Uitspraak van 15 januari 2024 BBZ nrs. CUR202204590 tot en met CUR202204597 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken van: [Belanghebbende] , wonende te Curaçao, belanghebbende, gericht tegen: DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao, de Inspecteur. 1PROCESVERLOOP 1.1 Aan belanghebbende zijn op 21 februari 2020 aanslagen inkomstenbelasting (IB), premie AOV/AWW, premie AVBZ en premie BVZ voor het jaar 2017 opgelegd naar een belastbaar inkomen van NAf 54.337 en een premie-inkomen van respectievelijk NAf 59.112, NAf 59.112 en NAf 60.269. 1.2 De Inspecteur heeft op 1 juli 2021 bij voor bezwaar vatbare beschikking besloten geen (negatieve) aanslag IB 2018 op te leggen (de beschikking “geen aanslag en/of teruggave”). De Inspecteur heeft op 1 juli 2021 aanslagen premie AOV/AWW, premie AVBZ en premie BVZ voor het jaar 2018 opgelegd naar een premie-inkomen van elk NAf 18.000. 1.3 Belanghebbende heeft op 26 maart 2020 bezwaar gemaakt tegen de aanslagen IB 2017, premie AOV/AWW 2017, premie AVBZ 2017 en premie BVZ 2017. Op 23 augustus 2021 heeft belanghebbende bezwaar gemaakt tegen de beschikking “geen aanslag en/of teruggave” IB 2018 en de aanslagen premie AOV/AWW 2018, premie AVBZ 2018 en premie BVZ 2018. 1.4 De Inspecteur is bij afzonderlijke uitspraken op bezwaar van 30 september 2022 gedeeltelijk aan de bezwaren voor het jaar 2017 tegemoet gekomen. De Inspecteur heeft de aanslagen IB 2017, premie AOV/AWW 2017, premie AVBZ 2017 en premie BVZ 2017 verminderd naar een belastbaar inkomen van NAf 41.587 en een premie inkomen van respectievelijk NAf 46.362, NAf 46.362 en NAf 47.519. 1.5 Belanghebbende heeft op 29 november 2022 beroep ingesteld tegen de uitspraken van de Inspecteur van 30 september 2022. Belanghebbende heeft in datzelfde beroepschrift beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op de bezwaren tegen de beschikking “geen aanslag en/of teruggave” IB 2018 en de aanslagen premie AOV/AWW 2018, premie AVBZ 2018 en premie BVZ 2018. Belanghebbende heeft daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van NAf 50. 1.6 De zitting heeft plaatsgevonden op 22 november 2023 te Willemstad. Verschenen zijn belanghebbende en haar gemachtigde [A], verbonden aan [X] te Curaçao. Namens de Inspecteur is verschenen, [B]. 1.7 De gemachtigde van belanghebbende heeft ter zitting een pleitnota voorgedragen en overgelegd. De pleitnota is voorzien van drie bijlagen, welke met instemming van de Inspecteur tot de stukken van het geding zijn gerekend. 2FEITEN 2.1 Vanaf 5 juli 2017 stond belanghebbende als eigenaar van de eenmanszaak [Q] ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en Nijverheid. De activiteiten van de eenmanszaak bestonden uit het geven van naailes aan kinderen en volwassenen, de verkoop van zelfgemaakte kleding en accessoires en de verkoop van stof ten behoeve van het maken van zelfgemaakte kleding. De eenmanszaak is op 18 maart 2019 uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel en Nijverheid. 2.2 Uit de winst en verliesrekening van de eenmanszaak volgen voor de jaren 2017 tot en met 2019 de volgende resultaten. 2017 2018 2019 Omzet NAf 9.871 NAf 40.232 NAf 3.500 Brutowinst NAf 4.759 NAf 18.195 NAf 763 Bedrijfskosten NAf 44.750 NAf 61.185 NAf 26.569 Resultaat -/- NAf 39.992 -/- NAf 42.989 -/- NAf 25.805 2.3 Belanghebbende heeft aangifte IB gedaan voor de jaren 2017 en 2018. Zij heeft in haar aangifte IB 2017 naast opbrengst uit arbeid van NAf 73.344 opbrengst uit onderneming van -/- NAf 40.847 aangegeven. Belanghebbende heeft in haar aangifte IB voor het jaar 2018 opbrengst uit onderneming aangegeven van -/- NAf 41.284. 2.4 Bij het opleggen van de onderhavige aanslagen is de Inspecteur afgeweken van de door belanghebbende ingediende aangiften op het punt van de aangegeven opbrengsten uit onderneming. De Inspecteur heeft de opbrengst uit onderneming voor het jaar 2017 vastgesteld op -/- NAf 13.075. Voor het jaar 2018 heeft de Inspecteur besloten geen (negatieve) aanslag IB op te leggen. Daarnaast heeft de Inspecteur aanslagen premie AOV/AWW, premie AVBZ en premie BVZ opgelegd naar een premie-inkomen van elk NAf 18.000. 2.5 De Inspecteur is bij uitspraak op bezwaar gedeeltelijk aan de bezwaren voor het jaar 2017 tegemoet gekomen. De Inspecteur heeft geaccepteerd dat op de door hem vastgestelde opbrengst uit onderneming alsnog een bedrag aan kosten van NAf 12.750, zijnde de kosten van huur voor een periode van drie maanden, in aftrek komen. 2.6 De Inspecteur heeft geen uitspraak gedaan op de bezwaren met betrekking tot het jaar 2018. 3GESCHIL 3.1 In geschil is of de aanslagen 2017 en 2018 tot de juiste bedragen zijn opgelegd en of de Inspecteur voor wat betreft het jaar 2018 terecht heeft besloten geen (negatieve) aanslag IB op te leggen. Het inhoudelijke geschil spitst toe op de vraag of sprake is van een bron van inkomen. 