← Nederland

ECLI:NL:OGEAC:2025:254

Parketnummer: 810.00013/25 Uitspraak: 3 april 2025 Verstek Vonnis van dit Gerecht in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], Gevestigd op [adres] in Willemstad. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 21 maart

  1. Het Gerecht heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. D. Hazejager. De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte zal veroordelen tot een geldboete van NAf 1.500,-. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: zij in de periode van 22 april 2024 tot en met 14 februari 2025 te Curaçao, als degene die in of vanuit Curaçao een dienst verleent als bedoeld in artikel 1 lid 1, onder a, sub 12 van de Landsverordening Melding Ongebruikelijke Transacties en/of voornemens is die dienst te verlenen, opzettelijk in strijd met de verplichtingen geformuleerd in artikel 15a lid 1 en/of lid 2 van de Landsverordening Melding Ongebruikelijke Transacties, zich niet heeft geregistreerd bij de FIU (Financiële Inlichtingen Eenheid) en/of de Toezichthouder (Financiële Inlichtingen Eenheid). Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het Gerecht deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Overwegingen van het Gerecht Met betrekking tot de regelgeving De verdachte wordt verweten dat hij heeft gehandeld in strijd met de op grond van de Landsverordening melding ongebruikelijke transacties (LvMOT) geldende registratieplicht. Deze Landsverordening is laatstelijk gewijzigd op 14 mei 2024 (P.B. 2024, no.41). De wijzigingen hadden, voorover hier relevant, betrekking op artikel 1 en artikel 15a van de LvMOT. Artikel 1, eerste lid, onderdeel 1, aanhef en 12˚van de LvMOT is gewijzigd in die zin dat hetgeen onder dienst moet worden verstaan is uitgebreid. Voor de wijziging werd op grond van dit artikel onder dienst:
  2. In deze landsverordening en de daarop rustende bepalingen wordt onder: a. dienst: het in of vanuit Curaçao 12˚ als tussenpersoon optreden ter zake van aan- en verkopen van onroerende zaken en rechten waaraan onroerende zaken zijn onderworpen. Na de wijziging is artikel 1, lid 1, onderdeel a, onder 12˚ van de LvMOT komen te luiden:
  3. In deze landsverordening en de daarop rustende bepalingen wordt onder: a. dienst: het in of vanuit Curaçao 12˚ handelen in, verhuren van, leasen van dan wel als tussenpersoon optreden ter zake van aan- en verkopen van registergoederen dan wel het vestigen van rechten waaraan registergoederen kunnen zijn onderworpen dan wel het optreden als projectontwikkelaar ter zake de ontwikkeling en realisatie van registergoederen. Artikel 15a van de LvMOT luidde voor de wijziging: Personen en instellingen die diensten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, verlenen of voornemens zijn die diensten te verlenen zijn verplicht zich bij de FIU te registeren Voor de personen en instellingen die diensten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, verlenen en die bij de inwerkingtreding van dit artikel reeds zijn geregistreerd zijn bij de FIU, geldt die registratie als een registratie als bedoeld in het eerste lid. Personen en instellingen die diensten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel 1, sub 12˚, 13˚ en 15˚, verlenen of voornemens zijn die diensten te verlenen zijn tevens verplicht zich te registreren bij de Toezichthouder. (…) (…) (…) Artikel 15a van de LvMOT is gewijzigd, in die zin dat het eerste lid is aangevuld. Het tweede lid is vervallen, en het derde lid is omgenummerd tot tweede lid. Het vierde, vijfde en zesde lid is vervallen. Na de wijziging luidt artikel 15a van de LvMOT als volgt: Personen en instellingen die diensten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, verlenen of voornemens zijn die diensten te verlenen zijn verplicht zich bij de FIU te registeren, teneinde meldingen te kunnen doen in het meldsysteem van de FIU. Personen en instellingen die diensten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel 1, onder 12˚, 13˚ en 15˚, verlenen of voornemens zijn die diensten te verlenen zijn tevens verplicht zich te registreren bij de Toezichthouder. (…). Het ten laste gelegde is geredigeerd naar de wettelijke bepalingen zoals die golden na wijziging van de Landsverordening melding ongebruikelijke transacties op 14 mei
