GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Zaaknummer: CUR202501246 Vonnis in kort geding van 30 april 2025 in de zaak van [Eiseres], wonend in [woonplaats], eiseres, gemachtigde: mr. G. Scheperboer-Parris, tegen de naamloze vennootschap M&A FINANCIAL SERVICES N.V., gevestigd in Curaçao, gedaagde, vertegenwoordigd door haar bestuurder [bestuurder 1]. Partijen worden hierna [eiseres] en M&A genoemd. 1Het procesverloop 1.1. Het procesverloop blijkt uit: het verzoekschrift van 16 april 2025, de producties van M&A van 24 april 2025, de mondelinge behandeling van 28 april 2025, de pleitnotities van partijen. 1.2. Vonnis is bepaald op vandaag. 2De feiten 2.1. [ Eiseres] is (juridisch) eigenaar van de woning aan [adres 1] (hierna: de woning). 2.2. [ eiseres] en [bestuurder 1] voornoemd waren in het verleden beiden vennoot in de besloten vennootschap T.C. B.V. 2.3. Bij vonnissen van dit gerecht (AR 7392/2015 en AR 74618/2015) is [eiseres] veroordeeld om Cg 32.500,- en Cg 62.691,- aan T.C. te betalen. Deze vorderingen zijn door [bestuurder 1], als tijdelijk bestuurder van TC, gecedeerd aan de stichting [stichting 1] (hierna: de stichting). Op basis van de vonnissen heeft de stichting executoriaal beslag doen leggen op de woning. Bij vonnis van dit gerecht van 28 juni 2019 (CUR201902254) heeft het gerecht de tenuitvoerlegging van voormelde vonnissen door middel van executoriale verkoop van de woning opgeschort onder de voorwaarde dat [eiseres] de stichting blijft betalen het bedrag van Cg 900,- per maand, uiterlijk te voldoen op de vijfde van iedere maand, voor het eerst op 5 juli 2019. Aan deze voorwaarde voldoet [eiseres] tot op heden. 2.4. Tussen [belanghebbende 1] enerzijds en [eiseres] en haar inmiddels overleden echtgenoot anderzijds is op 15 augustus 2005 een overeenkomst van geldlening tot stand gekomen voor een bedrag van EUR 100.000,-. Afgesproken is dat de geldlening in maandelijkse termijnen gedurende vijfentwintig jaar zou worden afbetaald. Aan de verplichting tot maandelijkse aflossing is niet (steeds) voldaan. 2.5. Bij vonnis (C/16/424587/HAZA 16/758) van 11 januari 2017 van de rechtbank Midden-Nederland is [eiseres] bij verstek veroordeeld tot betaling van een bedrag van EUR 98.842,20 te vermeerderen met 5% contractuele rente en kosten aan [belanghebbende 1] voornoemd (hierna: het verstekvonnis). 2.6. Het verstekvonnis is op 10 april 2017 in Nederland openbaar betekend. [eiseres] heeft niet aan de veroordelingen voldaan. 2.7. M&A heeft er zorg voor gedragen dat het verstekvonnis in Curaçao op 6 mei 2024 bij deurwaardersexploot aan [eiseres] is betekend. 2.8. Tussen M&A en [belanghebbende 1] is op 22 mei 2024 een akte van cessie tot stand gekomen voor de overname van de vordering van [belanghebbende 1] op [eiseres]. In de akte van cessie staat onder meer het volgende: “ (…) Artikel 2 overdracht vorderingen 1. [belanghebbende 1] cedeert ter voldoening aan zijn leveringsverplichting voortvloeiend uit een overeenkomst van koop en verkoop met M&A— partijen voldoende bekend - zijn hiervoor genoemde vorderingen op zijn debiteur [belanghebbende 1]-[eiseres] per 15 mei 2024 aan M&A die deze cessie aanvaardt. (…) Artikel 3 Kennisgeving [belanghebbende 1] draagt aan M&A de getekende overeenkomst van geldlening van 15 augustus 2005 en de grossen van het vonnis van 11 januari 2017 over. Partijen verklaren dat [belanghebbende 1]-[eiseres] door M&A voor zover nodig in kennis zal worden gesteld van de cessie. (…)” 2.9. Op 4 juni 2024 is de akte van cessie aan [eiseres] betekend. [eiseres] is tevens gesommeerd om binnen twee dagen over te gaan tot betaling van het bedrag van EUR 102.016,97 aan M&A. [eiseres] heeft eenmaal Cg 300,00 aan M&A betaald en tweemaal Cg 150,00. 2.10. M&A heeft uit hoofde van het verstekvonnis op 9 augustus 2024 executoriaal beslag doen leggen op de woning. 