Parketnummer: 555.00280/24 Uitspraak: 7 mei 2025 Tegenspraak Vonnis van dit Gerecht in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren op [2001] te [Land], wonende te Curaçao op [adres], thans alhier gedetineerd. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting. Het Gerecht heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. K. Hara en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. U.F. Dickens, naar voren is gebracht. Tenlastelegging De verdachte wordt tenlastegelegd dat: FEIT1: PRIMAIR hij op of omstreeks 1 december 2023, althans in of omstreeks de maand december 2023 te Curaçao, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg met zijn mededader(s), althans alleen, met kracht een en/of meerdere malen met een honkbalknuppel althans een hard voorwerp aan/tegen het gezicht en/of hoofd en/of hand (en), althans het lichaam heeft geslagen, zijnde de verdere uitvoering van dat door hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf niet voltooid; SUBSIDIAIR hij op of omstreeks 1 december 2023, althans in of omstreeks de maand december 2023 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend en/of met gebruikmaking van een wapen, als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Wapenverordening 1931, te weten een honkbalknuppel, althans een hard voorwerp, en al dan niet met voorbedachten rade, [slachtoffer] opzettelijk en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, met kracht een en/of meerdere malen met een honkbalknuppel althans een hard voorwerp aan/tegen het gezicht en/of hoofd en/of hand (en), althans het lichaam heeft geslagen, tengevolge waarvan die [slachtoffer] (zwaar) lichamelijk letsel, te weten verwondingen aan de (rechter) kin en/of aan de (rechter) oor en/of en/of een afgescheurde kraakbeen en/of een subconjunctivale bloeding aan de rechter oog en/of een verwonding aan de (rechter) duim en/of ontvelling in elk geval letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden; Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het Gerecht deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Voorbedachte rade Uit de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting leidt het Gerecht af dat in het onderhavige geval sprake was van een min of meer toevallige ontmoeting tussen de verdachte en het slachtoffer en dat die ontmoeting onder invloed van alcohol uit de hand is gelopen. In ieder geval is niet gebleken van een weloverwogen voornemen van de verdachte om het slachtoffer te doden, zodat het Gerecht de voorbedachte raad niet bewezen acht. Poging tot doodslag De verdachte heeft verklaard dat het slachtoffer en hij omstreeks 1 december 2023 bij "[locatie]” met elkaar in gevecht zijn geraakt. Volgens de verdachte is het slachtoffer toen met een honkbalknuppel op hem afgekomen. De verdachte heeft die aanval kunnen afweren. Hij heeft het slachtoffer vervolgens een duw gegeven, waarna het slachtoffer bewusteloos op de grond is gevallen. De verdachte ontkent stellig dat hij het slachtoffer met een honkbalknuppel (tegen het hoofd) heeft geslagen. Het Gerecht stelt voorop dat het dossier geen enkele steun biedt voor verdachtes verklaring dat het slachtoffer degene was die een honkbalknuppel had. Wel blijkt uit het dossier, in het bijzonder uit de verklaring van de zus van het slachtoffer, dat de verdachte op een gegeven moment een honkbalknuppel heeft gepakt en het slachtoffer daarmee heeft geslagen. Zij heeft ook gezien dat haar broer daardoor hevig aan het hoofd begon te bloeden. Het slachtoffer is met een ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Daar is behoorlijk ernstig hoofdletsel bij het slachtoffer geconstateerd, te weten een diepe laceratie bij het rechteroor met blootliggend kraakbeenweefsel, een laceratie aan de onderkin, wond aan de onderlip, beschadiging van de rechter motorische gezichtszenuw met verlamming aan de rechterzijde van het gezicht (nervus facialis parese), aanzienlijke zwelling aan de linkerkant van het gezicht ter hoogte van het kaakgewricht en het zygomatische bot en een bloeding in het bindvlies van het rechteroog. Volgens de forensisch patholoog laten deze verwondingen zich niet verklaren door een eenvoudige val van het slachtoffer. Volgens hem zou het letsel wel veroorzaakt kunnen zijn door (het Gerecht begrijpt: een of meer klappen met) een honkbalknuppel. Ook gelet hierop is het Gerecht van oordeel dat het door de verdachte geschetste alternatieve scenario niet aannemelijk is geworden. Het Gerecht gaat hieraan dan ook voorbij. Ondanks verdachtes ontkenning, acht het