  4. Voor een deel van de tenlastegelegde periode, namelijk van 22 april 2024 tot en met 13 mei 2024, gold evenwel de vóór de wijziging geldende Landsverordening en aldus de registratieplicht zoals neergelegd in artikel 15a, lid 3 van de LvMot. Gelet daarop kan hetgeen in dit verband is tenlastegelegd voor díe periode niet bewezen worden verklaard. Met betrekking tot de feiten Uit de gegevens in het Handelsregister blijkt dat de verdachte op 6 oktober 2016 is opgericht en dat de verdachte volgens de bedrijfsomschrijving een dienst verleent of voornemens is een dienst te verlenen als bedoeld in artikel 1, lid 1, onderdeel a, onder 12˚. Op grond daarvan was de verdachte verplicht zich te registreren bij de FIU (artikel 15a, lid 1 van de LvMOT) en bij de Toezichthouder (artikel 15a, lid 2 van de LvMOT voor de periode vanaf 14 mei 2024). Gebleken is dat het bedrijf zich in de tenlastegelegde periode niet heeft geregistreerd bij de FIU en Toezichthouder. Het Gerecht stelt voorop dat in het economisch strafrecht geldt dat voor een bewezenverklaring van het bestanddeel “opzet” kleurloos opzet toereikend is. Dit betekent dat niet hoeft te worden bewezen dat de verdachte wist dat zijn gedraging in strijd was met de wettelijke voorschriften. In het onderhavige is het Gerecht evenwel gebleken dat de Toezichthouder sinds november 2023 diverse brieven betreffende de registratieplicht heeft gestuurd naar het registratieadres van het bedrijf. Ook is er op 19 april 2024 (telefonisch) contact geweest met een van de directeuren van het bedrijf, te weten [directeur]. Op 22 april 2024 zijn, volgens afspraak, de eerder naar het bedrijf verstuurde brieven naar [directeur] gemaild en is met hem afgesproken dat hij op de brieven zou reageren. Daarna is het niet meer gelukt om met [directeur] of de onderneming in contact te komen. Gelet op het voorgaande acht het Gerecht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte opzettelijk heeft gehandeld in strijd met de voor hem geldende registratieplicht. Bewezenverklaring Het Gerecht acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd, met dien verstande dat: hij in de periode van 22 april 2024 tot en met 13 mei 2024 te Curaçao, als degene die in of vanuit Curaçao een dienst verleent als bedoeld in artikel 1 lid 1, onder a, sub 12 van de Landsverordening Melding Ongebruikelijke Transacties en/of voornemens is die dienst te verlenen, opzettelijk in strijd met de verplichtingen geformuleerd in artikel 15a lid 1 van de Landsverordening Melding Ongebruikelijke Transacties, zich niet heeft geregistreerd bij de FIU (Financiële Inlichtingen Eenheid), en hij in de periode van 14 mei 2024 tot en met 13 februari 2025 te Curaçao, als degene die in of vanuit Curaçao een dienst verleent als bedoeld in artikel 1 lid 1, onder a, sub 12 van de Landsverordening Melding Ongebruikelijke Transacties en/of voornemens is die dienst te verlenen, opzettelijk in strijd met de verplichtingen geformuleerd in artikel 15a lid 1 en lid 2 van de Landsverordening Melding Ongebruikelijke Transacties, zich niet heeft geregistreerd bij de FIU (Financiële Inlichtingen Eenheid) en bij de Toezichthouder (Financiële Inlichtingen Eenheid). Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Bewijsmiddelen
  5. Een geschrift van de Finance Intelligence Unit Curaçao (FIU) van 25 november 2024 met nummer FIU-TZ-0119-2024 van N. Sambo (hoofd van de FIU Curaçao) aan het openbaar ministerie. Deze brief houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: Hierbij ontvangt u een aangifte vanwege het niet-nakomen door bepaalde personen en organisaties van de registratieplicht op grond van de Landsverordening Meldpunt Ongebruikelijke Transacties P.B. 2024, no. 41 (LvMOT). Conform art. 15a lid 1 van de LvMOT zijn dienstverleners die diensten bedoeld in art. 1, eerste lid, onderdeel a, te verlenen, verplicht zich te registreren bij de FIU Curaçao. Daarnaast zijn diegenen van deze dienstverleners, die onder het toezicht van de FIU Curaçao, afdeling Toezicht vallen (hierna: Toezichthouder), conform art. 15a lid 3 van de bovengenoemde Landsverordening verplicht zich ook te registreren bij de Toezichthouder. Overtreding van of handelen in strijd met deze bepalingen is een misdrijf respectievelijk een overtreding conform art. 23 van de LvMOT.
