← Nederland

ECLI:NL:OGEAC:2024:313

Parketnummer: 500.00079/24 Uitspraak: 23 oktober 2024 Tegenspraak Vonnis van dit Gerecht in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats], wonende in [woonplaats], thans gedetineerd in het huis van bewaring in Curaçao. Onderzoek van de zaak Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter openbare terechtzittingen van 22 mei 2024, van 31 mei 2024, van 11 september 2024 en van 2 oktober 2024. De verdachte is ter terechtzittingen van 22 mei 2024 en van 11 september 2024 verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. N.F.C. Themen-Cairo, advocaat in Curaçao. De verdachte heeft afstand gedaan van zijn recht om ter terechtzitting van 31 mei 2024 en bij de sluiting van het onderzoek op 2 oktober 2024 te verschijnen. De raadsvrouw van de verdachte is met voorafgaande kennisgeving niet op laatstgenoemde zitting aanwezig geweest. Door mr. A.M. Tromp, advocaat in Curaçao, is namens de aangever [slachtoffer] op voorhand ter zake van schade die het gevolg is van het aan de verdachte ten laste gelegde handelen een vordering ingediend. De officier van justitie, mr. S.M. Scheer, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht de onder 1, 2 tweede alternatief cumulatief en 3 ten laste gelegde feiten bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren, met aftrek van voorarrest. Haar vordering behelst voorts: de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen voorwerp, te weten een plasticzakje, inhoudende een bruin blokje hasj, met een brutogewicht van 3 gram; de verbeurdverklaring van de in beslag genomen voorwerpen, te weten een kentekenplaat ([kentekennummer 1]) en een voertuig van het merk [automerk/model], met kentekennummer [kentekennummer 2]; de teruggave van het in beslag genomen voorwerp, te weten een zwart gekleurde mobiele telefoon van het merk Samsung aan de rechtmatige eigenaar; de toewijzing van de vordering van het slachtoffer tot schadevergoeding tot een bedrag van NAf 50.000,00 en de oplegging van een bij de toewijsbare vordering behorende schadevergoedingsmaatregel. De raadsvrouw heeft primair bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten. Subsidiair heeft zij een strafmaatverweer gevoerd. Tenlastelegging Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting van 11 september 2024 - ten laste gelegd: FEIT 1: WEDERRECHTELIJKE VRIJHEIDSBEROVING/GIJZELING dat hij op of omstreeks 10 januari 2024, althans in of omstreeks de maand januari 2024 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden gedurende een tijdsverloop van ongeveer 12 uren, in elk geval een aantal uren, gedurende een lange tijd, met het oogmerk (een) ander(en), te weten familieleden en bekenden, van die [slachtoffer], althans een persoon, te dwingen iets te doen, te weten om een bedrag van NAF 200.000 en/of NAF 180.000,- althans een (groot) geldbedrag te betalen, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(

  1. s)met dat opzet:  gemaskerd en/of gewapend met een of meerdere vuurwapens, althans (een) soortgelijk(
  2. e)voor bedreiging of afdreiging geschikt voorwerp(
  3. en)het bedrijf waar die [slachtoffer] zich bevond binnengelopen en/of  die [slachtoffer] geblinddoekt en/of zijn handen vastgebonden met (een) tiewrap(
  4. s)en/of gedwongen met hem mee te gaan en in een auto geduwd en/of meegenomen en/of  die [slachtoffer] naar een woning gelegen te [adres] gebracht en/of die [slachtoffer] gedurende lange tijd, tegen zijn wil in een kamer opgesloten en/of  een vuurwapen althans (een) soortgelijk(
  5. e)voor bedreiging of afdreiging geschikt voorwerp tegen de nek van die [slachtoffer] geplaatst en daarbij tegen hem gezegd om NAF 100.000,- althans een geldbedrag moet betalen en/of regelen; (artikel 2:249 j° 2:250 j° 1:123 van het Wetboek van Strafrecht) FEIT 2: AFPERSING/DIEFSTAL MET GEWELD dat hij op of omstreeks 10 januari 2024, althans in of omstreeks de maand januari 2024 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld, [slachtoffer] heeft gedwongen tot afgifte van:  een IPhone model 13 en/of  NAf 15.000,-, althans een of meerdere geldbedragen en/of  NAf 180.000,- en/of NAf 200.000,- althans een of meerdere geldbedragen en/of  een armband en/of twee ringen in elk geval (enig) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(
  6. en)uit,  een vuurwapen, althans een soortgelijk voor bedreiging of afdreiging geschikt voorwerp tevoorschijn halen en/of voorhouden aan en/of tonen aan en/of gericht houden op en/of plaatsen aan het hoofd, althans het lichaam van [slachtoffer] en/of  het met de kolf van een vuurwapen, althans (een) soortgelijk(
  7. e)voor bedreiging of afdreiging geschikt voorwerp, die [slachtoffer] op het hoofd slaan; (artikel 2:294/2:291 j° 1:123 van het Wetboek van Strafrecht) EN/OF dat hij op of omstreeks 10 januari 2024, althans in of omstreeks de maand januari 2024 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen  een IPhone model 13 en/of  NAf 15.000,-, althans een of meerdere geldbedragen en/of  NAf 180.000,- en/of NAf 200.000,- althans een of meerdere geldbedragen en/of  een armband en/of twee ringen in elk geval (enig) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(
  8. s)hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(
  9. en)uit,  een vuurwapen, althans een soortgelijk voor bedreiging of afdreiging geschikt voorwerp tevoorschijn halen en/of voorhouden aan en/of tonen aan en/of gericht houden op en/of plaatsen aan het hoofd, althans het lichaam van die [slachtoffer] en/of  het met de kolf van een vuurwapen, althans (een) soortgelijk(
  10. e)voor bedreiging of afdreiging geschikt voorwerp, die [slachtoffer] op het hoofd slaan; (artikel 2:294/2:291 j° 1:123 van het Wetboek van Strafrecht) FEIT 3: BEZIT VUURWAPEN hij op of omstreeks 10 januari 2024, althans in of omstreeks de maand januari 2024 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer vuurwapen(s), althans (een) soortgelijk(
  11. e)voor bedreiging of afdreiging geschikt voorwerp(
  12. en)in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, voorhanden heeft/hebben gehad; (artikel 3 j° 11 van de Vuurwapenverordening 1930). Formele voorvragen Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. Bewezenverklaring Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder de onder 1, 2 tweede alternatief cumulatief en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande: Feit 1 dat hij op of omstreeks 10 januari 2024, althans in of omstreeks de maand januari 2024 in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, gedurende een tijdsverloop van (ongeveer 12 uren), in elk geval een aantal uren, gedurende een lange tijd, met het oogmerk (een) ander(en), te weten familieleden en bekenden, van die [slachtoffer], althans een persoon, te dwingen iets te doen, te weten om een bedrag van NAF 200.000 en/of NAF 180.000,- althans een (groot) geldbedrag te betalen, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(
  13. s)met dat opzet:  met met capuchon bedekte gezichten en/of gewapend met een of meerdere vuurwapens, althans (een) soortgelijk(
  14. e)voor bedreiging of afdreiging geschikte voorwerp(
  15. en)het bedrijf waar die [slachtoffer] zich bevond binnengelopen en/of,  die [slachtoffer] geblinddoekt en/of zijn handen vastgebonden met (een) tie-wrap(
  16. s)en/of gedwongen met hen mee te gaan en in een auto geduwd en/of meegenomen en/of,  die [slachtoffer] naar een woning gelegen aan de [adres] gebracht en/of die [slachtoffer] gedurende lange tijd, tegen zijn wil in een kamer opgesloten en/of,  een vuurwapen althans (een) soortgelijk(
  17. e)voor bedreiging of afdreiging geschikt voorwerp tegen de nek van die [slachtoffer] geplaatst en daarbij tegen hem gezegd om NAf 100.000,00 althans een geldbedrag moet betalen en/of te regelen; Feit 2 (tweede alternatief cumulatief) dat hij op of omstreeks 10 januari 2024, althans in of omstreeks de maand januari 2024 in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen,  een iPhone model 13 en/of,  NAf 15.000,00, althans een of meerdere geldbedragen en/of,  NAf 180.000,- en/of NAf 200.000,- althans een of meerdere geldbedragen en/of  een armband en/of twee ringen, in elk geval (enig) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(
  18. s)hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(
  19. en)uit,  een vuurwapen, althans een soortgelijk voor bedreiging of afdreiging geschikt voorwerp tevoorschijn halen en/of voorhouden aan en/of tonen aan en/of gericht houden op en/of plaatsen aan het hoofd, althans het lichaam tegen de nek van die [slachtoffer] en/of,  het met de kolf van een vuurwapen, althans met (een) soortgelijk(
  20. e)voor bedreiging of afdreiging geschikt voorwerp, die [slachtoffer] op het hoofd slaan; Feit 3 dat hij op of omstreeks 10 januari 2024, althans in of omstreeks de maand januari 2024 in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer vuurwapen(s), althans (een) soortgelijk(
  21. e)voor bedreiging of afdreiging geschikte voorwerp(
  22. en)in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, voorhanden heeft/hebben gehad;. Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewijsmiddelen Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring. De inhoud van de bewijsmiddelen is telkens zakelijk weergegeven. Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft en, voor zover het een geschrift als bedoeld in artikel 387, eerste lid, aanhef, onder e van het Wetboek van Strafvordering betreft, telkens slechts wordt gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen. Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen in Curaçao. 1. Op 10 januari 2024 omstreeks 10:33 uur is naar aanleiding van een ontvoering een melding bij de Centrale Meldkamer binnengekomen. De verbalisant [verbalisant 1] heeft onder meer het volgende gerelateerd: “De eigenaar van een winkel gevestigd in de wijk Veeris werd door drie mannen met met capuchon bedekte gezichten, onder bedreiging van vuurwapens, ontvoerd. Het slachtoffer betreft de man genaamd, [SLACHTOFFER], geboren op 15 september 1982.” 2. [ getuige 1] heeft op 10 januari 2024 een verklaring afgelegd: “Vandaag omstreeks 10:20 uur stonden wij, te weten [betrokkene 1] (het Gerecht begrijpt: [betrokkene 1]), [slachtoffer], de man die daar ook werkt, die doof en stom is en ik bij het bedrijf van [slachtoffer] te praten. Ineens hoorden wij versnelde passen in onze richting komen. Ik zag plotseling twee mannen met bedekte gezichten hem (het Gerecht begrijpt: [slachtoffer]) vastpakken bij zijn armen. Ik hoorde dat hij een harde klap kreeg. Ik denk op zijn achterhoofd. Ik zag ook een derde verdachte ons allen met een vuurwapen bedreigen. Het betrof een pistool met lange loop en ik weet zeker dat het zwart en grijs van kleur was. Hij bedreigde ons in de landstaal met de woorden ‘Trankilo Trankilo’. Alle drie mannen hadden een vuurwapen bij zich. Ik zag dat de mannen [slachtoffer] aan het duwen waren en zij namen hem mee naar een donkerrood gekleurde auto met kentekennummer [kentekennummer 3] en donker getinte ruiten, die in noordelijke richting wegreed.” 