GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Zaaknummer: CUR202403522 Beschikking d.d. 20 december 2024 Inzake de naamloze vennootschap RIFFORT VILLAGE N.V. h.o.d.n. RENAISSANCE WIND CREEK CURAÇAO RESORT, gevestigd in Curaçao, verweerster, gemachtigde: mr. J.J. Steward, tegen [Verzoeker], wonende in [woonplaats], verzoeker, gemachtigde: mr. B.L. Lie Atjam. Partijen zullen hierna Riffort en [verzoeker] worden genoemd. 1Het procesverloop 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoekschrift van 10 september 2024, met de daarbij overgelegde producties; de e-mail van Riffort van 4 november 2024, met bijgevoegd videobestand; de e-mail van [Verzoeker] van 4 november, met bijlagen; het verweerschrift; de mondelinge behandeling op 7 november 2024, alwaar Riffort is vertegenwoordigd door haar gemachtigde voornoemd en [Verzoeker] in persoon is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde voornoemd; de pleitnota van Riffort. 1.
- De uitspraak is bepaald op heden. 2De vaststaande feiten 2.
- Riffort exploiteert een luxueus resort en casino op Curaçao. 2.
- Riffort hanteert regels voor het personeel (‘House Rules’). In artikel 6.6.
- van de House Rules van Riffort staat dat het vertellen van onwaarheden (‘dishonesty’) in algemene zin leidt tot beëindiging van het dienstverband. 2.
- [ Verzoeker], thans 61 jaar, is sinds 19 februari 2014 werkzaam bij Riffort in de functie van bewaker, bij de afdeling Casino. Er is geen schriftelijke arbeidsovereenkomst. 2.
- Op 10 oktober 2014 is [verzoeker] schriftelijk gewaarschuwd omdat hij een fooi had aangenomen van een gast die een jackpot had gewonnen. Aan [verzoeker] is medegedeeld dat het niet is toegestaan giften van gasten te ontvangen en dat bij herhaling beëindiging van het dienstverband kan volgen. [Verzoeker] heeft de waarschuwing ondertekend. 2.
- Op 29 juni 2016 is [verzoeker] schriftelijk gewaarschuwd omdat hij in het casino loterijboekjes van een bezoeker had aangenomen, hetgeen in strijd is met het beleid van Riffort. [Verzoeker] heeft de waarschuwing ondertekend. 2.
- Op 16 januari 2024 werd het management van Riffort op de hoogte gesteld van een incident in het casino op 5 januari 2024, waarbij [verzoeker] betrokken zou zijn geweest. Van dit incident zijn videopnames gemaakt. Op 16 januari 2024 heeft een gesprek met [verzoeker] plaatsgevonden, waarbij hij heeft ontkend iets van een gast te hebben aangenomen. 2.
- [ Verzoeker] is diezelfde dag op non-actief gesteld, hetgeen per brief aan hem is bevestigd. 2.
- [ Verzoeker] is bij brief van 18 januari 2024 op staande voet ontslagen. In de brief heeft de Managing Director, voor zover hier van belang, het volgende aan [verzoeker] medegedeeld: “Please be notified that with reference to the incident dated January 5, 2024, which was reported to management last January 16 and was further investigated, you are terminated effective immediately according to BW article 1615 p sub 2 lid 4 -breach of confidence – inconsistency between your declaration and footage (dishonesty 6.8.8 Expectations Guide)” 2.
- Bij de brief van 18 januari 2024 is een formulier (“Discipline Form”) gevoegd waarop bij “Job Title” staat: “Casino internal security officer”. 2.
- Het gerecht heeft bij beschikking van 22 mei 2024 (CUR202400772) het ontslag op staande voet nietig verklaard omdat de ontslaggrond onvoldoende aan [verzoeker] kenbaar was gemaakt. Riffort is voorts veroordeeld om [verzoeker] weer toe te laten tot de werkvloer “teneinde de gebruikelijke werkzaamheden te verrichten” alsmede tot betaling van het loon vanaf 18 januari 2024 en de proceskosten. 2.
