Parketnummers: 510.00009/24 en 510.00019/24 en 510.00032/24 Uitspraak: 14 april 2025 Tegenspraak Vonnis van dit Gerecht in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren op [2007] te [land], wonende [adres], thans alhier gedetineerd. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting. Het Gerecht heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. D. van Zetten en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. H.M.M. Alejandra, naar voren is gebracht. Tenlastelegging De verdachte wordt – na wijziging van de tenlastelegging – tenlastegelegd: de zaak met parketnummer 510.00009/24 (hierna: zaak A) dat hij op of omstreeks 15 februari 2024, althans in of omstreeks de maand februari 2024 te Curaçao, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een tas en/ of een zwart/ wit etui met inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een (tot op heden onbekend gebleven/NN-persoon) mannelijke toerist, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die toerist, met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, op een fiets rijdend de toerist heeft benaderd en heeft getracht de tas en/of een zwart/wit etui van die toerist weg te rukken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; de zaak met parketnummer 510.00019/24 ) (hierna: zaak B) Feit 1 Dat hij op of omstreeks 16 juni 2024 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van ongeveer € 360,00 en/of een of meerdere pinpassen en/of een of meerdere mobiele telefoons en/of een tas (van het merk Coach) en/of een parfum en/of draadloze oortjes (van het merk Sony) en/of een horloge en/of een helm en/of een schoen(
- en)(van het merk Nike), in elk geval enig goed/goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(
- s)hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(
- en)uit: zich naar de woning van die [slachtoffer] begeven en/of vervolgens die woning binnentreden en/of (vervolgens) op het bed naast die [slachtoffer] te gaan liggen, terwijl die [slachtoffer] (naakt) lag te slapen, en/of (daarbij) de mond van die [slachtoffer] dicht heeft/hebben gehouden en/of; dreigend tegen die [slachtoffer] te zeggen: "ssssshhhht stil blijven" en/of 'heb je geld ?" en/of "heb je en pin pas ?", en/of "geef me je pincode" en/of “waar is de sleutel van je scooter" en/of “waar is de GPS tracker van je scooter", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of; het tonen van zijn/hun penis aan die [slachtoffer] en/of; het (meermalen) zoenen/kussen van die [slachtoffer] (op haar mond) en/of; het vastbinden van die [slachtoffer] (op bed) en/of; het weg/ naar binnen duwen van die [slachtoffer] EN/OF Dat hij op of omstreeks 16 juni 2024 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
- en)wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van ongeveer € 360,00 en/of een of meerdere pinpassen en/of een of meerdere mobiele telefoons en/of een tas (van het merk Coach) en/of een parfum en/of draadloze oortjes (van het merk Sony) en/of een horloge en/of een helm en/of een schoenen (van het merk Nike), in elk geval van enig goed/goederen, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(
- en)uit: zich naar de woning van die [slachtoffer] begeven en/of vervolgens die woning binnentreden en/of (vervolgens) op het bed naast die [slachtoffer] te gaan liggen, terwijl die [slachtoffer] (naakt) lag te slapen, en/of (daarbij) de mond van die [slachtoffer] dicht heeft/hebben gehouden en/of; dreigend tegen die [slachtoffer] te zeggen: "ssssshhhht stil blijven" en/of “heb je geld ?" en/of "heb je en pin pas ?", en/of "geef me je pincode" en/of “waar is de sleutel van je scooter" en/of “waar is de GPS tracker van je scooter", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of; het tonen van zijn/hun penis aan die [slachtoffer] en/of; het (meermalen) zoenen/kussen van die [slachtoffer] (op haar mond) en/of; het vastbinden van die [slachtoffer] (op bed) en/of; het weg / naar binnen duwen van die [slachtoffer] Feit 2 Dat hij op of omstreeks 16 juni 2024 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een geldbedrag, te weten van in totaal ongeveer 360 euro, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(
- s)zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen geldbedrag onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een pinpas tot het gebruik waarvan hij/zij niet gerechtigd was/waren en (de bijbehorende) pincode van die [slachtoffer], door meerdere malen, althans eenmaal een of meerdere geldbedragen bij een of meerdere pinautomaten te pinnen; de zaak met parketnummer 510.00032/24 (hierna: zaak C) hij op of omstreeks 16 juni 2024 te Curaçao, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(
- en)en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(
- en)[slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het geven van een zoen/kus (op de mond) van die [slachtoffer] en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(
- en)en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(
- en)uit het tonen van zijn penis aan die [slachtoffer] en/of het (meermalen) zoenen/kussen (op de mond) van die [slachtoffer] en/of de mond van die [slachtoffer] dicht heeft gehouden en/of het vastbinden van die [slachtoffer] (op de bed) en/of het weg/naar binnen duwen van die [slachtoffer]. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het Gerecht deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Ten aanzien van zaak B onder 1 en zaak C Vaststaat dat de verdachte en [medeverdachte] op 16 juni 2024 de woning op [adres] te Curaçao zijn binnengedrongen. Zowel de verdachte als [medeverdachte] hebben op dit punt een bekennende verklaring afgelegd. Zij hebben ieder voor zich verklaard dat zij eerst de woonkamer hebben doorzocht en dat zij daarna de slaapkamer zijn binnengegaan, alwaar [slachtoffer] (naakt) lag te slapen. De verdachte heeft verklaard dat [medeverdachte] degene was die naar [slachtoffer] is toe gegaan, dat [medeverdachte] zijn hand op haar mond heeft gelegd en dat hij haar om geld en haar bankpas heeft gevraagd, terwijl de verdachte zich op dat moment op enige afstand van het bed bevond. [Medeverdachte] heeft de door de verdachte gestelde gang van zaken bevestigd. De verklaringen van de verdachte en [medeverdachte] komen eigenlijk slechts op een onderdeel niet met elkaar overeen en dat betreft de vraag wie van hen in die slaapkamer zijn geslachtsdeel uit zijn broek heeft gehaald en aan die [slachtoffer] heeft getoond. Op dat punt wijzen de verdachte en [medeverdachte] naar elkaar. Het Gerecht gaat op dit punt uit van de juistheid van de verklaring van [medeverdachte] en overweegt daartoe als volgt. Uit de verklaringen van de verdachte en [medeverdachte], in onderling verband en samenhang bezien, volgt dat [medeverdachte] degene was die in de slaapkamer [slachtoffer] heeft benaderd, terwijl de verdachte op enige afstand van het bed is blijven staan. Uit de verklaring van [slachtoffer] volgt dat de man die zich op enige afstand van haar bevond, degene was die zijn geslachtsdeel uit zijn broek heeft gehaald en aan haar heeft getoond. Dat was, gelet op het voorgaande, dus de verdachte. [slachtoffer] heeft ook verklaard dat de man die zijn geslachtsdeel aan haar heeft getoond, op een gegeven moment weer haar slaapkamer in kwam, een handdoek pakte en daarmee haar telefoon heeft schoongemaakt, waarna hij de telefoon in een kastje gooide. Even later kwam deze man weer de slaapkamer binnen en pakte de telefoon, die zij toen vasthad, uit haar handen. Ter terechtzitting daarnaar gevraagd, heeft de verdachte beaamd dat hij degene was die de telefoon uit de handen van [slachtoffer] had gepakt. [slachtoffer] verwijst dan ook consequent naar de verdachte als zijnde degene die haar zijn geslachtsdeel heeft getoond. Daar komt nog bij dat de door [slachtoffer] gegeven beschrijving van die persoon, namelijk korter van gestalte en met dikke lippen, ook volgens de eigen waarneming van het Gerecht, beter past bij de uiterlijke kenmerken van de verdachte dan van [medeverdachte]. Bewezenverklaring Het Gerecht acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte in zaak A, zaak B onder 1 en 2 en zaak C ten laste gelegd, met dien verstande dat: Zaak A hij op 15 februari 2024, te Curaçao, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een zwart/wit etui met inhoud, toebehorende aan een onbekend gebleven mannelijke toerist, en daarbij die voorgenomen diefstal te doen vergezellen van geweld tegen die toerist, met het oogmerk om die diefstal gemakkelijker te maken, op een fiets rijdend de toerist heeft benaderd en heeft getracht een zwart/wit etui van die toerist weg te rukken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; Zaak B onder 1 hij op 16 juni 2024 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen; een of meerdere pinpassen en twee mobiele telefoons en een tas van het merk Coach en een parfum