3. [ betrokkene 1] heeft op 10 januari 2024 een verklaring afgelegd: “De heer [slachtoffer] voor wie ik werkzaam ben werd vandaag bij dit bedrijfscomplex in de wijk Veeris door vier onbekende mannen onder bedreiging van vuurwapens meegenomen. Hij stond met [getuige 1] (het Gerecht begrijpt: [getuige 1]) en mij te praten. Kort hierna hoorde ik plotseling verschillende voetstappen rennend in onze richting komen en dat er pistolen werden doorgeladen. Ik zag drie voor mij onbekende mannen, allen met met zwarte capuchons bedekte gezichten en allen in het bezit van een vuistvuurwapen in hun handen, die op ons waren gericht. Twee van de daders gingen direct op [slachtoffer] af, zij pakten hem bij zijn hemd ter hoogte van zijn schouders en namen hem mee, terwijl de andere dader zijn vuurwapen op ons drieën bleef richten en ‘Rustig Rustig’ tegen ons bleef zeggen. Ik zag een donkerrood (wijn) gekleurde auto met kentekennummer [kentekennummer 3] met donkergetinte achterzijruiten uit oostelijke richting aankomen rijden en net voor het gebouw stilstaan. De twee mannen hadden hun vuurwapens aan het lichaam van [slachtoffer] ter hoogte van zijn buik en rug gehouden. Zij namen [slachtoffer] mee naar de auto, maakten de rechterachterdeur open en duwden [slachtoffer] naar binnen. Terwijl de twee daders [slachtoffer] meenamen begon de andere dader ook achteruit te lopen met zijn vuurwapen steeds op ons gericht. Hierna rende hij naar de auto en stapte voorin naast de bestuurder. De auto reed hierna weg. Ik zag dat de dader die links naast [slachtoffer] liep hem met het handvat van zijn vuurwapen op zijn achterhoofd had geslagen.” 4.[getuige 2] heeft op 10 januari 2024 een verklaring afgelegd. Zij heeft bij die gelegenheid het volgende verklaard: “Op 10 januari 2024 belde ik omstreeks 10:29 uur naar [betrokkene 1](het Gerecht begrijpt: [betrokkene 1]). [betrokkene 1] vertelde dat drie mannen allen met capuchons op hun hoofd, bedekte gezichten en vuurwapens in hun handen [slachtoffer] in een auto hadden gezet en dat de auto hierna van het bedrijf gevestigd aan de Veerisweg wegreed. Op 10 januari 2024 omstreeks 13:10 uur werd ik via Whatsapp door mijn schoonzus, genaamd [betrokkene 2] (het Gerecht begrijpt:[betrokkene 2]), gebeld. Zij vertelde dat een verre neef van [slachtoffer], genaamd [betrokkene 3](het Gerecht begrijpt: [betrokkene 3]), haar had gebeld. [betrokkene 3] zei tegen [betrokkene 2] dat [slachtoffer] [betrokkene 3] had gebeld en had gezegd dat de mensen die [slachtoffer] hadden ontvoerd NAf 200.000,00 wilden hebben. Eén van de telefoonnummers van [slachtoffer] is [telefoonnummer].” 5. De verbalisant [verbalisant 2] heeft het volgende gerelateerd: “Op 10 januari 2024 werd omstreeks 13:00 uur, teneinde de locatie van de mobiele telefoon en van het slachtoffer [slachtoffer] te achterhalen, technische hulpmiddelen ingezet en een stealth sms naar het telefoonnummer [telefoonnummer] van het slachtoffer verzonden. Omstreeks 20:20 uur kwam een melding van de leden van de STO binnen dat de mobiele telefoon van het slachtoffer van het merk Apple, model iPhone 13, in de betonnen greppel aan de Kaya Seru di Mahuma werd aangetroffen.” 6. [ betrokkene 3] heeft op 11 januari 2024 een verklaring afgelegd: “Ik kreeg op 10 januari 2024 een bericht dat men NAf 200.000,00 wilde anders zouden zij mijn neef (het Gerecht begrijpt: [slachtoffer]) dood maken, vervolgens kreeg ik een ander bericht dat het geen grap was en dat als ik de politie erbij zou betrekken zij mijn neef of mij zouden dood maken. Ik kreeg ook een voice-bericht van mijn neef [slachtoffer], hij zei dat ze NAf 200.000,00 wilden en hij heeft gevraagd of ik dat voor die mensen kon regelen. Ik kreeg tekstberichten en één voice-bericht. In het voice-bericht was één stem te horen, die van mijn neef [slachtoffer]. Ik heb de zus van [slachtoffer], genaamd [betrokkene 2], gebeld en gesproken.” 7. [ betrokkene 2] heeft op 8 maart 2024 een verklaring afgelegd: “Op 10 januari 2024 heeft [betrokkene 3](het Gerecht begrijpt: [betrokkene 3]) tegen mij verteld dat men NAf 200.000,00 wilde voor de vrijlating van [slachtoffer]. Vrienden van de familie wilden het geld verzamelen voor de vrijlating van [slachtoffer]. Ik had bij twee (groepen) personen NAf 50.000,00 gekregen. Ik had zelf alleen NAf 30.000,00 verzameld. Nadat voor de vrijlating van mijn broer was betaald, hoorden wij dat zij mijn broer in de wijk Rancho hadden vrijgelaten. Bij aankomst aldaar stapte ik meteen uit de auto en liep naar [slachtoffer] toe.” 8[getuige 3] heeft op 11 januari 2024 een verklaring afgelegd: “Gisteren omstreeks 22:30 uur en 23:00 uur kwam een voor mij onbekende man aan bij onze woning gelegen aan de [adres]. Mijn nichten waren buiten aan het spelen. Zij kwamen op een bepaald moment hun moeder, te weten mijn zus, roepen en vertelden dat er buiten een man stond die om hulp vroeg. Mijn zus ging naar buiten en zag aldaar een man staan. Zij schrok bij het zien van de man, kwam meteen naar binnen en vertelde dat er inderdaad een man buiten stond. Ik begaf mij toen naar buiten en zag een man staan met zijn handen voor zijn lichaam vastgebonden met tie-wrap. Hij zei dat hij vanaf de ochtenduren van zijn vrijheid was beroofd en vroeg of ik zijn handen kon losmaken. Ik heb gezegd dat ik dat niet zou doen en dat hij buiten het erf moest blijven wachten, omdat ik eerst naar de politie zou bellen. Ik belde omstreeks 22:11 uur naar de Centrale Meldkamer en gaf door dat buiten onze woning een man stond die zei dat hij in de ochtenduren was ontvoerd. Hij zei dat hij [slachtoffer] heette. Ik heb de locatie van onze woning aan de centralist doorgegeven en liet de man in mijn tuin op een stoel zitten wachten op de politie. Op zijn verzoek heb ik ook zijn vrouw opgebeld en terwijl ik met haar aan het praten was kwam er een auto hard mijn tuin binnenrijden, waaruit een vrouw en een man stapten. [slachtoffer] zij dat de vrouw zijn zus was.” 9. [slachtoffer] deed op 10 januari 2024 aangifte. Hij heeft bij die gelegenheid het volgende verklaard: “Vandaag stond ik bij een uniformbedrijf dat ik had overgenomen, [bedrijf], gevestigd in de wijk Veeris aan de Veerisweg toen ineens drie mannen met bedekte gezichten en met vuurwapens in hun handen binnen kwamen. Twee van de mannen hadden mij bij mijn kraag vastgepakt en stopten mij in een auto. De derde man liep mee. Hierna reden zij weg. In de auto zat één man, de bestuurder, hij had ook gezichtsbedekking op. De auto betrof een rood gekleurde vierdeursauto van het merk Toyota. Ik kreeg een klap met het handvat van een vuurwapen. Ik voelde dat iets raars aan mijn hoofd was. Ik zag en rook bloed op mijn achterhoofd. Tijdens het wegrijden doorzochten zij gelijk mijn kleding. Zij hebben mijn telefoon uit mijn zakken gepakt en ook NAf 15.000,00. Mijn telefoon is zwart van kleur van het merk Apple, model iPhone 13, en mijn telefoonnummer is [telefoonnummer]. Ik heb de Find My iPhone app in mijn telefoon ingesteld. Ik mis ook één armband. Ik werd toen ik in de auto was gestapt gelijk geblinddoekt en mijn handen werden meteen met tie-wrap vastgebonden. Het duurde niet eens vijf minuten van de plek waar ik werd weggenomen en de plek waar ik werd vastgehouden. Naar mijn gevoel reden wij rechtdoor tot de T-kruising en zijn toen links afgeslagen. Ik werd in een kamer vastgehouden. Zij hebben mij om geld gevraagd en ik voelde de loop van een vuurwapen in mijn nek. Ik hoorde de mannen met de vuurwapens spelen. Zij hebben tegen mij gezegd om in een voice-bericht tegen mijn neef, genaamd [betrokkene 3](het Gerecht begrijpt: [betrokkene 3]), te zeggen om NAf 100.000,00 te regelen voor mijn vrijlating. De tijd ging heel snel. Ze zeiden opeens dat wij weggingen, ik moest opstaan en wachten. Zij pakten mij weer bij mijn nek vast en namen mij mee naar een auto. Het rijden duurde deze keer een stuk langer dan van mijn bedrijf naar de ophoudlocatie. Nadat de auto ineens was gestopt mocht ik uitstappen en ik hoorde de auto langzaam wegrijden. Toen ik de blinkdoek van mijn gezicht afhaalde zag ik niemand meer. Het lukte mij niet om mijn handen, die met tie-wrap waren vastgebonden, los te krijgen. Ik begon te lopen, zag twee kinderen en heb aan hen gevraagd om hun moeder te roepen. Toen een vrouw kwam, heb ik tegen haar gezegd dat ik was beroofd. Zij had de politie opgebeld.” 10De verbalisant [verbalisant 3] heeft het volgende gerelateerd: “Op 10 januari 2024 werd een forensisch onderzoek ingesteld waarbij onder meer fotografische opnames van de toegebrachte verwondingen aan het lichaam van het slachtoffer [slachtoffer] zijn gemaakt. Het slachtoffer vertoonde de navolgende verwondingen, te weten een opgezwollen achterhoofd en opgezwollen linker- en rechterpols.” 11. [ slachtoffer] heeft op 23 januari 2024 een verklaring afgelegd: “Door de manier waarop de bestuurder had gereden nadat ik was ontvoerd kan ik mij herinneren dat de woning in een bocht lag. Na de ontvoering reed de auto rechtdoor op de Veerisweg en sloeg linksaf bij de T-kruising richting de rotonde. Naar mijn gevoel sloegen wij driemaal linksaf. De eerste keer linksaf bij de T-kruising op de Helmin Wiels Boulevard, vervolgens bij de rotonde linksaf en vervolgens weer linksaf na de rotonde. Na een zoekactie op Google Maps kwam ik erachter dat ik waarschijnlijk in de omgeving van de wijk Kas Chikitu werd vastgehouden. Bij de woning moest ik een smalle trap met drie à vier treden oplopen en in een hoek zitten. Er waren de hele tijd twee daders bij mij aanwezig. Verder kon ik horen dat één van de daders mogelijk tegen een bal in de ruimte aan het schoppen was. De auto reed rechtdoor de tuin uit bij mijn vrijlating en sloeg rechtsaf. De daders bleven tegen mij zeggen dat zij NAf 400.000,00 en NAf 600.000,00 wilden voor mijn vrijlating. Zij bedreigden mij meerdere keren om niet naar de politie te gaan, anders zouden zij mij vermoorden. Er waren vijf daders; drie hadden mij ontvoerd, één was de bestuurder van de auto en één was telefonisch in contact met de rest. De ruimte waar ik werd vastgehouden was volgens mij onbewoonbaar. Toen ik in de auto werd geduwd hoorde ik dat op de luidspreker instructies aan de rest van de daders werd gegeven, onder meer om mijn ogen te bedekken en mijn handen vast te maken. Ik heb via roddels gehoord dat een man, bijgenaamd [medeverdachte 1], één van de ontvoerders zou zijn geweest. Ik ken hem niet, maar zijn volledige naam [medeverdachte 1]. Hij heeft twee Instagramaccounts welke ik kan aantonen. Mijn zus had een tip gekregen waar ik zou zijn na mijn vrijlating.” 12. [ slachtoffer] heeft op 22 februari 2024 een verklaring afgelegd: “Bij de ophoudlocatie heb ik koud water en later coca-cola met ijs van hen gekregen. De auto op de aan mij getoonde foto lijkt heel veel op de auto waarin ik door de ontvoerders werd weggenomen. Ik herken dezelfde rode kleur, dezelfde vorm, hetzelfde merk en dezelfde velgen als die van de auto waarin ik werd meegenomen. Ik zie dat de binnenkant van de auto ook een lichte kleur heeft.” 13. [ slachtoffer] heeft op 21 maart 2024 een verklaring afgelegd: “Ik had het gevoel dat ik in een andere auto zat toen ik op de plaats waar ik ben vrijgelaten werd afgezet. Op straat komt de naam [medeverdachte 1], bijgenaamd [medeverdachte 1], altijd als eerste voor van betrokkenheid bij mijn ontvoering. Hij zou de leiding hebben over de groep die de ontvoering zou hebben uitgevoerd. Ik heb ook de achternaam [getuige 4] gehoord en dat ik na mijn ontvoering naar het huis van een van deze [getuige 4] werd gebracht. De naam [betrokkene 4], bijgenaamd [betrokkene 4], is de persoon van wie de ontvoerders van zijn huis gebruik hebben gemaakt om mij vast te houden. Ik heb gehoord dat een broer van [getuige 4] ook betrokken zou zijn bij mijn ontvoering.” 