← Nederland

ECLI:NL:OGEAC:2025:113

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Zaaknummer: CUR202500250 Vonnis in kort geding van 25 maart 2025 in de zaak van [Eiser], wonende in [woonplaats], [land], eiser(es), gemachtigde: mr. J.E. Lovert, tegen [Gedaagde], wonende [woonplaats], [land], gedaagde, gemachtigde: mr. E.L. Virginie en mr. G.C.A. Scheperboer. Partijen worden hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd. 1Het procesverloop 1.

  1. Het procesverloop blijkt uit: het verzoekschrift van 24 januari 2025, met producties; de akte houdende wijziging van eis, met producties; de mondelinge behandeling van 11 maart 2025; de producties van [gedaagde]; de pleitnotities van partijen. 1.
  2. Vonnis is bepaald op vandaag. 2De feiten 2.
  3. [ eiser] en [gedaagde] zijn onder huwelijkse voorwaarden gehuwd geweest. Op 4 mei 2022 is door de rechtbank Noord-Holland de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. 2.
  4. Het gerechtshof Amsterdam heeft in een beschikking van 6 februari 2024 beslissingen genomen over de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden en over de verdeling van de eenvoudige gemeenschappen van de aan partijen in gezamenlijke eigendom toebehorende woningen in [plaats] (Nederland) en in Curaçao, gelegen te [adres 1]. Het hof heeft onder meer een verklaring voor recht gegeven dat [gedaagde], zolang zij mede-eigenaar is, gerechtigd is tot de helft van de huuropbrengsten minus de kosten van de gezamenlijke woning in Curaçao. 2.
  5. Op 5 december 2024 heeft het gerecht in eerste aanleg van Curaçao in een kort geding tussen [eiser] als eiser en [gedaagde] als gedaagde, laatstgenoemde veroordeeld mee te werken aan de overdracht en levering van de woning in Curaçao aan [eiser] en bepaald dat als zij niet meewerkt het vonnis in de plaats zal treden van die medewerking zodat de akte van levering kan worden gepasseerd, tegen betaling van een vergoeding door [eiser] aan [gedaagde] van EUR 25.319,
  6. 2.
  7. Op 18 december 2024 heeft [gedaagde] op basis van de beschikking van het gerechtshof Amsterdam van 6 februari 2024 executoriaal beslag gelegd op het aandeel van [eiser] in de woning in Curaçao. 3De vordering en de standpunten van partijen 3.
  8. [ eiser] vordert na wijziging van eis – samengevat – dat het gerecht: het executoriale beslag op het aandeel van [eiser] in de woning in Curaçao opheft en als [gedaagde] weigert om de bevolen opheffing en doorhaling te bewerkstelligen dit vonnis in de plaats treedt van haar medewerking, dan wel [eiser] daartoe te machtigen; [gedaagde] verbiedt tot het leggen van beslag op de woning in Curaçao voordat de vordering over de verdeling van de huuropbrengsten in rechte is beoordeeld; [gedaagde] veroordeelt tot betaling van een voorschot op de schadevering van NAf 7.004,57 in verband met de kosten van juridische bijstand; [gedaagde] veroordeelt in de kosten van de procedure, met wettelijke rente. 3.
  9. [ gedaagde] voert verweer. 3.
  10. Op de stellingen van partijen wordt hierna onder de beoordeling en voor zover relevant ingegaan. 4De beoordeling 4.
  11. [ eiser] wil dat het op 18 december 2024 gelegd executoriale beslag wordt opgeheven. Overigens is in het verzoekschrift en de akte wijziging van eis 19 december 2024 als datum van het beslag genoemd. Het gerecht gaat ervan uit dat het om een vergissing gaat en dat 18 december 2024 wordt bedoeld. 4.
  12. De eerste vraag die moet worden beantwoord is of de beschikking van het gerechtshof Amsterdam van 6 februari 2024, althans de verklaring voor recht met betrekking tot de huuropbrengsten in verband waarmee het beslag is gelegd, een executoriale titel oplevert. Volgens [eiser] is dat niet het geval. Executoriale titel 4.
  13. Een vonnis of beschikking levert een executoriale titel op. Het moet dan in principe gaan om een veroordelende uitspraak. Met een verklaring voor recht wordt echter geen veroordeling gegeven maar een bepaalde rechtstoestand vastgesteld. 4.
  14. Het staat tussen partijen bovendien ook nog helemaal niet vast wat de omvang precies is van de vordering waarop de verklaring voor recht ziet. Het gaat om de verdeling van de huurpenningen die partijen voor de woning in Curaçao hebben ontvangen verminderd met de kosten. Het hof Amsterdam heeft in dit verband overwogen dat de stellingen van partijen zodanig uiteen lopen dat het hof niet kan vaststellen met welk saldo de ontvangen huurpenningen moeten worden gecorrigeerd. Reden waarom het hof overeenkomstig het subsidiair door [gedaagde] gevorderde een verklaring voor recht heeft gegeven in plaats van veroordeling tot betaling. [gedaagde] heeft ook aangekondigd over de omvang van de vordering nog een gerechtelijke procedure te zullen starten. 4.