en draadloze oortjes van het merk Sony en een horloge en een helm en schoenen (van het merk Nike), toebehorende aan [slachtoffer], welke diefstal werd vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijker te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn mededader hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld bestonden uit: het zich naar de woning van die [slachtoffer] begeven en die woning binnentreden en het op het bed naast die [slachtoffer] gaan liggen, terwijl die [slachtoffer] (naakt) lag te slapen, en de mond van die [slachtoffer] dicht houden en; het tonen van zijn penis aan die [slachtoffer] en; het meermalen zoenen/kussen van die [slachtoffer] op haar mond en; dreigend tegen die [slachtoffer] zeggen: "ssssshhhht stil blijven" en “heb je geld?" en "heb je een pinpas?" en "geef me je pincode" en “waar is de sleutel van je scooter" en “waar is de GPS tracker van je scooter", althans woorden van gelijke strekking en; het vastbinden van die [slachtoffer] en; naar binnen duwen van die [slachtoffer]. onder 2 hij op 16 juni 2024 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander een geldbedrag van in totaal 360 euro, toebehorende aan [slachtoffer], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader dat weg te nemen geldbedrag onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een pinpas en (de bijbehorende) pincode van die [slachtoffer] tot het gebruik waarvan zij niet gerechtigd waren, door meermalen, geldbedragen bij een pinautomaat te pinnen; Zaak C hij op 16 juni 2024 te Curaçao, door bedreiging met geweld of een andere feitelijkheden [slachtoffer] heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige handelingen, bestaande die bedreiging met geweld of die andere feitelijkheden uit het tonen van zijn penis aan die [slachtoffer] en het meermalen zoenen/kussen op de mond van die [slachtoffer]. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Bewijsmiddelen Ten aanzien van de feiten A en B onder 1 en 2 1. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 24 maart 2025. Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: Ik heb op 15 februari 2024 geprobeerd om een toerist te beroven. Ik ben langs die toerist gefietst en heb geprobeerd een zwart/wit etui dat hij vast had weg te rukken. Dat is niet gelukt. Ik heb op 16 juni 2024 samen met [medeverdachte] een woninginbraak gepleegd op [adres] te Curaçao. Wij zijn samen de woning binnengegaan. We hebben eerst de woonkamer doorzocht. Daarna zijn we naar de slaapkamer gegaan. Op het bed lag een meisje te slapen. Zij was naakt. [Medeverdachte] heeft zijn hand op haar mond gelegd. Hij zei dat ze stil moest zijn. Hij heeft haar om geld en haar bankpas gevraagd. Ik heb diverse spullen uit haar woning meegenomen, waaronder de Nike schoenen, een helm, een tas met inhoud. Ook heb ik een telefoon uit haar handen gepakt. We zijn met de bankpas naar een pinautomaat gereden. Daar heeft [medeverdachte] met de bankpas van die vrouw gepind. Daar heeft [medeverdachte] NAf 600,- gepind. Hij heeft mij NAf 300,- gegeven. Daarna heeft hij mij bij mijn woning afgezet. En ten aanzien van zaak A 2. Een proces-verbaal van een getuige van 15 februari 2024, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [naam] (pagina 8 e.v.). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 15 februari 2024 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van [betrokkene]: Ik was vandaag aan het werk op de parkeerplaats van de "Papagajo Beach Plaza". Ik ben als bewaker in dienst van de "Janthiel Security". Daar werd ik door een bewaker van de security K9 benaderd. Hij zei dat hij net door een mannelijke toerist was benaderd en dat die toerist tegen hem had gezegd, dat iemand de tas van die toerist had weggetrokken. Hij zei dat de jongeman die de toerist beroofd had, op een fiets was en dat hij gekleed was in een groen T-shirt. Ik heb mijn collega die op dat moment aan het patrouilleren was hiervan op de hoogte gebracht. Mijn collega zei op een gegeven moment dat hij een jongeman op een fiets en gekleed in een groen T-shirt had gezien bij de rotonde van Janthiel. Mijn collega is daarop naar de jongen gereden en heeft de jongen staande gehouden. Wij hebben die jongen in het dienstvoertuig gestopt en zijn naar de bewaker van security K9 gereden. Hij bevestigde dat deze jongeman degene was die even ervoor de toerist trachtte te beroven. Op dat moment besloot de security van K9 om op zoek te gaan naar de mannelijke toerist die geklaagd had over de beroving. Terwijl wij daar samen met die dader waren, vroeg ik aan hem, of hij degene was die daarvoor de tas van de toerist trachtte weg te rukken. Die jongeman bevestigde op dat moment dat hij inderdaad degene was die op de fiets was en die de tas van de toerist trachtte weg te rukken." En ten aanzien van zaak B onder 1 en 2 en C 3. Een proces-verbaal van aangifte van 18 juni 2024, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [naam] (pagina 96 e.v.). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 16 juni 2024 tegenover de verbalisant afgelegde verklaring van [slachtoffer]: Ik ben op 16 juni 2024 omstreeks 00.30 uur in slaap gevallen. Midden in de nacht werd ik wakker. Ik zag dat het licht in mijn slaapkamer brandde. Ik voelde dat er iemand naast mij op bed lag. Die persoon deed zijn hand op mijn mond. De jongen zei: “shhhttt shhht, je moet stil zijn, je moet stil zijn, shhhttt.” Toen ik rondkeek, zag ik een jongen naast mijn bed staan. De twee jongens wilden geld. Ze vroegen mij of ik een bankrekening had en of ik contant geld in huis had liggen. Ik dacht ik geef ze alles en antwoordde dat ik een Nederlandse bankrekening heb. Ik zei dat ze mijn Nederlandse bankpas moesten pakken. Ik weet de volgorde nu niet meer, het ging heel snel. Ik slaap altijd naakt. Ik lag naakt in bed. De jongen die naast mijn bed stond, liet zijn piemel zien. Ik zei: “Nee nee, alsjeblieft niet doen. Je mag alles hebben maar niet dat.” De andere jongen (met de bivakmuts) lag toen niet meer half op me. Hij was van me afgegaan. Hij zei: “Nee dat zal hij niet doen”. Daarvoor waren ze niet gekomen. Ik vroeg of ik een T-shirt aan mocht doen. Ze zeiden dat dat goed was. Ik moest wel stil blijven. Ik deed alles wat ze zeiden. Ik deed een shirt en een broek aan. De jongen met de bivakmuts bleef dicht bij me staan voor als ik zou gillen, maar dat durfde ik niet. Ik zei dat we naar de woonkamer moesten omdat mijn portemonnee met mijn pasjes daar lag. We liepen naar de woonkamer. Ze liepen heel dicht bij me. Ik zag dat mijn wasrek was verplaatst. Overal lagen spullen. Ik zag mijn portemonnee op tafel liggen. Mijn Nederlandse pinpas zat erin. Ze wilden ook mijn pincode hebben. Ik pakte mijn telefoon en liet hen een foto met de pincode zien. Nadat ze de pincode hadden gekregen bleven ze vragen of ik meer geld had of andere spullen. Ik bleef zeggen dat ze moesten vertrekken. De jongen had zijn piemel toen al weer teruggedaan in zijn broek. Ik smeekte ze om mij niets aan te doen. Ik denk dat wij toen naar mijn slaapkamer zijn gegaan. Daar moest ik op het bed gaan zitten. De jongen die zijn penis had laten zien, heeft mij toen drie kussen op mijn mond gegeven. Ik heb hem terug gekust omdat ik niet wist wat ik moest doen. Ze vroegen me welke auto van mij was. Ik zei dat ik geen auto had. Ik zei dat de scooter die buiten staat van mij is. Ze vroegen me om de sleutels. Ik ben toen weer naar de woonkamer gegaan waar mijn sleutels lagen. Daarna hebben ze me met mijn bikini vastgebonden. Mijn handen waren op mijn rug vastgebonden en mijn moeten werden aan elkaar vastgebonden. Ik bleef een tijdje zo op mijn bed zitten. Ze zijn naar mijn woonkamer gegaan. Hierna kwamen ze terug omdat ze mij nodig hadden voor de sleutels van mijn scooter en de poort. Ik heb op een gegeven moment mijn familie een appje gestuurd in de groepsapp en heb gezegd dat ze de politie moesten bellen. Ineens stond de jongen die zijn piemel had laten zien in mijn slaapkamer. Hij pakte de telefoon. Ik heb mijn telefoon daarna niet meer gezien. Hij gaf mij weer een kus op mijn mond. Daarna liep hij naar buiten. Toen ze buiten waren, liep ik naar mijn raam. Ze stonden bij mijn scooter. Ik ben naar buiten gegaan. Ik wilde dat ze weggingen. Ze wilden niet dat ik naar buiten kwam. De jongen zonder de bivakmuts duwde me naar binnen. Ik zei laat me jullie helpen met de scooter. Ze vroegen of mijn scooter gps heeft. Ik zei dat ik dat niet wist. Ik zei dat mijn buren hun konden horen. Ze werden bang en liepen toen weg. V: Kan je een beschrijving geven van de jongen met de bivakmuts? A: Hij is ongeveer 1.73 m, donkerbruine huidskleur, donkere bivakmuts op met gaten erin geknipt; slank postuur, donkere kleren aan. V: Kun je een beschrijving geven van de andere jongen? A: Hij had geen bivakmuts op maar een capuchon. Ik kon zijn gezicht zien. Hij heeft dikke lippen. Donkerbruine