- Riffort heeft [verzoeker] na 22 mei 2024 meerdere malen opgeroepen om zijn werkzaamheden te hervatten, echter niet in het casino maar in het hotelcomplex van Riffort vanwege het incident op 5 januari
- 2.
- [ Verzoeker] heeft, onder verwijzing naar de beschikking van het gerecht van 22 mei 2024, aangegeven enkel in het casino zijn werkzaamheden te zullen hervatten. 2.
- Bij e-mail van 12 juni 2024 heeft Riffort aangegeven dat [verzoeker] binnen 24 uur zijn beveiligingswerkzaamheden dient te hervatten en dat het niet-voldoen aan de oproep zal worden beschouwd als het weigeren van een redelijke opdracht en daarmee het weigeren van werk. 2.
- Op 24 juni 2024 is eiser voor de laatste maal door Riffort opgeroepen om zijn beveiligingswerkzaamheden bij het hotelcomplex te hervatten. [Verzoeker] heeft hieraan geen gevolg gegeven. 2.
- Bij schrijven van 23 oktober 2024 verklaart neuropsycholoog drs. S. Ebecilio, werkzaam voor psychologisch adviesbureau Sosien, dat [verzoeker] wegens psychische en somatische klachten niet in staat is te werken. Hij adviseert om [verzoeker] arbeidsongeschikt te verklaren. 2.
- Bij schrijven van 4 november 2024 verklaart huisarts dr. E.M. Coy Teran dat [verzoeker] sinds 26 augustus 2024 onder behandeling is voor psychische en somatische klachten in verband met stress op zijn werk. 2.
- [ Verzoeker] heeft zich niet ziekgemeld en is niet bij de bedrijfsarts geweest. 3Het geschil 3.
- Riffort heeft het gerecht verzocht om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: a. de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] met onmiddellijke ingang te ontbinden zonder toekenning van enige vergoeding op grond van gewichtige redenen bestaande uit dringende redenen althans gewijzigde omstandigheden; b. dan wel elke andere door het gerecht in goede justitie te vermenen beslissing te nemen; c. met veroordeling van [verzoeker] in de kosten van deze procedure, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van de beschikking en – voor het geval dat voldoening van deze kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de vijftiende dag na dagtekening van de beschikking en te vermeerderen met de na de beschikking te maken kosten van tenuitvoerlegging daarvan. 3.
- Riffort legt aan het verzoek ten grondslag dat [verzoeker] op 5 januari 2024, blijkens filmbeelden, een fiche van een casinogast in ontvangst heeft genomen, hetgeen niet is toegestaan. [Verzoeker] heeft desgevraagd hierover niet de waarheid verteld, wat in strijd is met artikel 6.6.8 van de House Rules van Riffort en waarop een strikt zerotolerance beleid van toepassing is. Na de beschikking van 22 mei 2024 is [verzoeker] verzocht zijn beveiligingswerkzaamheden te hervatten in het hotelcomplex van Riffort. [Verzoeker] weigert echter zijn werkzaamheden te hervatten. De aanpassing van de werkplek acht Riffort echter redelijk, praktisch en passend gezien de omstandigheden. Daarbij is geen sprake van strijd met de beschikking van het gerecht van 22 mei
- Nu [verzoeker] eerder waarschuwingen heeft gehad voor het aannemen van giften en hij weigert zijn werkzaamheden in het hotelcomplex te hervatten, is er sprake van dringende redenen dan wel gewijzigde omstandigheden die de ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigen. Er is een onherstelbare vertrouwensbreuk ontstaan en het is volgens Riffort dan ook niet billijk aan [verzoeker] een ontslagvergoeding toe te kennen. In dit verband wordt nog opgemerkt dat [verzoeker] goede kansen heeft op de arbeidsmarkt. Ten slotte wijst Riffort erop dat [verzoeker] zich nimmer heeft ziekgemeld, dat de ziekte geen verband houdt met de redenen voor het ontbindingsverzoek en dat het ontslagverbod niet van toepassing is wanneer sprake is van ernstig verwijtbaar handelen. 3.
- [ Verzoeker] heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Hij stelt zich op het standpunt dat Riffort op grond van de beschikking van het gerecht van 22 mei 2024 is gehouden hem zijn werkzaamheden in het casino te laten hervatten. Dat is zijn overeengekomen werkplek, hetgeen ook blijkt uit het bij de brief van 18 januari 2024 gevoegde formulier waarop staat dat hij in dienst is als “casino indoor security officer”. [Verzoeker] betwist dat hij op 5 januari 2024 een fiche in ontvangst heeft genomen, en zelfs als dit zo was dan zou het onredelijk en onbillijk zijn hem om die reden te ontslaan. [Verzoeker] heeft door de handelwijze van Riffort psychische klachten gekregen en is thans arbeidsongeschikt. Een arbeidsovereenkomst kan niet tijdens ziekte worden ontbonden. Hij wijst er ten slotte op dat het door zijn leeftijd moeilijk zal zijn een adequate baan te vinden. 4De beoordeling 4.
- Het gerecht stelt voorop dat er (in beginsel) een opzegverbod is wanneer sprake is van ongeschiktheid tot het verrichten van werkzaamheden wegens ziekte. Dit opzegverbod staat echter niet in de weg aan een ontbinding als het verzoek geen verband houdt met de ziekte. Van deze situatie is in de onderhavige zaak sprake. Daarbij komt dat [verzoeker] zich niet heeft ziekgemeld, niet is gezien door de bedrijfsarts en niet duidelijk is of hij ziek is geworden voor de datum van het onderhavige verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Het gerecht zal daarom overgaan tot een inhoudelijke beoordeling. 4.
- Uitgangspunt bij de beoordeling van het ontbindingsverzoek is dat de werkgever ingevolge artikel 7A:1615w lid 1 BW te allen tijde bevoegd is zich wegens gewichtige redenen tot de rechter te wenden met het schriftelijk verzoek de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Als gewichtige redenen worden beschouwd omstandigheden, welke een dringende reden, als bedoeld in artikel 7A:1615o lid 1 BW zouden hebben opgeleverd, alsook veranderingen in de omstandigheden welke van dien aard zijn, dat de dienstbetrekking billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen. Hierbij geldt dat de eerdere nietigverklaring van het ontslag op staande voet op grond van formele redenen, bij beschikking van het gerecht van 22 mei 2024, niet in de weg staat aan een inhoudelijke beoordeling van het ontbindingsverzoek in de onderhavige procedure. 4.
- Het gerecht overweegt vooraleerst dat in een casino wordt omgegaan met grote sommen geld (waaronder fiches), hetgeen een strikte en zorgvuldige naleving van regels en procedures door het personeel vereist teneinde de integriteit van het casino te waarborgen en belangenconflicten te voorkomen. Het beleid van het casino om giften van gasten aan het personeel te verbieden is dan ook gerechtvaardigd. Het aannemen van giften kan immers leiden tot een situatie waarbij personeel bevooroordeeld wordt of zich verplicht voelt om bepaalde gasten gunsten te verlenen, wat het eerlijke spel kan verstoren. Ook is het verbod bedoeld om onregelmatige of ongebruikelijke geldstromen, witwaspraktijken of andere illegale activiteiten te voorkomen. Casino’s dienen derhalve een beleid te handhaven dat duidelijk maakt dat personeel geen giften mag aannemen. Bovenkant formulier 4.
- [ Verzoeker] heeft betwist dat hij tijdens zijn dienst een fiche van een gast heeft aangenomen. Uit de door Riffort overgelegde camerabeelden blijkt naar het oordeel van het gerecht evenwel duidelijk dat hij “iets” aanneemt en dit in zijn zak stopt. Zijn enkele ontkenning, zonder verder uitleg, heeft Riffort dan ook als een ontoereikende reactie mogen aanmerken. Hierbij komt dat [verzoeker] tijdens zijn dienstverband eerder waarschuwingen heeft gehad betreffende het aannemen van giften, waarbij hem is medegedeeld dat dit tot ontslag kan leiden. [Verzoeker] wist dus dat hij geen giften van gasten aan mag nemen. Ook mag worden aangenomen dat hij op de hoogte was van artikel 6.6.