  15. Naar het voorlopig oordeel van het gerecht ontbreekt een executoriale titel zodat het gelegde beslag niet rechtmatig is. De vordering van [eiser] als weergegeven onder 3.1, eerste gedachtestreepje, wordt daarom toegewezen als hierna onder de beslissing vermeld. Verbod beslag woning Curaçao 4.
  16. Het gaat te ver om al op voorhand een dergelijk beslagverbod af te geven. Daarvoor heeft [eiser] onvoldoende gesteld. Dit deel van de vordering van [eiser] moet worden afgewezen. Werkelijke kosten juridische bijstand 4.
  17. Voorop staat dat een onrechtmatig gelegd beslag niet meteen betekent dat [eiser] aanspraak heeft op vergoeding van volledige kosten van rechtsbijstand (gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27 juli 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:7142). Voor een vergoeding van volledige kosten van rechtsbijstand geldt de volgende maatstaf. 4.
  18. Uitgangspunt van het wettelijk systeem is dat een proceskostenveroordeling plaatsvindt met toepassing van het forfaitaire, zogenoemde liquidatietarief. Voor afwijking daarvan bestaat slechts ruimte bij misbruik van procesrecht of onrechtmatig procederen. Van misbruik of onrechtmatig procederen is pas sprake in geval van een evident ongegronde vordering, zoals wanneer de vordering wordt gebaseerd op feiten en omstandigheden waarvan een procespartij de onjuistheid kende of had behoren te kennen of op stellingen waarvan zij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden (HR 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA3516). Er is dus slechts in bijzondere omstandigheden aanleiding voor vergoeding van de volledige kosten van juridisch bijstand. 4.
  19. Op basis van wat [eiser] heeft aangevoerd is niet aannemelijk geworden dat sprake is van misbruik van procesrecht. Er blijkt onvoldoende dat [gedaagde] het beslag met geen ander doel heeft gelegd dan de overdracht van de woning in Curaçao - en daarmee ook de verdere uitvoering van de verdeling van de gemeenschap – te frustreren. Een grond voor het toewijzen van de volledige advocaatkosten ontbreekt. Dit deel van de vordering wordt afgewezen. Proceskosten 4.
  20. Omdat [gedaagde] (grotendeels) in het ongelijk wordt gesteld, wordt zij veroordeeld in de proceskosten. De kosten van [eiser] worden tot aan deze uitspraak begroot op NAf 450 aan griffierecht, NAf 441,55 aan oproepingskosten en NAf 1.500,00 aan gemachtigdensalaris. De vordering tot verrekening van deze kosten met de door [eiser] te betalen vergoeding voor de levering van het aandeel van [gedaagde] kan als onweersproken worden toegewezen. 4.
  21. De veroordelingen in deze uitspraak gaan meteen in en kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van de partijen deze beslissing voorlegt aan het Hof. 5De beslissing in kort geding Het gerecht: 5.
  22. veroordeelt [gedaagde] om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis het door haar op 18 december 2024 gelegde beslag op het aandeel van [eiser] in de onroerende zaak, te weten het perceel grond gelegen in het tweede district van Curaçao deel uitmakende van en bekend als [adres 1] van het verkavelingsplan ‘[verkavelingsplan 1]’, nader omschreven in meetbrief nummer 1833 van 30 november 1992, met het daarop gebouwde plaatselijk bekend [adres 1], onmiddellijk en voor eigen rekening op te heffen en door te halen in de openbare registers van het Kadaster; 5.
  23. bepaalt dat als [gedaagde] weigert of nalaat om binnen de gestelde termijn aan de veroordeling onder 5.1 van dit vonnis te voldoen, deze uitspraak in de plaats treedt van de door [gedaagde] te verrichten rechtshandelingen en bepaalt dat de hiermee gemoeide kosten mogen worden verrekend met de door [eiser] aan [gedaagde] te betalen vergoeding voor de levering van haar aandeel in de onder 5.1 bedoelde onroerende zaak aan [eiser]; 5.
  24. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van [eiser] van NAf 2.391,55 en bepaalt dat dat [eiser] deze kosten mag verrekenen met de door [eiser] aan [gedaagde] te betalen vergoeding voor de levering van haar aandeel in de onder 5.1 bedoelde onroerende zaak aan [eiser]; 5.
  25. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.
  26. wijst af wat verder is gevorderd. Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, bijgestaan door mr. A.F. Lipman, griffier, en in het openbaar uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.