2.11. Op 7 oktober 2024 heeft M&A een brief naar [eiseres] gestuurd waarin onder meer bekend wordt gemaakt dat de betaling van Cg 300,00 of eventuele hogere maandelijkse betalingen niet voldoende zijn om het verstekvonnis daadwerkelijk na te leven. M&A heeft voorgesteld dat [eiseres] gedurende een periode van 60 maanden een bedrag van EUR 1.865,00 per maand gaat betalen ter voldoening aan het verstekvonnis. Tevens is aangekondigd dat M&A door zal gaan met de voorbereiding van de executie van het vonnis. 2.12. [ eiseres] heeft de woning op 31 maart 2025 laten taxeren door een taxateur van Alliance Real Estate Services N.V. De woning is getaxeerd op een marktwaarde van Cg 165.000,- en een executiewaarde van Cg 135.000,-. 2.13. Bij brief van 7 maart 2025 heeft notaris mr. Chatlein de executieveiling van de woning aangekondigd op 30 april 2025 om 10.00 uur. 3De vordering en de standpunten van partijen 3.1. [ eiseres] vordert, naast dat het gerecht haar toestaat om kosteloos te procederen, dat het gerecht voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: “a. de door gedaagde verzochte veiling van het woonhuis van verzoekster bekend als [adres 1]de executie hiervan, zoals bepaald door notaris mr. A. R. Chatlein, bij haar brief van 7 maart 2025, deze met onmiddellijke ingang, op te schorten althans te staken, nadat UEA in deze vonnis heeft gewezen; b. gedaagde de door hem gevorderd bedrag van f.306.445,37 hem deze af te wijzen op grond van primair, misbruik van bevoegdheid, subsidiair op te schorten onder voorwaarde dat eiseres XCG150, per maand zal blijven betalen; en meer subsidiair gedaagde te bevelen zijn blog stop te zetten opdat eiseres binnen haar vakgebied arbeid kan zoeken en verrichten; c. eiseres, in staat te stellen om bijwijze van een betalingsregeling het door haar verschuldigd bedrag, nadat deze door het Gerecht is vastgesteld, maandelijks aan gedaagde te blijven voldoen; d. gedaagde te verbieden onwaarheden althans laster van eiseres op zijn blog te publiceren; e. gedaagde te veroordelen in de kosten van deze procedure.” 3.2. M&A voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen onder veroordeling van [eiseres] in de kosten van dit geding. 4De beoordeling 4.1. In deze zaak gaat het in de kern om de vraag of de door M&A tegen 30 maart 2025 om 10.00 uur aangezegde executieveiling van de woning dient te worden geschorst. Spoedeisend belang 4.2. Nu het gaat om een executieveiling van de woning op zeer korte termijn, heeft [eiseres] een spoedeisend belang bij de door haar verzochte schorsing van de executie. Van [eiseres] kan gelet op de aanstaande executieveiling niet worden gevraagd om de uitkomst van een eventuele bodemprocedure af te wachten. Schorsing? 4.3. [ eiseres] stelt dat de executieveiling dient te worden geschorst omdat M&A misbruik maakt van haar bevoegdheid tot executie van het verstekvonnis. 4.4. M&A voert aan dat zij op basis van een executoriale titel overgaat tot executieveiling van de woning. Omdat [eiseres] niet vrijwillig aan de veroordeling in het verstekvonnis heeft voldaan of daar serieuze pogingen toe doet, en het dus niet “goedschiks” lukt, moet het maar “kwaadschiks”, aldus M&A. 4.5. In een kort geding over de tenuitvoerlegging van een uitspraak die in kracht van gewijsde is gegaan, zoals hier het geval is, geldt dat de schorsing alleen kan worden uitgesproken indien de (verdere) uitvoering misbruik van bevoegdheid (3:13 van het Burgerlijk Wetboek) oplevert (HR 20 december 2019; ECLI:NL:HR:2019:2026, rov. 5.8 onder e.). 4.6. Artikel 3:13 lid 1 BW bepaalt dat degene aan wie een bevoegdheid toekomt, haar niet kan inroepen voor zover hij haar misbruikt. Ingevolge het tweede lid van artikel 3:13 BW is van misbruik in ieder geval sprake als (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.