14. [ getuige 4] heeft op 19 februari 2024 een verklaring afgelegd: “Ik ben woonachtig te [adres]. In de maand januari 2024 was mij iets vreemds opgevallen. Ik kan mij de exacte datum niet goed herinneren, maar het was rond midden januari. Ik zag een vreemde auto geparkeerd op het erf te [adres]. Deze auto stond aan de achterkant van de blauwe woning van mijn overleden ouders. Ik heb de enige sleutels van deze woning in mijn bezit. De achter- en de keukendeur van deze woning kunnen dicht, maar niet op slot. De auto had een wijnrode kleur, vier portieren en zwart getinte ruiten. De motorkap stond open en ik zag dat [verdachte] bezig was met de auto. De grijze auto van [verdachte], te weten een [automerk/model], stond ook op mijn erf. [verdachte] is een goede vriend van mijn jongste zoon [betrokkene 4]. De auto heeft één nacht op mijn erf gestaan. Op de tweede dag dat ik de auto heb gezien was [verdachte] samen met [medeverdachte 2]. De achternaam van [medeverdachte 2] (het Gerecht begrijpt: [medeverdachte 2]). Hij is de broer van mijn zoon [betrokkene 4] van vaderskant. Ik zag ook dat een man op een motorfiets mijn erf opreed. Hij reed rechtdoor naar achteren. Ik wist dat [medeverdachte 2] en [verdachte] achter de blauwe woning waren. Ik nam aan dat de motorrijder bij hen ging. Ik weet dat de man op de motorfiets in Nederland woonachtig is. ‘s Avonds toen het al donker was hoorde ik het geluid van een auto. Ik ging door het raam kijken en zag de wijnrode auto op mijn erf rijden richting de Edisonstraat. Achter die auto zag ik de grijze [automerk/model] van [verdachte]. De rood gekleurde auto op de aan mij getoonde foto herken ik. Het lijkt heel veel op de auto die op mijn erf stond. Het was zo’n model en zo’n kleur als de auto die op mijn erf stond.” 15. [ getuige 4] heeft op 20 februari 2024 een verklaring afgelegd: “[verdachte] rijdt in een donkergrijs gekleurde auto van het merk [automerk/model]. Ik toon u het Facebookaccount van [verdachte] waarop verschillende foto’s, waaronder foto’s van [verdachte] (het Gerecht begrijpt:[verdachte]), de verdachte, zelf zijn geüpload.” 16. [ getuige 4] heeft op 20 februari 2024 een verklaring afgelegd: “Op de aan mij getoonde foto zie ik de man (het Gerecht begrijpt: [medeverdachte 1]) die op de motorfiets mijn erf opreed op de tweede dag dat de wijnrode auto op mijn erf stond. Hij is de vriend van mijn jongste zoon [betrokkene 4]. Hij reed die dag op een motorfiets mijn terrein op helemaal naar achteren. Hij ging bij [medeverdachte 2] en [verdachte] die bij de rode auto waren. Op de aan mij getoonde foto herken ik [medeverdachte 2] rijdende op een motor. Hij is de broer van mijn jongste zoon [betrokkene 4]. Hij is de [medeverdachte 2] over wie ik het had in mijn eerder afgelegde verklaringen. Op de tweede dag dat de wijnrode auto op het erf stond geparkeerd zag ik [verdachte] op mijn erf aankomen rijden in zijn donkergrijze [automerk/model]. Hierna zag ik [medeverdachte 2] aankomen rijden en vervolgens de motorrijder. Ze kwamen allemaal achter elkaar. [medeverdachte 2] heeft mij later omstreeks 17:00 uur à 17:30 uur om water gevraagd, welke ik uit de koelkast voor hem heb ingeschonken en door hem werd opgedronken. Hierna kwam hij nog een keer om water vragen, welke ik nog een keer voor hem inschonk. Deze keer liep hij ermee weg achter het blauwe pand. Na ongeveer 15 minuten kwam hij het glas voor mij terugbrengen. Op hetzelfde moment zag ik [verdachte] ook buiten achter het blauwe pand. Toen het donker werd had ik gezien hoe de wijnrode auto en de donkergrijze [automerk/model] van [verdachte] achter elkaar wegreden. Het is helemaal niet normaal dat [verdachte] en [medeverdachte 2] de hele dag zo op het erf doorbrengen.” 17. De verbalisant [verbalisant 1] heeft het volgende gerelateerd: “De door het slachtoffer [slachtoffer] aangewezen woning, welke hij op Google Maps heeft laten zien, is gevestigd op het adres [adres]. Tijdens een op 19 februari 2024 verrichte huiszoeking in de woningen gelegen aan de [adres] werd onder meer waargenomen dat het blauwe pand (met crème en witte pand) onbewoond en vrijwel leeg is, dat bij de keukendeur respectievelijk drie, twee en drie smalle traptreden zijn en dat er in de slaapkamer een niet volgepompte grijs met zwart gekleurde basketbal met opschrift lag.” 18. De verbalisant [verbalisant 4] heeft het volgende gerelateerd: “Ambtshalve is mij bekend dat met [medeverdachte 1] de man genaamd [medeverdachte 1] (het Gerecht begrijpt: [medeverdachte 1]) wordt bedoeld. Uit onderzoek in het verkeersongevallensysteem Forensys is gebleken dat [medeverdachte 1] onder meer het telefoonnummer [telefoonnummer] als zijn contactnummer heeft opgegeven.” 19. De verbalisant [verbalisant 5] heeft het volgende gerelateerd: “Na analyse van de gevorderde zendmastgegevens van de historische gegevens van onder meer het telefoonnummer [telefoonnummer] is gebleken dat dit telefoonnummer op 10 januari 2024 in de nachtelijke uren verbinding heeft gemaakt met de zendmast Suffisant en dat het telefoonnummer zich omstreeks 06:20 uur via de zendmast Kloof te omstreeks 06:23:01 uur tot en met 06:34:03 uur heeft verplaatst naar de omgeving van de zendmast Pretu. Dit zou betekenen dat het telefoonnummer zich in de ochtenduren vanuit de omgeving Suffisant/Kloof naar de omgeving Veeris/Marchena/Wishi heeft verplaatst. Tussen omstreeks 07:03:16 uur en 12:26:47 uur is het telefoonnummer niet verbonden met het telecommunicatienetwerk. Dit zou betekenen dat het telefoonnummer mogelijk met een Wifi-netwerk was verbonden. Tussen omstreeks 12:26:47 uur tot en met 12:59:10 uur maakt het telefoonnummer verbinding met de zendmasten Pretu, Heintje Kool, Suffisant, Kloof, Sunset Heights en eindigend met de zendmast Suffisant. Dit zou betekenen dat het telefoonnummer zich tussen omstreeks 07:03:16 uur en 12:26:47 uur in de omgeving van Veeris/Marchena/Wishi bevond, aldus de omgeving waarin het slachtoffer vermoedelijk werd vastgehouden. Vervolgens is het telefoonnummer tot en met omstreeks 17:43 uur niet verbonden met het telecommunicatienetwerk. Tussen omstreeks 17:43:35 uur en 19:37:15 uur maakt het telefoonnummer verbinding met de zendmasten Kloof en Suffisant en vervolgens alleen maar met de zendmast Suffisant. Tussen omstreeks 19:00 uur en 19:20 uur maakte het telefoonnummer weer verbinding met de zendmasten Pretu en Heintje Kool in de buurt van Marchena/Wishi.” 20. De verbalisant [verbalisant 5] heeft het volgende gerelateerd: “Na analyse van de gevorderde zendmastgegevens van de historische gegevens van onder meer het telefoonnummer [telefoonnummer] is gebleken dat na het aanmaken van een zoekprofiel in de periode van 24 december 2023 tot 20 januari 2024, aldus de periode waarin [medeverdachte 1] zich in Curaçao bevond, het telefoonnummer [telefoonnummer] aan het zoekprofiel voldeed en dat het telefoonnummer op 24 december 2023 verbinding met de zendmast Hato Airport heeft gemaakt. Na analyse van de gevorderde zendmastgegevens van de historische gegevens van het telefoonnummer +[telefoonnummer] is gebleken dat dit telefoonnummer onder meer in combinatie met het IMEI-nummer: [nummer] is gebruikt. Op 10 januari 2024 heeft het telefoonnummer vanaf omstreeks 07:48 uur tot en met 08:13 uur verbinding gemaakt met de zendmasten Pretu, Heintje Kool en Sunset Heights. Uitgaande van de meting in mobiele netwerken hebben vanaf de Veerisweg de zendmasten Pretu en Heintje Kool de beste condities waarmee verbinding kan worden gemaakt en waar het telefoonnummer verbinding heeft gemaakt. Tijdens de ontvoering van het slachtoffer maakt het telefoonnummer alleen verbinding met de zendmast Pretu. Dit betekent dat het telefoonnummer zich binnen de reikwijdte van de zendmast bevond. De locatie van de ontvoering, te weten[adres], valt precies binnen de reikwijdte van deze zendmast. Tussen omstreeks 10:20 uur en 10:27 uur werd het telefoonnummer niet gebruikt. Omstreeks 10:57 uur maakt het telefoonnummer verbinding met de zendmast Pretu en vervolgens met de zendmasten Panchi Pretu, Manu Kuiper, Souax, Kleine Berg, Hato Airport en Kloof. Daarna maakt het telefoonnummer verbinding met de zendmasten Kloof, Heintje Kool en Pretu. Dit maakt dat met zekerheid aangrenzende waarschijnlijkheid kan worden vastgesteld dat het telefoon van het slachtoffer [slachtoffer] werd gedumpt bij de locatie waar het later werd aangetroffen. Omstreeks 11:07 uur wordt blijkens de bekeken en geanalyseerde camerabeelden een persoon rijdende op een motor waargenomen, wie het terrein van de [adres] uitrijdt en herkend wordt als [medeverdachte 1]. Blijkens het onderzoek kan worden vastgesteld dat het telefoonnummer +[telefoonnummer] op 10 januari 2024 over het eiland meebeweegt en verbinding heeft gemaakt met de zendmasten op verschillende locaties, te weten alwaar de voorbereiding van de ontvoering heeft plaatsgevonden, tijdens de ontvoering, na de ontvoering en tijdens het wegbrengen van het mobiele telefoon van het slachtoffer [slachtoffer].” 21. De verbalisant [verbalisant 5] heeft het volgende gerelateerd: “De mobiele telefoon toebehorende aan [medeverdachte 1] werd na zijn aanhouding inbeslaggenomen en uitgelezen. Het betrof een Apple, model iPhone met onder meer het IMEI-nummer: [nummer] in gebruik. Dit betreft hetzelfde IMEI-nummer, welke na analyse van de gevorderde zendmastgegevens van de historische gegevens in combinatie met het telefoonnummer +[telefoonnummer] werd gebruikt.” 22. Door het Team Digitale Opsporing werden meerdere camerabeelden veiliggesteld en overgedragen aan het onderzoeksteam van de Divisie Georganiseerde Criminaliteit (DGC). De verbalisant [verbaisant 6] heeft de camerabeelden bekeken en geanalyseerd. Tevens is strategisch onderzoek gedaan door de plaats delict en de bijbehorende voertuigen volledig in kaart te brengen in de tijdlijn. Hij heeft het volgende gerelateerd: “Op de camerabeelden kan op 9 januari 2024 onder meer het volgende worden waargenomen: Omstreeks 08:08 uur rijdt een rood gekleurde auto het terrein uit van de [adres] en slaat linksaf in de richting van de T-splitsing Edisonstraat/Piscaderabaai A. Omstreeks 11:56 uur rijdt een rood gekleurde auto van het merk [automerk/model], met kentekennummer [kentekennummer 2],7 over de Edisonstraat, komende vanuit de kruising Edisonstraat/Faradayweg en slaat vervolgens linksaf het terrein op van de [adres]. Omstreeks 12:38 uur rijdt een rood gekleurde auto over de Edisonstraat, komende vanuit het terrein van de [adres] in de richting van de kruising Edisonstraat/Faradayweg. Omstreeks 14:34 uur rijdt de rood gekleurde [automerk/model], met kentekennummer [kentekennummer 3], over de Edisonstraat, komende vanuit de kruising Edisonstraat/Faradayweg en slaat vervolgens linksaf het terrein op van de [adres]. Omstreeks 15:10 uur rijdt een rood gekleurde auto over de Edisonstraat, komende vanuit het terrein van de [adres], in de richting van de kruising Edisonstraat/Faradayweg. Omstreeks 15:32 uur rijdt een rood gekleurde auto het terrein op van de [adres], komende vanuit de T-splitsing Edisonstraat/Piscaderabaai A. Omstreeks 15:35 uur rijdt een rood gekleurde auto het terrein uit van de [adres] in de richting van de T-splitsing Edisonstraat/Piscaderabaai A. Omstreeks 16:19 uur rijdt de rood gekleurde [automerk/model], met kentekennummer [kentekennummer 3], over de Edisonstraat, komende vanuit de kruising Edisonstraat/Faradayweg en slaat vervolgens linksaf het terrein op van de [adres]. Omstreeks 16:22 uur rijdt een rood gekleurde auto over de Edisonstraat, komende vanuit het terrein van de [adres] in de richting van de kruising Edisonstraat/Faradayweg. Omstreeks 17:38 uur rijdt een rood gekleurde auto over de Edisonstraat langs [adres] in de richting van de kruising Edisonstraat/Faradayweg. Omstreeks 17:40 uur rijdt de rood gekleurde [automerk/model], met kentekennummer [kentekennummer 3], over de Edisonstraat , komende vanuit de kruising Edisonstraat/Faradayweg en slaat vervolgens linksaf het terrein op van de [adres].” 