Gerecht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte degene was die het slachtoffer met de honkbalknuppel tegen het hoofd heeft geslagen. Niet is komen vast te staan dat de verdachte zogenoemd vol opzet had op de dood van het slachtoffer. Het Gerecht dient vervolgens te beoordelen of bij de verdachte sprake was van voorwaardelijk opzet op de dood van het slachtoffer. Hiervoor is vereist dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer als gevolg van zijn handelen zou komen te overlijden. De beantwoording van de vraag of een gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Factoren die hierbij van belang kunnen zijn, zijn het voorwerp waarmee is geslagen, de plaats waar het voorwerp het slachtoffer heeft geraakt en de kracht waarmee dit is gebeurd. Het zal in alle gevallen moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten. Dat is een in de gegeven omstandigheden reële, niet onwaarschijnlijke mogelijkheid. In het onderhavige geval heeft de verdachte het slachtoffer meermalen met een honkbalknuppel tegen het hoofd geslagen. Het is een feit van algemene bekendheid dat het hoofd een kwetsbaar lichaamsdeel is, en dat – indien daarop ernstig geweld wordt uitgeoefend – de aanmerkelijke kans bestaat dat dit de dood van het slachtoffer tot gevolg heeft. Door het slachtoffer met een honkbalknuppel tegen het hoofd te slaan, heeft de verdachte minst genomen bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat het slachtoffer hierdoor zou komen te overlijden. Dat dit met kracht is gebeurd, blijkt wel uit het feit dat het slachtoffer bewusteloos is geraakt. Op grond van voorgaande acht het Gerecht bewezen dat de verdachte (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op het toebrengen van dodelijk letsel. Het op dit punt door de raadsman gevoerde verweer wordt dan ook verworpen. Bewezenverklaring Het Gerecht acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen primair aan de verdachte is ten laste gelegd, met dien verstande dat: hij omstreeks 1 december 2023 te Curaçao, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om, opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet met kracht meermalen met een honkbalknuppel tegen het hoofd heeft geslagen, zijnde de verdere uitvoering van dat door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf niet voltooid. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Bewijsmiddelen
- De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 16 april
- Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: Ik ken [slachtoffer]. Ik heb hem die avond bij “[locatie]” gezien. Ik was dronken. Wij kregen ruzie. Ik zag hem vallen. Hij bleef bewusteloos op de grond liggen.
- Een proces-verbaal van verhoor 23 februari 2024, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [naam] (pagina 20 e.v.). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 23 februari 2024 tegenover de verbalisant afgelegde verklaring van [zus slachtoffer]: Op 30 november 2023 gingen mijn broer [slachtoffer] en ik naar "[locatie]”. Meestal nemen wij enkele borreltje bij haar. Die dag waren er meerdere personen ter plaatse. Wij waren om ongeveer 0:00 uur bij [locatie]. Op een geven moment kwam een jongeman met [bijnaam] aanlopen. Deze jongeman begon zonder enige reden in de borst van mijn broer te duwen. Hij heeft mijn broer verschillende keren tegen zijn borst geduwd. Hij heeft mijn broer met een gebalde vuist in zijn gezicht geslagen. Mijn broer reageerde. Er ontstond een vechtpartij. Ik begon te schreeuwen voor hulp. Ik zag dat [bijnaam] een honkbalknuppel tevoorschijn haalde en mijn broer begon te mishandelen. Ik zag dat mijn broer hierdoor hevig aan zijn hoofd begon te bloeden. Ik zag dat mijn broer op de grond viel en bewusteloos was. Ik zag dat [bijnaam] weg liep met de honkbalknuppel in zijn hand. Mijn broer werd door het ambulancepersoneel behandeld en is voor verdere behandeling naar het CMC getransporteerd.
- Een proces-verbaal van aangifte van 6 december 2023, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [naam] (pagina 8 e.v.). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 6 december 2023 tegenover de verbalisant afgelegde verklaring van [slachtoffer]: Op 1 december 2023 bevond ik mij bij de plaats die bekend is als "[locatie]". Ik was daar met mijn zus. Volgens mij was het iets na 24:00 uur. Ik had gedronken. Wat er precies gebeurd is kan ik niet vertellen. Ik weet dat ik op een geven moment door [bijnaam] werd aangesproken. Ik herinner mij nog dat ik boos op hem ben geworden. Daarna herinner ik me niets totdat ik wakker werd in het hospitaal.
