GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Zaaknummer: CUR202502402 Vonnis in kort geding van 31 juli 2025 inzake [EISER], wonende in Curaçao eiser, hierna te noemen: de vader, gemachtigde: mr. R.A. Gonet, tegen [GEDAAGDE], wonende in Curaçao, gedaagde, hierna te noemen: de moeder, gemachtigde: mr. A.M.P. Perigault Monte. 1
- Verloop van de procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit:- het verzoekschrift met producties, op 9 juli 2025 ter griffie ingediend, - het verweerschrift met producties, op 21 juli 2025 ter griffie ingediend, - de mondelinge behandeling van 24 juli 2025, waar zijn verschenen: de vader en de moeder, beiden bijgestaan door hun gemachtigde, en een vertegenwoordiger van de Voogdijraad. 1.
- Vonnis is bepaald op heden. 2De feiten 2.
- Partijen zijn op […] 2019 te [..], Chile gehuwd. Uit het huwelijk van partijen is op […] 2021, in Curaçao, geboren het kind genaamd: […](hierna: de minderjarige). 2.
- Op 6 augustus 2024 is door het gerecht op grond van het door partijen op 6 augustus 2024 ondertekende echtscheidingsconvenant de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Bij het echtscheidingsconvenant is onder meer overeengekomen dat de moeder samen met de minderjarige naar Venezuela zou emigreren en dat de minderjarige één keer per jaar tijd zal doorbrengen bij de vader in Curaçao. 2.
- Partijen zijn gezamenlijk het ouderlijk gezag over de minderjarige blijven uitoefenen. 2.
- Thans heeft de minderjarige haar hoofdverblijfplaats bij de moeder in de buurt van Ronde Klip. 2.
- De vader woont te [adres]. 2.
- Met betrekking tot de zorg van en omgang met de minderjarige zijn partijen in onderling overleg overeengekomen dat de minderjarige van maandag tot en met vrijdag bij de moeder verblijft, en van zaterdag tot en met zondag tijd doorbrengt bij de vader. 3De vordering en de standpunten van partijen 3.
- De vader vordert – kort samengevat – de ontheffing van de moeder uit het ouderlijk gezag, de oplegging aan de moeder van een straatverbod ten aanzien van de adressen [woonadres] en [werkadres], de oplegging aan de moeder van een verbod om met de minderjarige naar Venezuela af te reizen en de wijziging van de hoofdverblijfplaats van de minderjarige. 3.
- De vader legt het drankprobleem en andere misdragingen van de moeder aan de vordering ten grondslag. Volgens de vader is de minderjarige niet veilig bij de moeder en zijn de ontwikkeling en het welzijn van de minderjarige in het gedrang. Ook de vader voelt zich niet veilig in de buurt van de moeder, vanwege eerdere incidenten. Daarbij heeft de moeder agressief gedrag jegens de vader en zijn nieuwe partner vertoond en zijn vernielingen in zijn woning gepleegd, aldus de vader. 3.
- De moeder heeft gemotiveerd verweer gevoerd. De moeder concludeert tot (deels) afwijzing van de vordering van de vader. Zij stelt zich op het standpunt dat zij geen drankprobleem heeft en haar dochter liefdevol opvoedt. De door de vader overgelegde foto’s, waarop de moeder met een fles biertje of een glas wijn in de hand te zien is, geven een vertekend beeld van de realiteit. Het is juist de vader geweest die meer dan eens het welzijn en de ontwikkeling van de minderjarige in gevaar heeft gebracht door de moeder samen met de minderjarige uit huis te zetten zonder zich verder om hen te bekommeren. 3.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
- Het spoedeisend belang volgt uit de aard van de zaak. Ontheffing uit het ouderlijk gezag 4.
- Ontheffing uit het ouderlijk gezag betekent dat een ouder het gezag over zijn of haar kind verliest, en dit gezag wordt overgedragen aan een ander. Voor het nemen van een beslissing daaromtrent zijn een grondige analyse en zorgvuldige afweging van alle belangen, inclusief die van het kind en de ouder, vereist. De aard van een kort geding procedure leent zich echter niet voor nader feitenonderzoek en nadere bewijslevering. Een bodemprocedure is daarvoor de geschikte weg. Daarom zal dit onderdeel van de vordering worden afgewezen. Straatverbod 4.
