← Nederland

ECLI:NL:OGEAC:2025:240

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Zaaknummer: CUR202502798 Vonnis in kort geding van 21 augustus 2025 in de zaak van [EISERS], beiden wonend te Rotterdam, Nederland, eisende partij, gemachtigden: mrs. M.F. Bonapart en L.J.C. Frias, tegen GENUINE SUCCES B.V., H.O.D.N. THE NEW ALL4KIDSZ PRE-SCHOOL, gevestigd te Curaçao, gedaagde, vertegenwoordigd door haar bestuurster […]. Partijen worden hierna verhuurder en huurder genoemd. 1Het procesverloop 1.

  1. Op 29 juli 2025 heeft verhuurder een verzoekschrift in kort geding ingediend. 1.
  2. De mondelinge behandeling van het kort geding heeft hedenmiddag plaatsgehad. 1.
  3. Huurder is, hoewel goed opgeroepen en zoals door haar aangekondigd, niet op de mondelinge behandeling verschenen. Van huurder is wel een verweerschrift ontvangen. 1.
  4. Gelet op art. 79 lid 2 Rv is tegen huurder geen verstek verleend. 1.
  5. Uitspraak is bepaald op heden. 2De beoordeling 2.
  6. Huurder huurt van verhuurder de woning [adres] in Curaçao voor een huurprijs van Cg 3.750 per maand. De huurovereenkomst dateert van 27 november
  7. Huurder gebruikt het gehuurde voor het door haar geëxploiteerde kinderdagverblijf, meer in het bijzonder voor de voorschoolse opvang van kinderen in de leeftijd van 4 tot 12 jaar. 2.
  8. Verhuurder heeft op de in het verzoekschrift aangevoerde gronden - samengevat - de ontruiming van het gehuurde en betaling van de huurachterstand plus de tot aan de ontruiming verschuldigde termijnen gevorderd, vermeerderd met rente en proceskosten. Tevens heeft verhuurder betaling van de contractuele boete gevorderd. 2.
  9. Verhuurder heeft verklaard dat de huurachterstand berekend tot en met augustus 2025 Cg 34.200 bedraagt. 2.
  10. De onweersproken huurachterstand rechtvaardigt de gevorderde ontruiming. Van verhuurder kan niet worden gevergd het gehuurde nog langer ter beschikking van huurder te laten, te meer nu er geen concreet zicht bestaat op betaling van de achterstallige bedragen en op stipte naleving van toekomstige betalingsverplichtingen. Het door huurder benadrukte belang van de kinderen en ouders bij voortzetting van de opvang, kan huurder in redelijkheid niet tegenwerpen aan verhuurder. Verhuurder heeft huurder herhaaldelijk tot betaling en ook ontruiming aangemaand, en het had op de weg van huurder gelegen om zo nodig maatregelen te treffen ter bescherming van de belangen van de kinderen en ouders. De door verhuurder verzochte ontruimingstermijn van 24 uur acht het gerecht evenwel, mede gelet op het belang van de kinderen en ouders, te kort. Een termijn als hierna in de beslissing opgenomen acht het gerecht redelijk en passend. 2.
  11. Ter zitting is ook het verweer van huurder besproken tegen de door verhuurder mede gevorderde contractuele vertragingsboete van Cg 13.
  12. 2.
  13. Nadat de rechter te kennen heeft gegeven in hoeverre de rechter de vorderingen en de nevenvorderingen toewijsbaar acht, heeft verhuurder verklaard het in dit kort geding meer of anders gevorderde - waaronder de vordering tot betaling van vertragingsboete - in te trekken. 2.
  14. De gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen zoals hierna in de beslissing vermeld. 2.
  15. Huurder wordt grotendeels in het ongelijk gesteld. Daarom wordt huurder veroordeeld in de proceskosten. De proceskosten van verhuurder worden tot aan deze uitspraak begroot op Cg 450 aan griffierecht, Cg 449,44 aan oproepingskosten en Cg 1.500 aan gemachtigdensalaris. 2.
  16. De veroordelingen in deze uitspraak gaan meteen in en kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van de partijen een rechtsmiddel tegen deze beslissing instelt. 3De beslissing in kort geding Het gerecht: 3.
  17. veroordeelt huurder het gehuurde uiterlijk op 5 september 2025 te ontruimen met alle personen en zaken die zich van de kant van huurder in en om het gehuurde bevinden, en om de sleutels aan verhuurder af te geven; 3.
  18. verstaat dat de deurwaarder, door wie de gedwongen ontruiming zal dienen te geschieden als huurder in gebreke blijft met de ontruiming, op grond van de wet- en regelgeving (artikel 555 e.v. Rv) bevoegd is de sterke arm van politie en justitie in te roepen, en verleent alvast toestemming voor de vertegenwoordiging als bedoeld in artikel 557 en 444 lid 2 Rv; 3.
  19. veroordeelt huurder tot betaling aan verhuurder van Cg 34.200 ter zake de huurachterstand tot en met augustus 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de uiterste betalingstermijn van de huurtermijnen tot de dag van algehele voldoening; 3.
  20. veroordeelt huurder tot betaling aan verhuurder van Cg 3.750 per maand voor iedere ingegane maand vanaf 31 augustus 2025 tot het tijdstip van ontruiming; 3.
  21. veroordeelt huurder in de proceskosten van verhuurder van Cg 2.399,44; 3.
  22. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.
  23. wijst af wat verder is gevorderd. Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter, bijgestaan door S.K. de Andrade, griffier, en in het openbaar uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.