- Een geschift, te weten een letselverklaring van 1 december 2023, opgemaakt door [naam] urgentiearts/SEH-arts van het Curaçao Medical Center (pagina 11 e.v.). Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: Lichamelijk onderzoek A: Vrije ademweg, wel aangezichtsverwondingen -> CWK immobiliseren C: smal complex, SR 97/min op scoop D: centrale facialis parese rechts E: verwonding onderlip rechter zijde, verwonding kin echter zijde, fors gezwollen gelaat linkerzijde thv TMJ en zygoma, rechter oor verwonding door kraakbeen heen met afgescheurd kraakbeen dat bloot ligt, subconjuctivale bloeding rechter oog. oor block middels lidocaine 1% kraakbeen aangelegd huid gehecht met ethilon 6.0 met 14 hechtingen tulband aangelegd tulband 3 dagen om laten en 4/12 controle bij eigen huisarts over 10 dagen hechtingen verwijderen bij eigen huisarts kin 2x ethilon 6.0 hechtingen tetanus toxoid toegediend. Conclusie molest met laceratle oor en blootliggend kraakbeen-hechtingen aangebracht. Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten. Het bewezen wordt als volgt gekwalificeerd: Poging tot doodslag. Strafbaarheid van de verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straf De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren met aftrek van de tijd doorgebracht in voorlopige hechtenis, met als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich gedurende de proeftijd houdt aan de door of namens die instelling te geven aanwijzingen, zolang deze instelling dat noodzakelijk oordeelt en dat hij zich onder behandeling stelt Fundashon Maneho di Adikshon (FMA). Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft het Gerecht gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, alsook op de straffen die in vergelijkbare gevallen door het Hof en de Gerechten plegen te worden opgelegd. In dat verband kan aansluiting worden gezocht bij de oriëntatiepunten straftoemeting, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid van het Hof en de Gerechten in eerste aanleg zijn neerslag heeft gevonden. Daarin wordt voor een poging tot doodslag met gebruikmaking van een slagwapen als indicatie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie tot vier jaar gegeven. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag. Hij heeft het slachtoffer meermalen met een honkbalknuppel tegen het hoofd geslagen. Niet alleen heeft hij het slachtoffer daardoor behoorlijk ernstig hoofdletsel toegebracht, ook is het slachtoffer door zijn handelen het bewustzijn verloren en heeft hij minutelang bewusteloos op de grond gelegen. Dat het slachtoffer het gebeurde kan navertellen, is een gelukkige omstandigheid die niet aan het handelen van de verdachte is te danken. Doodslag is een van de zwaarste delicten die het Wetboek van Strafrecht kent omdat het bescherming beoogt te bieden tegen de aantasting van het hoogste goed dat de mens heeft, te weten het leven. Bovendien vond een en ander plaats bij een uitgaansgelegenheid, waar ook andere mensen aanwezig waren. Een dergelijke gebeurtenis brengt bij de samenleving en met name de omstanders een grote schok teweeg. Het Gerecht heeft ook acht geslagen op de persoon van de verdachte. Vooropgesteld wordt dat sprake is van een relatief jonge verdachte, die blijkens zijn strafkaart niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een soortgelijk strafbaar feit. Het Gerecht heeft kennis genomen van de inhoud van het reclasseringsrapport van 9 december 2024, de quickscanrapportage van 1 december 2024 en het psychologische onderzoek van 12 december
- Volgens de reclassering lijkt de verdachte met een alcoholverslaving te kampen. Reden waarom de reclassering een behandeling bij de FMA adviseert. De psychiater heeft aangegeven dat de verdachte tijdens het onderzoek, hoewel coöperatief, een verongelijkte en bij vlagen achterdochtige indruk maakt. Hij schat de intelligentie van de verdachte in als randbegaafd, laag gemiddeld. Volgens de psychiater is het recidiverisico beperkt, indien de verdachte inderdaad is gestopt met het gebruik van alcohol en marihuana. Volgens de psycholoog laat het persoonlijkheidsprofiel van de verdachte een complex beeld zien van een individu dat doorgaans emotioneel stabiel en sociaal betrokken is, maar ook kenmerken van onzekerheid, afhankelijkheid en perfectionisme vertoont. Zijn lage scores op directe en indirecte agressie suggereren dat hij niet snel geneigd is tot impulsief of gewelddadig gedrag. Zijn hoge score op sociaal wenselijkheid kan echter inhouden dat hij zijn werkelijke emoties en gedrag niet volledig of accuraat weergeeft. De combinatie van een gemiddelde mate van emotionele stabiliteit, beperkte zelfverzekerdheid in onbekende sociale situaties en de neiging om stress te vermijden door vermijding of externe oplossingen, kan hebben bijgedragen aan een incident waarbij spanningen met een bekende uit de hand liepen. De psycholoog acht de verdachte volledig toerekeningsvatbaar en schat het recidiverisico in als matig. Om het recidivegevaar te beperken, adviseert de psycholoog de navolgende, die effectief kunnen worden gerealiseerd binnen het kaders van reclasseringstoezicht: Cognitieve gedragstherapie Traumaverwerking Motiverende gespreksvoering Terugvalpreventie Training in conflictbeheersing en assertiviteit Toegang tot werk. Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezenverklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Overeenkomstig de vordering van de officier van justitie acht het Gerecht het – gelet op de persoon van de verdachte – aangewezen om een deel van de op zich zelf passend geachte gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen. Dit voorwaardelijke deel dient als stok achter de deur om de verdachte ervan te weerhouden om in de toekomst opnieuw (soortgelijke) strafbare feiten te plegen. Het Gerecht zal daarbij de bijzondere voorwaarden opleggen die de reclassering en de psycholoog hebben geadviseerd. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op artikel 1:19, 1:20, 1:21, 1:119 en 2:259 van Wetboek van Strafrecht. BESLISSING Het Gerecht: verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij; kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven; verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar; veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 36 (zesendertig) maanden; bepaalt dat van deze straf een gedeelte, groot 12 (twaalf) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt; beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht. als bijzondere voorwaarden worden gesteld dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door of namens de Uitvoeringsorganisatie Justitiële Zorg, zulks zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt, ook als dat inhoudt het volgen van een Cognitieve Gedragstherapie en/of begeleiding door een psycholoog/psychiater. het volgen van een FMA-behandeling. Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. T.E. van der Spoel, bijgestaan door mr. J. Mulder, griffier, en is op 7 mei 2025 uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao.