GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Zaaknummer: CUR202304240 Vonnis van 26 mei 2025 in de zaak van 1[eiser 1], 2. [eiser 2], eisers in conventie, gedaagden in reconventie, hierna: [eisers], gemachtigde: mr. M. Th. Aanstoot, tegen 1.[gedaagde 1], wonende in [woonplaats], hierna: [gedaagde 1], gedaagde in conventie, gemachtigde mr. L.F. Herben, 2. [gedaagde 2], 3. [gedaagde 3], wonende in [woonplaats], hierna: [gedaagden] procederende in persoon, gedaagden in conventie, eisers in reconventie. 1Het procesverloop 1.1 Het procesverloop blijkt uit: - het verzoekschrift van [eisers] van 16 januari 2024, met producties, - de conclusie van antwoord van [gedaagde 1] van 17 februari 2025, - de conclusie van antwoord, tevens van eis in reconventie van [gedaagden] van 17 februari 2025, met producties, - de akte overlegging producties van de zijde van [gedaagde 1] van 27 maart 2025, - de akte overlegging producties van de zijde van [gedaagde 1] van 28 maart 2025, - de akte vermeerdering van eis van [eiser 1] van 28 maart 2025, - de nadere producties van [eiser 1], - de mondelinge behandeling van 1 april 2025 waarbij door [gedaagde 1] en [gedaagden] pleitnotities zijn overgelegd. 1.2 Vonnis is bepaald op vandaag. 2Waar gaat deze procedure over? 2.1 Het betreft een burengeschil. Volgens Van [eisers] wordt aan hen door [eiser 1] en [gedaagden] onrechtmatige hinder toegebracht door de plaatsing van een zonnewering en de beplanting bij hun terras. In reconventie wordt door [gedaagden] nakoming van een vaststellingsovereenkomst gevraagd. 2.2 Het gerecht zal de vorderingen van [eisers]gedeeltelijk toewijzen en de vordering van [gedaagden] afwijzen en hierna uitleggen hoe het tot dit oordeel komt na eerst de relevante feiten te hebben vermeld. 3De feiten 3.1 [ eisers], [gedaagd 1] en [gedaagden] zijn allen eigenaars en bewoners van een appartement in gebouw 4 van het appartementencomplex [appartementencomplex] in Curaçao. [gedaagde 1] (appartement 1) en [gedaagden] (appartement [nummer]) wonen naast elkaar op de begane grond. [eisers] (appartement [nummer]) wonen in het appartement boven [eisers]. Inmiddels is [eisers[ ook eigenaar van het appartement boven eiser 1] (appartement [nummer]). 3.2 In de splitsingsakte is opgenomen: Artikel 13 1. Ieder op-, aan en onderbouw zonder toestemming van de vergadering is verboden. 2. Het aanbrengen aan de buitenzijde van (…) zonneschermen (…) en in het algemeen van uitstekende voorwerpen (…) aan de buitenzijde van het gebouw mag slechts geschieden met toestemming van de vergadering of volgens de regels te bepalen in het huishoudelijk reglement. (…) 3.3 In het Huishoudelijk Reglement is opgenomen: Artikel 4 - terrassen en tuinen Het uitzicht van terrassen of balkons over oceaan, lagune, tuinen en zwembad moet te allen tijde obstructie vrij zijn. Men dient hier rekening te houden bij beplanting en snoeiwijze, zodat aangezicht in overeenstemming is met de resort uitstraling en vrij uitzicht voor alle eigenaren/bewoners te allen tijde gewaarborgd blijft. (…). 3.4 Aan het appartement van [gedaagden] was sinds jaar en dag een door de VVE goedgekeurde zonnescherm/pergola bevestigd, bestaande uit een houten constructie met daarop zwart doek. 3.5 [ gedaagde 1] en [gedaagde 2 en 3] hebben in 2021 gezamenlijk een zonnescherm/pergola laten maken over de gehele breedte van de benedenverdieping bestaande uit een constructie met doek. 3.6 Na klachten van [eisers] is het doek vervangen. Zij hebben op de constructie uiteindelijk teakhouten latten met tussenruimte laten plaatsen. 3.7 [ eisers] hebben op 16 maart 2022 een rapport laten opmaken waarin een “grove indicatie” wordt gegeven van de waardevermindering van het appartement van [eisers] door de geplaatste ‘overkapping’ van [gedaagde 1] van Cg 150.000. 3.8 Op 29 mei 2024 heeft een overleg plaatsgehad tussen [eisers], [gedaagde 1] en een afgevaardigde namens [gedaagde 2 en 3], waarvan notulen zijn opgemaakt. 