GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Zaaknummer: CUR202402555 Vonnis van 17 maart 2025 in de zaak van [Eiser], wonende in [woonplaats], eiser, gemachtigde: mr. J.C. Meulen, tegen 1[Gedaagde 1],
- [Gedaagde 2], beiden wonende in [woonplaats], gedaagden, die in persoon procederen. Partijen worden hierna [eiser], [gedaagde 1] en [gedaagde 2] genoemd. 1Het procesverloop 1.
- Het procesverloop blijkt uit: het verzoekschrift van 9 juli 2024, met producties; de aanvullende producties van [eiser]; de producties van [gedaagde 1] en [gedaagde 2]; de mondelinge behandeling van 3 februari 2025; de pleitnotitie van [eiser]. 1.
- Vonnis is bepaald op vandaag. 2De feiten 2.
- [ eiser] heeft begin 2020 een Sea Doo en vier auto’s (hierna ‘ de goederen’ ) gekocht bij [gedaagde 1]. De goederen zouden door [gedaagde 1] worden geïmporteerd uit de Verenigde Staten. [eiser] heeft voor de goederen betaald, maar ze zijn niet geleverd door [gedaagde 1]. 2.
- Op 17 mei 2022 heeft [gedaagde 1] een schriftelijke schuldbekentenis getekend. [gedaagde 1] verklaart hierin dat hij aan [eiser] een bedrag van in totaal NAf 85.330 verschuldigd is. In dit bedrag is een hoofdsom van NAf 70.000 begrepen die ziet op de aankoop van de goederen. Verder is in de schuldbekentenis een afbetalingsregeling opgenomen. [gedaagde 1] is deze regeling niet nagekomen. 3De vordering en de standpunten van partijen 3.
- [ eiser] vordert – samengevat – dat het gerecht [gedaagde 1] en [gedaagde 2] veroordeelt, hoofdelijk, aan hem te betalen een bedrag van NAf 70.000 met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen in de kosten van de procedure, de kosten van de gelegde beslagen daaronder begrepen, vermeerderd met wettelijke rente. 3.
- [ eiser] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [eiser] heeft met [gedaagde 1] een koopovereenkomst gesloten voor de goederen. De overeengekomen totaalprijs bedroeg NAf 71.986,
- [eiser] heeft het bedrag betaald maar de goederen zijn nooit geleverd door [gedaagde 1]. [eiser] wil dat [gedaagde 1] het betaalde bedrag, althans een bedrag van NAf 70.000 zoals opgenomen in de schuldbekentenis, aan hem terugbetaalt. [gedaagde 2] is volgens [eiser] jegens hem aansprakelijk voor betaling van het bedrag op basis van onrechtmatige daad. 3.
- [ gedaagde 1] en [gedaagde 2] voeren verweer. 4De beoordeling 4.
- [ eiser] vordert zowel [gedaagde 1] als [gedaagde 2], hoofdelijk, te veroordelen tot betaling van een bedrag van NAf 70.
- Omdat [eiser] dit voor ieder op een andere grond baseert zal de vordering van [eiser] ten aanzien van beide gedaagden afzonderlijk worden beoordeeld. ten aanzien van [gedaagde 1] 4.
- [ eiser] beroept zich ten aanzien van [gedaagde 1] op de overeenkomst die hij heeft gesloten en de schuldbekentenis die in verband daarmee is opgesteld. De schuldbekentenis is voorzien van een met de hand geschreven verklaring waarin het bedrag voluit in letters is uitgeschreven (het zogenoemde ‘goedschrift’) en een handtekening. [gedaagde 1] heeft erkend dat hij dit heeft geschreven en ondertekend. Het stuk levert dwingend bewijs op van de stelling van [eiser] dat [gedaagde 1] aan hem NAf 70.000 moet betalen. 4.
- [ gedaagde 1] heeft op zichzelf genomen ook niet betwist dat hij de goederen niet heeft geleverd en dat hij het door [eiser] betaalde bedrag moet terugbetalen. De hoogte van het bedrag klopt volgens [gedaagde 1] alleen niet. Het gaat volgens [gedaagde 1] om een bedrag van om en nabij NAf 62.
- [gedaagde 1] heeft dit echter onvoldoende onderbouwd. Het overzicht dat hij heeft overgelegd is zo te zien door hem zelf opgesteld. Er zijn geen rekeningoverzichten of bankafschriften bijgevoegd waaruit kan worden afgeleid dat er een betaling is gestorneerd of dat [gedaagde 1] al een deel heeft terugbetaald. Ook blijkt uit niets dat [gedaagde 1] onderdelen heeft geleverd waarvan de waarde kan worden verrekend met het openstaande bedrag. Dit verweer van [gedaagde 1] slaagt daarom niet. 4.
