GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Zaaknummer: CUR202404036 Vonnis van 17 maart 2025 in de zaak van VERENIGING VAN EIGENAREN IN HET LAGUNISOL RESORT, gevestigd in Curaçao, eiseres, gemachtigden: mr. drs. E. BOKKES en mr. G. Hatzmann, tegen [Gedaagde], wonend in [woonplaats], gedaagde, procederend in persoon. Partijen worden hierna de VvE en [gedaagde] genoemd. 1Het procesverloop 1.
- Het procesverloop blijkt uit: het verzoekschrift van 25 oktober 2024, de conclusie van antwoord, de mondelinge behandeling van 11 november 2024, de nadere producties van [gedaagde], de pleitnotities van de VvE. 1.
- Vonnis is bepaald op vandaag. 2De feiten 2.
- [ gedaagde] is eigenaar van [kavel a] in het Lagunisol Resort. 2.
- Bij brief van 10 september 2024 heeft de VvE [gedaagde] gemaand om binnen vijf dagen het openstaande bedrag van NAf 5.631,25, vermeerderd met rente en kosten, te betalen. Bij brief van 16 september 2024 heeft de VvE deze aanmaning herhaald, en daarbij een termijn gesteld van drie dagen. [gedaagde] heeft aan deze aanmaningen geen gevolg gegeven. 3De vordering en de standpunten van partijen 3.
- De VvE vordert – samengevat – dat het gerecht [gedaagde] veroordeelt tot betaling van: I. een bedrag van NAf 6.031,25, te vermeerderen met de rente van 1,5% per maand vanaf de afzonderlijke vervaldata van de afzonderlijke maandelijkse bijdragen tot aan de dag der algehele voldoening, althans vanaf een door het gerecht in goede justitie te bepalen datum tot de dag der algehele voldoening; II. de maandelijkse bijdrage van NAf 200,- per maand vanaf 1 november 2024 tot het moment van het door het gerecht uit te spreken vonnis; III. de buitengerechtelijke incassokosten van NAf 750,-; IV. de (na)kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. 3.
- De VvE legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] is als lid van de VvE op grond van de statuten van de VvE verplicht bij te dragen in de schulden en kosten. [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van deze verplichting, ook nadat hij daartoe gemaand is. Op grond van de statuten van de VvE, gelezen in verbinding met het Huishoudelijk Reglement, kan er rente van 1,5% per maand in rekening worden gebracht in geval een lid in gebreke is binnen de betalingstermijn van één maand te betalen. 3.
- [ gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd. 3.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
- De betalingsverplichting en (de oplopende) betalingsachterstand worden door [gedaagde] niet weersproken. Hij doet – zo begrijpt het gerecht – evenwel een beroep op opschorting van zijn betalingsverplichting. In dit verband heeft hij – samengevat – gesteld dat hij het niet eens is met de wijze waarop de VvE-bijdragen worden besteed en dat door het bestuur onvoldoende wordt geluisterd naar zijn inspraak in dit verband. 4.
- Voor een geslaagd beroep op opschorting is allereerst vereist dat de VvE als degene jegens wie wordt overgegaan tot opschorting haar verbintenissen jegens [gedaagde] niet, niet behoorlijk of slechts gedeeltelijk nakomt. Hieraan is niet voldaan. Ter toelichting overweegt het gerecht het volgende. 4.
- De VvE is gerechtigd afwegingen en keuzes te maken als het gaat om het plegen van onderhoud en het beheer en de exploitatie van de faciliteiten. Voor zover [gedaagde] daarin inspraak zou willen, geldt dat de algemene vergadering van leden daarvoor bij uitstek de gelegenheid biedt. Keuzes die [gedaagde] in dit verband niet welgevallen, leiden niet tot de conclusie dat de VvE haar verplichtingen jegens hem niet nakomt. 4.
- Het voorgaande leidt tot de slotsom dat [gedaagde] geen beroep op opschorting toekomt. De vordering tot betaling van NAf 6.031,25 aan achterstallige VvE-bijdragen zal dan ook worden toegewezen. Datzelfde geldt voor de toekomstige termijnen tot aan de datum van dit vonnis. De rente kan – als onweersproken – worden toegewezen zoals gevorderd. De buitengerechtelijke incassokosten zullen worden toegewezen conform het bepaalde in het procesreglement, hetgeen neerkomt op een bedrag van NAf 750,-. 4.
- [ gedaagde] zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van de VvE tot op heden begroot op NAf 450 aan griffierecht, NAf 369,82 aan oproepingskosten en NAf 1.000 (2 punten x tarief 3) aan gemachtigdensalaris. 4.
- De gevorderde wettelijke rente en de nakosten worden toegewezen zoals hierna onder de beslissing vermeld. 4.
- De veroordelingen in deze uitspraak gaan meteen in en kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van de partijen deze beslissing voorlegt aan het Hof. 5De beslissing Het gerecht: 5.
- veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan de VvE van een bedrag van NAf 6.031,25, vermeerderd met de contractuele rente van 1,5% per maand vanaf de afzonderlijke vervaldata van de afzonderlijke maandelijkse bijdragen tot aan de dag der algehele voldoening; 5.
- veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan de VvE van de maandelijkse bijdrage van NAf 200 per maand vanaf 1 november 2024 tot en met de datum van dit vonnis; 5.
- veroordeelt [gedaagde] om aan de VvE te voldoen NAf 750 aan buitengerechtelijke incassokosten; 5.
- veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van de VvE van NAf 1.819,82, te vermeerderen met NAf 250 aan nakosten zonder betekening, verhoogd met NAf 150 in geval van betekening; 5.
- bepaalt dat de proceskosten moeten worden betaald binnen veertien dagen en dat die kosten worden verhoogd met de wettelijke rente als niet op tijd wordt betaald; 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, en in het openbaar uitgesproken.