← Nederland

ECLI:NL:OGEAC:2025:170

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Zaaknummer: CUR202501335 Vonnis in kort geding van 13 mei 2025 in de zaak van [Eiser] wonend in [woonplaats], eiser,gemachtigde: mr. N.B. Louisa, tegen [Gedaagde], wonend in [woonplaats],gedaagde,gemachtigde: mr. J.R. Joemmanbaks. Partijen worden hierna de vader en de moeder genoemd. 1Het verdere procesverloop 1.

  1. Het verdere procesverloop blijkt uit: het vonnis van 4 mei 2025, de producties van de moeder, de nadere producties van de vader, de mondelinge behandeling van 5 mei 2025, waarbij partijen, bijgestaan door hun gemachtigde, en – via videoverbinding – een vertegenwoordiger van de Voogdrijraad aanwezig waren; de pleitaantekeningen van de vader. 1.
  2. Vonnis is bepaald op vandaag. 2De feiten 2.
  3. Partijen hebben een affectieve relatie gehad. Zij zijn de ouders van [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2020 (hierna: de minderjarige). De minderjarige is door de vader erkend. De moeder is van rechtswege belast met het gezag over de minderjarige. 2.
  4. De minderjarige heeft gedurende haar eerste levensjaar samen met haar ouders gewoond. Daarna heeft zij tot de zomer van 2024 bij de moeder gewoond. Gedurende deze periode had zij met de vader een omgangsregeling, er onder meer uit bestaande dat zij gedurende de weekenden bij de vader verbleef, en dat de vader haar doordeweeks in de ochtend naar school bracht. In de zomer 2024 is de moeder naar Nederland verhuisd. Sindsdien woont de minderjarige bij de vader. 2.
  5. De vader heeft een verzoekschrift bij het gerecht ingediend, tot het gezamenlijk uitoefenen van het gezag over de minderjarige en om de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij hem vast te stellen. Deze verzoeken zijn geregistreerd onder de zaaknummers CUR202501355 en CUR
  6. 3De vordering en het verweer 3.
  7. De vader vordert – samengevat – dat het gerecht, bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad, de moeder verbiedt om met de minderjarige naar Nederland af te reizen op straffe van een dwangsom van NAf 500 per dag, de hoofdverblijfplaats van de minderjarige tijdelijk bij hem vast te stellen en de minderjarige tijdelijk aan hem toe te vertrouwen, kosten rechtens. 3.
  8. De vader legt aan de vordering het volgende ten grondslag. De vader heeft vernomen dat de moeder voornemens is om de minderjarige op te komen halen en haar met zich mee naar Nederland te nemen. De vader is het daar niet mee eens. Een verhuizing naar Nederland is niet in het belang van de minderjarige. De moeder heeft de verhuizing niet goed voorbereid. Zij heeft geen vaste baan, geen geschikte woning en een school voor de minderjarige is nog niet geregeld. 3.
  9. De moeder voert gemotiveerd verweer en heeft gemotiveerd uiteengezet dat zij inmiddels over werk en geschikte woonruimte in Nederland beschikt. 3.
  10. Waar nodig zal hierna nader op de stellingen van partijen worden ingegaan. 4De beoordeling Spoedeisend belang 4.
  11. Het spoedeisend belang van de vader bij zijn vordering volgt uit de aard van de vorderingen en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen, alsmede de thans in het geding zijnde belangen van de minderjarige. Verhuizing minderjarige naar Nederland? 4.
  12. Vooropgesteld wordt dat de moeder vrij is haar leven naar eigen goeddunken in te richten en haar woonplaats te kiezen. Zij is bovendien als degene die alleen het ouderlijk gezag over de minderjarige uitoefent, in beginsel bevoegd om zonder toestemming van de vader met de minderjarige naar Nederland te verhuizen. Ook bij eenhoofdig gezag bestaat echter een grondslag om de keuzevrijheid van de met het gezag belaste ouder ten aanzien van de woonplaats van de minderjarige te beperken, indien deze ouder niet voldoet aan de verplichting omgang tussen de minderjarige en de andere ouder te bevorderen. 4.
  13. Vanuit dit kader, zal het gerecht dan ook, aan de hand van de verklaringen van partijen en de feiten en omstandigheden in deze zaak, bezien of en zo ja, welke maatregel in het belang van de minderjarige is. 4.
  14. De vader heeft ter zitting verklaard dat hij gedurende alle jaren dat de minderjarige bij de moeder heeft gewoond, steeds ruime omgang met de minderjarige heeft gehad. De laatste 8 maanden heeft de minderjarige bij hem gewoond. Het gaat goed met de minderjarige hier, ze heeft behalve de vader ook een netwerk van familie om zich heen. 4.
  15. De moeder heeft ter zitting verklaard dat zij in verband met de ontwikkelingen van haar carrière naar Nederland is verhuisd. Met de vader had zij afgesproken dat de minderjarige tijdelijk bij hem zou verblijven, totdat zij haar zaken in Nederland op orde zou hebben, waarna ze de minderjarige zou komen ophalen om bij haar in Nederland te komen wonen. Verder heeft de moeder verklaard dat het contact met de vader rondom deze procedure en de verhuisplannen niet soepel (meer) verloopt. De minderjarige kan wat moeder betreft ook vanuit Nederland omgang met de vader hebben. Daartoe kan zij videobellen tussen de vader en de minderjarige faciliteren, kan de vader fysieke omgang hebben met de minderjarige wanneer hij in verband met zijn werk in Nederland is, en kan de minderjarige vakanties met de vader doorbrengen. 4.