23. Door het Team Digitale Opsporing werden meerdere camerabeelden veiliggesteld en overgedragen aan het onderzoeksteam van de Divisie Georganiseerde Criminaliteit (DGC). De verbalisant [verbaisant 6] heeft de camerabeelden bekeken en geanalyseerd. Tevens is strategisch onderzoek gedaan door de plaats delict en de bijbehorende voertuigen volledig in kaart te brengen in de tijdlijn. Hij heeft het volgende gerelateerd: “Op de camerabeelden kan op 10 januari 2024 onder meer het volgende worden waargenomen: Omstreeks 07:31 uur rijdt een lichtgrijs gekleurde auto van het merk [automerk/model], met kentekennummer [kentekennummer 2] over de Edisonstraat, komende vanuit het kruispunt Edisonstraat/Faradayweg. De [automerk/model] slaat vervolgens linksaf het terrein op van de [adres]. De bestuurder van de [automerk/model] draagt een rood gekleurd T-shirt. Omstreeks 07:40 uur rijdt een lichtgrijs gekleurde auto van het terrein af van de [adres] en slaat linksaf in de richting van de T-splitsing Edisonstraat/Piscaderbaai A. Omstreeks 07:45 uur komt een lichtgrijs gekleurde auto uit de richting van de T-splitsing Edisonstraat/Piscaderbaai A en slaat rechtsaf het terrein op van de [adres]. Omstreeks 07:45 uur rijdt een grijs gekleurde auto van het merk [automerk/model] , met kentekennummer [kentekennummer 4] over de Edisonstraat, komende vanuit het kruispunt Edisonstraat/Faradayweg. De [automerk/model] slaat linksaf het terrein op van de [adres]. Omstreeks 07:51 uur rijdt een donker gekleurde motor met lichten aan over de Edisonstraat, komende vanuit de Piscaderabaai A/Veeris en slaat vervolgens rechtsaf het terrein op van de [adres]. Omstreeks 08:07 uur rijdt een rood gekleurde auto van het merk [automerk/model], uit de oprit van de [adres] en slaat rechtsaf in de richting van de kruising Edisonstraat/Faradayweg. De [automerk/model] rijdt over de Edisonstraat en slaat linksaf naar de Faradayweg in de richting van de Veerisweg. Omstreeks 08:08 uur rijdt de [automerk/model] langs het bedrijf [bedrijf] op de Veerisweg waar de ontvoering later plaatsvindt. De [automerk/model] slaat linksaf op de Weg naar Westpunt. Omstreeks 08:09 uur rijdt de [automerk/model] op de Weg naar Westpunt en slaat rechtsaf een zandweg in, in de richting van de Schottegatweg West (Palu Blanku). Omstreeks 08:19 uur rijdt de grijs gekleurde pick-up (voertuig van het slachtoffer) vanaf de Schottegatweg West, via de Weg naar Westpunt naar de Veerisweg en parkeert op de Veerisweg bij het bedrijf [bedrijf]. Omstreeks 08:29 uur rijdt de pick-up van het terrein af van [bedrijf] en rijdt in de richting van de Weg naar Westpunt. Omstreeks 08:34 uur rijdt de [automerk/model] over de Faradayweg, komende vanuit de Veerisweg. Omstreeks 08:34 uur rijdt de [automerk/model] over de Faradayweg in de richting van de Edisonstraat. Omstreeks 09:38 uur rijdt de [automerk/model] over de Edisonstraat, komende vanuit de Veerisweg. Omstreeks 10:21 uur rijdt de pick-up vanaf de Schottegatweg West via de Weg naar Westpunt de Veerisweg op. De pick-up wordt bij het bedrijf [bedrijf] op de Veerisweg geparkeerd. Omstreeks 10:23 uur rijdt de [automerk/model] over de Edisonstraat in de richting van de Veerisweg. Omstreeks 10:23 uur rijdt de [automerk/model] over Veerisweg in de richting van het bedrijf [bedrijf]. Omstreeks 10:24 uur keert de [automerk/model] om en parkeert op een kleine afstand van het bedrijf [bedrijf], uitkijkend op het bedrijf [bedrijf]. Omstreeks 10:26 uur rennen drie personen uit de bosjes in de richting van het bedrijf [bedrijf]. Terwijl de drie personen bij het bedrijf zijn, rijdt de [automerk/model] naar voren in de richting van het bedrijf en blijft voor het bedrijf stilstaan. Omstreeks 10:26 uur komen vier personen uit het bedrijf [bedrijf] lopen. Drie personen lijken aan de rechterzijde van de [automerk/model] in te stappen. Eén persoon stapt in aan de linkerzijde van de [automerk/model]. Omstreeks 10:27 uur rijdt de [automerk/model] over de Veerisweg. Omstreeks 10:28 uur rijdt de [automerk/model] over de Veerisweg in de richting van de Faradayweg. Omstreeks 10:28 uur komt de [automerk/model] vanaf de Faradayweg aanrijden, slaat rechtsaf in de Edisonstraat en rijdt in de richting van [adres]. De [automerk/model], met kentekennummer [kentekennummer 3], rijdt over de Edisonstraat remmend langs [adres]. Omstreeks 10:29 uur rijdt de [automerk/model] vanaf de Piscaderabaai A/Veeris en slaat rechtsaf het terrein op van de [adres]. Omstreeks 10:35 uur rijdt een lichtgrijs gekleurde auto het terrein uit van de [adres] en slaat vervolgens linksaf in de richting van de T-splitsing Edisonstraat/Piscaderabaai A. Omstreeks 10:37 uur rijdt een lichtgrijs gekleurde auto vanuit de T-splitsing Edisonstraat/Piscaderabaai A en slaat rechtsaf het terrein op van de [adres]. Een donkergrijs gekleurde auto van het merk [automerk/model], rijdt het terrein op van de [adres], direct achter de lichtgrijs gekleurde [automerk/model], komende vanuit de T-splitsing Edisonstraat/Piscaderabaai A. Omstreeks 10:40 uur rijdt een donkergrijs gekleurde [automerk/model] vanaf het terrein van de [adres] en slaat rechtsaf in de richting van de T-splitsing Edisonstraat/Piscaderabaai A. Omstreeks 10:42 uur rijdt een motorrijder het terrein uit van de [adres] en slaat linksaf in de richting van de T-splitsing Piscaderabaai A/Veeris. Omstreeks 10:51 uur rijdt een motorrijder vanuit de richting van de T-splitsing Piscaderabaai A/Veeris en slaat rechtsaf het terrein op van de [adres]. Omstreeks 11:00 uur komt een persoon met zijn hand een motor vasthoudend het terrein uit van de [adres] en loopt vervolgens links naast de motor. Omstreeks 11:07 uur rijdt een motorrijder het terrein uit van de [adres] en slaat rechtsaf in de richting van het kruispunt Faradayweg/Edisonstraat. De motorrijder rijdt over de Edisonstraat en slaat linksaf de Faradayweg op in de richting van de Veerisweg. Omstreeks 11:08 uur rijdt de motorrijder over de Helmin Magno Wiels Boulevard in noordelijke richting naar de rotonde van de Helmin Magno Wiels Boulevard/Peruweg/Kaya Tene Korsou Limpi (de Savaan U). Omstreeks 11:09 uur rijdt de motorrijder over de Helmin Magno Wiels Boulevard ter hoogte van de kruising Helmin Magno Wiels Boulevard/Moontjeweg. Omstreeks 11:18 uur rijdt de motorrijder over de Kaya Seru Di Mahuma in de richting van de T-splitsing Kaya Seru Di Mahuma/Mahumaweg. Omstreeks 11:27 uur rijdt de motorrijder over de Helmin Magno Wiels Boulevard in de richting van de rotonde Helmin Magno Wiels Boulevard/Piscaderaweg/Piscaderbaai A. De motorrijder slaat rechtsaf het terrein op van de [adres], komende vanuit de richting van de T-splitsing Piscaderabaai A/Veeris. Omstreeks 11:30 uur rijdt een donkergrijs gekleurde [automerk/model] vanuit de Edisonstraat in de richting van de [adres]. Omstreeks 11:30 uur rijdt een donkergrijs gekleurde [automerk/model], met kentekennummer [kentekennummer 4], over de Edisonstraat in de richting van de [adres] en slaat linksaf het terrein op. Omstreeks 11:33 uur rijdt een donkergrijs gekleurde Kia het terrein uit van de [adres] en slaat vervolgens linksaf in de richting van de T-splitsing Edisonstraat/Piscaderabaai A. Omstreeks 11:34 uur rijdt een donkergrijs gekleurde [automerk/model] het terrein op van de [adres], komende vanuit de T-splitsing Edisonstraat/Piscaderabaai A. Omstreeks 11:39 uur rijdt een donkergrijs gekleurde Kia het terrein uit van de [adres] en slaat vervolgens linksaf in de richting van de T-splitsing Edisonstraat/Piscaderabaai A. De grijze Kia rijdt het terrein af van de [adres] en slaat vervolgens linksaf in de richting van de Edisonstraat/Piscaderabaai A. Omstreeks 11:43 uur rijdt een donkergrijs gekleurde [automerk/model] het terrein op van de [adres], komende vanuit de kruising Edisonstraat/Piscaderbaai A. Omstreeks 11:44 uur rijdt een donkergrijs gekleurde [automerk/model], met kentekennummer [kentekennummer 4], vanuit de [adres] in de richting van de kruising Edisonstraat/Faradayweg. De donkergrijs gekleurde [automerk/model], met kentekennummer [kentekennummer 4], rijdt vanuit de [adres] in de richting van de kruising Edisonstraat/Faradayweg en slaat vervolgens rechtsaf de Faradaystraat op. Omstreeks 12:07 uur rijdt een motorrijder het terrein uit van de [adres] en slaat linksaf in de richting van de T-splitsing Piscaderabaai A/Veeris. Omstreeks 12:15 uur rijdt een donkergrijs gekleurde [automerk/model], met kentekennummer [kentekennummer 4], over de Edisonstraat in de richting van de [adres]. Omstreeks 12:16 uur stopt een donkergrijs gekleurde [automerk/model], met kentekennummer [kentekennummer 4], voor het terrein van de [adres]. Omstreeks 12:16 uur loopt een persoon het terrein van de [adres] uit, staat een aantal seconden stil ter hoogte van een donkergrijs gekleurde [automerk/model] en loopt hierna het terrein weer op. De donkergrijs gekleurde [automerk/model] rijdt door naar de T-splitsing Edisonstraat/Piscaderabaai A. Omstreeks 12:20 uur slaat een motorrijder rechtsaf het terrein op van de [adres], komende vanuit de kruising Edisonstraat/Piscadrabaai A. Omstreeks 12:22 uur rijdt een donkergrijs gekleurde [automerk/model] het terrein op van de [adres], komende vanuit de kruising Edisonstraat/Piscaderbaai A. Omstreeks 12:29 uur rijdt een donkergrijs gekleurde [automerk/model] linksaf het terrein uit van de [adres] in de richting van de T-splitsing Edisonstraat/Piscaderabaai A. Omstreeks 12:31 uur rijdt een rode auto het terrein uit van de Edisonstraat in de richting van de kruising Edisonstraat/Piscaderabaai A. Omstreeks 12:48 uur rijdt een donkergrijs gekleurde [automerk/model] het terrein op van de [adres], komende vanuit de T-splitsing Edisonstraat/Piscadrabaai A. Omstreeks 12:52 uur rijdt een donkergrijs gekleurde [automerk/model] linksaf het terrein uit van de Edisonstraat in de richting van de T-splitsing Edisonstraat/Piscaderbaai A. Omstreeks 14:07 uur rijdt een motorrijder rechtsaf het terrein uit van de [adres] in de richting van de kruising Edisonstraat/Faradayweg. Omstreeks 14:13 uur rijdt een motorrijder over de Edisonstraat in de richting van de [adres] en slaat linksaf het terrein op van de [adres]. Omstreeks 15:19 uur rijdt een donkergrijs gekleurde [automerk/model] over de Edisonstraat in de richting van de kruising Edisonstraat/Faradayweg. Omstreeks 15:24 uur rijdt een donkergrijs gekleurde [automerk/model], met kentekennummer [kentekennummer 1], over de Edisonstraat in de richting van de [adres]. De donkergrijs gekleurde [automerk/model] rijdt voorbij de [adres]. Omstreeks 16:15 uur rijdt een motorrijder over de Edisonstraat, komende vanuit van de T-splitsing Piscaderabaai A/Veeris en slaat vervolgens rechtsaf het terrein op van de [adres]. Omstreeks 17:31 uur rijdt een motorrijder het terrein uit van de [adres] in de richting van de T-splitsing Piscaderabaai A/Veeris. Omstreeks 18:18 uur lopen twee personen het terrein uit van de [adres] en slaan linksaf in de richting van de T-splitsing Piscaderabaai A/Veeris. Omstreeks 18:40 uur rijdt een donkergrijs gekleurde [automerk/model] over de Edisonstraat, komende vanuit het kruispunt Edisonstraat/Faradayweg en slaat linksaf het terrein op van de [adres]. Omstreeks 18:58 uur rijdt een motorrijder over de Edisonstraat, komende vanuit de T-splitsing Piscaderabaai A/Veeris en slaat vervolgens rechtsaf het terrein op van de [adres]. Omstreeks 19:03 uur rijdt een donkergrijs gekleurde [automerk/model] het terrein uit van de Edisonstraat in de richting van het kruispunt Edisonstraat/Faradayweg. Omstreeks 19:16 uur rijdt een motorrijder het terrein uit van de [adres] in de richting van de T-splitsing Piscaderabaai A/Veeris. Omstreeks 19:38 uur rijdt, vermoedelijk de donkergrijs gekleurde [automerk/model] met kenteken [kentekennummer 1], over de Edisonstraat en slaat linksaf het terrein op van de [adres]. Omstreeks 19:39 uur lopen twee personen over de Edisonstraat in de richting van de kruising Edisonstraat/Faradayweg. Omstreeks 19:47 uur rijdt een motorrijder, komende vanuit de T-splitsing Piscaderabaai A/Veeris en slaat vervolgens rechtsaf het terrein op van de [adres]. Omstreeks 20:17 uur rijdt een motorrijder het terrein uit van de [adres] in de richting van de T-splitsing Piscaderabaai A/Veeris. Omstreeks 20:19 uur rijdt een motorrijder over de Edisonstraat, komende vanuit de T-splitsing Piscaderabaai A/Veeris en slaat vervolgens rechtsaf het terrein op van de [adres]. Omstreeks 21:42 uur rijdt een auto het terrein uit van de [adres] in de richting van de kruising Edisonstraat/Faradayweg. Omstreeks 22:08 uur rijdt, vermoedelijk de donkergrijs gekleurde [automerk/model], met kentekennummer [kentekennummer 1], over de Edisonstraat en slaat linksaf het terrein op van de [adres].” 