GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Afdeling civiel Zaaknummer: CUR200700008 Beschikking van 11 april 2024 inzake het verzoek op grond van artikel 3:200a e.v. Burgerlijk Wetboek tot toekenning van de grond behorende tot de langdurig onverdeeld gebleven gemeenschap VRIJ ST. MICHIEL (St. Michiel Liber, Sami Liber) te Curaçao, sectie II-A-5040 (groot 1.520 m2) en II-A-5041 groot 74.720 m2), ten name van ‘de erven Lacroes, Fabias c.s.’, zijnde de kleinkinderen van Tina Besje, die de grond omstreeks 1728 na manumissie door schenking in eigendom verkreeg, met als verzoeker eerst [de oorspronkelijk verzoeker], procederend in persoon, daarna het Land Curaçao, vertegenwoordigd door achtereenvolgens mrs. G.J.M. Petrona, D. Lunenburg, H.M. Van Rossum en G.N. Hollander. en als belanghebbenden: de 84 personen hierna genoemd onder 4.7 en alle andere belanghebbenden, al dan niet verschenen, aan wie een openbare oproep is gedaan. 1Inleiding Dit is de zestiende en laatste beschikking in de oude boedel-zaak van de buurt Vrij St. Michiel / Sami Liber (circa 75.000 m2), geregistreerd als eigendom van de kleinkinderen van de uit slavernij vrijgegeven Tina Besje, die de grond rond 1728 door schenking verkreeg van plantage-eigenaar en voormalig gouverneur Van Collen. Deze zaak is in 2007 begonnen met een verzoek van een bewoner, [de oorspronkelijk verzoeker], tot toepassing van de eerder dat jaar in werking getreden nieuwe regeling in het Burgerlijk Wetboek van artikel 200a en verder. Die regeling beoogt een oplossing te bieden voor langdurig onverdeeld gebleven nalatenschappen (tera di famia) met een onduidelijke eigendomssituatie. Nadat de oorspronkelijke verzoeker zich in 2009 had teruggetrokken, heeft het Land Curaçao het verzoek overgenomen en uitstel gevraagd voor het maken van een indelingsplan voor de buurt. Dat plan is er niet gekomen. In januari 2024 heeft ook het Land zich teruggetrokken als verzoeker. In deze eindbeschikking stelt het gerecht vast dat er geen indelingsplan is op grond waarvan bepaald kan worden welke kavels aan welke specifieke bewoners kunnen worden toegekend (eigendom) of uitgegeven (erfpacht, huur, koop). Directe toekenning aan bewoners of andere gebruikers is mede daarom niet mogelijk. Sami Liber wordt op grond van artikel 3:200d BW in eigendom toegekend aan het Land. Met het oog op de wettelijke verplichting van het Land tot - voor zover dat mogelijk en redelijk is - ontwikkeling van het terrein en uitgifte aan de gebruikers, wijst het gerecht een aantal ‘gebruikers’ aan in de zin van artikel 200b lid 1 BW. 2Het procesverloop Voor het procesverloop wordt verwezen naar de tussenbeschikkingen: beschikking 15 november 2007 (beslist moet worden over de gehele onroerende zaak; regie) beschikking 20 oktober 2008 (beslist moet worden over de gehele onroerende zaak, verzoekers perceel kan niet worden afgezonderd; regie) beschikking 19 december 2008 (verzoeker ontvankelijk, ook al is hij buitenstaander en komt hij daardoor mogelijk niet in aanmerking voor de status ‘gebruiker’ op grond van 3:200b lid 4 BW; aanstelling in verleden van curator over de nalatenschap leidt niet tot niet-ontvankelijkheid; regie) beschikking 29 mei 2009 (de zaak wordt verder behandeld, ondanks intrekking door verzoeker; verzoek aan Eiland en bewoners gegevens te verstrekken). beschikking 13 april 2011 (bij gebreke van medewerking door bewoners kan toekenning aan het Land volgen o.g.v. 3:200d lid 1 BW; regie) beschikking 10 juni 2011 (het feit dat deel bewoners status quo