  16. De vertegenwoordiger van de Voogdijraad heeft te kennen gegeven op voorhand geen zwaarwegende redenen te zien, waarom de minderjarige niet naar de moeder in Nederland zou kunnen verhuizen. 4.
  17. Zoals hiervoor onder 4.
  18. is overwogen, staat de keuzevrijheid die de moeder op dit moment heeft voorop, mits ze de omgang tussen de vader en de minderjarige bevordert. Gelet hierop en ook de uit de stukken en ter zitting besproken stellingen, feiten en omstandigheden in aanmerking genomen, betrekt het gerecht het volgende in de afweging om tot een beslissing in dit kort geding te komen. - De minderjarige heeft gedurende haar leven hoofdzakelijk bij de moeder gewoond. Eerst bij het vertrek van de moeder naar Nederland in juni 2024 is de minderjarige bij de vader gaan wonen; - De moeder heeft steeds het eenhoofdig gezag over de minderjarige gehad; - Aannemelijk is geworden dat tussen de vader en de moeder geen afspraken zijn gemaakt in die zin dat de minderjarige – ook ondanks het vertrek van de moeder uit Curaçao – steeds in Curaçao zou blijven wonen. Hierbij neemt het gerecht in aanmerking dat anders niet goed te verklaren is waarom de ouders bij het vertrek van de moeder uit Curaçao de kwestie van het gezag over de minderjarige niet hebben geregeld. Bovendien geven afschriften van de overgelegde chatberichten tussen partijen eerder aanknopingspunten in de richting van een tijdelijke scheiding van de moeder en de minderjarige; - Bij verhuizing van de minderjarige naar Nederland blijven ruime mogelijkheden voor omgang tussen de vader en de minderjarige bestaan, nu de vader voor zijn werk bij een luchtvaartmaatschappij op regelmatige basis naar Nederland reist. Omgekeerd is dat niet het geval; - De minderjarige is nog jong, waardoor zij zich na een verhuizing naar verwachting goed zal kunnen aanpassen aan haar nieuwe woonomgeving; - In het door de moeder en de vader gestelde over de woning en baan van de moeder en de toekomstige school voor de minderjarige ziet het gerecht geen aanknopingspunten voor zorgsignalen. 4.
  19. Onder die hiervoor onder 4.
  20. weergegeven feiten en omstandigheden, met name de omstandigheid dat aan de omgang tussen de vader en minderjarige ook na een verhuizing van de minderjarige naar Nederland uitvoering kan worden gegeven, ziet het gerecht vooruitlopend op het oordeel van het gerecht in een eventuele bodemprocedure voorshands geen redenen om de moeder te beletten met de minderjarige naar Nederland te verhuizen. Het gerecht ziet evenwel aanleiding daar de hierna bij de beslissing te vermelden beperking aan te verbinden, rekening houdend met de volgende feiten en omstandigheden: - Aanvankelijk lag het in de planning van de moeder om de minderjarige aan het eind van het schooljaar, in juni, uit Curaçao op te komen halen; - Weliswaar is de minderjarige nog erg jong, maar niettemin is het in haar belang om het lopende schooljaar volledig af te ronden; - Ook in het belang van de minderjarige is het om haar periode in Curaçao fijn en rustig af te sluiten, met voldoende gelegenheid om afscheid te nemen van de vader, overige familieleden en (school)vriendjes en vriendinnetjes; - Enige tijd in de vakantie samen met de vader acht het gerecht ook in het belang van de minderjarige, ter afronding van de periode van dan een jaar waarin ze bij de vader heeft gewoond. 4.
  21. Het gerecht hecht eraan te benadrukken dat de moeder gehouden is de vader te informeren over de ontwikkelingen van de minderjarige, zoals haar ervaringen op school en andere belangrijke gebeurtenissen uit haar leven, en daarbij ook foto’s van de minderjarige meestuurt. Ook de omgang tussen de vader en de minderjarige blijft onverkort in het belang van de minderjarige. Ter zitting is gebleken dat de moeder dit belang inziet, nu zij te kennen heeft gegeven dat de vader steeds bij zijn bezoeken aan Nederland contact met de minderjarige kan hebben, en dat zij ook zal faciliteren dat de vader via videobellen omgang met de minderjarige kan hebben, net als tijd met de minderjarige gedurende vakanties en vrije dagen. 4.
  22. De overige vorderingen van de vader komen reeds gelet op het voorgaande voor afwijzing in aanmerking, nog daargelaten dat deze zich naar hun aard niet goed lenen voor beoordeling en beslissing in kort geding. 4.
  23. De slotsom van het voorgaande is dat de vordering van de vader op na te melden – beperkte – wijze zal worden toegewezen. Dit betekent dat de minderjarige tot 15 juli 2025 bij de vader zal verblijven en dat zij daarna vanuit Curaçao naar Nederland mag verhuizen. 4.
  24. Het gerecht ziet aanleiding om de hoogte van de gevorderde dwangsom per dag te matigen tot een bedrag van Cg 500 en daaraan een maximum van Cg 10.000 te koppelen. 4.
  25. Gezien de aard en de uitkomst van de procedure zullen de proceskosten worden gecompenseerd. 5De beslissing in kort geding Het gerecht: 5.
  26. verbiedt de moeder om voor 15 juli 2025 met de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2020 vanuit Curaçao naar Nederland te verhuizen, onder verbeurte van een dwangsom van Cg 500,- per dag dat zij zich niet aan dit verbod houdt totdat een maximum van Cg 10.000,- is bereikt; 5.
  27. compenseert de proceskosten zo dat iedere partij de eigen kosten draagt; 5.
  28. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.
  29. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, en in het openbaar uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.