24. Door de verbalisant [verbalisant 7] werd op basis van de analyse van de camerabeelden nader onderzoek verricht naar het kentekennummer [kentekennummer 3]. Hij heeft bij die gelegenheid het volgende gerelateerd: “Uit de bekeken en geanalyseerde camerabeelden opgenomen op 9 januari 2024 kan worden opgemaakt dat de kentekenplaat bevestigd op de rood gekleurde auto het kentekennummer [kentekennummer 3] betreft. Na bevraging in het kentekenregister is gebleken dat voornoemd kentekennummer aan een grijs gekleurde auto van het merk [automerk/model], met bouwjaar 2000 toebehoort en geregistreerd staat op naam van [persoon 1].” 25. Door de verbalisanten [verbalisant 8] en [verbalisant 2] werd op basis van de analyse van camerabeelden nader onderzoek verricht naar de specifieke kenmerken van het voertuig dat bij de ontvoering betrokken was en tevens bij de Toyota dealer navraag gedaan. Zij hebben bij die gelegenheid het volgende gerelateerd: “Uit de bekeken en geanalyseerde camerabeelden opgenomen op 10 januari 2024 kan worden opgemaakt dat het voertuig een rood gekleurde [automerk/model], betreft. Bij navraag bij de General Manager en Bodyshop Manager van de Toyota dealer van Garage Cordia gevestigd te Zeelandia, is gebleken dat het voertuig op de aan hem getoonde stills van camerabeelden voldeed aan de uitvoering van een auto van het merk [automerk/model], van het type LE, met bouwjaar tussen 2014 t/m 2016 en dat het type LE gelijkend is op een type S.” 26. Door de verbalisant [verbaisant 6] werd op basis van de analyse van camerabeelden nader onderzoek verricht naar het rood gekleurde voertuig van het merk [automerk/model], dat bij de ontvoering betrokken was. Hij heeft bij die gelegenheid het volgende gerelateerd: “Uit het onderzoek in het verkeersongevallensysteem Forensys en bevindingen van op straat tegengekomen voertuigen met dezelfde kenmerken als de op camerabeelden waargenomen [automerk/model], is gebleken dat 14 van de 44 voertuigen dezelfde kenmerken bezitten. Hieruit is gebleken dat enkel één voertuig dezelfde kenmerken bezit als het voertuig waar blijkens de camerabeelden bij de ontvoering gebruik van is gemaakt. Het betrof een voertuig met kentekennummer [kentekennummer 5]. Verder is gebleken dat dit voertuig op 20 augustus 2023 betrokken was bij een incident waarbij schade werd veroorzaakt. De bestuurder van het voertuig bezat een Italiaans rijbewijs, waardoor het vermoeden bestond dat het voertuig als huurauto werd gebruikt. Daarnaast is gebleken dat dit voertuig ook op 22 september 2022 betrokken was bij een incident waarbij schade werd veroorzaakt. De bestuurder van het voertuig betrof een vrouw, genaamd [persoon 2]. Op basis van de door Forensys gemaakte foto’s van het voertuig werd een vergelijking gedaan met de op de camerabeelden waargenomen [automerk/model] die betrokken was bij de ontvoering. Hieruit is gebleken dat onder meer rechtsboven in het voorraam een specifiek kenmerk aanwezig is welke aan de hand van de analyse van de camerabeelden en de foto’s gemaakt door Forensys met elkaar overeenkomen. Na bevraging in het kentekenregister is gebleken dat het kentekennummer [kentekennummer 5] aan een rood gekleurde auto van het merk [automerk/model], met bouwjaar 2016 toebehoort en geregistreerd staat op naam van [getuige 5].” 27. [ getuige 5] heeft op 19 februari 2024 een verklaring afgelegd: “Ik heb drie huurauto’s, waaronder een rood gekleurde auto van het merk [automerk/model], type LE, met kentekennummer [kentekennummer 5]. Ik heb de auto rond 6 à 7 januari tot 6 à 7 februari (het Gerecht begrijpt: 6 à 7 januari 2024 tot 6 à 7 februari 2024) aan [medeverdachte 2] verhuurd. Hij heeft NAf 1.500,00 contant betaald. In mijn oproeplijst zie ik dat hij mij op 6 januari (het Gerecht begrijpt: 6 januari 2024) heeft gebeld en ik denk dat zijn telefoonnummer +[telefoonnummer ] is. Ik heb de auto ’s avonds aan [medeverdachte 2] gegeven daarom; denk ik dat dit zijn telefoonnummer is. Op het aan mij getoonde rijbewijs herken ik de persoon op de foto als [medeverdachte 2] (het Gerecht begrijpt: [medeverdachte 2]) aan wie ik de auto van 6 januari 2024 tot 6 februari 2024 heb verhuurd.” 28. [ getuige 5] heeft op 1 maart 2024 een verklaring afgelegd: “[medeverdachte 2] heeft in eerste instantie gezegd de auto voor zeven dagen te huren, maar hij heeft mij eenmaal cash voor de duur van een maand betaald op het moment dat de auto aan hem werd afgegeven. Ik heb de auto op 5 februari in de avonduren teruggekregen.” 29. De verbalisanten [verbaisant 9], [verbalisant 2] en [verbaisant 6] hebben nader onderzoek verricht op de inbeslaggenomen [automerk/model], type LE, met kentekennummer [kentekennummer 5]. Zij hebben bij die gelegenheid het volgende gerelateerd: “De rood gekleurde [automerk/model], type LE, met kentekennummer [kentekennummer 5] is op 19 februari 2024 inbeslaggenomen. Bij onderzoek van het inbeslaggenomen voertuig werd een vergelijking gedaan met het voertuig dat op de camerabeelden wordt waargenomen. Hieruit is gebleken dat de navolgende specifieke kenmerken aan de hand van de analyse van de camerabeelden met elkaar overeenkomen, te weten schade linksonder aan de voorzijde, sticker rechtsboven en rechtsonder, 24/7 Wegenwacht sticker, sticker Security by Car Audio, achter-, rechter- en linkerzijde, velgtype en spiegel.” 30De verbalisant [verbalisant 5] heeft het volgende gerelateerd: “Uit onderzoek in het verkeersongevallensysteem Forensys is gebleken dat het telefoonnummer +[telefoonnummer ] aan [medeverdachte 2] wordt gekoppeld. Na analyse van de historische gegevens van het telefoonnummer is gebleken dat [medeverdachte 2] op 6 januari 2024 omstreeks 21:40 uur en 22:23 uur contact heeft gehad met het telefoonnummer [telefoonnummer ], toebehorende aan [getuige 5]. Na analyse van de gevorderde zendmastgegevens van de historische gegevens van het telefoonnummer +[telefoonnummer ] is gebleken dat dit telefoonnummer op 10 januari 2024 verbinding heeft gemaakt met de zendmasten Pretu en Heintje Kool vanaf omstreeks 08:00 uur tot en met 08:36 uur. Dit betekent dat het telefoonnummer zich in de omgeving van de Veerisweg, de locatie waar de ontvoering heeft plaatsgevonden, bevond. Vervolgens heeft dit telefoonnummer op 10 januari 2024 omstreeks 10:52 uur verbinding gemaakt met de zendmast Pretu tevens ook omstreeks 14:07 uur, het tijdstip waarop blijkens de camerabeelden een man rijdende op een motor op de Edisonstraat wordt waargenomen, die binnen het onderzoek is vastgesteld dat het [medeverdachte 2] betreft en die omstreeks 14:13 uur het terrein oprijdt van de [adres]. Vervolgens heeft dit telefoonnummer vanaf omstreeks 21:35 uur tot en met 22:06 uur zich over het eiland bewogen, namelijk naar de omgeving van Sabana Hundu en terug naar de Edisonstraat.” 31. Door de verbalisant [verbaisant 6] werd op basis van de analyse van camerabeelden nader onderzoek verricht naar het grijs gekleurde voertuig van het merk [automerk/model], dat op het adres [adres] werd waargenomen. Hij heeft bij die gelegenheid het volgende gerelateerd: “Uit onderzoek is gebleken dat het voertuig met kentekennummer [kentekennummer 1] betrof een kentekenplaat welke niet toebehoorde aan het voertuig waaraan de kentekenplaat bevestigd was, zijnde een [automerk/model]. Dit voertuig is voor wat betreft de uiterlijke kenmerken exact hetzelfde als de [automerk/model], met kentekennummer [kentekennummer 4]. Na bevraging in het kentekenregister is gebleken dat het kentekennummer [kentekennummer 1] aan een grijs gekleurde auto van het merk [automerk/model], met bouwjaar 2002 toebehoort en dat het kentekennummer [kentekennummer 4] aan een grijs gekleurde auto van het merk [automerk/model], met bouwjaar 2012, toebehoort.” 32. De verbalisant [verbalisant 9] heeft het volgende gerelateerd: “Na een zoekslag in het politiesysteem Actpol (Politie Data Systeem) naar de naam [verdachte] is gebleken dat [verdachte] op het adres Edisonstraat 85 en [adres] woonachtig is. Bij nader onderzoek naar voornoemde adressen werd op de [adres] tussen huisnummer [nummer] en huisnummer [nummer] een grijs gekleurd motorvoertuig van het merk [automerk/model], met kentekennummer [kentekennummer 4], onder een boom met zijn achterzijde opvallend geparkeerd op de [adres] zodat de kentekenplaat bijna niet is te zien, waargenomen.” 33. De verbalisant [verbalisant 10] heeft het volgende gerelateerd: “Op 28 februari 2024 vond een huiszoeking plaats op het adres, [adres]. De navolgende voorwerpen werden onder meer aangetroffen en inbeslaggenomen: (-) op het dak van de woning, drie zwart gekleurde mobiele telefoons van het merk Samsung, model Galaxy; (-) buiten op het terrein, een kentekenplaat met nummer [kentekennummer 1] en een [automerk/model] met kentekennummer [kentekennummer 2].” 34. Door de verbalisant [verbalisant 1] werd op basis van onder meer de analyse van camerabeelden nader onderzoek verricht naar de bestuurder van het grijs gekleurde voertuig van het merk [automerk/model], en de bestuurder van de rood gekleurde [automerk/model], dat op 9 januari 2024 op het adres [adres] werd waargenomen. Zij heeft bij die gelegenheid het volgende gerelateerd: “Van de geanalyseerde camerabeelden opgenomen op 9 januari 2024 werden stills van de bestuurder van zowel de grijs gekleurde [automerk/model] met kentekennummer [kentekennummer 2] als van de rood gekleurde [automerk/model] met kentekennummer [kentekennummer 3] gemaakt. Door een vergelijking te maken tussen de huidskleur - donkerbruine huidskleur - en het T-shirt - wit gekleurd en met soortgelijk symbool ter hoogte van de linkerborst en de linker bovenarm - van de bestuurder van de grijs gekleurde [automerk/model] en van de bestuurder van de rood gekleurde [automerk/model], rees het vermoeden dat het dezelfde bestuurder betrof. Bij nader onderzoek in het inbeslaggenomen grijs gekleurde [automerk/model], met kentekennummer [kentekennummer 2] toebehorende aan [verdachte] werd in een koffer een wit gekleurd T-shirt van het merk Nike aangetroffen en inbeslaggenomen. Door een vergelijking te maken tussen het aangetroffen T-shirt en het T-shirt van de bestuurder van de grijs gekleurde [automerk/model] en de bestuurder van de rood gekleurde [automerk/model], kwamen de navolgende gelijkenissen naar voren, te weten de T-shirts zijn allebei wit gekleurd, hebben een soortgelijk symbool aan de linker bovenkant ter hoogte van de linkerborst en een soortgelijk zwart gekleurde ovaal vorm op de linkermouw ter hoogte van de linker bovenarm. Naar aanleiding van de overeenkomsten tussen de T-shirts, de donkere huidskleur, de lichaamsgestalte, van [verdachte], het patroon waarin de grijs gekleurde [automerk/model] en de rood gekleurde [automerk/model] het erf van de [adres] op en uit reden en vice versa en de omstandigheid dat de grijs gekleurde [automerk/model] aan [verdachte] toebehoort, rees het vermoeden dat [verdachte] als de bestuurder van de grijs gekleurde [automerk/model], met kentekennummer [kentekennummer 2], en van de rood gekleurde [automerk/model], met kentekennummer [kentekennummer 3] optrad.” 