huidskleur. Ongeveer 1.63 m. Hij had een steviger figuur dan de jongen met de bivakmuts. Donkere kleren aan. Wij zijn erachter gekomen dat ze geld zijn gaan pinnen bij een pinautomaat van Banco di Caribe in Cas Grandi. Ze hebben daar 360 euro gepind. Weggenomen goed (blijkens de aangifte en de toelichting op pagina 104): Een bankpas van SNS Bank in Nederland, een bankpas van MCB Bank, een iPhone 13, een coach tas met inhoud, waaronder parfum), mijn Sony draadloze oortjes, mijn goud/zilverkleurige horloge, mijn scooter helm (die ik huurde van de verhuurder), mijn witte Nike schoenen, mijn reserve telefoon (een lichtblauwe oneplus) en wat kabels. De kabels (vermoedelijk wat unieke opladers, HDMI kabels en eventueel laptop opladers) zaten in een etuitje. Daarin zat ook de reserve telefoon. 4. Een proces-verbaal van herkenning van 21 juni 2024, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [naam] en [naam] (pagina 126 e.v.). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant of van een of meer van hen: [Slachtoffer] heeft aangifte gedaan van diefstal met geweld op 16 juni 2024 op [adres]. Later is zij erachter gekomen dat er met de bankpas van SNS-bank, die tijdens de beroving was weggenomen, geldtransacties zijn gedaan bij de geldautomaat van het filiaal van de Banko di Caribe te Hanenberg. In het belang van het verdere onderzoek werden de beelden van voornoemde geldautomaat in beslag genomen. Bij het bekijken van de beelden is te zien hoe een man gekleed in het zwart en met rastakapsel aan het pinnen was met de gestolen bankpas. Wij, verbalisanten, herkenden de man als de voor ons bekende recidivist [medeverdachte]. 5. Een proces-verbaal van bevinding videobeelden van 22 juni 2024, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [naam] (pagina 126 e.v.). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant: [Slachtoffer] heeft aangifte gedaan van diefstal met geweld op 16 juni 2024 op [adres]. Later is zij erachter gekomen dat er met de bankpas van SNS-bank, die tijdens de beroving was weggenomen, geldtransacties zijn gedaan bij de geldautomaat van het filiaal van de Banko di Caribe te Hanenberg. Bij het bekijken van de beelden is te zien hoe een man gekleed in het zwart en met rastakapsel aan het pinnen was met de gestolen bankpas. Wij, verbalisanten van het onderzoeksteam, herkenden de man als de voor ons bekende recidivist [medeverdachte]. 05:34:22 uur: Te zien is dat [medeverdachte] aan komt lopen. 05:35:35 uur: Te zien is dat [medeverdachte] pint en geld ontvangt. 05:37:53 uur: Te zien is dat [medeverdachte] pint en geld ontvangt. 6. Een proces-verbaal van verhoor van 22 juni 2024, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [naam] (pagina 129 e.v.). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 22 juni 2024 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van [medeverdachte]: Ik heb op 16 juni 2024 samen met [verdachte] een woninginbraak gepleegd op [adres] te Curaçao. Wij zijn samen de woning binnengegaan. We zijn naar de slaapkamer gegaan. We zagen een vrouw op bed liggen. Ze was naakt. Ik heb haar om geld, pinpas en pincode gevraagd. [Verdachte] heeft zijn geslachtsdeel aan de vrouw laten zien. Na de beroving zijn we met de bankpas van die vrouw gaan pinnen. Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten. Het bewezen wordt als volgt gekwalificeerd: Ten aanzien van zaak A poging tot diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijker te maken; Ten aanzien van zaak B onder 1 diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijker te maken of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf of aan andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen. Ten aanzien van zaak B onder 2 diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutels, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen. Ten aanzien van zaak C Feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Strafbaarheid van de verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straf De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte voor het in zaak A, zaak B onder 1 en 2 en zaak C tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot jeugddetentie voor de duur van 24 maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast heeft zij de oplegging gevorderd van bijzondere voorwaarden, te weten dat de veroordeelde gedurende de proeftijd zich stelt onder het toezicht van de UO Justitiële Zorg en dat hij zich zal gedragen naar de aanwijzingen die veroordeelde zullen worden gegeven door de UO Justitiële Zorg, zo vaak en zolang de UO Justitiële Zorg dat nodig acht, ook als dat inhoudt het volgen van een Cognitieve Gedragstraining. Ook vordert de officier van justitie een contactverbod met [medeverdachte]. Ten slotte vordert zij de opheffing van het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis in de Janthielzaak (zaak A). Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft het Gerecht gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, alsook op de straffen die in vergelijkbare gevallen door het Hof en de Gerechten plegen te worden opgelegd. Daarbij heeft het Gerecht in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot diefstal van een tas. Hij is met een fiets langs het slachtoffer gereden en heeft in het voorbij gaan geprobeerd de tas uit de handen van het slachtoffer te trekken. De verdachte heeft door zo te handelen laten zien geen enkel respect te hebben voor andermans eigendommen. Dat het in dit geval bij een poging is gebleven, is een gelukkige omstandigheid, die geenszins aan de verdachte is te danken. Feiten als deze veroorzaken bij uitstek gevoelens van onrust en onveiligheid, niet alleen bij de slachtoffers zelf maar ook in de samenleving. Bovendien kan een dergelijk voorval bij toeristen het beeld dat Curaçao een onveilig land is oproepen en versterken. Ten slotte rekent het Gerecht het de verdachte zeer aan dat hij zich kennelijk enkel uit winstbejag schuldig heeft gemaakt aan het bewezen verklaarde. Daarnaast heeft de verdachte zich samen met een ander schuldig gemaakt aan een overval in een woning gedurende de nachtelijke uren. De verdachte en zijn mededader zijn de woning binnengedrongen en hebben een jonge vrouw op een zeer kwetsbaar moment, namelijk toen zij lag te slapen, in de slaapkamer van haar woning, hetgeen een veilige plaats zou moeten zijn, overvallen. Het slachtoffer, dat naakt op bed lag, werd wakker omdat zij voelde dat er iemand tegen haar aan lag. Dit op zichzelf is al een zeer beangstigende constatering. Het feit dat zich in haar slaapkamer nog een andere man bevond, naar is gebleken de verdachte, die zijn geslachtsdeel aan haar heeft getoond en haar meermalen op haar mond heeft gekust, zal die angst alleen maar hebben versterkt. Dat deze situatie, een jonge naakte vrouw die in haar slaapkamer met twee mannelijke indringers wordt geconfronteerd, bijzonder traumatiserend voor haar was, spreekt voor zich. Dit blijkt ook wel uit haar aangifte, waarin zij op indringende wijze uiteen heeft gezet welke angsten zij die nacht heeft doorstaan. Zij heeft haar stage moeten onderbreken en is nog dezelfde dag naar Nederland vertrokken om daar te kunnen worden opgevangen door haar familie. Uit de bij de vordering tot schadevergoeding gevoegde verklaring van haar ouders blijkt verder welke ingrijpende gevolgen deze overval voor het leven van hun dochter heeft gehad en nog altijd heeft. De verdachte en zijn mededader zijn geheel voorbij gegaan aan de ernstige gevolgen van hun handelen voor het slachtoffer. Slachtoffers van dergelijke geweldsmisdrijven worden niet alleen in hun eigendomsrecht en lichamelijke integriteit aangetast, maar hebben doorgaans ook langdurig te kampen met gevoelens van angst en andere psychische gevolgen. Door aldus te handelen heeft de verdachte ernstig leed bij het slachtoffer veroorzaakt. Bovendien versterken inbraken als deze de in de samenleving bestaande gevoelens van onrust en onveiligheid. Daarnaast hebben zij met de gestolen pinpas een aanzienlijk bedrag van de rekening van het slachtoffer opgenomen. De verdachte is, blijkens zijn strafkaart, niet eerder strafrechtelijk veroordeeld. Het Gerecht heeft verder acht geslagen op de over de persoon van de verdachte opgemaakte rapportages, te weten een verkort plan van aanpak opgemaakt door de UO Justitiële Zorg Curaçao op 12 juli 2024, 15 augustus 2024, 8 oktober 2024 en 5 december 2024. In het algemeen wordt in deze rapporten een zorgelijk beeld geschetst van een 17-jarige jongen, die zijn betrokkenheid bij de gepleegde delicten lijkt te bagatelliseren. Het feit dat hij geld nodig had staat voorop. De verdachte lijkt over weinig inschattingsvermogen te beschikken en de jeugdreclassering schat in dat hij hierdoor mogelijk weer in de problemen kan komen. Begeleiding en ondersteuning van de jeugdreclassering lijken noodzakelijk om recidive te voorkomen. Tevens