3.2 Belanghebbende beantwoordt de bronvraag bevestigend en de Inspecteur ontkennend. Indien het antwoordt op de bronvraag bevestigend luidt, is de hoogte van de (nader) in aftrek te brengen kosten voor de jaren 2017 en 2018 niet in geschil. 4OVERWEGINGEN Schending hoorplicht 2017 4.1 Op grond van artikel 30, lid 4, Algemene landsverordening landsbelastingen (hierna: ALL) wordt de belanghebbende in de bezwaarfase gehoord als zij daar in haar bezwaarschrift om heeft verzocht. 4.2 In het onderhavige geval heeft belanghebbende in haar bezwaarschrift verzocht te worden gehoord. De Inspecteur heeft nagelaten belanghebbende te horen. De Inspecteur heeft geen omstandigheden aangevoerd die noopten tot afwijking van artikel 30, lid 4, ALL. Naar het oordeel van het Gerecht is belanghebbende door niet te worden gehoord benadeeld. Het Gerecht zal de uitspraak op bezwaar reeds daarom vernietigen. Nu belanghebbende het Gerecht heeft verzocht zelf in de zaak te voorzien, zal het Gerecht de zaak niet terugwijzen naar de Inspecteur (vgl. HR 18 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7495). Beroep niet tijdig beslissen 2018 4.3 Het bezwaarschrift tegen de beschikking “geen aanslag en/of teruggave” IB 2018 en de aanslagen premie AOV/AWW 2018, premie AVBZ 2018 en premie BVZ 2018 is op 23 augustus 2021 door de Inspecteur ontvangen. 4.4 Ingevolge artikel 30, lid 2, Algemene landsverordening Landsbelastingen (ALL) is een uitspraak op een bezwaarschrift niet tijdig gedaan, als de Inspecteur niet binnen negen maanden na ontvangst van het bezwaarschrift, in dit geval dus uiterlijk op 23 mei 2022, een uitspraak heeft gedaan. 4.5 Ingevolge artikel 31, lid 1, ALL kan binnen twaalf maanden, in dit geval dus uiterlijk op 23 mei 2023, beroep worden ingesteld tegen het niet tijdig doen van een uitspraak op een bezwaarschrift. 4.6 Belanghebbende heeft op 29 november 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar. Dit beroep is tijdig ingesteld. Om redenen als vermeld in overweging 4.7 zal het Gerecht evenwel het beroep ingesteld tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar niet-ontvankelijk verklaren. 4.7 In zijn verweerschrift heeft de Inspecteur aangegeven dat de door hem opgelegde aanslagen premie AOV/AWW 2018, premie AVBZ 2018 en premie BVZ 2018 dienen te worden verminderd naar nihil en dat zulks ook zal geschieden. Ter zitting bij het Gerecht heeft de Inspecteur herhaald dat genoemde aanslagen zullen worden verminderd tot nihil. Om proceseconomische redenen zal het Gerecht het verweerschrift tevens aanmerken als (reële) uitspraak op bezwaar en het door belanghebbende ingestelde beroep en de nadien ingediende stukken aanmerken als (aanvullend) beroep tegen die (reële) uitspraak op bezwaar. Voor zover het beroep is gericht tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar heeft belanghebbende geen belang bij het beroep en zal het Gerecht dit beroep niet-ontvankelijk verklaren. 4.8 Het door belanghebbende ingestelde beroep van 29 november 2022 wordt ook geacht te zijn gericht tegen de (reële) uitspraak op bezwaar (GEA Curaçao, 17 april 2018, ECLI:NL:OGEAC:2018:57). Ook deze uitspraak is dus onderwerp van onderhavige procedure. Besluit geen aanslag IB op te leggen 4.9 De Inspecteur heeft het besluit genomen om, ondanks dat een aangiftebiljet is ingediend, geen aanslag op te leggen. Ingevolge artikel 12 van de ALL kan de Inspecteur alleen dan een dergelijk besluit nemen bij een met reden omklede en voor bezwaar vatbare beschikking. Als reden voor het niet opleggen van de aanslag verwijst de Inspecteur naar artikel 41B van de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 (LIB), alwaar is bepaald dat een aanslag niet wordt vastgesteld en verrekeningen van voorheffingen achterwege blijft, tenzij de verschuldigde belasting de totale voorheffingen met meer dan NAf 300 te boven gaat. Naar het Gerecht begrijpt, ziet het door belanghebbende ingestelde beroep mede op het besluit van de Inspecteur om geen aanslag op te leggen. 4.10 Naar het oordeel van het Gerecht heeft de Inspecteur ten onrechte besloten geen aanslag op te leggen. Het bepaalde in artikel 12 ALL en artikel 41B LIB heeft met name tot doel de belastingplichtige die aangifte heeft gedaan niet tot het einde van de aanslagtermijn in onzekerheid te laten over zijn belastingafrekening indien hem geen (te betalen) aanslag wordt opgelegd, bijvoorbeeld omdat deze slechts inkomsten uit één dienstbetrekking heeft genoten en de eindheffing gelijk is aan de voorheffingen. Voor het geval als het onderhavige, waarbij belanghebbende een negatieve winst uit onderneming in haar aangifte aangeeft, is artikel 12 ALL en/of artikel 41B LIB niet bedoeld. In een dergelijke situatie dient de Inspecteur, indien hij daartoe redenen ziet af te wijken van de aangifte en belastingplichtige de gelegenheid te geven om tegen de aangebrachte correctie(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.