35. De verbalisant [verbalisant 1] heeft het volgende gerelateerd: “Door [verdachte] is verklaard dat hij onder meer gebruik maakt van de inbeslaggenomen mobiele telefoon van het merk Samsung, model Galaxy, type A04 (SM-A045F). Dit toestel was onder meer voorzien van een simkaart van de provider Flow met het telefoonnummer [telefoonnummer]. ” 36. De verbalisant [verbalisant 5] heeft het volgende gerelateerd: “Na analyse van de gevorderde zendmastgegevens van de historische gegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer] is gebleken dat dit telefoonnummer op 10 januari 2024 vanaf omstreeks 08:07 uur tot en met 09:38 uur verbinding heeft gemaakt met de zendmasten Buena Vista, Seru Pretu, Boca Sami en Sta Maria. Dit betekent dat het telefoonnummer zich in de omgeving van de Veerisweg en de Edisonstraat, de locaties van de verkenning bevond. Vervolgens heeft dit telefoonnummer op 10 januari 2024 vanaf omstreeks 10:23 uur verbinding gemaakt met de zendmasten Seru Pretu en Buena Vista, het tijdstip waarop blijkens de camerabeelden de ontvoering heeft plaatsgevonden. Binnen de gegevens van de netwerkmeting kan worden vastgesteld dat dit telefoonnummer niet aanwezig was op het adres [adres].” 37. Op 10 januari 2024 en op 11 januari 2024 werd vertrouwelijke communicatie, gevoerd vanuit het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer] in gebruik bij [betrokkene 2], opgenomen en afgeluisterd. De verbalisant [verbalisant 11] heeft onder meer de navolgende gevoerde gesprekken vastgelegd. Zij heeft bij die gelegenheid het volgende gerelateerd: “Op 10 januari 2024 omstreeks 17:33 uur wordt [betrokkene 2] op het mobiele nummer [telefoonnummer] door een NN-man die gebruikmaakt van het mobiele telefoonnummer +[telefoonnummer] opgebeld. […]. [betrokkene 2]: Ik heb 20.000,00 gulden nodig. Nn man: Hah? [betrokkene 2]: Ik heb 20.000,00 gulden nodig. Nn man: Heb je nodig? [betrokkene 2]: Aha. Nn man: Wat? Dat vragen ze? [betrokkene 2]: Ze vragen voor 200.000,00. Nn man: Klote. Dus je weet wie het is? [betrokkene 2]: Nee, ik weet niet wie het is. Mijn broer zelf heeft gebeld op de telefoon van mijn neef. Nn man: Houd toch op. [betrokkene 2]: Hmm. Nn man: Nu. [betrokkene 2]: Maar natuurlijk…Ik had twee personen die 50 (het Gerecht begrijpt: NAf 50.000,00) had gegeven en ik was zelf niet hier. Ik was bij de bank. Gisteren was ik in Miami en moest vandaag terugkomen. Ik was gisteravond aangekomen. Ik heb niks gedaan. Ik was gisteren aangekomen. Vanmorgen was ik me aan het kleden, belt [getuige 2](het Gerecht begrijpt: [getuige 2]) mij. Ik heb tap de ticket veranderd en ben teruggekomen. Ik was net aangeland. Ik ben thuis aangekomen. Ik tel een paar geld die ik had en ik kon net 30 (het Gerecht begrijpt: NAf 30.000,00) bij elkaar verzamelen. Ik dacht ok ik heb 30. Wij denken ik heb nu 130 (het Gerecht begrijpt: NAf 130.000,00). Ik heb nog 20 (het Gerecht begrijpt: NAf 20.000,00) nodig om bij 150 (het Gerecht begrijpt: NAf 150.000,00) te komen en mijn moeder is er niet. Mijn moeder weet van niks. Zij is in Colombia. Mijn moeder weet het niet. Anders zou ik tegen mijn moeder zeggen en zou ik naar de kluis gaan bij de Gosieweg, begrijp je? Maar mijn moeder weet het niet. […]. Op 11 januari 2024 omstreeks 11:34 uur wordt [betrokkene 2] op het mobiele nummer [telefoonnummer] door een NN-man die gebruikmaakt van het mobiele telefoonnummer +[telefoonnummer] opgebeld. […]. Nn man: Ja. Hij moet herstellen. Hij moet dit serieus nemen, want nu…zoals ik je zeg. Als ik persoonlijk bij je kom, zal ik je twee dingen uitleggen. Men blijft zeggen, dat [persoon 3] hen het geld heeft gegeven en dat elke keer dat hij hoog in zijn bol zit, gaan ze hem weer halen. [betrokkene 2]: Ja. Wat wil je dat ik doe. Het is niet ik die controle heeft over dit. Dus wat kan ik zeggen. Nn man: Nee. Ik zal blijven zeggen dat hmm, hmm de man [medeverdachte 1] is die man afgehaald. [betrokkene 2]: Ach ja. Het is hen zelf. Nn man: Ze hebben de man afgehaald en wat nu. Ze zijn met ze velen misschien. Ieder heeft 20.000,00 gulden gekregen. Dat is niks. [betrokkene 2]: Niks. Het is zo op. Hmm. […]. Op 11 januari 2024 omstreeks 17:00 uur wordt [betrokkene 2]] op het mobiele nummer [telefoonnummer] door een NN-man die gebruikmaakt van het mobiele telefoonnummer +[telefoonnummer] opgebeld. […]. Nn man: Als er camera was, dan kon je het postuur van de jongens zien om te kijken of het klopt wat de mensen zeggen dat het hun is. [betrokkene 2]: Ja, man. De jongen [medeverdachte 1] is best kort. Nn man: Ja. Hij is kort ongeveer net zo kort als ik. [betrokkene 2]: Hm. Nn man: De mensen hebben tegen hem gezegd dat het honderd procent die jongen is. Als je goed kijkt. Die handeling hebben zij de zoon van bril gepakt. […]. Op 11 januari 2024 omstreeks 17:45 uur wordt [betrokkene 2]] op het mobiele nummer [telefoonnummer] door een NN-man die gebruikmaakt van het mobiele telefoonnummer +[telefoonnummer] opgebeld. […]. Nn man: De enige slimme zet is om alleen de politie te laten werken. [betrokkene 2]: Ja, maar ik kan geen namen noemen. Ik kan niet zeggen waar wij het geld hebben gehaald. Dan moet ik dingen gaan zeggen. […].” 38. De verdachte [medeverdachte 2] heeft op 22 februari 2024 de volgende verklaring afgelegd: “Het blauw gekleurde pand op het erf van de [adres] is open en heeft geen slot op de deuren. De persoon rijdende op de motorfiets op de aan mij getoonde foto (het Gerecht begrijpt: still van de camerabeelden opgenomen op 10 januari 2024) ben ik.” 39. De verdachte [medeverdachte 2] heeft op 26 februari 2024 de volgende verklaring afgelegd: “De persoon rijdende op een scooter uit het terrein van de [adres] op de aan mij getoonde camerabeelden opgenomen op 10 januari 2024 omstreeks 14:07 uur ben ik.” 40. De verdachte heeft op 28 februari 2024 de volgende verklaring afgelegd: “Mijn profielnaam op Facebook is [verdachte].” 41. De verdachte heeft op 29 februari 2024 de volgende verklaring afgelegd: “De lichtgrijs gekleurde auto van het merk [automerk/model], met kentekennummer [kentekennummer 2], die op de Edisonstraat rijdt op de aan mij getoonde foto (het Gerecht begrijpt: still van de camerabeelden opgenomen op 10 januari 2024) is mijn auto en de donker getinte arm van de bestuurder gekleed in rood gekleurde T-shirt, is mijn arm. Ik reed op dat moment in de auto. De auto was op dat moment nog niet gespoten. Dit is de auto welke op mijn terrein ten tijde van de huiszoeking stond geparkeerd. De persoon op de aan mij getoonde foto is de moeder van [getuige 4](het Gerecht begrijpt: [getuige 4]). Zij noemt mij [verdachte].” 42. De verdachte heeft op 4 maart 2024 de volgende verklaring afgelegd: “De twee mobiele telefoons op de aan mij getoonde foto zijn allebei van mij. Alleen ik maak gebruik van deze telefoons. De lichtgrijs gekleurde auto van het merk [automerk/model], met kentekennummer [kentekennummer 2], die meermalen uit en op het terrein van de [adres] rijdt op de aan mij getoonde foto (het Gerecht begrijpt: still van de camerabeelden opgenomen op 9 januari 2024) is mijn auto.” 43. De verdachte heeft op 5 maart 2024 de volgende verklaring afgelegd: “De in mijn lichtgrijs gekleurde [automerk/model], met kentekennummer [kentekennummer 2] aangetroffen koffer is van mij. Alle kleding die in de koffer is aangetroffen is ook van mij. Het wit gekleurd T-shirt dat in mijn auto werd aangetroffen op de aan mij getoonde foto is ook van mij.” 44. De verdachte heeft ter terechtzitting van 11 september 2024 het volgende verklaard: “Het klopt dat ik op 10 januari 2024 aanwezig was op de [adres]. Ik was daar in de ochtenduren aangekomen.” Bewijsoverwegingen Het Gerecht gaat, gelet op de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting, uit van de volgende redengevende feiten en omstandigheden. Uit de bewijsmiddelen volgt dat op 10 januari 2024 een melding bij de Centrale Meldkamer van het Korps Politie Curaçao (hierna: KPC) is binnengekomen inhoudende dat de eigenaar van een bedrijf gevestigd in de wijk Veeris, te weten het slachtoffer [slachtoffer], door drie mannen, onder bedreiging van vuurwapens, is ontvoerd. [slachtoffer] kreeg een klap op zijn achterhoofd en werd gedwongen in een auto plaats te nemen, waarin een vierde man als bestuurder van deze auto optrad. In de auto werd hij meteen geblinddoekt en met tie-wrap aan zijn polsen vastgebonden. Tijdens de autorit werd onder meer zijn mobiele telefoon van hem afgenomen, alsmede een geldbedrag van NAf 15.000,00 en een armband. [slachtoffer] werd naar een leegstaande woning, niet ver van zijn eigen bedrijf, vervoerd alwaar hij in een ruimte werd opgesloten. Vervolgens werd hij gedwongen de pincode van zijn mobiele telefoon te geven en moest hij middels zijn mobiele telefoon een spraakbericht naar zijn neef toesturen, waarin hij hem verzocht om NAf 100.000,00 te regelen voor zijn vrijlating. Door onder meer de zus van [slachtoffer] werd een geldbedrag van NAf 30.000,00 verzameld welke voor de vrijlating van het slachtoffer werd betaald. Bovendien werd [slachtoffer] meerdere malen ermee bedreigd dat de ontvoerders hem anders zouden vermoorden. In de avond van 10 januari 2024 werd na het inzetten van technische hulpmiddelen om de locatie van [slachtoffer] door middel van zijn mobiele telefoonnummer te achterhalen, zijn mobiele telefoon in een betonnen greppel in de wijk (Ser’