heeft het Gerecht acht geslagen op de Quickscan van 20 juli 2024, het psychiatrisch rapport van 29 november 2024 en het psychologisch onderzoek van 31 juli 2024. Uit het rapport van de psychiater blijkt dat de verdachte licht verstandelijk beperkt is en dat waarschijnlijk sprake is van een marihuanaverslaving. Volgens de psychiater zwerft de 17-jarige verdachte in toenemende op straat rond. De verdachte is makkelijk beïnvloedbaar en impulsief in zijn handelen. Reden waarom de psychiater adviseert de verdachte het delict in verminderde mate toe te rekenen. Volgens de psycholoog vertoont de verdachte een lage emotionele veerkracht en kan hij moeilijk omgaan met stress. Deze kenmerken kunnen wijzen op een problematische ontwikkeling op het gebied van emotioneel welzijn en copingmechanismen. Dit kan leiden tot destructief gedrag, zoals criminaliteit, als de verdachte zich onder druk gezet voelt of als hij zijn frustraties niet op gezonde wijze kan uiten. Het beperkte sociale netwerk van de verdachte en zijn afhankelijkheid van een enkele vriendschap kunnen problematische ontwikkelingsaspecten zijn die zijn kwetsbaarheid voor negatieve invloeden verhogen. Volgens de psycholoog lijkt het op basis van het uitgevoerde onderzoek niet waarschijnlijk dat de verdachte lijdt aan een psychiatrische stoornis of verstandelijke beperking. Volgens de psycholoog is de verdachte dan ook volledig toerekeningsvatbaar. Ter beperking van het recidivegevaar, dat als matig wordt ingeschat, adviseert de psycholoog toezicht door de reclassering. Gelet op het bepaalde in artikel 1:165 van het Wetboek van Strafrecht bedraagt de maximaal op te leggen jeugddetentie in dit geval twee jaren. Gelet op het voorgaande en gezien de ernst van de bewezenverklaarde feiten kan naar het oordeel van het Gerecht niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Het Gerecht acht het daarnaast noodzakelijk dat de verdachte wordt begeleid door de jeugdreclassering en dat hij hulp en behandeling krijgt aangeboden om zodoende de kans op recidive te verminderen. Het Gerecht zal dan ook een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Gelet op de bij uitspraak van heden aan [medeverdachte] opgelegde langdurige gevangenisstraf ziet het Gerecht af van de oplegging van het door de officier van justitie gevorderde contactverbod. Het Gerecht is, alles afwegende van oordeel, dat oplegging van na te noemen straf passend en geboden is. Schadevergoeding De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van NAf 22.518,51, bestaande uit: NAf 8.538,03 aan materiële schade direct verband houdend met de inbraak en het pinnen NAf 10.980,48 aan materiële schade verband houdend met gemist loon NAf 3.000,- aan immateriële schade. De verdachte heeft de vordering niet betwist. Ten aanzien van post a. Het Gerecht overweegt dat de benadeelde partij op dit onderdeel in het algemeen materiële schade vordert die direct verband houdt met de inbraak. Dat geldt niet voor de gevorderde kosten van een mobiele luidspreker. Uit de aangifte noch anderszins blijkt van een rechtstreeks verband met de hier aan de orde zijnde inbraak. Het Gerecht zal deze kosten afwijzen. Het Gerecht wijst – rekening houdend met de in het maatschappelijk verkeer betamelijke afschrijving voor een telefoon van 5 jaar – voorts af de gevorderde kosten voor de reserve telefoon van het merk Oneplus. In dit verband is van belang dat uit de toelichting blijkt dat deze telefoon al vele jaren oud was. Ten aanzien van post b. Het Gerecht overweegt ten aanzien van deze post dat het gaat om een schatting van het salaris dat de benadeelde partij naar verwachting zou gaan verdienen vanaf het moment dat zij een dienstverband zou aangaan. Of de benadeelde partij daadwerkelijk het gevorderde salaris zou gaan verdienen en wel per datum dat het salaris wordt gevorderd is onduidelijk. Nader onderzoek hiernaar zou een onevenredige belasting voor het strafgeding opleveren. De benadeelde partij kan daarom in zoverre niet in de vordering worden ontvangen. Dit deel van de vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. Ten aanzien van post c. De benadeelde partij vordert ten slotte een voorschot op de vergoeding van de geleden immateriële schade. Het Gerecht begrijpt dat de benadeelde partij zich daarmee voor de immateriële schade voor een deel van de vordering (het voorschot deel) heeft gevoegd in dit strafproces, onder voorbehoud van het recht het andere deel bij