GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO zaaknummers: CUR202404322 en CUR202404407 Beschikking van 11 maart 2025 in de zaak van: met betrekking tot de ontkenning van het vaderschap (CUR202404407): [verzoekster] wonend in [woonplaats], verzoekster, gemachtigde: mr. H.M.M. Alejandra, tegen [betrokkene 1], wonend te [woonplaats], hierna te noemen:[betrokkene 1], met betrekking tot het vaststellen van het vaderschap (CUR202404322): [verzoekster], wonend in [woonplaats], verzoekster, gemachtigde: mr. H.M.M. Alejandra, tegen [betrokkene 2], wonend in [woonplaats], hierna te noemen: [betrokkene 2], waarin als informant wordt aangemerkt: [de moeder], wonend in [woonplaats], zijnde de moeder van verzoekster; hierna te noemen: de moeder. 1Het verloop van de procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoekschrift met producties op 18 november 2024 ter griffie ingediend; de mondelinge rolbehandeling op 11 februari 2025, waarbij verzoekster, bijgestaan door haar gemachtigde, [betrokkene 1] en [betrokkene 2] aanwezig waren. De moeder van verzoekster heeft de rolbehandeling middels telefoonverbinding via verzoekster bijgewoond. 1.
- De uitspraak is bepaald op vandaag. 2De feiten 2.
- De moeder is op 28 december 1978 op Curaçao met [betrokkene 1] gehuwd, welk huwelijk op 1 december 1981 is ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand. 2.
- Uit voornoemd huwelijk is verzoekster op [geboortedatum] 1981 op [geboortedatum] geboren. 3De verzoeken en het verweer 3.
- Het eerste verzoek van verzoekster strekt tot gegrondverklaring van de ontkenning van het door het huwelijk ontstane vaderschap van [betrokkene 1]. 3.
- Aan haar verzoek legt verzoekster ten grondslag dat, hoewel zij binnen het huwelijk tussen haar moeder en [betrokken 1] is geboren, [betrokkene 1] niet haar biologische vader is, dat zij niet door [betrokkene 1] werd verzorgd en opgevoed en derhalve geen emotionele en/of familiebanden heeft met [betrokkene 1]. Verzoekster stelt dat [betrokkene 2] haar biologische vader is en dat zij door hem werd verzorgd en opgevoed. Verzoekster heeft een DNA-rapport d.d. 30 april 2024 overgelegd waarmee met een waarschijnlijk 99.999997% is aangetoond dat [betrokkene 2] de biologische vader is van verzoekster. 3.
- Gelet hierop strekt het tweede verzoek van verzoekster tot vaststelling van het vaderschap van [betrokkene 2] van verzoekster. Verzoekster heeft behoefte dat de juridische situatie in overeenstemming wordt gebracht met de feitelijke situatie. 3.
- [ betrokkene 1] stemt in met het verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning van het door het huwelijk ontstane vaderschap. 3.
- [ betrokkene 2] heeft ingestemd met het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap. 4De beoordeling Gegrondverklaring ontkenning vaderschap (CUR202404407) 4.
- Het door het huwelijk ontstane vaderschap kan op de voet van artikel 1:200 lid 1 onder b van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden ontkend op grond dat de man niet de biologische vader van het kind is. Ingevolge lid 6 van genoemd artikel wordt het verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning door het kind bij het Gerecht in Eerste Aanleg binnen vijf jaren nadat het kind bekend is geworden met het vermoeden dat de man niet zijn biologische vader is ingediend. Indien het kind evenwel gedurende zijn minderjarigheid bekend is geworden met dit vermoeden, kan het verzoek tot uiterlijk vijf jaren nadat het kind meerderjarig is geworden, worden ingediend. 4.