  23. i)Mahuma aangetroffen. Vervolgens is enkele uren later een melding bij de Centrale Meldkamer van het KPC binnengekomen dat [slachtoffer] door de ontvoerders was vrijgelaten en dat hij bij een woning gelegen in de wijk Rancho was aan komen lopen om voor hulp te vragen. Later werden foto-opnames van zijn verwondingen gemaakt. Hieruit is gebleken dat hij verwondingen aan zijn achterhoofd (opgezwollen) en linker- en rechtspols (opgezwollen) veroorzaakt door mishandeling heeft opgelopen. In het eerste kwartaal van 2024 is bij de politie via de Criminele Inlichtingen Dienst van de Kustwacht van het Koninkrijk der Nederlanden van het Caribisch gebied (hierna: CID-Kustwacht) de informatie binnengekomen dat een man met de bijnaam [medeverdachte 1], met wie wordt bedoeld de verdachte [medeverdachte 1]a, in opdracht van [medeverdachte 3], met wie wordt bedoeld [medeverdachte 3], een ondernemer, met wie wordt bedoeld het slachtoffer [slachtoffer], heeft ontvoerd. Vervolgens is via de CID-Kustwacht in het eerste kwartaal van 2024 de informatie binnengekomen dat een man met de bijnaam [medeverdachte 4], met wie wordt bedoeld [medeverdachte 4], van Kwartier in een witte [automerk/model] in opdracht van [medeverdachte 3], met wie wordt bedoeld [medeverdachte 3], het losgeld heeft opgehaald om de gegijzelde ondernemer, met wie wordt bedoeld het slachtoffer [slachtoffer], vrij te kopen. De informatie ontvangen door de CID-Kustwacht is daarbij als betrouwbaar aangemerkt. Daaropvolgend is via het Team Criminele Inlichtingen bij het Recherche Samenwerkingsteam (hierna: TCI) in het eerste kwartaal van 2024 de informatie binnengekomen dat [medeverdachte 1], met wie wordt bedoeld [medeverdachte 1]a, in het bezit is van een Glock met een lange patroonhouder die hij altijd bij zich heeft, dat [medeverdachte 1] op verschillende momenten dit wapen aan mensen heeft laten zien, ook daarmee heeft gedreigd, en dat [medeverdachte 1] in het bezit is van een [automerk/model]. Van deze informatie kon door het TCI geen oordeel over de betrouwbaarheid worden gegeven. In het eerste kwartaal van 2024 is eveneens via het TCI de informatie binnengekomen dat voor de vrijlating van [slachtoffer], met wie wordt bedoeld het slachtoffer [slachtoffer], NAf 180.000,00 is betaald, dat na de vrijlating nog een bedrag van NAf 50.000,00 betaald moest worden, dat er in totaal NAf 200.000,00 van dat bedrag voor [medeverdachte 3], met wie wordt bedoeld [medeverdachte 3], bestemd is, dat de rest naar [medeverdachte 4], met wie wordt bedoeld [medeverdachte 4], gaat en dat [medeverdachte 4] de man is die het losgeld bij [betrokkene 3], met wie wordt bedoeld [betrokkene 3], de neef van [slachtoffer], heeft opgehaald. Van deze informatie kon door het TCI eveneens geen oordeel over de betrouwbaarheid worden gegeven. Uit de verklaring van een anonieme melder is onder meer gebleken dat de verdachte [medeverdachte 1] samen met anderen, in opdracht van [medeverdachte 3], het slachtoffer heeft ontvoerd, dat er door de ontvoering veel onrust in de familie van het slachtoffer heerst en dat de familie wordt bedreigd. Door het voorgaande rees het vermoeden dat de verdachte [medeverdachte 1], samen met anderen, betrokken is bij de gijzeling van het slachtoffer [slachtoffer] en daarin een prominente rol heeft. De verdediging heeft bepleit dat de verdachte van het ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. Daartoe is, kort samengevat, aangevoerd dat voor zover kan worden bewezen dat het slachtoffer wederrechtelijk van zijn vrijheid is beroofd, er voldoende wettig en overtuigend bewijs ontbreekt waaruit zou blijken dat de verdachte betrokken was bij en heeft deelgenomen aan de verweten gedragingen. Het Gerecht is van oordeel dat de verweren omtrent de redengevendheid van het bewijs worden weerlegd door de inhoud van de bewijsmiddelen. Ondanks de omstandigheid dat de verdachte zijn betrokkenheid bij de gijzeling van het slachtoffer stellig heeft ontkend, volgt zijn aanwezigheid op de plaats delict op 10 januari 2024 uit de verklaringen van [betrokkene 4]en van de verdachte zelf. Verder volgt zijn betrokkenheid uit de bevindingen van de verbalisanten die de camerabeelden hebben uitgekeken, alsmede de resultaten van de zendmast-, locatie- en historische telefoongegevens van zijn telefoonnummer en die van de verdachte [medeverdachte 1] en van de verdachte [medeverdachte 2]. Daarbij is het Gerecht van oordeel dat zijn verklaring, over zijn bezigheden die dag en dat hij zich tussen de middag thuis bevond, niet aannemelijk is geworden, nu uit de bewijsmiddelen volgt dat zijn telefoonnummer die ochtend verbinding heeft gemaakt met zendmasten in de directe omgeving van de verkenning, van de locatie waar de ontvoering heeft plaatsgevonden en dat binnen de gegevens van de netwerkmeting zijn telefoonnummer niet aanwezig was op zijn woonadres te [adres]. Bovendien acht het Gerecht de verklaring van de verdachte dat hij de bij de ontvoering gebruikte rode [automerk/model] nooit op het adres [adres] heeft gezien, laat staan dat hij daar ooit in heeft gereden ongeloofwaardig. Immers uit het verrichte opsporingsonderzoek is in samenhang bezien met het overige bewijsmateriaal buiten redelijk twijfel komen vast te staan dat de verdachte in ieder geval op 9 januari 2024, derhalve een dag voorafgaand aan de tenlastegelegde feiten, in de desbetreffende [automerk/model] heeft gereden (zie bewijsmiddel 34). Het kan dan ook niet anders zijn dan dat de verdachte wetenschap van en betrokkenheid bij de desbetreffende rode [automerk/model] heeft ontkend met het doel om van het tenlastegelegde te trachten weg te blijven. Gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen in onderling verband en samenhang bezien, komt het Gerecht tot de conclusie dat de verdachte voor de hiervoor bedoelde feiten en omstandigheden geen aannemelijke dan wel redelijke verklaring heeft gegeven die de redengevendheid van die feiten en omstandigheden voor het bewijs ontzenuwt. Het Gerecht stelt dan ook buiten redelijke twijfel vast en acht daarmee derhalve wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte, samen met de verdachte Maria en de verdachte Marten betrokken is geweest bij de gijzeling van en de diefstal met geweld op het slachtoffer [slachtoffer] en daarmee samenhangend vuurwapenbezit op 10 januari 2024. Het Gerecht is voorts van oordeel dat de rollen van de verdachten van belang zijn bij de effectuering van de gijzeling. Het Gerecht benadrukt dat reeds gelet op de aanwezigheid van de verdachten voorafgaand, tijdens en na de gijzeling van het slachtoffer [slachtoffer] bij de verschillende voornoemde locaties, de samenwerking tussen de verdachten zonder meer intensief is te noemen en dat de handelingen die de verdachten hebben verricht essentieel en onmisbaar zijn geweest voor het volbrengen van de gijzeling. Alles bij elkaar genomen zijn dit gedragingen die in verband plegen te worden gebracht met medeplegen. Het verweer wordt derhalve verworpen. Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezenverklaarde Het onder 1 bewezenverklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:250 juncto artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht. Het wordt als volgt gekwalificeerd: Medeplegen van gijzeling. Het onder 2 tweede alternatief cumulatief bewezenverklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:291 juncto artikel 2:289 van het Wetboek van Strafrecht. Het wordt als volgt gekwalificeerd: Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijker te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen. Het onder 3 bewezenverklaarde is voorzien bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening 1930 juncto artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht en strafbaar gesteld in artikel 11 van de Vuurwapenverordening 1930. Het wordt als volgt gekwalificeerd: Medeplegen van overtreding van een verbod gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening 1930, meermalen gepleegd. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Strafbaarheid van de verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde. Oplegging van straf Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan gijzeling van de aangever [slachtoffer]. Het slachtoffer is door de verdachte en zijn mededaders tegen diens wil meegevoerd in een auto. Hij is mishandeld, beroofd, bedreigd met de dood en gedurende enkele uren vastgehouden. Vervolgens is hij na de gijzeling aan zijn lot overgelaten. De verdachte heeft samen met zijn mededaders een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer, waarbij hij urenlang in grote angst en onzekerheid heeft moeten doorbrengen. Zowel het slachtoffer als zijn naasten heeft hierdoor gevreesd voor zijn leven en welzijn. Gijzeling is een ernstig strafbaar feit waar een veel hoger strafmaximum op is gesteld dan op een ‘gewone’ ontvoering. Het is een misdrijf waarmee niet alleen geweld wordt aangedaan aan het recht om zich veilig en vrij te voelen, maar ook geprobeerd wordt munt te slaan uit de angsten van het slachtoffer. Bovendien draagt dit feit bij aan gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving. Hiertegen dient streng te worden opgetreden. De verdachte heeft zich ook schuldig gemaakt aan het medeplegen van het voorhanden hebben van op vuurwapens gelijkende voorwerpen. Doordat deze voorwerpen sprekende gelijkenissen vertonen met echte vuurwapens, zijn deze voorwerpen geschikt voor bedreiging of afdreiging. De verdachte heeft daarmee een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van andere personen en zichzelf in het leven geroepen, omdat het voorhanden hebben van dergelijke voorwerpen vaak (vuurwapen)geweld uitlokt. Ook tegen het bezit van dergelijke voorwerpen dient daarom streng te worden opgetreden. Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezenverklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. De ernst van de feiten rechtvaardigt zonder meer het opleggen van een vrijheidsbenemende straf van aanzienlijke duur, zoals door de officier van justitie is gevorderd. In het nadeel van de verdachte heeft het Gerecht bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen straf acht geslagen op de strafkaart van de verdachte. Daaruit volgt dat de verdachte reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, te weten in 2019 ter zake van diefstal met geweld en vuurwapenbezit. Voor wat betreft de persoon van de verdachte heeft het Gerecht bij de straftoemeting tevens acht geslagen op de over de verdachte uitgebrachte rapporten, te weten een psychologisch rapport d.d. 30 maart 2024 opgemaakt door psychologen S. Wichard en H.W.T. Linkels en een psychiatrisch rapport van 22 juli 2024 opgemaakt door psychiater F.G.M. Heijtel. Uit deze rapporten volgt onder meer dat bij de verdachte sprake is van een (licht) verstandelijke beperking en dat hij (gemakkelijk) beïnvloedbaar is. De recidivekans is volgens de psychologen hoog, terwijl de recidivekans volgens de psychiater in belangrijke mate door de sociale omgeving van de verdachte wordt bepaald. Het Gerecht verenigt zich met de conclusies van de deskundigen en maakt deze tot de zijne. Het Gerecht ziet, na dit een en ander te hebben afgewogen, en alle omstandigheden in aanmerking genomen, voldoende aanleiding om van de door de officier van justitie gevorderde straf in strafmatigende zin af te wijken. Anders dan de verdediging, ziet het Gerecht in de aangevoerde persoonlijke omstandigheden van de verdachte echter geen aanleiding om een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen. Het Gerecht is tot de slotsom gekomen dat een gevangenisstraf van 6 jaren passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld. In beslag genomen voorwerpen Aan de orde zijn voorts de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen. Kentekenplaat [kentekennummer 1] en [automerk/model] Op 28 februari 2024 zijn een kentekenplaat ([kentekennummer 1]) en een voertuig van het merk [automerk/model] ([kentekennummer 2]), bij gelegenheid van het onderzoek naar de door de verdachte begane misdrijven aangetroffen en in beslag genomen. Uit het strafdossier volgt dat deze voorwerpen aan de verdachte toebehoren. Het Gerecht is van oordeel dat voormelde voorwerpen vatbaar zijn voor verbeurdverklaring. Het Gerecht stelt in dat verband vast dat door middel van deze voorwerpen het bewezenverklaarde is begaan of voorbereid. Het Gerecht zal daarom de verbeurdverklaring van deze voorwerpen gelasten. Verdovende middelen Op 28 februari 2024 is een plasticzakje, inhoudende een bruin blokje, bij gelegenheid van het onderzoek naar de door de verdachte begane misdrijven aangetroffen en in beslag genomen. Uit het forensisch onderzoek volgt dat bij weging van het plasticzakje, inhoudende een bruin blokje, dit een brutogewicht van 3 gram bleek te hebben. Bij het testen van het bruin blokje, met behulp van een daartoe bestemde Narcotest, trad een positieve kleurreactie op, zodat aangenomen kan worden dat het geteste bruin blokje vermoedelijk hasjiesj betrof, een middel in de zin van de Opiumlandsverordening 1969, zoals gewijzigd. Het plasticzakje, inhoudende een bruin blokje vermoedelijk hasjiesj, vervalt ingevolge artikel 11, zesde lid, van de Opiumlandsverordening 1960 van rechtswege aan het Land. De gevorderde onttrekking aan het verkeer daarvan is om die reden niet nodig. Mobiele telefoon Het Gerecht is van oordeel dat zich geen strafvorderlijk belang verzet tegen teruggave aan [persoon], zijnde degene die blijkens het onderzoek ter terechtzitting redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt van het in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een mobiele telefoon van het merk Samsung, model A34. Daarom zal daarvan de teruggave hiervan aan [persoon] worden gelast. Schadevergoeding Door mr. A.M. Tromp, advocaat in Curaçao, is per e-mailbericht van 11 september 2024 namens de aangever [slachtoffer] op voorhand ter zake van schade die het gevolg zou zijn van het aan de verdachte ten laste gelegde handelen een vordering ingediend. Deze vordering strekt tot vergoeding van een bedrag van totaal NAf 100.000,00, welke is beperkt tot een bedrag van NAf 50.