke karakter van de procedure worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 5De beslissing Het gerecht: 5.
  15. wijst het verzoek af; 5.
  16. compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Deze beschikking is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, bijgestaan door mr. M.D.M. Connor, gerechtssecretaris, en op 29 augustus 2024 in het openbaar uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.