4De vordering In conventie 4.1 [ eisers] vorderen na vermeerdering van eis: Primair I. [gedaagde 1] te bevelen de uitbouw binnen veertien dagen na betekening van het vonnis te verwijderen en verwijderd te houden, ter zake dat gedeelte dat zich bevindt tegen en voor het appartement nr. [nummer] van [gedaagde 1], tevens met herstel van de oorspronkelijke afwatering, op straffe van verbeurte van een dwangsom van Cg 5.000 per dag voor ieder van gedaagden tot een maximum van Cg 150.000, Subsidiair II. [gedaagde 1] te bevelen de uitbouw terzake van dat gedeelte dat zich bevindt tegen en voor het appartement nr.1 van [gedaagde 1] binnen veertien dagen na betekening van het vonnis -blijvend- aan te passen, naar een pergola als conform fotobijlage 2 van de als productie 15 overgelegde sommatiebrief van de gemachtigde en de foto's bij producties 18 en 19) dat wil zeggen met op zijn kant geplaatste balken met een open tussenruimte van 13 cm. en waar doorheen kan worden gekeken en de regen doorheen kan vallen, met maximaal de afmetingen conform de ontwerptekening (productie 14) en tevens met herstel van de oorspronkelijke afwatering. Alles op straffe van verbeurte van een dwangsom van Cg 5.000 per dag, waarbij een reeds aangebroken dag geldt als een gehele dag, tot een maximum van Cg 150.000, Meer subsidiair III. om [gedaagden 2 en 3] en [gedaagde 1], althans [gedaagde 1], te veroordelen tot een in goede justitie te bepalen afbraak of aanpassing van de uitbouw of een deel daarvan zodanig dat de hinder en overlast door de hierboven omschreven weerkaatsing en schittering, de temperatuursverhogingen en uitzichtbelemmering althans de strijdigheid met de toepasselijke welstandsbepalingen en resortregels, opheft en opgeheven blijft. Een en ander binnen 14 dagen na betekening van het vonnis en zo nodig [gedaagden 2 en 3] te bevelen om de in het vonnis te formuleren gehele of gedeeltelijke verwijdering of aanpassing daarvan, te gehengen en te gedogen en zich te onthouden van het wederom veroorzaken van dergelijk overlast, hinder en overtredingen. Zowel primair als subsidiair IV [gedaagden 2 en 3] te veroordelen om toe te laten en te dulden dat [gedaagde 1] het hierboven bedoelde gedeelte van de uitbouw dat zich bevindt ter plaatse van appartement 1 en ook recht onder het appartement van [eisers] verwijdert en verwijderd houdt, althans aanpast in overeenstemming met het bepaalde in het vonnis, V. [gedaagden 2 en 3] en [gedaagde 1] hoofdelijk te veroordelen tot het betalen aan [eisers] van het bedrag van Cg 150.000 aan schadevergoeding vanwege het vorenomschrevene en Cg 1.590 voor de kosten van het opstellen van een deskundigenrapport, en VI [gedaagde 1] te veroordelen de boom of bomen weg te halen die vanaf de begane grond voor zijn appartement omhoog groeien, binnen vier dagen na het vonnis en alle hierna opgroeiende bomen en struiken binnen vier dagen na verzoek daartoe door [eisers] weg te halen zodra zij de hoogte van 50 cm beneden het eerste raam hebben bereikt op straffe van verbeurte van een dwangsom, VII Met veroordeling van ieder van gedaagden in de proceskosten en wettelijk rente daarover als die kosten niet binnen 14 dagen na betekening zijn betaald. In reconventie 4.2 [ gedaagden 2 en 3] vorderen in reconventie [eisers] bij vonnis te bevelen om [eiser 1] en voor zover mogelijk [gedaagde 1] te bevelen tot nakoming van de aangehechte vaststellingsovereenkomst, met veroordeling van [eisers] in de proceskosten in conventie en in reconventie. 5De beoordeling In conventie en in reconventie Vaststellingsovereenkomst? 5.1 Het meest verstrekkend verweer is dat volgens [gedaagden 2 en 3]tussen partijen met betrekking tot de zonwering een vaststellingsovereenkomst is gesloten, waarvan zij nakoming vorderen. Door [eisers] wordt ontkend dat het tot een vaststellingsovereenkomst is gekomen. Volgens hen is er alleen een gesprek geweest waarvan notulen zijn gemaakt, maar heeft dit niet geleid tot een overeenkomst. 5.2 Het gerecht is van oordeel dat er geen overeenkomst tot stand is gekomen, nu niet alleen eiseres in conventie onder 2. haar goedkeuring aan de overeenkomst heeft onthouden, terwijl die wel was vereist, maar er ook geen definitieve keuze is gemaakt met betrekking tot de voorgestelde oplossingen. De vordering van [gedaagden 2 en 3] tot nakoming van de door hen gestelde vaststellingsovereenkomst zal dan ook worden afgewezen. Het zonnescherm 5.3 [ gedaagde 1] en [gedaagden 2 en 3] hebben aangevoerd dat de VvE toestemming heeft gegeven voor plaatsing van het zonnescherm, ter onderbouwing waarvan een brief van 18 april 2022 is overgelegd, waarin de voorzitter van de VvE dit bevestigt. [eisers] hebben deze toestemming bestreden. Nu echter ook als de VVE toestemming heeft gegeven voor de plaatsing van de betreffende zonwering dit onrechtmatige hinder kan opleveren, zal dit punt verder onbesproken worden gelaten en komt het gerecht aan het geven van een bewijsopdracht ter zake niet toe. 5.4 De kern van het geschil is dat [eisers] stellen dat aan hen door de plaatsing van de zonwering onrechtmatige hinder wordt toegebracht. Eisers] hebben ter zake genoemd (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.