- van de House Rules van Riffort, waarin staat dat ‘dishonesty’ in algemene zin leidt tot beëindiging van het dienstverband. Door te handelen als hij heeft gedaan heeft [verzoeker] naar het oordeel van het gerecht dan ook de op hem toepasselijke regels geschonden, waarvan het belang hiervoor onder 4.
- is uiteengezet. 4.
- Het gerecht slaat voorts acht op de weigering van [verzoeker] om zijn werkzaamheden te hervatten. Dat [verzoeker] meent op grond van de beschikking van 22 mei 2024 slechts tewerkgesteld te kunnen worden in het casino en niet in het hotel, wordt door het gerecht niet gevolgd. De uitspraak in de eerdere zaak is beperkt tot een formeel aspect en schept – hoewel Riffort is veroordeeld [Verzoeker] weer toe te laten tot de werkvloer “teneinde de gebruikelijke werkzaamheden te verrichten”– geen exclusief recht op een specifieke werkplek. Dit zou anders zijn wanneer dit expliciet was overeengekomen in een arbeidsovereenkomst of in een andere bindende regeling. Dat is hier niet het geval. Dat op een aantal beoordelingsformulieren (“Discipline Form”) de functie “Casino internal security officer” wordt vermeld kan mogelijk als een indicatie worden gezien, maar in het licht van de toelichting van Riffort kan daaruit niet worden afgeleid dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst waarbij uitsluitend tewerkstelling in het casino was overeengekomen. Riffort heeft bovendien voldoende toegelicht dat het verzoek om [verzoeker] in het hotel in te zetten, redelijk is, binnen de grenzen van de arbeidsovereenkomst valt en verenigbaar is met de aard van zijn functie en de gerechtvaardigde belangen van de werkgever. Het recht van Riffort om [verzoeker] in te zetten op verschillende werkplekken binnen de organisatie past naar het oordeel van het gerecht dan ook bij de gebruikelijke invulling van zijn werkzaamheden. Daarbij heeft de werkgever zich naar het oordeel van het gerecht nog eens voldoende ingespannen om de arbeidsrelatie voort te zetten, maar dit is door de houding van [verzoeker] niet mogelijk gebleken. De weigering van [verzoeker] om in het hotelgedeelte te werken, in combinatie met het eerdere incident en de daardoor verslechterde arbeidsverhouding, maakt dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst niet langer mogelijk is. 4.
- Met het voorgaande staat voldoende vast dat de door Riffort aangevoerde omstandigheden zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van [verzoeker] betreffen, dat van Riffort redelijkerwijs niet kan worden gevergd de dienstbetrekking te laten voortduren. Op de grondslag van gewichtige redenen, bestaande uit een uitgestelde dringende reden, is het verzoek tot ontbinding daarom toewijsbaar. De arbeidsovereenkomst zal per 1 januari 2025 door het gerecht worden ontbonden. 4.
- Nu de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden op grond van een uitgestelde dringende reden komt het gerecht niet toe aan de beoordeling of [verzoeker] een billijke vergoeding toekomt. 4.
- [ Verzoeker] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Riffort worden tot op heden begroot op NAf 1.500,- aan salaris voor de gemachtigde en NAf 450,- aan griffierecht. De gevorderde wettelijke rente en de nakosten worden toegewezen zoals hierna onder de beslissing vermeld. 5De beslissing Het gerecht: 5.
- ontbindt de tussen Riffort en [verzoeker] bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van 1 januari 2025; 5.
- veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten aan de zijde van Riffort begroot op een bedrag van NAf 1.500,00 aan gemachtigdensalaris en NAf 450,00 aan griffierechten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na dagtekening van deze beschikking tot aan de dag van betaling; 5.
- veroordeelt [verzoeker] tot betaling van NAf 250 aan nakosten zonder betekening, verhoogd met NAf 150 in geval van betekening; 5.
- verklaart deze beschikking voor wat betreft de veroordelingen onder 5.2 en 5.
- uitvoerbaar bij voorraad; 5.
- wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. D.W.J. Vinkes, rechter in het gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en op 20 december 2024 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.