- Gelet op het voorgaande is het verzoek tot ontkenning van het vaderschap van [betrokkene 1] te laat ingediend. In het licht van artikel 1:199a BW overweegt het gerecht verder als volgt. Het gerecht acht het voldoende aannemelijk, gelet op de overgelegde stukken, waaronder voormeld DNA-rapport, en het verhandelde tijdens de rolzitting, dat [betrokkene 1] niet de biologische vader is van verzoekster, maar dat [betrokkene 2] dat is. Verzoekster wenst de juridische werkelijkheid in lijn te brengen met de biologische werkelijkheid. Voor vaststelling van het vaderschap van [betrokkene 2] is vereist dat het door het huwelijk ontstane vaderschap van [betrokkene 1] wordt vernietigd. Daar komt bij dat geen van de belanghebbenden bezwaar maakt tegen de aantasting van het vaderschap en daaraan geen zwaarwichtige redenen in de weg staan. Dit geldt temeer nu de biologische vader, verzoekster als zijn kind heeft opgevoed en in haar onderhoud heeft voorzien en verzoekster in haar verzoek om gerechtelijke vaststelling van zijn vaderschap ondersteunt. Al deze omstandigheden tezamen brengen het gerecht tot de conclusie dat in dit geval de termijnbepaling van artikel 1:200 lid 6 BW buiten toepassing dient te blijven, om het nadeel op te heffen dat er anders een rechtstoestand zou blijven bestaan die niet in overeenstemming is met de biologische werkelijkheid. Het gerecht zal verder, nu ook aan de overige wettelijke vereisten is voldaan, het verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap van [betrokkene 1] van verzoekster toewijzen. Indien de beslissing betreffende de ontkenning in kracht van gewijsde is gegaan: Gerechtelijke vaststelling van het vaderschap 4.
- Het verzoek tot vaststelling van het vaderschap van [betrokkene 2] is gebaseerd op artikel 1:207 BW en toewijsbaar als vaststaat dat verzoekster geen vader heeft en dat [betrokkene 2] haar verwekker is. 4.
- Aan de eerste eis is voldaan als de beslissing tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap in kracht van gewijsde is gegaan. Aan de tweede eis dat [betrokkene 2] de verwekker is, is gelet op hetgeen het gerecht onder 4.
- heeft overwogen, eveneens voldaan. Nu ook overigens niet van bezwaren daartegen is gebleken, zal het gerecht het vaderschap van [betrokkene 2] van verzoekster vaststellen. 4.
- De gerechtelijke vaststelling van het vaderschap doet een familierechtelijke betrekking tussen verzoekster en [betrokkene 2] ontstaan. Artikel 1:5d BW brengt dan mee dat verzoekster ten overstaan van de rechter kan verklaren of zij de geslachtsnaam van de moeder of de vader zal hebben. In haar verzoek en ten overstaan van de rechter heeft verzoekster verklaard dat zij de geslachtsnaam van de vader wenst te dragen. Gelet hierop zal verzoekster de geslachtsnaam, [geslachtsnaam], dragen. 4.
- Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal het gerecht de proceskosten compenseren. 5De beslissing Het gerecht: in de zaak CUR202404407 5.
- verklaart gegrond het verzoek tot ontkenning van het door het huwelijk ontstane vaderschap van [betrokkene 1], geboren op [geboortedatum] 1953 met betrekking tot [verzoekster] geboren op [geboortedatum] 1981 op [geboorteplaats]; in de zaak: CUR202404322: 5.
- stelt - onder de voorwaarde dat de beslissing tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap in kracht van gewijsde is gegaan- vast het vaderschap van [betrokkene 2], geboren op [geboortedatum] 1953 op [geboorteplaats] van [verzoekster] geboren op [geboortedatum] 1981 op [geboorteplaats]: 5.
- stelt vast dat verzoekster conform de naamskeuze de geslachtsnaam ‘[de geslachtsnaam]’ zal dragen; 5.
- draagt de griffier op, nadat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van de beschikking te doen toekomen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand te Curaçao, om deze toe te voegen aan de desbetreffende onder hem berustende akten; 5.
- compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt; 5.
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. 5.
- wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, bijgestaan door mr. I.J.C. Wilson, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2025.