wil handhaven staat niet in de weg aan verdere behandeling verzoek; als benodigde informatie uitblijft, volgt mogelijk toekenning aan het Land; regie: termijn voor en omschrijving van werkzaamheden door Land en bewoners) beschikking 27 juni 2012 (lijst belanghebbenden; verlenging termijn voor werkzaamheden door Land en bewoners) beschikking 28 december 2016 (lijst belanghebbenden, zitting over voortgang indelingsplan) beschikking 16 februari 2017 (Land wordt aangemerkt als verzoeker; inwilliging door Land verzochte verlenging termijn voor indelingsplan) beschikking 11 september 2019 (lijst belanghebbenden, verlenging termijn indienen indelingsplan door Land) beschikking 3 mei 2021 (gezamenlijke beschikking oude boedel-zaken; vragen aan het Land over voortgang en vooruitzichten) beschikking 15 februari 2022 (gezamenlijke beschikking: Land heeft geld- en capaciteitsgebrek, alles ligt stil, akte uitlating intrekken en overnemen verzoek, akte uitlating over het in kaart brengen van bestaand gebruik Vrij St. Michiel) beschikking 19 mei 2022 (gezamenlijke beschikking oude boedel-zaken; verzoek aan Kadaster om voorlichting over opstellen meetbrieven en indelingsplannen) beschikking 11 januari 2023 (zonder indelingsplan is toekenning of uitgifte niet doenlijk; akte uitlating opstellen indelingsplan door de belanghebbenden) beschikking 11 oktober 2023 (geen aktes genomen, uitlating over benoeming deskundige voor opstellen indelingsplan) waarna aktes zijn genomen: door […] (bewoners niet in staat indelingsplan te betalen, dringend beroep op Land) door het Land (Land is geen verzoeker; bezwaar tegen voorstel benoeming deskundige op kosten Land). 3Overwegingen uit de tussenbeschikkingen De overwegingen uit de tussenbeschikkingen, voor zover relevant voor deze eindbeslissing, worden hier herhaald: Beschikking 20 oktober 2008: De overige potentiële gebruikers zullen worden opgeroepen (of zijn reeds opgeroepen) bij dienstbrief, zoveel als mogelijk te bezorgen op de op de situatieschets aangegeven huisnummers, alsmede door bekendmakingen in de Curacaosche courant, Extra, Ultimo Noticia en Amigoe. Voorts is door het Gerecht een persbericht naar de op Curaçao verschijnende kranten gestuurd. (…) Zoals in de vorige beschikking reeds vermeld, is een voorwaarde voor toekenning aan de gebruikers dat zij gezamenlijk of afzonderlijk aanvaardbare voorstellen - die passen in het eilandelijke ontwikkelingsplan - doen tot ontwikkeling. Daarnaast dienen zij zekerheid te stellen voor de kosten verband houdende met de toekenningsprocedure, de inschrijving in de openbare registers, de kosten van een kadastraal metingstuk inbegrepen, en voor de ontwikkeling van die gronden. Een dergelijk voorstel is nog niet gedaan. Uit de artikelen 3:200d en 3:200e BW volgt dat, voor zover toekenning aan de gebruikers niet mogelijk is, toekenning kan geschieden aan het Eilandgebied of aan een stichting of woningbouwcorporatie, die vervolgens de ontwikkeling en uitgifte van de onroerende zaak op zich neemt, alles voor zover dat redelijk is. Het Gerecht zal met het oog op het voorgaande tevens oproepen het Eilandgebied Curaçao en de Fundashon Kas Popular. Beschikking 19 december 2008 De onderhavige zaak is eerste rechtszaak die aanhangig is gemaakt op grond van de op 1 april 2007 in werking getreden wettelijke regeling inzake langdurig onverdeeld gebleven gemeenschappen. Met deze wettelijke regeling is beoogd een oplossing mogelijk te maken voor het hier te lande bekende probleem van de langdurig onverdeelde