de burgerlijke rechter aanhangig te maken. Ten aanzien van de vordering tot de immateriële schadevergoeding overweegt het Gerecht dat een ernstige inbreuk is gepleegd op de persoonlijke levenssfeer en op de lichamelijke integriteit van de benadeelde partij. Het Gerecht acht op grond van het strafdossier en de onderbouwing van de vordering voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij psychische schade heeft geleden als gevolg van het bewezenverklaarde feit. Het Gerecht begroot de geleden immateriële schade naar maatstaven van billijkheid op een bedrag van NAf 3.000,-. Resumerend, zal de vordering worden toegewezen tot een bedrag van NAf 10.535,65, bestaande uit NAf 7.535,65 aan materiële schade en NAf 3.000,- aan immateriële schade. Voor het overige wordt de vordering afgewezen of wordt de benadeelde partij daarin niet ontvangen. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd, te weten 16 juni 2024. De verdachte heeft het in zaak B onder 1 en 2 bewezen verklaarde samen met [medeverdachte] gepleegd. Zij zijn daarom hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die de benadeelde partij heeft geleden. Het Gerecht ziet aanleiding bij de toegewezen bedragen een schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 1:78 van het Wetboek van Strafrecht aan de verdachte op te leggen. Voor het geval volledige betaling of volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet volgt, zal hechtenis van na te melden duur worden opgelegd. De proceskosten van de benadeelde partij zullen ten laste van de verdachte worden gebracht. Tot op heden zijn die proceskosten begroot op nihil. De bedragen zijn gevorderd in NAf. Omdat dit vonnis wordt gewezen na de invoering van de Caribische gulden, zullen de toe te wijzen bedragen met Cg worden aangeduid. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op artikel 1:78, 1:119, 1:123, 1:136, 1:165, 1:180, 1:181, 2:201, 2:288, 2:289 en 2:291 van Wetboek van Strafrecht. BESLISSING Het Gerecht: verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de in zaak A, zaak B onder 1 en 2 en zaak C tenlastegelegde feiten heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij; kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven; verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar; veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden; beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht; bepaalt dat een gedeelte van deze straf, groot 4 (vier) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt; als bijzondere voorwaarde wordt gesteld dat: - de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen van de jeugdreclassering ook als dat inhoudt het volgen van een Cognitieve Gedragstherapie, te geven door of namens de jeugdreclassering zulks zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt; - heft in zaak A op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis. de benadeelde partij [slachtoffer] wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer] geleden schade toe tot een bedrag van Cg 10.535,65 (tienduizend vijfhonderdvijfendertig Caribische guldens en vijfenzestig cent), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 16 juni 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en veroordeelt de verdachte, die hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij; verklaart de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk ten aanzien van post b. en bepaalt dat deze de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af; veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [slachtoffer] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken. legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer] de verplichting op tot betaling aan het Land van een bedrag van Cg 10.535,65 (tienduizend vijfhonderdvijfendertig Caribische guldens en vijfenzestig cent), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 85 (vijfentachtig) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 juni 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien en voor zover de mededader van de verdachte voormeld bedrag heeft betaald aan de benadeelde partij of het Land, de verdachte in zoverre is bevrijd van voormelde verplichting tot betaling aan de benadeelde partij of aan het Land. Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. S.A. Carmelia, bijgestaan door mr. J. Mulder, griffier, en is op 14 april 2025 uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao.