GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO zaaknummers: CUR202100273, CUR202100274 en CUR202100275 Beschikking van 13 februari 2025 inzake: [de vader], wonend in [woonplaats], verzoeker, hierna te noemen: de vader, procederend in persoon, tegen [de moeder], wonend in [woonplaats],verweerster, hierna te noemen: de moeder, gemachtigde: mr. N.B. Louisa, betreffende de minderjarige: [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats], hierna te noemen: de minderjarige. 1Het verdere verloop van de procedure 1.
- Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: de tussenbeschikking van 13 december 2023; de voortgezette mondelinge behandeling op 17 januari 2025, waarbij aanwezig waren: de vader, de moeder, bijgestaan door haar gemachtigde. Tevens was een vertegenwoordiger van de Voogdijraad aanwezig, alsmede de gezinsvoogden mevrouw [vertegenwoordiger Voogdijraad A] en mevrouw [vertegenwoordiger Voogdijraad B]. 1.
- De uitspraak is bepaald op heden. 2De verdere beoordeling 2.
- Bij tussenbeschikking van 13 december 2023 heeft het gerecht een definitieve beslissing omtrent de omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige aangehouden. Daartoe heeft het gerecht overwogen dat het verloop en de evaluatie van de ondertoezichtstelling worden afgewacht. Het doel van de ondertoezichtstelling was om de ouders in de gelegenheid te stellen om, onder begeleiding van een gezinsvoogd, overeenstemming te bereiken omtrent een (uitgebreidere en) definitieve omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige. 2.
- Gebleken is dat de ondertoezichtstelling van de minderjarige bij beschikking van 11 december 2024 van dit gerecht met één jaar is verlengd, tot december 2025, met handhaving van de omgangsregeling, vastgesteld bij beschikking van dit gerecht van 13 december 2023 inhoudende dat de minderjarige omgang heeft met de vader: elke week op zaterdag van 15.00 tot 19.00 uur en in de vakantieperiodes elke week op zaterdag van 13.00 tot 19.00 uur. 2.
- Beide ouders hebben ter zitting hun standpunten met betrekking tot de uitvoering van de omgangsregeling uiteengezet. Zij zijn het in principe met elkaar eens dat de omgangsregeling, op enkele ondergeschikte punten na, goed verloopt. Ter zitting is gebleken dat de tante vaderszijde, die normaalgesproken de minderjarige komt ophalen en terugbrengen, dit niet meer zal doen en dat zij dit de laatste drie weken ook niet heeft gedaan, terwijl de minderjarige op de zaterdagen wel zat te wachten om opgehaald te worden. 2.
- Na debat ter zitting zijn partijen overeengekomen dat voortaan de minderjarige door de vader wordt opgehaald en teruggebracht op de hoek van de straat waar de moeder en de minderjarige wonen. Voorts heeft de moeder geen bezwaar meer tegen belmomenten tussen de vader en de minderjarige en ook niet tegen spontane omgangsmomenten tussen de vader en de minderjarige, waarbij een redelijke tijdstip in acht genomen dient te worden. 2.
- De Voogdijraad signaleert dat het goed gaat met de minderjarige, dat de minderjarige bij de volgende evaluatiezitting 15 jaar zal zijn en dat er, gelet op het traject van deze zaak sinds 2021, geen ingrijpende wijzigingen te verwachten zijn die tot een significant uitgebreidere of afwijkende definitieve omgangsregeling zullen leiden. Het is om deze redenen dat de Voogdijraad, in het belang van de minderjarige, adviseert om voormelde omgangsregeling als een minimumregeling vast te stellen, waarbij de minderjarige, indien zij dat wenst, spontane en/of langere omgangsmomenten met de vader, in overleg met de ouders, kan inplannen. Hierdoor kan het gerecht een eindbeschikking in deze procedure geven, waardoor de ouders onder begeleiding van de gezinsvoogd in de ondertoezichtstellingsprocedure verder kunnen. 2.
- Zowel de ouders als de gezinsvoogd stemmen in met het advies van de Voogdijraad. Nu er voor het overige geen bezwaren daartegen is gebleken, zal het gerecht, in het belang van de minderjarige, aldus beslissen. 2.
- Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal het gerecht de proceskosten compenseren. 3De beslissing Het gerecht: 3.
- stelt vast een minimumomgangsregeling tussen de vader en de minderjarige waarbij de minderjarige: elke week op zaterdag door de vader om 15:00 uur op de hoek van de straat van de woning van de moeder wordt opgehaald en om 19:00 uur wordt teruggebracht; en in de vakantieperiodes elke week op zaterdag door de vader om 13:00 uur op de hoek van de straat van de woning van de moeder wordt opgehaald en om 19:00 uur wordt teruggebracht; spontane (video)belmomenten met de vader kan hebben; spontane omgangsmomenten met de vader kan hebben, in onderling overleg met beide ouders; 3.
- compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt; 3.
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad; 3.
- wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. M.E.B de Haseth, rechter, bijgestaan door mr. I.J.C. Wilson, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2025.