GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO zaaknummer: CUR202402234 Beschikking van 5 december 2024 inzake: [de vrouw], wonend in [woonplaats] verzoekster, hierna te noemen: de vrouw, gemachtigde: mr. S.C. Larmonie, tegen [de man], wonend in Curaçao,verweerder, hierna te noemen: de man, gemachtigde: mr. A.S.M. Blonk. 1Het verdere verloop van de procedure 1.
- Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: de beschikking van 24 september 2024 met de daarin vermelde stukken; de akte financiële gegevens zijdens de vrouw op 8 oktober 2024 ter mondelinge rolbehandeling ingediend; de aanvullende producties zijdens de vrouw op 4 november 2024 ter griffie ingediend; de mondelinge behandeling op 7 november 2024, waarbij de man, bijgestaan door zijn gemachtigde, en de vrouw, bijgestaan door mr. Perigault Monte occuperend voor de gemachtigde van de vrouw, zijn verschenen; de pleitnotitie van de vrouw. 1.
- De te laat ingediende producties van de man van 7 november 2024 zijn, na daartegen gemaakt bezwaar, buiten beschouwing gelaten. 1.
- De uitspraak is nader bepaald op heden. 2De verdere beoordeling van het zelfstandig verzoek 2.
- De man heeft het gerecht verzocht te bepalen dat de vrouw aan hem een bedrag van NAf 1.500,- per maand betaalt voor zijn levensonderhoud. 2.
- De man heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat partijen destijds in onderling overleg vanuit Nederland naar Curaçao zijn geëmigreerd, waar de vrouw een goedbetaalde baan zou krijgen, en hij niet zou hoeven te werken. Hij heeft in Nederland elektrotechniek gestudeerd en heeft zijn baan in Nederland opgezegd om naar Curaçao te verhuizen. Deze keuze heeft ertoe geleid dat hij een gat van acht jaar in zijn CV heeft, waaruit zijn behoeftigheid voortvloeit. De man stelt dat hij een behoefte van NAf 3.200 heeft en dat de vrouw voldoende draagkrachtig is om met NAf 1.500,- bij te dragen in zijn levensonderhoud. 2.
- De vrouw betwist de behoefte van de man. Ten aanzien van de door de man opgevoerde kosten, voert de vrouw aan dat de man bij zijn moeder inwoont en geen woonlasten heeft. Daarnaast voert de vrouw aan dat de man verzuimd heeft zijn behoefte te onderbouwen. De man heeft toekomstige posten opgevoerd, terwijl het alimentatieverzoek op actuele situaties beoordeeld dient te worden. Ten aanzien van de door de man gestelde inkomsten, voert de vrouw het volgende aan. De man ontvangt nog altijd, hoewel hij al geruime tijd in Curaçao woont, een uitkering en zorgtoeslag uit Nederland van NAf 2.499 onderscheidenlijk NAf 216,- per maand. Tevens verhuurt de man een auto, waarmee hij een gemiddeld inkomen van NAf 1.500 per maand genereert. Dat brengt het maandelijks inkomen van de man op ongeveer NAf 4.215,-. Bovendien heeft de man verdiencapaciteit, nu hij een gediplomeerd elektrotechnicus is, aldus de vrouw. Tot slot heeft de vrouw een draagkrachtverweer gevoerd. 2.
- Bij voormelde beschikking van 24 september 2024 is de echtscheiding van het op 7 juli 2017 in Curaçao gesloten huwelijk tussen partijen uitgesproken en is de zaak verwezen naar de familierol van 8 oktober 2024 voor het overleggen van een akte financiële gegevens zijdens beide partijen. Alleen de vrouw heeft op die datum een akte gediend. 2.
- Voor de beoordeling van de vraag of aanspraak op partneralimentatie bestaat, is van belang vast te stellen of degene die alimentatie verzoekt mede gelet op de tijdens het huwelijk genoten welstand als behoeftig moet worden aangemerkt. Daarnaast dient de draagkracht van de alimentatieplichtige te worden vastgesteld. 2.
- Het gerecht komt tot de conclusie dat de man niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij behoeftig is. Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft de man geen nader onderbouwd inzicht gegeven in zijn financiële situatie. Evenmin heeft de man de stelling van de vrouw weersproken dat de kosten die hij opvoert, zoals woonlasten, geen actuele kosten zijn, maar merendeels mogelijk toekomstige kosten. Voorts heeft de vrouw de stellingen van de man, dat hij geen inkomsten heeft en vanwege het gat in zijn cv een verminderde verdiencapaciteit, gemotiveerd betwist. Het had naar het oordeel van het gerecht op de weg van de man gelegen zijn stellingen nader te onderbouwen. Nu hij dit heeft nagelaten en ook overigens op basis van de stukken niet is gebleken van arbeidsbeperkende omstandigheden, is het gerecht van oordeel dat de man onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet in staat is volledig in zijn eigen levensonderhoud te voorzien. Vast staat dat de man nog altijd een bijstandsuitkering uit Nederland ontvangt, inclusief vakantie- en zorgtoeslag, tot een bedrag van omgerekend NAf 2.715,41 per maand. Dat de man voornemens is zich uit Nederland uit te schrijven en vervolgens zijn uitkering in Nederland stop te zetten, geeft het gerecht geen grond voor een ander oordeel. De man heeft kennelijk gedurende een periode van ruim acht jaar dat hij in Curaçao woont en een uitkering uit Nederland ontvangt geen aanleiding gezien enige verandering in deze situatie aan te brengen. Daarbij neemt het gerecht ook in aanmerking dat de man met zijn elektrotechnische opleiding hier in Curaçao voldoende verdiencapaciteit heeft. Het gerecht gaat er dan ook vanuit dat de man, gerelateerd aan zijn actuele maandelijkse kosten, voldoende inkomsten geniet dan wel verdiencapaciteit heeft en daarom ook niet behoeftig is. Het verzoek komt reeds om deze reden niet voor toewijzing in aanmerking. De stellingen en weren van partijen ten aanzien van de draagkracht van de vrouw, behoeven dan ook geen bespreking meer. 2.
- Het gerecht ziet aanleiding de proceskosten te compenseren, aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt. 3De beslissing Het gerecht: 3.
- wijst het partneralimentatieverzoek van de man af; 3.
- compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt. Deze beschikking is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, bijgestaan door mr. I.J.C. Wilson, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2024.