- [ gedaagde 1] heeft ook nog aangevoerd dat hij de schuldbekentenis heeft getekend zonder er op dat moment goed naar te kijken. Dat komt voor zijn eigen risico. Uit niets blijkt dat hij bijvoorbeeld onder druk is gezet of onvoldoende heeft kunnen begrijpen wat hij tekende. 4.
- Het voorgaande leidt tot de conclusie dat voldoende vaststaat dat [gedaagde 1] aan [eiser] een bedrag van NAf 70.000 moet betalen. De gevorderde hoofdsom wordt daarom toegewezen. De wettelijke rente over dit bedrag wordt ook toegewezen. 4.
- De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten acht het gerecht conform het Procesreglement toewijsbaar tot 1,5 punt van het toepasselijke liquidatietarief. Dit komt neer op een bedrag van NAf 2.
- De gevorderde rente over dit bedrag wordt afgewezen. Er is niet gesteld of gebleken dat deze kosten al zijn betaald. ten aanzien van [gedaagde 2] 4.
- [ gedaagde 2] is de echtgenote van [gedaagde 1]. Volgens [eiser] heeft [gedaagde 2] allerlei werkzaamheden verricht in het kader van de overeenkomst tussen [eiser] en [gedaagde 1]. [eiser] stelt dat hij is opgelicht omdat de goederen nooit zijn geleverd. [gedaagde 2] was daarbij betrokken. Gelet op haar betrokkenheid heeft zij onrechtmatig gehandeld jegens [eiser] en moet zij de volledige schade van NAf 70.000 vergoeden. 4.
- Het gerecht volgt [eiser] hierin niet. Dat de goederen niet zijn geleverd betekent niet meteen dat er sprake is van oplichting. Daarvoor had [eiser] meer moeten stellen. Verder is nog maar de vraag of - als dat zou komen vast te staan – [gedaagde 2] daarbij actief betrokken is geweest en haar daarvan een verwijt kan worden gemaakt. Er staat alleen vast dat zij als echtgenote van [gedaagde 1] enige tijd zaken voor hem heeft waargenomen. De vordering ten aanzien van [gedaagde 2] wordt als onvoldoende onderbouwd afgewezen. 4.
- Een en ander neemt overigens niet weg dat de schuld van [gedaagde 1] van NAf 70.000 in principe in de huwelijksgemeenschap valt als [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in gemeenschap van goederen zijn gehuwd. Proceskosten 4.
- [ gedaagde 1] wordt in het ongelijk gesteld, zodat hij wordt veroordeeld in de proceskosten. De kosten van [eiser] worden tot aan deze uitspraak begroot op NAf 750 aan griffierecht, NAf 369,82 aan oproepingskosten, NAf 1.732,54 aan beslagkosten en NAf 4.500 (3 punten x NAf 1.500) aan gemachtigdensalaris. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen met inachtneming de hierna te bepalen termijn. 4.
- In het geval van [gedaagde 2] wordt [eiser] in het ongelijk gesteld. Hij moet de proceskosten van [gedaagde 2] betalen. De kosten aan de kant van [gedaagde 2] worden vastgesteld op nihil. Het betekent verder dat de kosten van de oproeping van [gedaagde 2] en de betekening van het beslagexploot aan [gedaagde 2] voor rekening van [eiser] blijven. 4.
- De veroordelingen in deze uitspraak gaan meteen in en kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van de partijen deze beslissing voorlegt aan het Hof. 5De beslissing Het gerecht: ten aanzien van [gedaagde 1] 5.
- veroordeelt [gedaagde 1] tot betaling aan [eiser] van een bedrag van NAf 70.000, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 juli 2024 tot aan de dag van betaling; 5.
- veroordeelt [gedaagde 1] om aan [eiser] te voldoen NAf 2.250 aan buitengerechtelijke incassokosten; 5.
- veroordeelt [gedaagde 1] in de proceskosten van [eiser] van NAf 7.352,36; 5.
- bepaalt dat de proceskosten moeten worden betaald binnen veertien dagen en dat die kosten worden verhoogd met de wettelijke rente als niet op tijd wordt betaald; 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.
- wijst af wat verder is gevorderd; ten aanzien van [gedaagde 2] 5.
- wijst de vordering af; 5.
- veroordeelt [eiser] in de proceskosten, tot aan deze procedure vastgesteld op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, bijgestaan door mr. A.F. Lipman, griffier, en in het openbaar uitgesproken.