boedels. Daarbij gaat het om grond, die vele generaties terug eigendom was van een bepaald persoon, maar sindsdien nooit verdeeld is over de erfgenamen en andere gerechtigden. Veelal is ondoenlijk geworden om alle deelgenoten te traceren en om ieders rechten vast te stellen. Dat komt niet alleen door het grote aantal (mogelijke) deelgenoten - vaak vele honderden - maar ook door het ontbreken van geslachtsnamen in het verleden en het ontbreken in het verleden van een behoorlijke registratie van gegevens betreffende de burgerlijke stand, testamenten en huwelijksgoederenregimes. De nieuwe wettelijke regeling biedt de mogelijkheid dat de rechter de grond of delen daarvan in eigendom toekent aan de gebruikers van de grond, maar ook aan het Eilandgebied of aan een stichting vervolgens die uitgifte van de grond aan gebruikers op zich neemt, alles voor zover dat redelijk is. De onverdeelde boedel van Vrij Sint Michiel waarop het onderhavige verzoek betrekking heeft, is een langdurig onverdeeld gebleven boedel als bedoeld in de nieuwe wettelijke regeling. Deze grond staat bij het kadaster op naam van “de erven Fabias Lacroes c.s.” Van Fabias Lacroes is bekend dat hij een van de kleinkinderen was van Tina Besje, een vrijgegeven slavin die de grond in of omstreeks 1728 door schenking verkreeg van plantage-eigenaar en voormalig gouverneur Van Collen. Als andere kleinkinderen aan wie de grond werd nagelaten worden genoemd Richard Conquet, Juan Pedro Conquet, Johanna Conquet, Lucas Martis, Jacobus Adriaan, Rimon Brito, Anna Cristina, Maria Antonia, Jan Boos, Bartolomina Pedro en Eva & Maria Thomas. Verdeling van de grond heeft nimmer plaatsgevonden, met dien verstande dat in 1957 een deel van het terrein, dat oorspronkelijk 81.530 m2 groot was, aan Francisco Salesio Konket/Conquet is toegewezen op grond van de destijds geldende Landsverordening op de Eigendomsuitwijzing. [bron: Mr. E.C. Henriquez, “Familiegronden (tera di famia) en oude fideicommissen (filocommis) op het eiland Curaçao” in Honderd jaar codificatie in de Nederlandse Antillen, GoudaQuint 1969]. Het thans nog onverdeelde stuk grond is, volgende de in het geding gebrachte stukken van het kadaster, circa 75.000 m2 groot (sectie A, nrs. 5040 en 5041). Ter illustratie van de gerechtigdheid van de thans nog levende nazaten van Tina Besje moge het volgende rekenvoorbeeld dienen. Daarbij worden complicerende factoren als huwelijksgoederengemeenschappen, echtscheidingen, testamenten en wijzigingen in het erfrecht buiten beschouwing gelaten: Volgens het kadaster heeft Tina Besje haar grond bij schenking in 1728 verkregen. Na haar overlijden is de eigendom overgegaan op haar 12 kleinkinderen. Als ervan wordt uitgegaan dat elk kleinkind 1/12e gedeelte van het terrein, destijds groot 81.530 m2 , heeft gekregen, komt dat neer op 6.800m2 per persoon. Gesteld dat elke nakomeling in de rechte lijn gemiddeld 4 kinderen had en er inmiddels sprake is van 8 generaties, dan betekent dit dat het aandeel per nakomeling thans is gereduceerd tot minder dan 1m2: eerste generatie: 6.800 m2 : 4 = 1.700 m2 : 4 = 425 m2 : 4 = 106 m2 : 4 = 26 m2 : 4 = 7m2 : 4 = 2 m2 : 4 = 0,5 m2. Ter zitting van 26 november 2008 en uit de voorafgaand aan die zitting ingediende verweerschriften is gebleken dat de belanghebbenden zich in een aantal categorieën laten onderscheiden. Zeer kort samengevat komen de belangen en standpunten op het volgende neer: A. (verzoeker, bewoner): Wil toekenning in eigendom van het door hem bewoonde perceel. Hij wil tot verkoop van dat perceel overgaan maar heeft nu, net als alle andere bewoners, in juridische zin “niets”. Hij wil dat de grond voor het overige ongemoeid wordt gelaten. B. (cliënten mr. Vaders, bewoners): Willen geen verandering. C. (erfgenamen, geen bewoners): Willen hun gerechtigdheid aantonen teneinde mee te kunnen delen. D. (bewoners, deels overlap met B): Willen het terrein als een geheel houden en onderbrengen in een stichting, om vervolgens eigenaar te worden van de door hen bewoonde huizen. E. standpunt nog onbekend. De onder F, G en H genoemden hebben (nog) geen zelfstandig standpunt ingenomen, anders dan dat de zaak met grote belangstelling wordt gevolgd. Beschikking 29 mei 2009 Na de tussenbeschikking van 19 december 2008 heeft de oorspronkelijke verzoeker, […], te kennen gegeven zijn verzoek in te trekken, hetgeen samenhing met de verkoop van zijn “gebruiksrecht” aan een van de andere bewoners van Vrij St. Michiel. Zoals al volgt uit overweging 2.5 van de beschikking van 19 december 2008, brengt het feit dat oorspronkelijk verzoeker […] zijn verzoek heeft ingetrokken niet mee dat de zaak niet verder zal worden behandeld. Er zijn immers ook andere belanghebbenden die toepassing van de wettelijke regeling van artikel 3:200a e.v. BW verlangen. Uit het overleg met de diverse categorieën belanghebbenden meent het Gerecht te mogen concluderen dat inmiddels vrijwel alle belanghebbenden belang stellen in toepassing van bedoelde wettelijke regeling en dat vrijwel alle bewoners inmiddels de door hen bewoonde huizen, al dan niet via een stichting en voor zover mogelijk, in eigendom zouden willen verkrijgen. Zij geven hieraan de voorkeur boven toekenning van het terrein aan het Eilandgebied. Alvorens verder kan worden beslist over het terrein en het al dan niet toekennen daarvan aan gebruikers, een stichting of het Eilandgebied, dient meer duidelijkheid te worden verkregen over de bestaande situatie. In de eerste plaats dient de bestaande, feitelijke inrichting en opdeling van het terrein (wegen, percelen, huizen) in kaart te worden gebracht. Bij de bezichtiging is gebleken dat het terrein in de loop der tijd door de gebruikers tot een woonbuurt is omgevormd. Op het terrein staan tientallen huizen, met eigen veelal omheinde tuinen, gelegen aan (onverharde) wegen. De huizen hebben brievenbussen en reguliere aansluitingen op water, elektriciteit en telefoon. In de buurt is postbezorging, een publieke telefoon en een bushalte. Bij het later in deze procedure aan de orde te stellen voorstel tot ontwikkeling van de zaak als bedoeld in artikel 3:200c BW, waarover het Gerecht, conform dat artikel, dan het gevoelen van het Bestuurscollege zal inwinnen, zal de bestaande situatie tot uitgangspunt kunnen dienen. In de tweede plaats dient verdere duidelijkheid te worden verkregen over de vraag wie thans de gebruikers (waaronder verhuurders en huurders) zijn van de huizen en/of percelen te Vrij St. Michiel. Ter zitting van 26 november 2008 waren circa 70 bewoners present, maar duidelijk werd dat er (veel) meer bewoners zijn. Ook over de positie van de in de beschikking van 19 december 2008 als categorie C aangeduide belanghebbenden ([…]), dient zo mogelijk nog nadere duidelijkheid te worden verkregen. In de derde plaats dienen de grenzen van het tot de onverdeelde boedel van Tina Besje behorende terrein met de omliggende (aan het Eilandgebied toebehorende) grond zoveel mogelijk te worden aangewezen en dient te worden aangegeven welke bestemming(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.