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 januari 2024. De verdediging heeft de vordering betwist. Ingevolge artikel 374, derde lid, Sv, vindt de voeging als benadeelde partij plaats ter terechtzitting door een opgave van de vordering voordat de officier van justitie zijn requisitoir heeft gehouden. Het Gerecht overweegt dat nu het slachtoffer [slachtoffer] niet ter terechtzitting is verschenen noch zijn gemachtigde mr. Tromp gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om namens hem ter terechtzitting aanwezig te zijn, de vordering niet volgens de wettelijke eisen is ingediend. Dit betekent dat er formeel geen vordering tot schadevergoeding is ingediend en het Gerecht daar dus ook geen beslissing over kan nemen. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf en maatregel zijn, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:67, 1:68, 1:74, 1:75 en 1:136 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde. BESLISSING Het Gerecht: verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2 tweede alternatief cumulatief en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij; kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven; verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar; veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 6 (zes) jaren; beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht; verklaart verbeurd de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een kentekenplaat ([kentekennummer 1]) en een voertuig van het merk [automerk/model], met kentekennummer [kentekennummer 2]; gelast de teruggave van het in beslag genomen voorwerp, te weten een zwart gekleurde mobiele telefoon van het merk Samsung aan de rechtmatige eigenaar ([persoon]). Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. S.A. Carmelia, bijgestaan door R.A. Caupain, (zittingsgriffier), en op 23 oktober 2024 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao. Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(
  24. en)in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie Curaçao (Divisie Georganiseerde Criminaliteit, Team Zware Criminaliteit) d.d. 8 mei 2024, geregistreerd onder proces-verbaalnummer 2024050810000.PF en het aanvullend slotdossier d.d. 19 juli 2024, geregistreerd onder dossiernummer: 202407011000.SLOT met de onderzoeksnaam “Intermedio”. Proces-verbaal van bevindingen van binnengekomen meldingen bij de Centrale Meldkamer met betrekking tot de ontvoering en vrijlating van het slachtoffer [slachtoffer], d.d. 3 maart 2024, proces-verbaalnummer: 202402071500.AMB, map 3, pagina 373-378. Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1], d.d. 10 januari 2024, documentcode: 2024001024_20240110_134323.doc, map 5, pagina 1001-1005. Proces-verbaal getuigenverhoor [getuige 1], d.d. 1 maart 2024, proces-verbaalnummer: 202401110805.GET, map 5, pagina 1064-1068. Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2], d.d. 10 januari 2024, proces-verbaalnummer: 202401101237.GET, map 5, pagina 922-925. Proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot het aantreffen mobiele telefoon, d.d. 17 januari 2024, proces-verbaalnummer: 202401161415.BEV, map 2, pagina 83-85. Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 3], d.d. 11 januari 2024, proces-verbaalnummer: 202401111349.GET, map 5, pagina 951-958. Proces-verbaal van 2de verhoor getuige [betrokkene 2], d.d. 8 maart 2024, proces-verbaalnummer: 20240308.1540GET, map 5, pagina 929-946. Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3], d.d. 11 januari 2024, proces-verbaalnummer: 2024011113:12.GET, map 5, pagina 1006-1009. Proces-verbaal van aangifte, d.d. 11 januari 2024, proces-verbaalnummer: 2024011022:52, map 5, pagina 815-821. Proces-verbaal van forensisch onderzoek in verband met aangetroffen mobiel en foto-opname mishandeling van het slachtoffer i.v.m. ontvoering, d.d. 20 maart 2024, zaaknummer: TFOC.2024.01.10-N01, map 4, pagina 739-748. Proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever [slachtoffer], d.d. 23 januari 2024, proces-verbaalnummer: 2024012307:58, map 5, pagina 826-836. Proces-verbaal van aanvullend verklaring aangever [slachtoffer], d.d. 22 februari 2024, proces-verbaalnummer: 202402221330, map 5, pagina 837-844. Proces-verbaal van aanvullend verklaring aangever [slachtoffer], d.d. 21 maart 2024, proces-verbaalnummer: 202403211115/AV, map 5, pagina 845-858. Proces-verbaal van verdachte verhoor [getuige 4], d.d. 19 februari 2024, proces-verbaalnummer: 202402191000/V1, map 5, pagina 896-906. Proces-verbaal van verdachte verhoor [getuige 4], d.d. 20 februari 2024, proces-verbaalnummer: 202402201359/V1, map 5, pagina 908-916. Proces-verbaal van verdachte verhoor [getuige 4], d.d. 20 februari 2024, proces-verbaalnummer: 202402201626/V1, map 5, pagina 917-921. Proces-verbaal van bevindingen bij [adres], het blauw pand als mogelijk opsluitlocatie van het slachtoffer [slachtoffer], d.d. 11 maart 2024, proces-verbaalnummer: 202402211450.AMB, map 3, pagina 521-528 . Proces-verbaal van bevinding identificatie [medeverdachte 1], d.d. 19 januari 2024, proces-verbaalnummer: 202401190650/AMB, map 2, pagina 131-132 . Proces-verbaal van bevindingen van [telefoonnummer], d.d. 31 januari 2024, proces-verbaalnummer: 202401311200.PVB, map 2, pagina 186-192 . Proces-verbaal van bevindingen van [telefoonnummer], d.d. 4 maart 2024, proces-verbaalnummer: 202402260730.PVB, map 3, pagina 450-469 . Proces-verbaal van bevindingen IMEI-nummer [medeverdachte 1], d.d. 6 maart 2024, proces-verbaalnummer: 202403061515.PVB, map 3, pagina 491-492 . Proces-verbaal van bevindingen aanvullende analyse camerabeelden, d.d. 1 maart 2024, proces-verbaalnummer: 202403011053.PVB, map 3, pagina 394-401. Proces-verbaal van bevindingen overzicht analyse camerabeelden, d.d. 22 maart 2024, proces-verbaalnummer: 202403191500.PVB, map 3, pagina 568-626. Proces-verbaal van bevindingen tenaamstelling [automerk/model] [kentekennummer 4], d.d. 1 februari 2024, proces-verbaalnummer: 202402010930.PVB, map 2, pagina 172-173. Proces-verbaal van bevindingen gesprek Toyota dealer, d.d. 25 januari 2024, proces-verbaalnummer: 202401250732.PVB, map 2, pagina 123-126. Proces-verbaal van bevindingen onderzoek kentekenbestand, d.d. 20 februari 2024, proces-verbaalnummer: 202402201138.PVB, map 2, pagina 296-303. Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 5], d.d. 19 februari 2024, proces-verbaalnummer: 202402191405.GET, map 5, pagina 1027-1032. Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 5], d.d. 1 maart 2024, proces-verbaalnummer: 202403011751.GET, map 5, pagina 1033-1038. Proces-verbaal van bevindingen inbeslagname [automerk/model] [kentekennummer 5], d.d. 20 februari 2024, proces-verbaalnummer: 202402191520.PVB, map 2, pagina 287-295. Proces-verbaal van bevindingen van +599 9 665 1308, d.d. 29 februari 2024, proces-verbaalnummer: 202402281430.PVB, map 3, pagina 406-420 . Proces-verbaal van bevindingen analyse camerabeelden, d.d. 23 februari 2024, proces-verbaalnummer: 202402231300.PVB, map 3, pagina 332-353. Proces-verbaal van bevindingen van [kentekennummer], d.d. 23 februari 2024, proces-verbaalnummer: 2024002191500.PVB, map 3, pagina 364-369 . Proces-verbaal van huiszoeking ter inbeslagneming verricht bij de woningen gelegen aan de [adres], d.d. 28 februari 2024, proces-verbaalnummer: 20240228.1355.HZ, map 3, pagina 425-437 . Proces-verbaal van bevindingen m.b.t. verdachte [verdachte], d.d. 6 maart 2024, proces-verbaalnummer: 202403051650.AMB, map 3, pagina 485-490 . Proces-verbaal van bevindingen inzake telefoonnummers en IMEI van [verdachte], d.d. 16 maart 2024, proces-verbaalnummer: 202403150730.AMB, map 3, pagina 565-567 . Proces-verbaal van bevindingen van [telefoonnummer], d.d. 20 maart 2024, proces-verbaalnummer: 202403200800.PVB, map 3, pagina 541-554 . Proces-verbaal van bevindingen m.b.t. opgenomen en uitgeluisterde gesprekken [betrokkene 2], d.d. 30 januari 2024, proces-verbaalnummer: 2024012513:42.BEV, map 1, pagina 96-108. Proces-verbaal van 2de verhoor verdachte [mdeverdachte 2], d.d. 22 februari 2024, proces-verbaalnummer: 202402221025.VV2, map 6, pagina 1246-1263. Proces-verbaal van 3de verhoor verdachte [medeverdachte 2], d.d. 26 februari 2024, proces-verbaalnummer: 202402261545.VV3, map 6, pagina 1264-1271. Proces-verbaal van 1ste verhoor verdachte [verdachte], d.d. 28 februari 2024, proces-verbaalnummer: 202402281118.VH.01, map 7, pagina 1362-1377. Proces-verbaal van 3de verhoor verdachte [verdachte], d.d. 29 februari 2024, proces-verbaalnummer: 202402291200.VH.03, map 7, pagina 1393-1425. Proces-verbaal van 4de verhoor verdachte [verdachte], d.d. 4 maart 2024, proces-verbaalnummer: 202403041120.VH.04, map 7, pagina 1426-1460. Proces-verbaal van 6de verhoor verdachte [verdachte], d.d. 5 maart 2024, proces-verbaalnummer: 202403051040.VH.06, map 7, pagina 1461-1492. Verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 11 september 2024, zoals die eventueel later - indien tegen dit vonnis hoger beroep wordt ingesteld - in het proces-verbaal van die terechtzitting zal worden weergegeven. Proces-verbaal van CID-proces-verbaal, d.d. 18 januari 2024, proces-verbaalnummer: 2024006, map 2, pagina 135. Proces-verbaal van CID-proces-verbaal, d.d. 18 januari 2024, proces-verbaalnummer: 2024007, map 2, pagina 136. Proces-verbaal [medeverdachte 1] is in bezit van een vuurwapen, d.d. 19 januari 2024, proces-verbaalnummer: TCI2024-002, map 2, pagina 137. Proces-verbaal geld betaald voor ontvoering, d.d. 24 januari 2024, proces-verbaalnummer: TCI2024-005, map 2, pagina 142-143. Proces-verbaal van overname, weging en testen d.d. 29 februari 2024, map 3, proces-verbaalnummer: 202402291400, pagina 421-422. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 februari 2024, map 3, proces-verbaalnummer: 202402281500.PVB, pagina 444-449.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.