  6. Een geschrift van de Finance Intelligence Unit Curaçao (FIU) van 13 februari 2025 met nummer FIU-TZ-0015-2025 van [hoofd van de FIU Curaçao] aan het openbaar ministerie. Deze brief houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: De afdeling Toezicht van Financial Intelligence Unit Curaçao (de FIU) fungeert als Toezichthouder op de naleving door niet-financiële instellingen van onder andere de Landsverordening Melding Ongebruikelijke Transacties (LvMOT). Personen en instellingen die conform artikel 15a van de LvMOT diensten, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a van de LvMOT verlenen zijn verplicht zich te registreren bij o.a. de Toezicht Afdeling van de FIU. Daarnaast dient ieder bedrijf dat ongebruikelijke transacties moet melden aan de FIU-afdeling Analyse, zich ook te registreren in het online meldportaal, van de Analyse Afdeling van de FIU, goAML. In 2023 is de Toezichthouder begonnen met een tweede ronde van een Niet Registratie Project. In dit kader werd een aantal bedrijven aangeschreven waarvan de Toezichthouder, gebaseerd op hun bedrijfsomschrijving, heeft geconstateerd dat ze diensten verlenen die onder het genoemde wetsartikel vallen. De Toezichthouder heeft de onderneming [verdachte] op 30 november 2023 een eerste brief gestuurd waarin informatie werd verschaft over hun registratieplicht en de wijze waarop de registratie dient plaats te vinden. Wegens het uitblijven van een reactie is op 19 februari 2024 een rappelbrief gestuurd. Ook op de rappelbrief is geen reactie ontvangen. Op 15 maart 2024 is een ultimatum verstuurd. Vervolgens heeft de Toezichthouder pogingen gedaan om in contact te treden met een vertegenwoordiger van deze onderneming. Volgens zijn LinkedIn pagina is de [directeur] bestuurder/directeur van [verdachte]. Op 22 april 2024 heeft de Toezichthouder gebeld met de heer [directeur]. Aan hem is uitgelegd dat de FIU al 3 pogingen heeft gedaan om de onderneming [verdachte] ertoe te brengen zich te registreren. Er is afgestemd dat de Toezichthouder een kopie van de eerder verstuurde brieven digitaal aan hem zou doen toekomen en dat de heer [directeur] ervoor zou zorgen dat hierop wordt gereageerd. Op 6 en 15 mei 2024 is er weer getracht om contact op te nemen met de heer [directeur], zonder resultaat. Tot op heden heeft de onderneming [verdachte] zich niet geregistreerd bij de Toezichthouder, en ook niet in het online meldportaal goAML. Op 25 november 2024 heeft het Hoofd FIU aangifte gedaan bij het openbaar ministerie tegen de onderneming [verdachte] met [KvK-inschrijvingsnummer].
  7. Een geschrift, te weten een uittreksel uit het Handelsregister van 11 maart
  8. Dit uittreksel houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: In het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en Nijverheid te Curaçao is ingeschreven onder [KvK-inschrijvingsnummer]: [verdachte]. Handelsnaam: [verdachte] Rechtsvorm: Besloten Vennootschap Officiële benaming: [verdachte] Statutaire zetel: Curaçao Datum oprichting 6 oktober 2016 Datum vestiging: 6 oktober 2016 Adres: [adres] Correspondentieadres idem Bedrijfsomschrijving: A. het als tussenpersoon optreden bij de totstandkoming van transacties op het gebied van register goederen en hypothecaire geldleningen; b. het voor rekening van derden op haar naam nemen van goederen, alsmede het voor eigen rekening verwerven, bezitten, bezwaren, exploiteren en vervreemden van onroerende zaken; c. het verrichten van taxaties; d. het geven van adviezen op het gebied van register goederen; e. de vennootschap is bevoegd tot alles wat tot het bereiken van haar doel nuttig of nodig kan zijn of daarmede in de ruimte zin des woords verband houdt, daaronder begrepen het lenen en uitlenen van gelden, het stellen van zekerheid zowel voor eigen schulden van de vennootschap als voor die van derden, en het deelnemen in enige andere onderneming of vennootschap. Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten. Het bewezen verklaarde wordt als volgt gekwalificeerd: opzettelijk handelen in strijd met het bepaalde in artikel 15a, eerste lid van de Landsverordening Melding Ongebruikelijke Transacties en opzettelijk handelen in strijd met het bepaalde in artikel 15a, eerste en tweede lid van de Landsverordening Melding Ongebruikelijke Transacties. Strafbaarheid van de verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde. Oplegging van straf Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft het Gerecht gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, alsook op de straffen die in vergelijkbare gevallen door het Hof en de Gerechten plegen te worden opgelegd. Daarbij heeft het Gerecht in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich, hoewel hij meermalen op de registratieplicht is geattendeerd, niet laten registeren bij de FIU en de Toezichthouder. Door zo te handelen ontneemt de verdachte de overheid de mogelijkheid om zicht te krijgen op geldstromen die kunnen duiden op criminaliteit en (in het verlengde daarvan) maatregelen te nemen om witwassen van opbrengsten uit misdrijven tegen te gaan. Het Gerecht rekent dit de verdachte aan. Het Gerecht acht de door de officier van justitie gevorderde geldboete passend en geboden en ziet geen reden om daarvan af te wijken. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 1:54 en 1:55 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 15a lid 1 en 2 en 23 lid 1 van de Landsverordening Melding Ongebruikelijke Transacties. BESLISSING Het Gerecht: verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij; kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven; verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar; veroordeelt de verdachte tot een geldboete van NAf 1.500,- (duizend vijfhonderd florin). Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. Y.C. Bours, bijgestaan door mr. J. Mulder, griffier, en op 3 april 2025 uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.