- De moeder heeft de noodzaak hiervan bestreden, maar verzet zich niet tegen het gevorderde straatverbod. Daarom zal dienovereenkomstig worden beslist. De duur van dit verbod wordt in verband met de eisen van proportionaliteit voorshands beperkt tot zes maanden. Het gerecht acht de gevorderde oplegging van een dwangsom, als stimulans tot nakoming van de beslissing, passend. De op te leggen dwangsom zal worden gematigd tot een bedrag van Cg 250,00 per keer met een maximum van in totaal Cg 5.000,
- Daarnaast heeft de vader gevorderd hem te machtigen om zonodig met behulp van de sterke arm het gevorderde straatverbod ten uitvoer te leggen. De moeder heeft hiertegen geen verweer gevoerd. De gevorderde machtiging zal derhalve worden toegewezen. Reisverbod 4.
- Partijen oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag over de minderjarige uit. Dit betekent dat iedere ouder per reis toestemming aan de andere ouder moet vragen om te kunnen reizen met de minderjarige. Een oplegging van een reisverbod is dus overbodig. Daarom zal ook dit onderdeel van de vordering worden afgewezen. Hoofdverblijfplaats 4.
- Gelet op hetgeen ter zitting is besproken en hiervoor is overwogen zal ook de vordering tot wijziging van de hoofdverblijfplaats van de minderjarige worden afgewezen. Naar het voorshandse oordeel van het gerecht is niet aannemelijk geworden dat de moeder geen veilig thuis kan bieden aan de minderjarige, laat staan dat de situatie thuis zo ernstig is dat de moeder enkel onder toezicht van de gezinsvoogdijinstelling omgang met de minderjarige zou mogen hebben. De hoofdverblijfplaats blijft gelet hierop voorlopig bij de moeder. Zorgregeling 4.
- Partijen zijn ter zitting de hierna volgende voorlopige zorgregeling overeengekomen. Proceskosten 4.
- In zaken tussen ex-echtgenoten is het gebruikelijk dat de proceskosten worden gecompenseerd. Dit betekent dat beide partijen hun eigen proceskosten moeten betalen. 5De beslissing Het Gerecht: rechtdoende in kort geding: 5.
- verbiedt de moeder om gedurende zes maanden na betekening van dit vonnis zich te begeven binnen een straal van 500 meter van de woning van de vader aan de […] en zijn werkplek […]; 5.
- bepaalt dat de moeder een dwangsom zal verbeuren van Cg. 250,00 voor iedere keer dat zij niet aan de onder 5.
- uitgesproken veroordeling voldoet, tot een maximum van Cg 5.000,00 is bereikt; 5.
- machtigt de vader om met behulp van de sterke arm de tenuitvoerlegging van het bepaalde onder 5.1 van dit vonnis te bewerkstellingen, indien de moeder in gebreke blijft daaraan te voldoen; 5.
- bepaalt dat de volgende voorlopige zorgregeling tussen de partijen ten aanzien van de minderjarige […], zal gelden: - de minderjarige zal met ingang van 2 augustus 2025 tijd doorbrengen met de vader op zaterdag tussen 8:30 uur en 15:30 uur, en op zondag tussen 7:00 uur en 15:30 uur. De vader zal de minderjarige op zaterdag om 8:30 uur ophalen bij […], waarna de moeder de minderjarige om 15:30 uur daar weer zal ophalen. Op zondag zal de vader de minderjarige om 7:00 uur ophalen bij […], waarna de moeder de minderjarige om 15:30 uur daar weer zal ophalen. Dit kan in onderling overleg worden opgebouwd; 5.
- compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt; 5.
- wijst af het meer of anders gevorderde; 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter, bijgestaan door mr. M.D.M. Connor, griffier, en op 31 juli 2025 in het openbaar uitgesproken.